Maandag 25/01/2021

'Ik geloof in God als ik een mooi kontje zie'

God bestaat. Hij is een smeerlap en woont in Brussel. Dat is de premisse van Le tout nouveau testament, de zonder meer geweldige film van Jaco Van Dormael. Plak daar dan nog die ondeugende proletenkop van Benoît Poelvoorde (50) - Louis De Funès meets Jim Carrey - op, en je weet dat je nog eens ouderwets zult kunnen bulderen.

Bulderen, dat doet zijn Porsche ook, die ochtend, wanneer Benoît Poelvoorde zijn vehikel voor het Manos Premier parkeert, een protserig hotel in de buurt van de Louizalaan in Brussel. Poelvoorde kan niets in stilte doen. Maar hij is een van die mensen van wie je het lawaai verdraagt. Eigenlijk is hij een wandelend attractiepark. Of er een camera in de buurt is of niet, hij maakt gewoon lawaai. Voor mensen zoals hij is de term 'spraakwaterval' bedacht. En niet alleen de woorden stromen er tegen een waanzinnig debiet uit, zijn mimiek wisselt sneller dan een kolibri zijn vleugels kan slaan en het lijkt alsof hij elk van zijn veel te veel woorden van een apart gebaar voorziet met zijn handen.

Misschien doordat de woorden en gedachten er zo snel uitlopen, zijn ze vaak ongefilterd. En toch schrikt de persagente die hem al jaren kent ook nog wanneer hij haar plots vastgrijpt en zegt: "Ik zou eens in goed in je billen willen knijpen." Als hij een ander was, zijn wangen zouden rood staan van de mep die hij net ontvangen zou hebben. Nu zit de blos op haar wangen. Zijn onstuimigheid blijft verrassen, zelfs als je weet waar zijn constante zin in onzin toe kan leiden. Maar Poelvoorde is een blaffende hond die niet bijt. Alle gedachten die een ander proper in zijn hoofd zou bewaren, rollen er bij hem uit. En zo is meteen ook het interview begonnen.

Benoît Poelvoorde: "Er had wat mij betreft wat meer seks in de film mogen zitten. Een stevige portie gerampetamp. Nu is er alleen Catherine Deneuve die het met een aap doet. God had voor mijn part zelf een beetje meer het beest mogen uithangen. Hij is vraatzuchtig, boosaardig, zit aan de drank, rookt tegen de sterren op, kortom hij doet alles wat niet mag, behalve zich aan de vrouwen vergrijpen.

"Goed, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, maar als hij de mens heeft geschapen naar zijn evenbeeld, dan kan het niet dat hij zich niet tegoed doet aan enige onzedelijkheid. Ik heb nochtans enkele bedscènes gesuggereerd, maar Jaco heeft al mijn voorstellen verworpen. (lacht) God had best een echte schoft, crapuul mogen zijn. Ik had graag eens een degoutante misdaad begaan. God kan zich toch alles veroorloven. Maar neen, ook dat voorstel werd geweigerd."

Le tout nouveau testament is de eerste volbloed komedie van Jaco Van Dormael, maar alweer een film waarmee hij op zoek gaat naar de zin van het leven.

Benoît Poelvoorde: "Hij maakt keer op keer dezelfde film. Terwijl de zin van het leven niet te vinden is. Je kunt je er het hoofd over breken, maar wat voor zin heeft dat? Ik geloof in het bestaan van God als ik een mooi kontje zie. Men zegt dat Bach het bewijs is dat God bestaat. Maar als je één bewijsstuk mag voorleggen, dan zou ik toch niet voor Bach gaan. Wel voor het vrouwelijke achterwerk. Eerlijk. De mens is al een eeuwigheid bezig met het creëren van allerlei zaken om te bewijzen dat er een God is: indrukwekkende kerken, zeer aangrijpende muziek, geschriften. Maar al dat moois is niet het bewijs van het bestaan van God, wel van de angst van de mens.

"Nee, als er een bewijs nodig is, dan bijvoorbeeld seks, of de kont van een vrouw. Of nog beter, de liefde. Hoeveel mooie teksten, mooie muziek, kunst is er niet gemaakt uit liefde? Je kunt de liefde niet uitleggen. Ik kan zeggen dat ik van mayonaise hou, en ik kan ook uitleggen hoe je mayonaise maakt. Maar iedereen houdt van de liefde, terwijl niemand kan zeggen hoe je liefde verwekt. Dat moet het werk zijn van God."

U loopt er in de film bij als een afgeleefde versie van uzelf. Hebt u vooraf met Jaco Van Dormael doorgesproken hoe God er moest uitzien?

"Nee, helemaal niet. Eigenlijk hebben we alleen even samengezeten om enkele tekstlezingen te doen met het kleine meisje dat mijn dochter moest spelen, om haar een beetje aan mij te laten wennen. Ik moest meteen een scène doen waarin ik haar de huid volscheld. Ik zei nog: 'Kunnen we niet met iets zachters beginnen?' Maar neen, hij vond het heel belangrijk dat ik geloofwaardig zou zijn in mijn boosaardigheid. Dus ik deed wat hij vroeg en eerst vond hij me te voorzichtig. Maar toen ik mijn kostuum zag, die sjofele badjas, toen wist ik wat hij wou."

"Ik heb gewoon het script gevolgd. Geen letter veranderd. Soms pruts ik nog wel eens aan mijn teksten, omdat ik zinnen die ik zelf niet begrijp, niet gezegd krijg. Er zijn acteurs die geen benul hebben van wat ze zeggen. En dat hoor je dan ook. Ik wacht doorgaans tot het laatste nippertje om mijn teksten in te studeren, maar ik hussel de woorden dan wel nog vaak dooreen. Want soms is het verhaal best wel oké, maar bekken de dialogen niet. Uiteindelijk heb ik me op de set van Le tout nouveau testament helemaal aan de tekst gehouden zoals hij geschreven was. Omdat die eenvoudigweg niet te verbeteren was. Ik wist ook dat ik in goeie handen was. Je moet vertrouwen hebben in de mensen met wie je werkt, eigenlijk leg je je lot een beetje in hun handen. Jaco heeft nog nooit een slechte film gemaakt, en ik heb nog nooit een acteur slecht zien spelen in zijn films. Je weet dat hij niet zomaar iets doet. Hij laat je geen takes doen die nergens toe dienen. Je hebt regisseurs die vanuit alle mogelijke hoeken, perspectieven en in ieder mogelijk kader filmen, omdat ze niet in staat zijn om een goeie decoupage te maken, ze weten niet welke beelden ze nodig hebben om de juiste sfeer of de juiste spanning te bekomen. Jaco kan dat wel. En hij hoeft zich dan ook niet in te dekken. Hij weet wat hij wil.

"Jaco draait eigenlijk familiefilms. Het is te zeggen, hij noemt zijn ploeg 'de familie'. Intussen maken zijn drie kinderen er deel van uit. Hij werkt al jaren met dezelfde mensen. In de loop der jaren zijn er onder zijn medewerkers veel koppels ontstaan - sommigen zijn alweer gescheiden - en velen van hen hebben kinderen. Daarom spreek ik liever van 'de crèche'. Iedereen heeft er kinderen lopen. Dat snap ik niet: als je gaat werken, laat dan toch je kinderen thuis. Ik was de enige die kon zeggen: 'Ik ben niemands kind. Ik heb hier geen ouders rondlopen. Ik ben God. Ik ben alleen.'"

Nee, u bent niet alleen. U gelooft in God.

"Ja, ik ben gedoopt en ik ben getrouwd voor de kerk."

Ik ben ook gedoopt, maar ik geloof niet.

"Afvallige! Ellendeling! Nee, ik geloof echt dat er iets is. Het maakt niet uit of het iets is met een lange, witte baard of niet. Het is de inhoud waar het om draait: God is liefde. En God vergeeft. Het testament is maar papier. Geschreven door mensen die de idee dat er iets is, bevattelijk trachtten te maken. Je kunt op geen enkele manier bewijzen dat het testament geschreven is door Johannes, Marcus en de andere evangelisten aan wie het boek is toegeschreven.

"Jaco zegt dat hij niet gelooft. Maar zijn film is het beste bewijs van wel. Hij stelt het onvoorstelbare in beelden voor. Hij zegt dat er een schepper is die van bovenuit de dingen dirigeert. De film stelt de vraag: als men je zou verklappen wanneer je gaat sterven, zou je dan anders gaan leven? Terwijl we allemaal ter dood veroordeeld zijn.

"Eigenlijk zou je elk moment ten volle moeten leven. Want je kunt elke minuut sterven. Leef je leven alsof je morgen gaat sterven. Volgens mij ligt ons leven niet van begin tot einde vast. Je hebt een keuze. Dat is voor mij het geloof. Dat maakt van mij een ondernemend man. Alle dictators geloofden ook. Ze geloofden dat ze een verschil konden maken. Terwijl de Amerikanen in dezelfde God geloofden als de Duitsers tegen wie ze vochten."

Allemaal argumenten om niet te geloven.

"Ja, maar mijn geloof gaat verder. In mijn ogen is iedereen God: jij bent het die je leven maakt in een tijdspanne die heel kort is. De tijd waarin de Goden de ogen knipperen. Als je het aantal planeten ziet, dan geloof je toch niet dat er iemand is die zich bekommert om die onnozele wormpjes die hier rondkruipen op dat ene onnozele planeetje. Het immense wolkendek is niet meer dan de sigarenrook die de grote God van ons uitblaast. Nee, we zijn zo onbenullig en tegelijk met zoveel dat niemand de tijd kan hebben om met elk van ons bezig te zijn.

"Anderzijds vind ik het ontroerend dat een volwassen mens nog zulke kinderlijke gedachten kan hebben als Jaco in zijn films. Hij heeft zijn kinderhart bewaard. Hij is wat hij maakt. Ik kan geen theologische discussie met hem voeren, want hij is daar te naïef voor. Ja, hij zal schermen met Gilles Deleuze, en andere citaten die hij van dat soort filosofen leent. Maar wat uit hemzelf komt, getuigt alleen van zijn geloof. Dus ik denk dat hij een gelovige film heeft gemaakt."

Ik zag vooral een heel geestige én een feministische film.

"Een ultrafeministische film. Ik was niet in Cannes, maar naar het schijnt zaten vooral de vrouwen zich te bescheuren toen ik ervan langs kreeg. Hun manier om af te rekenen met de dominante vader. "

Van Dormael vertelt graag dat hij deze film met vrienden gemaakt heeft en dat jullie elkaar kennen uit de tijd dat je in verschillende montagecellen aan jullie eerste films zaten te werken.

"Hij had toen al tal van befaamde kortfilms gemaakt, hij was al een filmregisseur. Toen ik C'est arrivé près de chez vous deed, kwam dat eerst en vooral doordat ik een goeie maat was van Rémy Belvaux, die ik het script had helpen schrijven. Maar ik had geen achtergrond in de film en helemaal geen ambitie om te acteren of te regisseren. In feite nog altijd niet. (schatert) Ik denk dat Jaco me aanvankelijk vooral heel luidruchtig vond. Hij was een heel ijverig mannetje. We zijn vrienden geworden toen we elkaar tegengekomen zijn in Cannes. Zijn Toto le héros was daar het jaar voordien uitgekomen, en wij waren er met C'est arrivé près de chez vous. Als Belgen waren we natuurlijk fier op hem. Want we waren allemaal fan van Toto. Kort nadien is hij me komen bekijken, die ene en enige keer dat ik met een eigen stuk op de planken stond. De enige keer ook dat ik echt gewerkt heb. (lacht) Van toen af aan zijn we elkaar geregeld blijven zien, tussen pot en pint. Maar het is niet omdat je met iemand graag een glas drinkt, dat je ook met die persoon wil werken. Met Jaco wist ik niet wat het zou worden. Ik heb een nogal eigenaardig karakter, en hij ook. Maar het is geweldig meegevallen."

Voor sommigen bent u echt God. Johan Heldenbergh zei dat hij zenuwachtig was om met u te draaien omdat hij zo naar u opkeek.

"Dat zegt hij om jou een verhaal te geven. Mocht hij verstijfd hebben gestaan van ontzag, dan had die scène tussen ons nooit zo goed gewerkt. We hebben echt een heel leuke dag samen doorgebracht. Hij speelt een priester die met eigen ogen ziet dat de God voor wie hij zich altijd heeft uitgesloofd een klootzak is. Hij moest echt staan brullen tegen mij. Vreemd genoeg heeft Jaco van die scène ongewoon veel takes gedraaid. (lacht) Terwijl ik ze allemaal even goed vond. De scène zou niet gewerkt hebben als Johan bang was geweest van mij.

"Hij had nog wel andere redenen om bang te zijn: hij stond daar in een taal te draaien die niet de zijne was. Als er iemand bewondering had, dan wel ik voor hem. Maar ik wist meteen dat het goed zat. Dat voel je aan de ogen. Je mag nog ratelen zoveel je wil, het zijn de ogen die spreken."

Overkomt het jou nog dat je eerst over een drempel van bewondering moet?

"Hm, met Gérard Depardieu heb ik dat nog. Ik heb onlangs nog een film met hem gedraaid, Saint-Amour: al de vijfde waarin we samen spelen. Dit keer speel ik zijn zoon. Geestig, en ook ontroerend bij momenten. Als ik onder de indruk ben van een tegenspeler, dan is dat gevoel na een dag meestal verdwenen. Als die andere acteur tenminste ook wat moeite doet. Maar van Gérard moet je geen moeite verwachten. Toch zijn alle zenuwen meteen verdwenen als je met draait, doordat hij je zo aan het lachen brengt.

"Enkele jaren geleden moest ik werken met Isabelle Huppert, en dat maakte me ook behoorlijk zenuwachtig. De eerste dag slaagde ik er niet in om echt contact met haar te krijgen. Ik merkte dat ze ook mijn teksten had ingestudeerd en gewoon wachtte tot ik aan het eind van mijn zinnen gekomen was, om de repliek te kunnen geven die ze had ingestudeerd. Ik dacht: zo gaan we niet kunnen samenspelen. En dus begon ik de volgorde van mijn teksten door elkaar te halen, waardoor ze geen houvast meer had en gedwongen was om contact te zoeken. Want om goed te acteren, moet je luisteren.

"Acteurs hebben allemaal hun eigen trucjes, waar ze zich al te vaak aan vastklampen. Het is goed om af en toe de grond van onder je voeten gerukt te zien. Met Gérard is het anders. Doordat hij constant een oortje in heeft, wacht hij altijd tien seconden om te reageren, omdat hij eerst zijn tekst moet ingefluisterd krijgen. Maar hoe hij er die dan laat uitrollen, dat is fenomenaal. Je weet dat je met hem altijd iets zult beleven. Zelf heb ik ook niet de gewoonte om me te concentreren op een set, maar hij weet zelfs niet wat concentratie is. En juist daardoor amuseren we ons te pletter."

Wellicht worden mensen soms zenuwachtig rond je, doordat je altijd zo druk bent.

"Ik heb gewoon te veel energie. Ik heb het altijd te warm. Zalig de lucht waar nattigheid uit valt. Thuis loop ik de hele tijd in mijn blootje rond. Ik heb een heel groot huis met heel veel trappen. Sinds een jaar of acht heb ik een hond en ik ben meestal alleen met hem. Als niemand meer naar me wil luisteren, is hij er nog. (lacht) Hij heeft me al de meest onwaarschijnlijke dingen horen uitkramen. Vroeger was hij erbij tijdens mijn interviews. Maar daar heb ik hem intussen van vrijgesteld. Hij moet al hele dagen mijn onzin aanhoren.

"Ik zweer het je, ik sta 's morgens op, en ik weet niet waarom, maar ik begin te ratelen. Ik hoop dat op een dag mijn voorraad woorden uitgeput zal zijn, maar voorlopig blijven ze komen. Voor mensen in mijn omgeving moet het een marteling zijn. Je hebt nu nog geluk, ik heb niet gedronken. Anders stromen de zinnen er tegen een nog hoger debiet uit. Dan krijgt niemand nog iets gezegd. Maar goed, jij wil dat ik praat. Je bent gek. Een kamikaze. Het is als flirten met de atoombom."

Mochten we het evangelie volgens Poelvoorde schrijven, wat zou erin moeten staan?

"Er zou maar één gebod in staan: 'Je zult nooit het linkerrijvak bezetten als je daar niets te zoeken hebt.' Als je niet kunt rijden, of als je motor niet sterk genoeg is, hou dan het linkervak vrij. (Luid) Want ik moet naar huis. En als je je per se op dat linkerbaanvak wil begeven, zorg dan dat je vooruit gaat. Wees niet bang voor obstakels, radars, politie, niets. Rijd als een man. Als je slechts tegen 120 per uur rijdt, blijf dan in jouw kamp. Links is gereserveerd voor de bandelozen, de ontembaren, de ongebreidelden. Dat is het eerste gebod. En het enige."

U rijdt snel?

"Heel snel. Zoals ik praat. Zelfs vrijen doe ik snel. Drie minuten en ik duik de douche in. Het enige wat ik traag doe, is lezen. Om de zinnen te herkauwen. En opstaan doe ik ook traag. Gaan werken: nog trager. Dan sleep ik me naar de deur. (lacht) En voor de rest, ik weet het niet. Wat doe ik nog traag? Ik zou het niet weten. Wacht, ik denk na."

Nadenken?

(schatert) "Denken, ja. Je hebt het antwoord. Nom de dieu, je hebt me stil gekregen."


BIO

Geboren op 22 september 1964 in Namen.

Eigenlijk wilde hij tekenaar en/of fotograaf worden.

Tijdens zijn studies maakte hij een kortfilm met z'n vrienden André Bonzel en Rémy Belvaux.

Na zijn studies werkte hij met diezelfde vrienden aan een langspeelfilm, C'est arrivé près de chez vous, die op het Filmfestival van Cannes in 1992 tal van prijzen won.

Was sindsdien in bijna vijftig langspeelfilms te zien en is een superster in Frankrijk.

Het grote publiek kent hem van films als Rien à déclarer (2010), Coco avant Channel (2009) en Podium (2004).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234