Zaterdag 08/05/2021

'Ik geef toe dat winnen verslavend is'

Als niks nog moet en alles mag, wordt het leven eenvoudig. Zo ver is Marianne Vos (26) als wielrenster, ze heeft alles gewonnen. Toch blijft de passie, en het WK veldrijden van volgende week in Hoogerheide is gewoon een doel. 'Ik wil mijn geluk met anderen delen. En ik wil mensen raken.'

Het is grijs in 's Gravenmoer, Noord-Brabant, vlakbij ligt de Efteling in Kaatsheuvel. Grijs en koud en nat: de enige warmte zit in een bushokreclame voor de KamaSutra Beurs in Utrecht, 31 januari en 1 en 2 februari. Net dan zal Marianne Vos in Hoogerheide proberen wereldkampioene veldrijden te worden. Zoals de Nederlanders dat zo mooi zeggen, zal ze proberen haar titel van vorig jaar in het Amerikaanse Louisville te prolongeren. Straks zegt ze daarover: "Zo ver in Louisville zitten had voordelen. Je was ver weg. Hier ben je altijd bereikbaar." Maar ze zegt ook, vier van haar wereldtitels al behaald in eigen land: "Je rijdt door een prachtige oranje haag van schreeuwende mensen."

In de hal van managementbureau Zeloo ligt haar boek Op de troon. Ondertitel: Marianne Vos. Fietsmalle wielerkoningin. Er staat een foto in van haar ritzege in Zaltbommel in de Ladies Tour. De leiderstrui die ze daarop draagt, is gesponsord door Baby-Dump. 'Alles voor je baby' lees je op haar borst. Straks een vraagje toch.

Ze draagt een zwart bloesje met sponsorreclame. Aan de voeten sneakers. Een gouden kettinkje met de olympische ringen rond de hals. Haar coupe is vrouwelijk. De lippen niet echt rood gestift, geen nagellak, vingers zonder ringen. Een klein korstje op de linkerhand, laatste spoortje van een val wellicht: ook een detail. Wie niet beter weet, denkt dat ze frêle is en dat is Marianne Vos misschien ook wel. Maar op haar 26ste wel een palmares waarvoor je bij de mannen Sven Nys, Fabian Cancellara én Chris Froome samen nodig hebt: elf wereldtitels op de weg, de piste en in het veld, vijf keer zilver ook nog op de weg, de Ronde van Italië, de Ronde van Vlaanderen én de olympische wegrit in Londen.

"Het heeft er wel mee te maken dat het veld (bij de vrouwen, bedoelt ze, RVP) minder breed en diep is dan bij de mannen", zegt ze eerlijk. "Daardoor kun je deze disciplines makkelijker combineren. Het vrouwelijk gestel zit ook anders in elkaar. Dat is mijn voorrecht. De maximale kracht is bij ons minder bepalend. Je moet niet specifiek sprinter of klimmer zijn. Als je allround bent, kun je op alle terreinen mee."

Buitenspelen

Het kan Noord-Brabantse nuchterheid zijn, protestants-christelijke bescheidenheid. Ook dat zit allemaal in details. Een dag voor dit gesprek heeft Marianne Vos de cyclocross in Leuven gewonnen. Nog een dag eerder die in Rucphen, gekke naam voor een Nederlands dorpje. Ze had twee keer blubber verwacht, maar wat is de winter zacht. "Het was een weekendje buitenspelen. En het blijft een heerlijk gevoel dat je een wedstrijd kunt controleren en aan het einde je armen in de lucht mag steken. Ik geef toe dat het nog anders is op een WK. Maar ik geef ook toe dat winnen verslavend is."

Dat is fietsen voor Marianne Vos helemaal. Wie ruilt anders de zomerse decemberwarmte in het Zuid-Afrikaanse Paarl, waar ze was als voorbereiding op het wegseizoen, voor regen, koude en een vet modderparcours in Namen? Marianne Vos. "Dat was helemaal niet de bedoeling, maar in Zuid-Afrika zag ik foto's en filmpjes van het veldrijden en ik kreeg er zo'n zin in. En wat is dan 40 minuutjes in het rood rijden? Genieten toch?"

Je won niet meteen in Namen, dat deed Katherine Compton. Een Amerikaanse. Zou jij dat kunnen, je land achterlaten om overzee een carrière uit te bouwen in een sport die hier niks voorstelt?

"Pas op, het veldrijden is in Amerika best populair. Wel niche, maar via livestream zag ik het Amerikaans kampioenschap en daar stonden toch 150 vrouwen aan de start. En ook topsporters. Maar de grote wedstrijden liggen hier, terwijl het ginder toch iets meer carnaval is. (glimlacht) Al gebeurt het ook hier, hoor, dat je een biertje of een hamburger wordt aangeboden tijdens de wedstrijd. Maar ik zou dat kunnen, zoals zij. Als ik een talent of passie had en dan alles opzijzetten. Ik heb alleen het geluk dat ik uit Nederland kom en dat alles hier gebeurt."

Amy Dombroski, een andere Amerikaanse met zo'n droom, verongelukte in september tijdens een trainingsritje bij ons. Als je dat leest, denk je dan toch niet: waar zet ik alles voor op het spel? Ook als je zelf, zoals jij meemaakte, in het najaar een cyste in de buikholte moest laten verwijderen.

"Het zet je wel even aan het denken, maar misschien is het goed dat je er niet continu aan denkt dat het leven zo abrupt kan eindigen. Het doet je alleen beseffen dat het wel bijzonder is. Natuurlijk kijk ik verder dan alleen het wielrennen, maar ik weet ook hoeveel plezier ik uit dat wielrennen haal. Ik héb al heel veel wedstrijden gewonnen. Waarom doe ik het dan nog? Om al die wedstrijden nog eens te winnen? Of om meer geld te verdienen? Neen. Zeker na mijn overwinning in de olympische wegrit in Londen groeide dat besef enorm. Ik nam vakantie op Cyprus en al vlug voelde ik dat ik weer zin had om te fietsen. Ik doe het dus omdat ik gewoon elke dag zo graag op de fiets zit."

Ze zegt er nog iets bij: "En ik heb het voorrecht dat ik dit talent heb meegekregen." En dat illustreert ze later met een song van Eminem, 'Loose Yourself' heet die en de eerste regels van dat lied zijn misschien wel de motor van de wilskracht van Marianne Vos. Ze moet ze honderden keren gehoord heb, want ze citeert ze vlekkeloos: "Look, if you had one shot, or one opportunity, to seize everything you ever wanted. One moment. Would you capture it or just let it slip?"

29 juli 2012 is zo'n one moment. Boven Londen lijkt de hel losgebarsten, dat lijkt het ook in het lijf van Marianne Vos. Het is de dag waarop de vrouwen die olympische wegrit rijden. Er is maar één favoriete: zij. Al vroeg nemen de Nederlanders de wedstrijd in handen. Al vroeg valt ze aan. En in de finale mogen nog twee vrouwen mee met haar. Marianne Vos blijft rijden. Elizabeth Armitstead rijdt mee, de Russische Olga Zabelinskaja ook, maar niet meer dan dat. Zelfs wie al decennia lang gek is van mannenwielrennen, kan dit alleen maar een van de allermooiste wegwedstrijden ooit vinden.

Ze wint. "Het weer was episch. Dat droeg nog de grootste steen bij aan de heroïek van die dag. Het was monsterlijk weer. Mensen willen emotie en volledige overgave en dat het tot de streep superspannend is. Dat zat er allemaal in. Ik voelde me die dag heel goed, maar zelden ook was ik zo zenuwachtig. Een maand later, bij het WK in Valkenburg, was ik al een eind voor de finish zeker: ik win. Maar niet in Londen. Ik wist dat ik geen enkele fout mocht maken. Ook al voel je je goed, je weet niet wat 140 kilometer in beestenweer met jouw benen en met die van de anderen doet. Voor de Russische was ik niet bang."

Het lijkt alsof die overwinning alles heeft veranderd voor je. Dat nadien alles extra was.

"Toen was de cirkel inderdaad wel rond. Ik wil nog steeds heel graag winnen, maar na de Spelen en nadien nog het WK, hoefde niks meer. Nu mág het gewoon. Anders dan bij de mannen zijn de Olympische Spelen voor de vrouwen het hoogste goed. Het wereldkampioenschap is mooi, de Ronde van Italië is leuk en een wereldbekerwedstrijd als de Ronde van Vlaanderen aardig. Maar dat olympische goud is het hoogste."

Wat deed het met jou als mens?

"De sport heeft me gevormd. Tien jaar geleden had ik nooit durven spreken voor een publiek. Ik was een verlegen en terughoudend meisje. De sport bracht me in de schijnwerpers en dat vond ik in eerste instantie niet leuk. Maar ik ben er gewend aan geraakt."

Wikipedia vermeldt uitdrukkelijk dat je protestants-christelijk bent opgevoed. Dat lijkt belangrijk. En het valt op voor een jonge vrouw van 26. In Vlaanderen is dat minder evident.

"Ik ben zeker niet de enige jonge vrouw voor wie dat belangrijk is, gelukkig maar. Het verschil is misschien dat de katholieke kerk het dit afgelopen decennium heel moeilijk had. De protestantse kerk liep toch minder schade op. Maar in een maatschappij die steeds materialistischer en individualistischer is en waar er veel andere verleidingen en verlokkingen zijn, is het kiezen voor het geloof misschien niet evident. Voor mij is het dat wel. Alleen al daarom ben ik bijvoorbeeld niet bijgelovig. Eest mijn linkersok aantrekken en dan de rechtersok? Neen.

"Al ben ik niet kerkelijk, toch zijn er momenten waarop je bezinning nodig hebt. Normaal is de zondag daarvoor ideaal, maar op zondag zit ik op de fiets. En dat zie ik dan niet als een werkdag, daar heb ik het dus niet moeilijk mee. Al is dit echt wel een protestants en streng gelovig gebied, toch laat iedereen elkaar in zijn waarde. Voor mij is het een houvast, iets wat richting geeft in het leven en in wie ik wil zijn. Ook voor de sport geeft dat voordelen."

Kun je dat uitleggen? Wie wil je dan zijn?

"Je kunt alles relativeren, als dat moet, maar in de laatste kilometer van een wedstrijd is het belangrijkste voor me wél om als eerste mijn wiel over de streep te drukken. Maar het geeft wel licht. Wat is het belang van mijn sport? Hoe ga je om met teamgenoten en concurrenten? Ik wil vooral een goed mens zijn. Ik koers niet enkel voor de glorie op aarde of om mezelf te verheerlijken. Ik wil het geluk met andere delen en mensen raken.

"Eerlijk: ik heb me wel eens afgevraagd wat ik nu bijdraag door die sport. Maar als ik brieven krijg van mensen of ze komen me voor de start aanspreken en zeggen dat ze er zoveel plezier aan beleven me bezig te zien, dan vind ik dat mijn bijdrage. Een hele grote bonus van de topsport, die in principe heel egoïstisch is."

In Op de troon stond nog een andere foto. Op een kleine koersfiets wint Marianne Vos - ze is misschien zes - een zogenaamde 'dikkebandenrace'. Haar eerste koers. Haar eerste zege. Dat was in Geffen. "Voor de start zag ik twee jongens in vol ornaat, prachtig wielerpakje, klikpedalen. 'Jullie kan ik wel hebben', dacht ik. Het was maar een koersje van drie of vier kilometer, maar ik won het wel. Die eerste jaren was ik superfanatiek en ik kon heel slecht tegen mijn verlies. Als ik eens niet won, dan was ik chagrijnig en smeet ik met alles. Een plastic flesje of mijn handschoenen. Maar niet met mijn fiets. We hadden het thuis niet zo breed, ik moest zuinig zijn op de dure spullen.

"Die agressie zit er nu nog wel in, maar ik hou ze meer in de hand. De laatste keer dat ik met een dopje van een flesje gooide, was na het WK in Kopenhagen in 2011. Niet omdat ik verloren had, wel omdat ik verloor door mijn eigen fout."

Tot ze negen was, versloeg ze zelfs jongens. Profs als Boy Van Poppel en Michael Van Staeyen: toen geklopt door dit meisje. "Soms stonden we met drie meisjes op het podium. Maar vanaf twaalf draaiden de rollen om."

Dat ze koerste, kwam door haar vader Henk. Keeper geweest tot in tweede klasse, bij een club die Wilhelmina heette. Maar moeten stoppen en dan wat beginnen te fietsen. Haar oudere broer Anton volgde, tot bij de beloften. "Maar hij heeft iets minder goede genen", glimlacht ze. "Wat dat betreft, zijn we elkaars tegenpolen. Anton is nu fotograaf, wielerfotograaf. Hij werkt voor het agentschap van Cor Vos."

Anton Vos is gespecialiseerd in vrouwenwielrennen, dat kwam bijna van nature zo: hij volgde zijn zusje. Het was al snel duidelijk dat ze prof zou worden. "Op een blauwe maandag heb ik wel in het eerste jaar op de universiteit gezeten, ik volgde biomedische wetenschappen. Want dat was de droom: arts worden of fietsen. Maar er was aanwezigheidsverplichting in de lessen en met dat koersen kon ik dat niet bolwerken. Gelukkig werd ik in dat eerste jaar wereldkampioen en kon ik prof worden. Het was een luxeprobleem."

Dat het voorwoord in haar autobiografie geschreven werd door pa en ma Henk en Conny Vos zegt alweer veel. Anton maakte, onder meer, de coverfoto. "Ons gezin kreeg wel meteen met alles te maken, ook de hele heisa errond. En alles draaide meteen rond mij."

Voor je broer Anton is dat lastig geweest.

"Voor Anton is het inderdaad best moeilijk geweest zijn eigen weg te vinden. In 2007 leidde dat tot een psychose. Hij sukkelde heel erg met de vraag: 'Maar wie ben ik dan, als mijn zus Marianne Vos is?' Dat was ook voor mij best moeilijk, je wilt je grote broer toch gelukkig zien. Tegelijk wist ik dat hij niet gelukkiger zou worden als ik met koersen zou stoppen. Dat zou hem alleen nog maar meer pijn gedaan hebben. De fiets was voor mij dan een afleiding voor die problemen thuis. Ik kon er mijn energie kwijt en de rest achter me laten. Dat is nog altijd zo. Die vijf tweede plaatsen die ik op het WK haalde, heb ik altijd op de fiets achter me gelaten. Daar vind ik troost.

"De problemen met Anton hebben een jaar geduurd. De rust is pas gekomen rond de Olympische Spelen in Peking. In die periode heeft hij de balans teruggevonden. En met hem het hele gezin."

Maar dat koersen blijft jullie hele leven bepalen. Niet het minst dat van jou: je hebt op Twitter meer dan 63.000 volgers, maar bij de 357 mensen die je zelf volgt zitten bijna alleen mensen uit het wielermilieu. Dat lijkt op passie.

"(glimlacht) Ik vind het nog altijd geweldig. Als ik Sven Nys kan zien, dan geniet ik. Of als ik na een voorjaarsklassieker de kans heb om nog de finale van de mannen te volgen, zal ik het altijd doen. Echte idolen heb ik nooit gehad. Toen ik met mijn ouders langs de kant van de weg naar de Tour stond te kijken, schreeuwde ik net zo hard voor de eerste als voor de laatste. En de idolen die ik misschien had zijn allemaal van hun voetstuk gevallen."

Lance Armstrong?

"Neen. Ullrich en Vinokoerov. Ik heb uren aan de bus gestaan voor een handtekening van die twee en ik héb ze. In Ullrich bewonderde ik de atleet met de menselijke trekjes, plus die noeste arbeiderskop. En in Vinokoerov zijn aanvalslust. Natuurlijk veroordeel ik wat ze deden. Achteraf weet je bijvoorbeeld waar die aanvalslust vandaan kwam. Maar als je het in de tijd ziet, dan zaten ze er natuurlijk allemaal aan. Zuur is het voor hen die moesten stoppen en die we dus nooit hebben leren kennen."

De gloednieuwe UCI-baas Brian Cookson moet dat wielrennen in een ander tijdperk leiden en hij noemde jou als een van zijn steunpilaren voor het vrouwenwielrennen. Dat je als leidster in de Giro della Toscana opgaf omwille van de te gevaarlijke verkeerstoestanden, gaf dat ook aan. En je pleitte ervoor een Tour de France voor vrouwen te organiseren. Hoe gaat die rol je af?

"Ik ben geen natuurlijke leider, maar ik vind het niet meer vervelend in zo'n situatie terecht te komen. Met Cookson heb ik het gevoel dat er aan een mooie toekomst voor het vrouwenwielrennen wordt gebouwd. De vorige voorzitter (Pat McQuaid, RVP) had het ook wel best voor, maar hij had zijn handen vol met het blussen van branden. En daar bleef het vaak bij.

"In de minder traditionele wielerlanden, zoals de Angelsaksische, beschouwen ze onze sport als gelijkwaardig met die van de mannen. Vergelijk het met de situatie van het tennis. Ze zien geen enkele reden om op de vrouwen neer te kijken.

"Die situatie in Toscane vond ik best lastig. Ik stond met trainingspak en m'n kloffie eronder klaar om te starten, ik had een hele week gereden voor die leiderstrui. Maar het was zo gevaarlijk. Als je gelost werd uit het peloton, dan kon je maar beter stoppen voor de rode lichten en voorrang van rechts verlenen, anders riskeerde je je leven. Toen de organisatie dat minimaliseerde en zei 'dat er toch nog geen ongevallen waren gebeurd', vond ik het erover. En toen ik dan besliste op te geven en met mij alle buitenlandse ploegen, was de wedstrijd over. Wat vervelend was. Die organisator had een heel jaar sponsorgeld verzameld en hij organiseerde de koers ter ere van zijn overleden dochter."

Volgend weekend is er dus dat WK in Hoogerheide. Nadien herbegint het wegseizoen, met eerst nog een stage in Spanje. Fietsen, fietsen, fietsen. Ja, er is wel tijd voor ontspanning en ook daarin zit het vrouwenwielrennen anders in elkaar dan de mannenwereld. "Koos Moerenhout (ex-renner en haar ploegleider bij Rabobank, RVP) zegt wel eens: 'Soms lijkt dit meer op een leesclub dan op een wielerploeg.'

"We lezen veel op dode momenten en wisselen dan elkaar boeken uit. Thrillers, van Dan Brown of de Scandinavische thrillers. Maar net zo graag las ik De kleine blonde dood van Boudewijn Büch of De passievrucht van Karel Gastra van Loon. Al is een roman lastig na een uitputtende koers."

Schietpartij

Dan maar weer fietsen. Voor de schoonheid van de inspanning en die van de landschappen. Jawel, het kan, zegt ze: "Niet als ik vol afzie op een col, maar verder kan ik 95 procent van de tijd in een wedstrijd genieten en rondkijken naar het landschap. Ik benijd de zwemmers niet hoor, die altijd in datzelfde bad baantjes moeten trekken. In 2004 werd ik in Verona wereldkampioene bij de juniores en in 2011 was daar een finish in de Giro. Twee keer vond ik het een prachtige stad, maar ik had er niks van kunnen zien. In het najaar heb ik dat goedgemaakt en ben ik ze met een vriendin gaan verkennen.

"Ik reis graag en kijk graag rond. In Bhutan en India en Kenia: ik was er op reis. En in 2008 koerste ik, als voorbereiding op de vochtige hitte van Peking, in El Salvador. Dat was nog gevaarlijker dan in Toscane, we moesten zelfs een training uitstellen omdat er net een schietpartij aan de gang was. En het was er overleven: etappes waren plots tien kilometer langer, er kwamen hellingen die niet op het schema stonden en wegen waren plots afgesloten. Chaos dus. Maar ik ben niet zo'n bange: ik ging toch ook alleen een blokje rond om te kijken waar we zaten."

Nog één vraag blijft: wat met die reclame van Baby-Dump? En de slogan: 'Alles voor je baby'.

Nog één glimlach dus: "Ik zou wel ooit graag kinderen willen en dus een gezin stichten. Maar nu doet het probleem zich nog niet voor, ik heb geen levenspartner en ik ben er niet naar op zoek. Maar ik heb ook geen specifieke carrièreplanning. Alleen de Spelen in Rio zitten wel in mijn hoofd. Dan ben ik 29. Daar zie ik me zeker nog rijden."

Golden girl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234