Vrijdag 19/08/2022

'Ik geef niet veel om kaskrakers'

Tim Roth over zijn vertolking van Wayland in 'Liar'

De Engelse acteur Tim Roth zweert bij low budget-producties, dus niet meteen films waarvan het succes verzekerd is. Er vloeide heel wat water door de kanalen van Venetië voordat Liar, de tweede film van de Amerikaanse broers Jonas en Joshua Pate, vanuit de Mostra '97 in de Belgische bioscopen belandde. Maar met zijn stugge vertolkingen droeg Tim Roth wel al bij tot de faam van onder meer Reservoir Dogs en Little Odessa. Een gesprek over voorkeuren en intuïties.

"Ik was met de film Gridlock'd bezig toen de Pate-broers mij het scenario van Liar stuurden. Als ik aan het werk ben, lees ik in principe nooit een scenario, maar mijn agent zei me dat ze een snelle beslissing wilden. Ze vroegen me voor de rol van inspecteur Kennesaw, maar ik wilde die van Wayland. Ze dachten er vijf minuten over na en gingen akkoord. Filmisch en technisch zijn Jonas en Joshua Pate erg goed. Ik wilde alleen weten wat ze hun acteurs zouden zeggen wanneer die onder druk komen te staan. Ze reageerden goed, beter dan ik dacht. En ze zijn nieuw.

"Ik heb geen afgelijnd beeld van de regisseurs met wie ik wil werken, maar ik heb een zwak voor mensen die wanhopig, gepassioneerd hun film willen maken. Zoiets van 'wij tegen de rest van de wereld'. Het grootste deel van de tijd hang ik rond op de set, ook al ben ik er niet nodig. Wie zegt dat films maken vervelend is, liegt. En nu ikzelf voor een eigen productie sta, is dat nog fascinerender. Ik probeer mee te werken. Dat maakt deel uit van het acteur-zijn. Wat ik zo goed vind aan repetities is dat we allemaal samenzitten en praten over wat iedereen zal doen. De dingen worden geanalyseerd, er worden ideeën en beelden aangedragen.

"Liar is geen documentaire maar een speelfilm. Het is mijn werk om zo goed mogelijk te vertolken wat de scenaristen hebben geschreven. Daarbij worden ideeën opgegooid, die soms worden uitgeprobeerd. We besloten bijvoorbeeld dat Wayland een kostuum zou dragen. Dus koos ik een pak waarvan ik dacht dat het het juiste was. En dat droeg ik bijna de hele film door, wanneer en in welke omstandigheden je Wayland ook ziet. Er kwamen verder geen voorbereidingen aan te pas. Als het scenario goed is, vertelt het je alles. Dat is je bijbel. Liar was voor mij een rechttoe rechtaan acteerstuk. Dat lag me erg goed; ook in de ondervragingsscènes. Voor de bekentenisscène aan het einde waarin Wayland zijn verhaal doet, waren er drie opnamedagen voorzien, maar wij deden die in één dag. Ik deed de hele monoloog van negen bladzijden in één ruk, terwijl die werd opgenomen met verschillende camera's. Een kleine ruimte gebruiken en daarin structureel veranderingen aanbrengen door de camera te gebruiken op verschillende manieren, die de aandacht afleiden van het pure acteren of van het toneelmatige verhaal, daarin zit heel wat bravoure. En volgens mij wérkt het ook.

"Toen we klaar waren met de opnamen, heb ik de twee broers een video van Peeping Tom, de film van Michael Powell, en de Hitchcock-interviews van Truffaut gegeven. Ik geloof dat die gevatter uitdrukken wat mij inspireerde bij het maken van de film dan verwijzingen.

"Er is niks interessants aan een gemakkelijk personage. Ik kan best goede personages vertolken, zolang ze maar wat ingewikkeld zijn. Dit personage, Wayland, is een goeie kerel, althans volgens hemzelf. Misschien is hij dat niet, misschien haat hij zichzelf. Maar zolang je te doen hebt met een driedimensioneel personage, kan het allemaal werken. Het kan best zijn dat we vanuit moreel oogpunt of wat dan ook een hekel hebben aan de psychoses van het personage; daarover valt te discussiëren. Maar op zichzelf kan hij een heel fascinerend personage zijn. Ik hield van hem. Wayland is een koud iemand, somber.

"Mijn eerste rol was een harde kid in Made in Britain (1978) van Alan Clarke, de beste Britse tv-regisseur. Jammer genoeg is hij in 1990 overleden. Wat me aanzette om acteur te worden, was de uitzending van zijn tv-film Scum (1977). Toen dacht ik: 'Als zij acteurs kunnen zijn, dan kan ik dat ook,' want mijn indruk was dat het mensen van vlees en bloed waren die daar acteerden. En het verhaal (over jongeren in een heropvoedingsgesticht - MM) trof me heel diep, het was tegelijk ruw en triest. Daarom wilde ik acteur worden. Ik was toen achttien. Ik dacht niet dadelijk aan een filmcarrière en heb eerst wat podiumwerk gedaan. Alan Clarke en Chris Menges, die de fotografie deed van Made in Britain, hebben me ook het meest beïnvloed. De film was een echte vuurproef, want het was vanaf de eerste keer een grote rol en ik had nog nooit voor de camera gestaan. Die twee leerden me alles over acteren in een film, in alle betekenissen van het woord; ook door de sfeer die ze creëerden, de ruimte waarin ik acteerde, met de belichting, de camerabewegingen, het gebruik van lenzen en camera's. Nu is het al een hele tijd geleden dat ik nog theaterwerk heb gedaan; de cinema heeft me opgeslorpt en ik hou er te veel van. Bovendien heb ik plankenkoorts, ik krijg nachtmerries als ik het podium op moet. Maar misschien doe ik het ooit nog wel eens.

"Het laatste jaar heb ik zo'n zes, zeven films gedaan, de ene na de andere. Meestal Amerikaanse low budget-producties; het hangt af van waar de goede scenario's zitten. Sommige van die films zul je misschien rommel vinden, andere zijn goed. Maar in de meeste gevallen heb ik me best geamuseerd. Ik geef niet veel om kaskrakers. Ik heb dergelijke scenario's gelezen, ben al dikwijls gevraagd en heb er ook eentje gedaan (Rob Roy, MM). Om de huur te kunnen betalen. Wat me niet bevalt bij studiofilms is dat de regisseur - dat is tenminste mijn ervaring - bijna een soort business-manager is. Hij beschikt over weinig tijd om op de set creatief te zijn. Je komt op zo'n set, doet wat je gevraagd wordt, gaat naar buiten, je chauffeur pikt je op en brengt je weg. Mij levert dat geen stress op, maar zij zitten wel onder de stress. Want de last van die films rust niet op mij, ik ben er niet de spil of de marketingmanager van.

"Al jaren zegt iedereen me dat ik zelf films zou moeten maken. Nu is het zover. Ik werk aan de adaptatie van The War Zone, een Britse roman van Alexander Stuart, over incest. Ik stop daarom voorlopig met acteren, want als je het regisseren ernstig neemt, geef je het acteren een jaar of anderhalf jaar op. Het wordt anders te veel werk, ook tegenover mijn gezin."

Marcel Meeus

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234