Vrijdag 15/11/2019

'Ik geef mijzelf niet lang meer te leven'

In 1989 sprak hij al van aftreden, maar hield een slag om de arm. 'Maar wie weet hoe ik denk als het zover is?' Twee herverkiezingen en een diepe crisis later is het zover: sportpaus Juan Antonio, markies de Samaranch stapt maandag op, dag op dag eenentwintig jaar na zijn verkiezing en in dezelfde stad, Moskou. Een portret van de belangrijkste olympische bobo na de Coubertin.

Moskou

Van onze verslaggever

Hans Vandeweghe

April 1998. Het decor: een kleine privé-jet hoog boven de wolken op weg terug van een trip langs de Russische republieken, waar ondergetekende mocht bij zijn. Zitten ook in het vliegtuig: kroonprins Jacques Rogge, Juan Antonio Samaranch, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en enkele leden uit het olympisch gevolg. Volgens afspraak komt Samaranch na het opstijgen uit Minsk langs voor een interview. Hij zal de hele tijd blijven zitten. Het interview loopt uit in een gesprek over de verschillende sportmodellen. Hij noteert, stelt vragen, bedankt voor de info, waarna ik een allerlaatste vraag stel, niet zonder gêne. "Bent u niet bang voor het zwarte gat als u in 2001 geen voorzitter meer bent?" De kleine oude man kijkt mij aan, schraapt zijn keel, zijn lip trilt. "Ja. Als ik Lausanne zal moeten verlaten, zal het snel bergaf gaan met mij en uiteindelijk geef ik mijzelf dan niet lang meer te leven."

Op 16 juli geeft Samaranch de scepter door aan zijn opvolger - naar hijzelf hoopt, Jacques Rogge. Eén dag later wordt hij 81. Met de eindigheid van het leven is Samaranch het voorbije jaar geconfronteerd. Tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Sydney groette hij nog zijn doodzieke vrouw Bibis, die thuis was achtergebleven. Een dag later overleed ze en vloog Samaranch terug. Op dag zes was hij opnieuw in Sydney. Tijdens zijn slotrede aan het einde van het mooiste sportfeest ooit, was er dat ene zinnetje en die krop in de keel: "Adios Barcelona."

Nooit was you hate to love him op iemand meer van toepassing dan op Samaranch. Dat geldt voor iedereen die ooit met de kleine minzame Spanjaard in aanraking kwam. De Nederlandse vijfhonderdvoudige volleybalinternational Peter Blangé stapte ooit op Samaranch af met een hoofd vol vooroordelen. Na een dag samen in Amsterdam was hij helemaal overstag: "Hij stelde de juiste vragen en wist alles. Nooit een bobo ontmoet die zo goed mijn sport kende." In tegenstelling tot andere grote sportvoorzitters als de afgetreden norse Havelange (voetbal), de overleden hooghartige Nebiolo, de despotische Acosta (volleybal) of de megalomane Sepp Blatter (voetbal) is Juan Antonio Samaranch een beminnelijk man. Zijn timiditeit is legendarisch, zijn ascetisme (geen alcohol, weinig eten, elke dag turnen) ook. Wie Samaranch persoonlijk kent, weet er geen kwaad woord over te vertellen. Dat hij koppig is misschien, dat hij graag in kleine kring beslissingen neemt, dat hij de laatste jaren wel erg lang vasthield aan zijn macht, dat hij niet altijd de juiste vrienden koos en dat hij, nu het einde nadert, niet altijd meer in perspectief denkt, ooit zijn sterkte.

Samaranch werd IOC-voorzitter op 16 juli 1980, in Moskou, nadat hij veertien jaar eerder IOC-lid werd na een grijze carrière als sportbestuurder. Zijn steun kwam destijds van het Oostblok en de Spaanssprekende landen. In 1977 was Samaranch de eerste naoorlogse Spaanse ambassadeur geworden in Moskou, een aanstelling door de socialistische regering na de dood van Franco in 1975. "Ja, ik ben Franco trouw geweest", zal Samaranch later toegeven, "maar meer om praktische dan om ideologische redenen. Ik ben door de nieuwe machthebbers meteen aangesteld. Wie denkt dat hij mij kan veroordelen voor mijn functioneren onder Franco, die begrijpt niets van Spanje." Samaranch heeft lang vastgehouden aan zijn macht. Daar waren goede redenen voor. In 1993 had hij nog geen zin om op te stappen en in 1997 zag hij dat de strijd om het presidentschap zou ontaarden in een verscheurende oorlog tussen Kim, Pound en Vazquez-Rana. Bovendien was zijn eigen keuze, Jacques Rogge, nog niet tot een verkiesbare plaats doorgedrongen. Om in 1997 nog vier jaar langer te kunnen blijven, moest het IOC een onpopulaire leeftijdsverhoging doorvoeren tot tachtig jaar.

De verdiensten van Samaranch zijn niet gering, maar in de financiële welvaart van de olympische beweging was zijn rol nog het minst. Sport is in het laatste kwart van de twintigste eeuw omarmd door de amusementsindustrie en daar kon Samaranch niets aan veranderen of toevoegen. Zelf zegt hij altijd eerlijk: "Ik ben de kapitein van een groot zeilschip en het enige wat ik heb gedaan, is dat schip netjes aan de wind laten varen."

Zijn politieke rol was veel groter. Na de boycot van Moskou 1980 kon hij niet verhinderen dat het Oostblok Los Angeles 1984 links liet liggen, maar scoorde wel met een aanwezigheid van China. Het IOC werd de enige wereldorganisatie met zowel Taiwan als China als volwaardig lid. In 1984 zou Samaranch een stuk van het eigendomsrecht op de Olympische Spelen moeten afstaan en dat is nog steeds het goed bewaarde Geheim van Lausanne. De commerciële exploitatie van de Spelen van 1984 gehad als gevolg dat het Amerikaans olympisch comité (USOC) op eigen bodem de levenslange rechten op de ringen verkreeg. Om dat recht af te kopen en op Amerikaanse bodem sponsors te werven, iets waar het IOC pas na 1984 mee begon, zit het IOC in een levenslange houdgreep van de Amerikanen. Het USOC kreeg de laatste vier jaar in de aanloop naar Sydney 180 miljoen dollar vanuit Lausanne doorgestort. Dat is precies een even grote hap uit de totale olympische koek als het IOC zelf voor zich houdt. Van die 180 miljoen dollar komt 110 miljoen van de sponsoringinkomsten. Dat is evenveel als alle andere 198 nationale olympische comités - dus de rest van de wereld - samen.

Seoel 1988 ziet Samaranch als de grote triomf. De eerste Spelen zonder boycot, klonk het trots, maar Cuba en Noord-Korea bleven alvast weg. Pas vanaf 1992 had de Barcelonees zijn Spelen waar hij die wilde. Hoog boven alle andere sportevenementen verheven, wars van politiek (zelfs de oorlogvoerende Serviërs deden mee, maar alleen in schieten) en universeel. In de eretribune zat hij naast Nelson Mandela, want ook Zuid-Afrika was terug. Een rijtje lager zat Fidel Castro.

In Atlanta in 1996 ergerde Samaranch zich blauw aan de Amerikanen en vijf dagen voor de opening had hij al beslist dat hij de Spelen niet de beste ooit zou noemen. Het werd "most exceptional games" en nu waren de Amerikanen blauw van woede. Tussen Atlanta en Sydney dook het Grote Corruptieschandaal op. Als Samaranch één grove fout heeft gemaakt, dan is het wel de samenstelling van zijn ledenvergadering. Te veel corrumpeerbare leden, te veel sportieve nobody's, te veel omstreden duistere figuren. Eind 1998 brak de pleuris uit toen bleek dat Salt Lake City de stemmen van enkele leden had gekocht. Samaranch heeft dat al die tijd geweten. Na Birmingham 1991, waar Rogge IOC-lid werd en Nagano op een schandalige manier olympische winterstad voor 1998, had Samaranch al maatregelen genomen. Als een zachte heelmeester weliswaar, om zijn vrienden niet tegen het hoofd te stoten. Het leverde een stinkende wonde op, maar de kleine zakenman bleef ondanks druk van de Amerikaanse senaat koppig waar hij zat: op zijn troon. Hij schoof de twee kroonprinsen naar voren - Rogge en Pound -, liet een derde in leven - Kim, hoewel ook schuldig aan corruptie - en stuurde aan op strenge gedragsregels voor de IOC-leden.

Zijn ultieme droom, zijn opvolger die met handgeklap zou worden verkozen, heeft de IOC-vergadering hem niet gegund. Hij berustte de laatste maanden in zijn lot, vroeg in een laatste ernstige aanval van wereldvreemdheid om zijn zoon als IOC-lid op te nemen (ook op maandag 16 juli) en stelde zich een laatste doel: alle nationale olympische comités ten minste één keer te hebben bezocht. Tussen 11 en 17 juni vloog hij achtereenvolgens naar Kenia, de Comoren, Burundi, Rwanda en Eritrea. De cirkel is rond. Wie hem ook als voorzitter opvolgt, hij zal Samaranch rond zich moeten dulden. Hij moet niet weg uit Lausanne, maar krijgt zolang hij dat wil een werkkamer in het Château de Vidy.

Nooit was 'you hate to love him' op iemand meer van toepassing dan op Samaranch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234