Zondag 16/06/2019

'Ik ervaar mijn werk heel vaak als escapisme'

Piet Arfeuille, toekomstig artistiek leider van Malpertuis, pakt bij HETPALEIS Shakespeares 'De storm' aan

De tijden dat regisseur Piet Arfeuille om werk verlegen zat, zijn voorbij. Na zijn licht geniale Hamlet pakt hij bij HETPALEIS nu Shakespeares laatste stuk De storm aan. En straks wordt hij de nieuwe artistiek leider van Malpertuis. 'Er liggen nog zoveel onuitgevoerde ideeën op de plank.'

DOOR WOUTER HILLAERT

ANTWERPEN l In De storm stelt Arfeuille zich wel vragen over zoveel artistieke creativiteit. 'Wat is het belang ervan? Waartoe dient ze? Heeft theater maken echt met het leven te maken, of is het gewoon een schuilkelder?'

Lang hield Arfeuille (°1961) zich op in de lommerte van het Vlaamse theater. Na zijn studie aan de Toneelacademie van Maastricht leidde de West-Vlaming in de jaren negentig Theater De Schaduw in Ardooie, maakte hij in het jeugdtheater Orestes en Romeo en Julia bij HETPALEIS en regisseerde en doceerde hij vaak in Nederland. Niet alleen daarom werd Hamlet in 2005 zo'n verrassing. Arfeuille stak zijn neus aan het venster door de klassieker der klassiekers radicaal naar zich toe te trekken, alle personages een even herkenbare problematiek te geven en met een memorabel slotbeeld zowel tieners als hun ouders finaal in te pakken.

De storm wordt alleen niet meer van hetzelfde, zegt Arfeuille meteen. "Ik wil Hamlet vooral niet herhalen en mijn ontwikkeling van de jongste jaren wijst ook een nieuwe richting uit. De storm is bovendien een heel ander stuk. Bij Hamlet moet je al fameus klungelen om het verhaal niet zichzelf te laten vertellen, maar dit is veel minder een well-made play."

In de Shakespearestudie wordt The Tempest (1611) een 'romance' genoemd, een tragikomedie die zich met de nodige tovenarij buiten de werkelijkheid situeert. De geleerde Prospero en zijn dochter Miranda zijn door zijn machtige broer Antonio verdreven naar een eiland, waar ze enkel het dienende gezelschap hebben van de geest Ariël en het monster Caliban. Maar wanneer na een schipbreuk Antonio en zijn gevolg op Prospero's nieuwe koninkrijkje aanspoelen, ruikt niet alleen de tovenaar zijn kans om zich van zijn ondergeschikte positie te bevrijden. Zoals elke Shakespeare vormt De storm een onoverzichtelijk kluwen aan nevenintriges.

Als je dit niet zijn beste klassieker vindt, waarom kies je er dan voor?

"Er zitten een paar elementen in die mij toch intrigeren. Vooral Prospero en de existentiële crisis waarin hij voor mij verkeert. Zijn befaamde slotmonoloog lijkt wel de laatste rede van iemand die zichzelf gaat opknopen. Zo heeft het héle stuk iets van een testament. Meestal vult men Prospero dan ook in als een knorrende tiran van 65, maar wie zegt dat hij niet gewoon een veertiger met een midlifecrisis kan zijn?"

Het lijkt erop dat je weer flink bent gaan herschrijven.

"Het laatste wat ik wou, was een stuk over elfen en trollen, dus dat hoge Lord of the Rings-gehalte is eruit. Ik zie Ariël en Caliban meer als bijna freudiaanse uitsplitsingen van Prospero zelf: zijn kop en zijn buik, zijn ratio tegenover zijn instinct. Je kunt Ariël ook lezen als de creativiteit van Prospero: Ariël wil weg, maar hij mag niet. Ik herken dat. Een groot deel van mijn leven hang ik op aan het cultiveren van mijn creativiteit, maar soms vraag je je af of je niet beter de wereld in zou trekken, gaan reizen. Als Ariël in het stuk zegt: 'Ik ben moe', dan weet de creativiteit het dus even niet meer. Je zou dat ook een burn-out kunnen noemen."

Ensceneer je niet vooral je individuele stormen?

"Ik ervaar mijn werk heel vaak als escapisme, ja. Je kruipt hele dagen weg in een donkere zaal om uiteindelijk je persoonlijke geworstel op een scène te ensceneren, in de hoop dat andere mensen er zich in herkennen. Is dat leven of er net voor schuilen? Ik vind het zeker kloppen wat ik Hamlet liet zeggen: dat je in woorden een even groots leven kunt leiden als in daden. Maar toch. Theater lijkt soms het professioneel obsessionaliseren van je vragen en twijfels."

Is de klassieke legitimatie van kunst als blikopener op de wereld dan een leugen?

"Nee, want ik leef natuurlijk niet los van alles. En paradoxaal genoeg werkt het vaak zo dat hoe persoonlijker een kunstenaar zijn thematieken aansnijdt, hoe herkenbaarder ze worden voor iedereen. Zoals Claus zei: 'In het doorgedreven detaillistische openbaart zich het universele.' Soms vind ik het echt gênant hoe persoonlijk mijn werk is, maar het wordt zelden zo ervaren. Op scène zie je mij ook niet, hé?"

Je hebt sinds Hamlet ruimte gezocht om te experimenteren: met een residentie bij Buda, in het kleinere Tagestöter bij De Wetten van Kepler. Waar heeft die artistieke heroriëntering toe geleid?

"Ik zal in hart en nieren altijd een verhalenverteller blijven, maar mijn sleutelvraag is nu hoe je op de scène tegelijk aan de grote thema's kunt raken: eros, thanatos. De anekdotische verhalen vertellen zich wel en passant, maar hoe voeg je daar iets hogers aan toe? Vorm en plastische beeldtaal zijn het beste wapen, geloof ik nu. Zo heb ik me voor De storm nogal laten bevruchten door David Lynch. Hoe kun je zijn dreigende sfeer koppelen aan een helder verhaal?"

En Malpertuis biedt je vanaf 2010 voor het eerst een vast huis. Leek Tielt je zo aanlokkelijk?

"Malpertuis stelde de vraag al eens eerder, maar van Antwerpen teruggaan naar West-Vlaanderen vond ik niet vanzelfsprekend. Zeker omdat er ook een aanbod van het Zuidelijk Toneel in Eindhoven lag. Maar als je even doordenkt, moet je wel gek zijn om niet te tekenen voor een eigen huis waarin je kunt maken wat je zelf kiest. Ik blijf de kleine zaal ook echt nodig hebben om mijn grotezaalwerk te kunnen bevragen. De raad van beheer geeft me daarvoor carte blanche. Ze vragen expliciet om een nieuwe wind."

Wat zijn je plannen?

"Het laatste wat ik wil, is me opsluiten in Tielt en terugplooien op de provincie. Malpertuis moet prioritair een reisgezelschap blijven en misschien ook af en toe zelfs internationaal denken. Ik wil uitzoeken hoe ik in contact kan komen met makers die mij inspireren, zoals bijvoorbeeld Alain Platel. Labowerk hoeft niet altijd voor jonge makers te zijn. Maar in elk geval vind ik het nodig dat er in de kleine zaal opnieuw veel onderzocht wordt, zeker in deze productgerichte tijden: als het niet meteen bingo is, gaat het direct van de rol. Daarvoor wil ik mij in Tielt omringen met andere makers, want ik zal zeker niet alles zelf invullen. Ik sta open voor gesprekken."

Tot 10 mei en van 27 tot 31 mei in HETPALEIS, Theaterplein, Antwerpen (03/202.83.46). Tussenin op tournee. www.hetpaleis.be.

Piet Arfeuille:

Soms vind ik het echt gênant hoe persoonlijk mijn werk is

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden