Donderdag 28/05/2020

Ik en mijn Amerikanen

Met één motor, vijf slips en twee camera's trok de veel-geprezen portretfotografe Robin de Puy (29) drie maanden door de VS. Vandaag vertelt ze over de vlucht voor haar angsten en de wonderlijke ontmoetingen die dat opleverde.

Gedoe, gedoe, gedoe. Robin de Puy is net geland op het vliegveld van Chicago en heeft geen bereik op haar telefoon. Ze wil haar ouders bellen, maar dat lukt dus niet. Eigenlijk moet ze zich haasten; ze heeft een uurtje om over te stappen op het vliegtuig naar Las Vegas. Toch gaat ze op zoek naar een nieuwe simkaart - gewoon, omdat ze aan niets anders denken kan. Ze koopt een pakketje, maar daarin blijkt niet de juiste kaart te zitten. Aaargh. Gedoe, gedoe, gedoe.

Ze wil haar ouders vertellen dat ze het niet kan. Dat weet ze zeker, al vanaf het moment dat ze met de taxi op Schiphol aankwam. In de vertrekhal moest ze alles op alles zetten om niet weg te rennen. Het komt goed, vertelde ze zichzelf wel honderd keer, maar het liefst had ze zich in het toilet opgesloten. Zweethanden, hyperventilatie, ze kon alleen maar huilen.

Thuis waren haar gedachten al van doemscenario naar doemscenario geflitst. Haar bagage zou ze nooit allemaal mee krijgen, wist ze zeker. Daarna vreesde ze dat ze niet op de motor zou kunnen rijden die bij aankomst op haar wachtte. Of dat ze een ongeluk zou krijgen. Of dat de motor zou omvallen. Nou ja, eigenlijk hoopte ze gewoon dat alles zo snel mogelijk voorbij zou zijn.

Op dat bewuste vliegveld van Chicago legt ze begin mei de eerste meters af van haar reis door de Verenigde Staten. Ze vliegt direct door naar Las Vegas en stapt de volgende dag op haar motor. Daarop rijdt ze in een kleine drie maanden ruim twaalfduizend kilometer lang door het Amerikaanse landschap - regen, hagel, sneeuw, onweer, droogte en stof trotserend.

Dansend door het leven

Veel heeft ze niet bij zich: een spijkerbroek, een korte broek, wat topjes en vijf onderbroeken. Haar kleding trekt ze vaak weer nat aan als ze die bij een wasserette in een afgelegen motel heeft gewassen. Het belangrijkste vervoert ze in de zadeltassen van de motor: twee lampen, twee fotocamera's en een flitsparaplu.

Robin de Puy is een van de talentvolste portretfotografen van Nederland. In 2013 won ze de Nationale Portretprijs met een foto van collega An-Sofie Kesteleyn, die destijds ziek was. In datzelfde jaar was ze ook genomineerd met een portret van de journaliste Eva Jinek, in 2014 behoorde ze eveneens tot de kanshebbers.

De jury roemde De Puy "omdat haar fotografie van een constant hoog niveau is". Ze werkt vooral voor LINDA., Vrij Nederland en de Volkskrant. De afgelopen tijd nam haar carrière ook een internationale vlucht. Zo maakte ze portretten voor Bloomberg Businessweek en New York Magazine. Voor die laatste titel fotografeerde ze onder meer de zangeres Patti LaBelle.

Genoeg munitie om dansend door het leven te gaan, kortom. Maar De Puy voelde zich het afgelopen jaar weer verder wegzakken in het moeras van angst dat haar al sinds haar jonge jaren omringt. Als puber controleerde ze 's ochtends wel tig keer of ze de goede boeken had ingepakt, tussen de middag mocht ze in het kamertje van de conciërge haar ouders bellen om te vertellen hoe het ging.

De paniek, de dwangmatige en negatieve gedachten die met haar op de loop kunnen gaan: ze sluimeren altijd. Niet dat ze disfunctioneerde, integendeel. Sinds 2009, het jaar waarin ze afstudeerde aan de Fotoacademie Rotterdam, rent ze van klus naar klus. Ze lijkt bovendien nuchter, een indruk die wordt versterkt door het randje Flakkees in haar uitspraak, een erfenis van haar jeugd op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. En toch leek vorig jaar de angst met haar aan de haal te gaan. Zo'n klus voor New York Magazine? Ik kan het misschien beter niet doen, dacht ze op een gegeven moment. Te veel onzekerheid, te veel stress - en dat terwijl ze toch echt hetzelfde soort portret schoot als voor haar Nederlandse opdrachtgevers.

Hoge verwachtingen

Ze heeft altijd hard gewerkt. Haar ouders runnen een hotel en restaurant, dan krijg je dat mee. Toch brak het haar op. De hoge verwachtingen - van de buitenwereld, maar toch vooral van haarzelf - werkten verlammend. Plotseling was daar die pijnlijke gedachte: vond ze het fotograferen nog wel zo leuk?

Eind 2014 verbleef ze een tijdje in New York. Ze had vrijaf tussen een paar klussen door en bezocht een boekenbeurs. Daar viel haar oog op een jonge vrouw die haar haar in een staartje deed. Of beter gezegd: op de dichtbehaarde oksels van de vrouw. Die wil ik fotograferen, wist ze meteen. Het gekke: op zo'n moment is er weinig aarzeling of verlegenheid, ze stapt makkelijk af op de mensen die ze wil portretteren. Het meisje ging akkoord, nog diezelfde avond poseerde ze naakt voor de fotografe.

De sessie markeerde een belangrijk moment voor De Puy. Ja, haar carrière liep geweldig, maar ze realiseerde zich dat ze door al die opdrachten nauwelijks nog aan vrij werk toekwam. Ze deed niet meer waarvoor ze het vak had gekozen: mensen portretteren die háár intrigeren, het fotograferen van de wonderlijke types waartoe ze zich doorgaans aangetrokken voelt. En dan had ze ook nog haar geliefde motor weggedaan, uit tijdgebrek.

Plotseling wist ze wat haar te doen stond. Begin mei zou ze de deur van haar Amsterdamse huis dichttrekken om een belangrijke reis te maken: drie maanden lang alleen op een motor door Amerika, met als enige doel het fotograferen van de mensen die zíj wilde fotograferen.

Caliente, Nevada - week 1

De Puy rijdt een camperterrein op. Het is dag twee van haar reis. Die ochtend is ze vroeg wakker geworden en heeft meteen uitgecheckt bij motel Alamo Inn - lang leve de jetlag. Ze voelt zich onrustig, wil vandaag per se een goede foto maken. Voor een camper ontmoet ze Cecil, een 84-jarige man met een bruinlederen borstkas waartegen zijn welige witte haren opvallend afsteken. Ze portretteert hem voor zijn woning, maar luistert vooral naar zijn verhalen. Over verantwoordelijkheid, over het vermogen niet te oordelen; hij is wijs zonder belerend te zijn. Eigenlijk, denkt ze, zou ze wel langer bij hem willen blijven. Dat is het mooie: zij komt uit Amsterdam-West, hij woont in een camper ergens in Nevada. En toch ontstaat er iets bijzonders.

Altijd dacht ze dat mensen haar een gunst verleenden als ze voor haar camera poseerden, maar nu realiseert ze zich voor het eerst: zij zijn er ook blij mee. Voor een eenzame man als Cecil is het ook bijzonder dat ze plotseling voor zijn neus staat.

Eenzaamheid - het blijkt de gemene deler van de mensen die ze op haar reis fotografeert. Ze selecteert bijna nooit mensen die deel uitmaken van een groep. En zelfs als ze door anderen worden omringd, zoals in supermarktketen Walmart, dan nog zien ze er alleen uit. Zonderlingen, mensen die niet bij een groep kunnen of willen passen. Ze voelt zich op haar gemak bij hen. Haar fotografie draait om wederzijds vertrouwen, een compromis dat in stilte wordt gesloten.

De dagen zien er meestal zo uit: ze staat op, checkt rond 11 uur uit bij het motel en stapt op de motor. Na twee uur stopt ze bij een benzinestation om iets te eten. Een benzinestation is, zo leert ze, de ideale plek om mensen te vinden: iedereen komt er. Hetzelfde geldt voor Walmart, of de plaatselijke bar. Als ze iemand in het vizier krijgt, probeert ze een afspraak bij diegene thuis te maken. Als dat niet kan en er meteen een foto moet worden gemaakt, bouwt ze haar ministudio op aan de kant van de weg.

Abilene, Texas - week 4

Een vrouw alleen op een motor is een bezienswaardigheid - vooral in de olierijke staten waar werklui vaak wekenlang in motels wonen, ver van huis en echtelijk bed. Iedere kerel die ze tegenkomt, ja echt iedereen, probeert het wel even. Vaak kan ze erom lachen, zoals die keer dat een man op de deur van haar motelkamer klopt. "Ik vind je lekker dus ik kom even over je motor praten", deelt hij mede. Nee, verstand heeft hij er niet van, moet hij al snel bekennen. Ook aandoenlijk: een bejaarde man uit Texas vraagt zenuwachtig of ze een relatie met hem wil. Als hij haar uitnodigt voor de lunch paradeert hij trots met de fotografe door het stadje. Prima, vindt De Puy, deze man gaat haar niets aandoen.

Eigenlijk voelt ze zich maar één keer onveilig. In Abilene, Texas, is haar lamp omgewaaid en daarbij is haar flitsparaplu kapot gegaan. Ze probeert het ding zelf te maken, maar dat lukt niet zonder tang. Of ze die even mag lenen van de mannen die verderop aan het werk zijn? Zoals dat gaat: een man staat erop de paraplu voor haar te maken. In de anderhalf uur dat hij bezig is, vertelt hij dat hij is gescheiden en al lang geen mooie vrouw meer heeft gezien. Shit, denkt De Puy, hoe red ik me hier uit? Haar vervelende voorgevoel wordt bewaarheid als de man even later op de parkeerplaats van haar motel verschijnt, terwijl hij toch duidelijk had gezegd die avond naar Houston door te rijden. Uiteindelijk weet ze hem af te wimpelen, maar ze houdt er een ongemakkelijk gevoel aan over.

Die avond: bedwantsen. Overal. Of beter gezegd: in haar hoofd. Ze slaapt die nacht nauwelijks, omdat ze bezig is met het overhoop halen van de motelkamer. Steeds weer opnieuw. Ze weet zeker dat ze er zijn - terwijl ze er helemaal niet zijn. En wat dan nog, realiseert ze zich later, al zitten er bedwantsen in haar matras, zó erg is dat nou ook weer niet. Maar ja, dat is achteraf gedacht.

Welkom in haar hoofd, wil ze maar zeggen. Waar negatieve ervaringen - zoals met de man die de flitsparaplu repareerde - leiden tot negatieve gedachten. Die zich blijven herhalen, herhalen, herhalen. Ze wéét hoe het werkt: als ze zich ongemakkelijk voelt, om welke reden dan ook, gaat het los in haar hoofd. Ze herkent het, maar eraan ontsnappen kan ze niet.

Het mooie aan deze reis: voor het eerst in lange tijd zijn er ook momenten zonder angst. Dan rijdt ze dolgelukkig op haar motor en is alles kalm. Ze beseft dat ze bijna alleen maar lieve mensen ontmoet. Passanten die voor haar zorgen, die haar dingen leren. En vooruit, ze is ook trots. Dat zij dit gewoon alleen doet.

Evanston, Wyoming - week 9

In de een na laatste week reist De Puy door Wyoming. Er is daar niets, louter een leeg landschap met om de 100 mijl (161 kilometer) een motel. Het ene rijdt ze per ongeluk voorbij, waardoor ze het eerstvolgende motel wel moet nemen. Ze is uitgeput en wil op bed liggen. Gedachteloos checkt ze in, om er vervolgens achter te komen dat het motel geen washok heeft. Ze gaat op zoek naar een wasmachine in de buurt van het motel om haar enige jeansbroek te kunnen wassen.

Een gouden greep voor haar fotografie, zo blijkt als ze het erf betreedt van een complex dat volgens het knipperende neonlicht eveneens een motel zou moeten zijn. Een man wijst haar naar een kamer waar zes wasmachines schots en scheef op elkaar zijn gestapeld. Waar het chemisch lentefris zou moeten ruiken, vult de geur van kattenpis haar neus.

Het motel blijkt een ontmoetingsplaats voor de zelfkant te zijn. Alcohol, crystal meth, ze kan zich niet eens voorstellen waar de bewoners allemaal aan verslaafd zijn. Tussen de gore chaos scharrelt een verwaarloosde dreumes. De blik van het jongetje brengt De Puy van haar stuk, alsof er al een volwassen kerel in hem schuilt. Als het kind zich stoot, reageert het nauwelijks. De dreumes wrijft over zijn hoofdje en loopt weer weg.

Een man van middelbare leeftijd gelooft dat hij een alien is. Hij houdt een warrig betoog over buitenaards leven en de Vietnam-oorlog. Of ze hem in zijn kamer mag portretteren? Natuurlijk. Tussen de troep in de woonkamer lopen twee honden, een dikke en een uitgemergelde. Terwijl ze de man fotografeert, begint de dikke hond vlak bij haar te plassen. De Puy kijkt geschokt naar beneden. Stop alsjeblieft, denkt ze. Ze probeert de blik van de man te vangen, maar die oreert onverstoorbaar door. Het valt hem niet eens meer op, denkt ze, zo te ruiken plast het beest wel vaker binnen.

Kokhalzend rijdt ze terug naar haar motel. Aaah man, denkt ze, wat was dat heftig. Zo werkt dat bij haar: pas als ze de camera wegstopt, realiseert ze zich wat ze zojuist heeft meegemaakt. Toch denkt ze ook: wat een lieve man.

Amsterdam, Nederland

De Puy schenkt kokoswater in en zet de twee glazen op de keukentafel in haar huis in Amsterdam. De afgelopen twee uur heeft ze verteld over de reis die haar veranderde. Tja, hoe zal ze dat uitleggen? Ze is luchtiger, vindt ze zelf; voor haar vertrek voelde alles zwaar. Wie met angsten door het leven gaat, probeert boven alles de controle te behouden. Twaalfduizend kilometer verder is ze beter in loslaten - er is minder ruis.

Euforisch zat ze in het vliegtuig terug, blij met de ervaringen en de mensen die ze had ontmoet. Even daarvoor fotografeerde ze in New York nog Marina Abramovic, de kunstenares die ze zo bewondert dat haar zoektocht naar de mensen die zíj wilde fotograferen wel met een portret van haar moest eindigen. Ze lagen tegen elkaar aan op de bank, zij in haar versleten jeansbroek, Abramovic in haar pyjama. Het dubbelportret markeerde het einde van de reis.

Haar thuiskomst roept ook nieuwe vragen op - ze blijft een piekeraar. Het was bevrijdend om geen spullen te hebben, om niet gebonden te zijn. En nu zit ze hier, aan haar keukentafel op 50 vierkante meter in Amsterdam-West. Het zal een grote klus worden om het gevoel dat ze daar had vast te houden. Het mooie: ze weet nu tenminste dat ze het wél kan.

Op zondag 20/3 zendt het Nederlandse programma Kunstuur (NPO2, 17u40) een documentaire uit over de reis van Robin de Puy, van de hand van Simone de Vries en Maarten van Rossem.

Robin de Puy, If this is true, I'll never have to leave home again (het fotoboek, inclusief dagboekfragmenten), Ludion, 39,90 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234