Donderdag 30/06/2022

GetuigenissenKindermishandeling

‘Ik, een mishandeld kind? Dat besef kwam pas met de verhalen van anderen’

Melissa Verbeek, Anna Defossez en Meredith Van Overloop. Beeld Wouter Van Vooren
Melissa Verbeek, Anna Defossez en Meredith Van Overloop.Beeld Wouter Van Vooren

Wie als kind slachtoffer was van mishandeling, kon daar als volwassene nauwelijks bij iemand over terecht. Maar sinds een jaar is er een lotgenotengroep: ECHO. Drie vrouwen die er coördinator zijn, doen hun verhaal.

Pieter Gordts

Melissa Verbeek: ‘Soms heb ik zoveel schrik als de deurbel gaat dat ik niet opendoe’

“Dat ik het niet goed heb gehad als kind, dat kon ik snel zeggen. Maar om de woorden ‘ik ben een slachtoffer van kindermishandeling’ uit te kunnen spreken, heb ik een jaar intensieve therapie nodig gehad.”

Melissa Verbeek (31) was elf of twaalf jaar oud toen ze vanuit haar bed een vreemd geluid hoorde. “Ik kon dat niet helemaal thuisbrengen”, zegt ze. “Tot ik mijn kamer uit ging om naar het toilet te gaan. Ik passeerde de kamer van mijn mama en zag wat er gebeurde.” In details wil ze niet gaan. “Het geluid dat ik hoorde, was een combinatie van mijn mama’s gesnik en het gepiep van het bed. Ik weet nog dat ik terug naar mijn kamer ben gegaan en daar probeerde het geluid niet meer te horen. Maar hoe harder ik dat probeerde, hoe luider het klonk.”

Over wat ze toen zag en besefte dat er gebeurde in de slaapkamer van haar mama, praat ze nog altijd hoofdzakelijk in eufemismen. Dat haar stiefpapa “niet zo vriendelijk was voor haar mama”, noemt ze het steeds.

“Uiteindelijk stond hij ook in mijn kamer.” Meteen voegt ze eraan toe: “Ik wil wel duidelijk zijn: hij heeft mij nooit aangeraakt. Hij deed zijn eigen ding, in de deuropening van mijn kamer, op mijn bureau, op mijn bureaustoel, op mijn nachtkastje… Zijn ‘rommel’ belandde dan op de vloer of op mijn bureau. Maar meestal stak ik mijn hoofd al onder de dekens zodra ik hem hoorde afkomen.”

Jaren voor Verbeek naar buiten kwam met haar verhaal, schreef ze het een keer neer. “Die tekst liet ik af en toe lezen aan mensen”, zegt ze. “Het viel mij op dat mensen vaak een andere klemtoon leggen als ik. Zij vergroten dit deel - mijn stiefpapa in mijn kamer - sterk uit. Terwijl er een ander deel is dat emotioneel moeilijker is voor mij.”

Toen Verbeek zestien jaar oud was, brandde het huis waar het gezin woonde af. De familie verhuisde een tijdje naar een hut totdat het oude huis heropgebouwd was. “Wanneer we naar huis terugkeerden, bleek er geen kamer voorzien voor mij in het nieuwe huis”, zegt Verbeek. Ze wordt kwaad op zichzelf. “Kijk, ik word nog altijd emotioneel als ik het vertel.”

Machteloosheid

Uiteindelijk werd het ook Verbeeks weg uit de miserie van haar jeugd. Ze leerde haar man kennen, startte een gezin, ging werken en begon uiteindelijk ook een opleiding. Gaandeweg besefte ze dat wat haar overkomen was in haar jeugd niet normaal is.

Alles komt samen in een eindwerk over hulpgroepen voor kindermishandeling. Conclusie van Verbeek: een lotgenotenwerking ontbreekt. Het toeval wil dat net op dat moment het Vlaams Expertisecentrum voor Kindermishandeling (VECK) de opstart van zo’n werking aan het onderzoeken was. Al snel raakt Verbeek erbij betrokken.

Melissa Verbeek: ‘Het klinkt vreemd, maar het feit dat die man ook in mijn ka­mer stond, maakte er een gedeelde last van. Het nam de machteloosheid weg.’ Beeld Wouter Van Vooren
Melissa Verbeek: ‘Het klinkt vreemd, maar het feit dat die man ook in mijn ka­mer stond, maakte er een gedeelde last van. Het nam de machteloosheid weg.’Beeld Wouter Van Vooren

Waarom is dat belangrijk voor haar? “Omdat ik zo leer mezelf niet raar te vinden”, zegt ze. “Neem nu de zaken die met mijn mama gebeurden in haar slaapkamer. Dat leidde ertoe dat ik me machteloos voelde. Ik weet dat het vreemd klinkt, maar het feit dat die man ook in mijn kamer stond, maakte er een gedeelde last van. Het was niet fijn, maar het nam wel de machteloosheid weg. Het maakte het draagbaarder.” Ze zwijgt even. “Ja, ik weet dat het gek is om dat te zeggen. Maar als ik dit vertel bij ECHO, dan kijkt niemand raar op.”

Aan die herkenbaarheid heeft Verbeek naar eigen zeggen “superveel”. “Ik heb laatst nog tegen iemand gezegd dat ik soms zoveel schrik heb als de deurbel gaat, dat ik niet durf open te doen. Dan denk ik: dat is toch idioot? Maar de helft van de mensen die daar zaten, wisten waar ik het over had. Waarom ik schrik heb? Uit controle misschien? Ik heb ook altijd schrik gehad dat ik geen ‘goed genoeg- mama’ ben en dat ze mijn kinderen zullen komen wegnemen. Superstom, want ik werk voor Kind en Gezin en ik weet dat ze dat niet zomaar doen. Toch zit dat in mij, omdat ik het idee heb dat ik niet goed genoeg ben. Dus dan ga ik naar de badkamer en doe ik alsof ik de deurbel niet heb gehoord.”

Anna Defossez: ‘Het besef dat het niet oké was, kwam stap per stap’

“Het is beginnen mislopen vanaf de scheiding van mijn ouders. Dat was toen wij elf, bijna twaalf jaar waren.” Anna Defossez (25) pijnigt haar hersenen terwijl ze probeert te bedenken hoe oud zij en haar drielingbroer en -zus waren. Verschillende keren tijdens het gesprek excuseert ze zich omdat ze zich bepaalde zaken niet herinnert. “Het is vaag”, zegt ze vaak. “Alsof ik kijk naar beelden achter een loodglas en het geluid vervormd is. Dat is een vorm van overleven: ik probeerde er vroeger niet te zijn. Wie te maken heeft met geweld probeert zich zo klein mogelijk te maken, in een poging niet geraakt te worden.”

Tijdens de scheiding vluchtte Defossezs moeder met de kinderen. Daarna stapelde de stress zich meer en meer op, waardoor de situatie thuis vaker ontspoorde. “De veilige thuissituatie van vroeger verdween naar de achtergrond. Spanning, heftige ruzies, tirades: ze kwamen vaker voor in de plaats van liefde en humor”, zegt ze. “Het escaleerde meer en meer. In het begin kon ons gezin nog rekenen op troost en herstel, later niet meer. Vanaf een bepaald moment was er minder liefde en almaar meer ruzie.”

Toch bleef Defossez voor zichzelf focussen op wat er wel goed liep. “Het is misschien niet altijd in mijn voordeel geweest, maar ik zei continu: ‘Het gaat goed, het gaat goed.’ Ik beeldde me als kind vaak de periode in toen het wel nog goed ging.”

Anna Defossez: ‘Ik dacht: er zijn toch nooit sigaretten­peuken op mij uitgedoofd? Ik ben toch nooit met een riem in elkaar geslagen?’ Beeld Wouter Van Vooren
Anna Defossez: ‘Ik dacht: er zijn toch nooit sigaretten­peuken op mij uitgedoofd? Ik ben toch nooit met een riem in elkaar geslagen?’Beeld Wouter Van Vooren

“Ik heb heel veel trucjes gevonden om daarmee om te gaan. Die vind je altijd wel, om toch door te gaan. Ik was heel loyaal. Ik riep continu: ‘Het gaat goed, het gaat goed, het gaat goed.’ Dat moest ook, het moest goed gaan. Ik heb gemaakt dat ik mijn diploma haalde in het zesde middelbaar. Ik weet nog dat ik weinig energie had. Daar heb ik dus op gefocust. En dan kon ik naar Leuven.

“Kindermishandeling is nooit een zwart-witverhaal. Ja, er liep heel wat mis: er waren heftige en drastische ruzies. Er was ook liefde, veel humor en gelach. Dat maakt het voor kinderen ook verwarrend. Ik dacht als kind nooit dat ik het slachtoffer was van kindermishandeling. Daarbij beeldde ik me enkel extreme beelden in. Wat ik dan wel dacht? Dat het bij ons gewoon… (bedenkt zich) Nee, gewoon was het niet. Er was veel mis. Mijn punt is dat goed en slecht zich afwisselden.”

Mis gehandeld

Het inzicht kwam pas later, toen Defossez op kot in Leuven rust vond in haar leven. “Het besef dat iets niet oké was, verliep stap per stap”, zegt ze.

Om de term kindermishandeling uit te kunnen spreken, heeft ze wel een trucje moeten uithalen. “Eigenlijk heb ik dat woord voor mezelf uit elkaar gehaald: er werd mis gehandeld. Dat kan ik zien, dat kan ik voor mezelf uitmaken. Dus ben ik voor mezelf ook een overlever van kindermishandeling. Daarnaast heb ik ook boeken gelezen.

“En er was Als je eens wist natuurlijk. Dat was de eerste keer dat we overlevers aan het woord zagen en dat die herkenbaarheid er was”, zegt Defossez. “Ik dacht: er zijn toch nooit sigarettenpeuken op mij uitgedoofd? Ik ben toch nooit met een riem in elkaar geslagen? Dan kan ik toch geen slachtoffer van kindermishandeling geweest zijn. Die reeks heeft geholpen te tonen wat kindermishandeling allemaal kan zijn. Net daarom richt ECHO zich op mensen die ‘weten, twijfelen of denken mishandeld te zijn’.”

Zelf zegt ze veel te hebben aan de lotgenotenwerking. “Ik begin hoe langer hoe meer te zien hoe normaal mijn reacties zijn. Want ja, het laat sporen na. Zo kan ik maar moeilijk getroost worden. Als er iets gebeurt waar ik niet goed van ben, wil mijn partner mij troosten. Maar dan denk ik: ‘Dank u, maar het is al gebeurd. Troosten gaat dat niet ongedaan maken.’ Ik vind dat heel bevreemdend, getroost worden. Ik merk dat andere overlevers dat ook bevreemdend vinden. Dan denk ik: aha.’”

Meredith Van Overloop: ‘Ik lachte altijd, omdat ik voelde dat ik er niet mocht zijn’

“Pas toen ik keek naar de tv-reeks Als je eens wist van Hilde Van Mieghem besefte ik dat ikzelf slachtoffer ben geweest van kindermishandeling. Dit is ook mijn verhaal.” Meredith Van Overloop (53) was op dat moment vijftig jaar oud.

“Ik wist wel dat de reeks zou binnenkomen, maar kindermishandeling? Nee, zo zag ik mezelf niet. Dan dacht ik aan kinderen die met een pollepel het ziekenhuis in geslagen worden. Het is ook altijd dat soort foto dat bij een artikel over kindermishandeling staat, van een kind met een blauw oog. Maar ik heb nooit een blauw oog gehad.”

Na het zien van het programma stuurde Van Overloop een tweet uit over het belang van omstaanders, waarna de mensen van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK) haar contacteerden met de vraag of ze wilde getuigen. Uiteindelijk raakte ze zo betrokken bij ECHO.

Meredith Van Overloop: ‘Dat seksueel grensoverschrijdende, dat is peanuts. Voor mij was de kindermishandeling de afwijzing van mijn ouders.’ Beeld Wouter Van Vooren
Meredith Van Overloop: ‘Dat seksueel grensoverschrijdende, dat is peanuts. Voor mij was de kindermishandeling de afwijzing van mijn ouders.’Beeld Wouter Van Vooren

Hoewel getuigen zwaar ligt - ook nu valt op hoe Van Overloop moeite heeft om haar verhaal te doen - zegde ze toe. “Dat is nodig, aangezien er nog zo’n groot taboe heerst”, zegt ze. “Vergelijk het met misbruik in de kerk. Toen ik klein was, deed men nog lacherig over een pastoor die een kind op zijn schoot nam. Nu daarentegen niet: dat taboe is doorprikt. Als een kind vandaag een klets krijgt in zijn gezicht aan de kassa van de supermarkt, kijken mensen weg.”

Van Overloop merkte ook zelf hoe er nog een taboe heerst over het onderwerp. “Toen ik tien jaar geleden trouwde, heb ik de naam van mijn man aangenomen”, zegt ze. “De naam die ik tot dan toe droeg, kwam van mijn adoptievader, die seksueel grensoverschrijdend gedrag gepleegd heeft met mij. Als ik mensen dan vertelde waarom ik mijn naam veranderde, merkte ik dat ze zich daar ongemakkelijk bij voelden. ‘Was dat vroeger niet anders?’, kreeg ik te horen. Zo’n verhaal is te groots voor mensen. Maar ook voor mezelf: ik voelde schaamte om dat te vertellen. Dat bewijst toch dat er nog altijd een taboe is?”

Dissociatie

Daarom zet ECHO naast lotgenotenwerking en het uitdragen van ervaringsdeskundigheid ook in op het afleggen van getuigenissen. “Niet om te wijzen naar de plegers”, zegt Van Overloop. “Niemand maakt een kind met het idee: ‘Nu ga ik eens mishandelen.’ Wij willen wel onze stem laten horen, zonder weggelachen of geminimaliseerd te worden. ‘Waarom kom je daar nu nog mee af?’, dat is vaak de standaardreactie als volwassen overlevers van kindermishandeling hun verhaal doen. Terwijl we intussen goed genoeg weten dat de meeste kinderen in dissociatie gaan en pas veel later beseffen wat er gebeurd is.”

Dissociatie is een term uit de psychologie. Het duidt op mensen die gevoelens of ervaringen afstoten, als een overlevingsmechanisme. “Ik was een kind dat altijd lachte. Ik had een soort van painted smile. Ik lachte altijd, ik was altijd braaf en ik was nooit boos. Dat was vooral omdat ik voelde dat ik er eigenlijk nooit mocht zijn. Als ik er dan toch ben, kan ik maar beter zo weinig mogelijk storen.”

“Mensen die misbruik willen plegen, voelen dat instinctief aan, denk ik. Ze weten: dit slachtoffer zal zich niet verzetten. Zo is het mij overkomen dat ik in de auto van een man stapte toen ik op de tram wachtte om naar de scouts te gaan. Hij had me gezegd dat de tram niet reed en hij me wel zou voeren. Een ander kind zou niet instappen en gillen: ‘Viezerik!’. Ik weet dat ik op het moment dat hij met zijn handen onder mijn trui zat, dacht: ‘Ik ga moeten vragen dat die mijnheer zijn handen wegneemt, maar hij gaat gekwetst zijn.’ Ik voelde niet. Mijn hele jeugd heb ik beleefd alsof ik naar een film keek.”

Toch is Van Overloop resoluut: “Dat seksueel grensoverschrijdende, dat is peanuts. Wat voor mij de kindermishandeling was, is de afwijzing van mijn ouders. Die is mijn hele leven blijven duren. Zowel mijn vader als mijn moeder moet tot vandaag niets van mij weten. Jaar na jaar geen kaartje krijgen voor je verjaardag, elke belangrijke gebeurtenis alleen moeten doormaken. Enkele weken geleden legde mijn zoon zijn doctoraatsverdediging af. Ik ben zo fier als iets. Al voel ik dan ook die leegte: hij heeft geen grootouders.”

Heb je vragen rond kindermishandeling of geweld, bel naar 1712 of surf naar 1712.be.

Echo-Lotgenotenwerking is een initiatief van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234