Maandag 18/11/2019

Ik een machiavellist? Ik vind dat niet eens een verwijt

Vraag een buitenstaander mij te beschrijven en de woorden koel en afstandelijk zullen vallen. Terwijl ik een passionele mens ben. Anders kun je niet doen wat ik in mijn leven gedaan hebHoe dramatisch de gebeurtenissen ook waren, de moord op Luna en Oulemata heeft de stad dichter bij elkaar gebracht en je kunt het belang daarvan niet onderschatten. Het klinkt raar, maar achteraf bekeken was dat een mooi moment

Een

gewone mens

Patrick Janssens, burgemeester van Antwerpen: "Wie is Patrick Janssens? Wat is dat voor een openingsvraag? Dat is zoals het examen filosofie. Dan mag je antwoorden: 'Professor, ik ben nog niet met alle vragen klaar.' (lacht, dan even stil) Ik geneer me een beetje voor het antwoord, maar gewoon: ik ben een mens. Op vakantie in Portugal kent normaal gezien niemand me, maar heel en af toe krijg ik een blik van herkenning. Dat vind ik dan gênant, niet voor die mensen maar voor mezelf. Ik weet dat ik noodgedwongen een heel publieke figuur ben, maar eigenlijk word ik liever met rust gelaten.

"Ik heb er last mee dat men mij anders behandelt, bekijkt, dan wie ik werkelijk ben, ook al besef ik dat het niet anders kan. Ik zou graag een gewone mens zijn, de job doen die ik doe, zonder dat daar die publieke bekendheid bij hoort. Ik heb een zekere gêne in het publiek.

"Het verbaast je dat ik Sam Dillemans (zie 'Bis', YD) heb gekozen: passie, overgave, enorm gefocust op één ding, allemaal zaken die je niet direct met mijn publieke persoon associeert. Want dat zou veeleer een rationeel en koel iemand zijn. Nee dus, al begrijp ik het wel.

"Maar toch: alles wat ik ooit heb gedaan, heb ik passioneel gedaan. Dat zie je echter niet in de uiterlijke verschijningsvorm, waar er een zekere gereserveerdheid is. Ik beslis vaak heel intuïtief, alleen heb ik de gave om daar achteraf een zeer rationele en lange uitleg voor te bedenken, en vaak klopt die nog ook. (grijnst)

"Ik voel sneller aan dat iets oké is dan wanneer ik het eerst doordacht, geanalyseerd en uitgerekend heb. Maar ik leg het dan wel erg rationeel en koel uit. Vandaar de reputatie dat ik heel strategisch bezig zou zijn. Vaak is dat niet zo.

"Als ik mijn favoriete voetballers moet opsommen, kom ik ook uit bij een lijstje van heel intuïtieve spelers. Mannen die op de exacte fractie van een seconde net de pas kunnen geven die alles opensplijt. Strategisch perfect, goed gezien, maar intuïtief, want als ze erover hadden nagedacht was de pas te laat vertrokken, of helemaal niet.

"Misschien is het een beschermingsmechanisme tegen aangeboren schuchterheid, dat kan. Mensen die me goed kennen, zullen me niet als verlegen omschrijven, maar op wie me voor het eerst in een sociale omgeving ziet, zal dat wel zo overkomen. Ik ben niet de man die op een receptie binnenkomt en op het einde van de avond met iedereen heeft gepraat, zijn zakken vol heeft zitten met visitekaartjes en vier ontmoetingen heeft geregeld. Ik was veeleer het muurbloempje die het allemaal bekeek. Dat is nu anders: niet omdat ik op de mensen afstap, maar omdat mensen nu eenmaal naar de burgemeester komen.

"Ik ben opgegroeid in een kleinhandelaarsgezin. Het is niet overal zo, maar bij ons was er een strikte scheiding tussen het publieke stuk, de winkel, waar het liefst zoveel mogelijk volk moest komen, waar mensen hartelijk werden begroet en gesoigneerd, en 'achter', waar eigenlijk niemand kwam, waar de privacy beschermd werd. Dat was van ons, daar kwamen zelfs zelden vriendjes spelen. Het beschermen van het moment dat je eindelijk eens gerust bent. Die timiditeit zal dus wel genetisch zijn, mijn moeder en vader waren ook niet echt outgoing types.

"Vraag een buitenstaander mij te beschrijven en de woorden koel en afstandelijk zullen vallen. Maar eigenlijk is dat de keerzijde van die verlegenheid. Achter dat muurtje zit een passionele mens, anders kun je niet doen wat ik in mijn leven gedaan heb. Dat trekt me ook aan in Sam Dillemans: iemand met een heel duidelijke visie en daar vollen bak mee bezig zijn. Dat vraagt veel engagement, passie, inzet.

"Waar ik jaloers op ben, is zijn focus, zo maniakaal met één ding bezig kunnen zijn. Dat lukt me nooit, ik heb een veel te brede interesse, wil me met van alles bezighouden, of ik dreig me te gaan vervelen. Ik zou nooit een medaille kunnen halen op de Olympische Spelen, dat breng ik niet op, daarvoor ben ik te veel generalist. Mocht ik bij jullie op de krant zitten, ik zou niet in de sport- of de cultuurredactie kunnen aarden, het zou in de algemene verslaggeving moeten zijn, telkens wat anders, wat nieuws. Ik moet telkens iets kunnen bijleren, als ik het gevoel krijg dat ik stagneer, stopt het. Vroeger was dat trouwens nog erger, nu word ik wat bezadigder."

BOEKEN EN PLEINEN

"Passioneel zijn is meningen hebben. Die heb ik ook, erg uitgesproken zelfs, en ik ben niet gemakkelijk van mijn idee af te brengen. Alleen geloof ik niet, of beter, heb ik met scha en schande geleerd, dat je je ideeën niet altijd makkelijker realiseert door je meningen veel en luidkeels te verdedigen, of door er conflicten over aan te gaan. Zeker in het politieke veld, waar dingen snel blokkeren. Er is niets zo makkelijk om iemand in zijn ideeën te laten mislukken als door steeds 'nee' te zeggen. In een positie waar je je dat kunt permitteren - dat is bijvoorbeeld vandaag de sterkte van Bart De Wever - blokkeer je dan alles.

"Ik heb een bloedhekel aan dat soort situaties, omdat ik dingen wil realiseren. Ik wil een erfenis nalaten, ja, de ambitie hebben om iets achter te laten. In conflicten laat je niets achter.

"Karel De Gucht zei als jullie Zomergast dat je of op zolder staat, of in de kelder, en dat je daar de consequenties van moet dragen, het debat moet voeren. Ik herken wel iets van Karel in mij, maar daar zit toch een verschilpunt. Hij kickt op het debat zelf, op de strijd van ideeën. Hij bijt zich vast in zijn gelijk, in het aantonen ervan, desnoods jaren na de feiten, desnoods nadat er eerst behoorlijk wat schade is aangericht. Hij lijkt daar voldoening in te vinden, terwijl ik dan weer iets wil realiseren.

"Als burgemeester sta je niet voor de zolder of de kelder, maar voor het huis. Dus je verzacht beter conflicten dan ze te vergroten. Ook al moet je soms op je tong bijten. Maar liever dat dan na twee jaar te moeten vaststellen dat je het toen wel goed gezegd hebt, maar dat er van al je plannen niets in huis is gekomen.

"Het heeft heel erg te maken met je positie en wat je daarin moet doen om te slagen. Ik ben overtuigd structuralist: "C'est la fonction qui fait l'homme." En misschien ook een beetje l'âge. (lacht) Zet mij op mijn 25ste in een gemeenteraad of een parlement in de oppositie en ik amuseer me kapot, echt waar. Maar vandaag zou ik niets anders voelen dan frustratie, dat ik aan het droogfietsen ben, de schaarse tijd die ik mijn leven heb aan het verknoeien ben.

"Ik leef niet voor de politiek in de enge zin, voor de politique politicienne, voor het partijbelang of voor de clash der ideeën. De strijd om de macht an sich, het debat an sich, dat is mijn ding niet, wel dat van anderen. Waarmee ik niet zeg dat mijn keuze beter is; ze is alleen anders.

"Ik wil realiseren, een voetafdruk nalaten. Liever het Patrick Janssensplein dan het Patrick Janssensboek. Hoewel, je hebt afschuwelijke pleinen en schitterende boeken. Maar als ze allebei van topkwaliteit zijn, dan toch liever de nieuwe wijk, het veranderde stadszicht. Het boek met het grote gelijk zal dat binnen een paar decennia misschien niet blijken te zijn. Maar de campo in Siena blijft wel eeuwen, zo niet eeuwig overeind. Anderzijds kun je ook de stadsschouwburg nalaten, dat zou minder zijn. Maar dat is net het fascinerende aan stedenbouw: zowel de goede als de slechte ingrepen achtervolgen je decennialang.

"Als dat niet kicken op het debat leidt tot het beeld dat je niet altijd even open bent, of dat je machiavellist bent, ach. Ik vind dat niet eens een verwijt. Machiavelli gaat over het nastreven van het goede en het nobele, pas later is dat verengd tot 'het doel heiligt de middelen'.

"Ik begrijp wel dat er een dunne lijn is, want wie bepaalt uiteindelijk wat het goede is? Ik, omdat ik burgemeester ben? Dan toch alleen als je zwaar gelegitimeerd bent, gedragen wordt door heel veel mensen."

VRIEND EN VIJAND

"Het verwijt dat ik genadeloos zou zijn, gaat niet op, vind ik. Maar iedereen in een leidinggevende functie die een ploeg moet samenstellen - of je nu burgemeester, voetbaltrainer of hoofdredacteur bent - weet dat hij mensen uit zijn ploeg zal moeten zetten, of dat hij mensen die graag in de ploeg hadden gezeten niet zal kiezen. De trainer heeft het daarbij het gemakkelijkst, want hij kan zeggen dat er maar elf op het veld mogen, en zelfs dan koken de potjes vaak over.

"Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die op zo'n moment kan zeggen: uw beslissing is terecht, ik hoor niet bij de ploeg. Of ken jij een voetballer die vindt dat de trainer gelijk had door hem op de bank te zetten? Ik probeer daar nochtans veel meer tijd en energie in te steken dan gemiddeld om dat uitgelegd te krijgen. Ik ben daar ook open en eerlijk in, ik beloof nooit een positie die ik niet waar kan maken.

"Als je zoals ik in de vijftig bent en sinds je 29ste in general management zit, dan lopen er ondertussen wel wat rond die je niet hebt gekozen en die in jou een genadeloos iemand zien, en dat ook dolgraag rondvertellen. Ik besef wel dat dat voor de betrokkenen drama's zijn. Net daarom moet je er energie in steken, ook al weet je dat je ze nooit zult kunnen overtuigen.

"Er zijn trainers die vinden dat ze die uitleg niet moeten geven, maar dat is een foute ingesteldheid. Mensen hebben recht op een gemotiveerde uitleg. Ik geloof dat mensen moeten kunnen groeien, dat ze alleen dan gemotiveerd blijven. Iemand die een functie ambieert waarvoor hij nog niet of niet meer de kwaliteiten heeft, die bewijs je een dienst door hem uit die functie te halen en uit te leggen waarom. Wie die beslissingen niet durft of kan nemen, is niet geschikt voor een leidinggevende functie.

"De functie bepaalt zelfs de vriendschap. Ik heb uit al mijn vorige werkomgevingen echte vrienden overgehouden. Maar weinig. Dat is toch zo, dat een persoonlijke relatie de professionele vaak niet overleeft? Als de professionele relatie eenmaal stilvalt, deemsteren mensen toch meestal weg? Ook al omdat je de tijd niet hebt. Ik heb een aantal mensen van wie ik weet dat als ik met een groot probleem zit en hen bel, ze alles laten vallen en afkomen. Maar die kan ik op de vingers van één hand tellen. Iedereen toch? Dat hoeven er ook niet meer te zijn, ik denk zelfs dat dat een redelijk rijke oogst is.

"Iemand die zo'n dertig relaties kan onderhouden, kan beter voltijds psychiater worden, dan is het je job. (lacht) Draai het eens om: hoeveel mensen denk je dat alles laten vallen voor jou, die er nog zullen zijn als je morgen geen relatie meer hebt die voor hen van belang is?"

HEGEL IN ANTWERPEN

"Ik heb het gevoel - hout vasthouden - dat Antwerpen aan een kanteling ten gunste bezig is. Er zijn er trouwens meer en meer die dat openlijk durven te zeggen. Hoe komt zo'n proces op gang? Veel Antwerpenaars, en dat hoor ik ze ook zeggen, schamen zich niet meer om Antwerpenaar te zijn, of durven opnieuw te zeggen dat ze trots zijn. We zijn verhoudingsgewijs veel minder slecht in het nieuws geweest dan een aantal jaren geleden, dat helpt. Er zijn ook zichtbaar een aantal dingen in het straatbeeld die de stad aangenamer maken. Iemand als Mauro Pawlowski, die vorige week in jullie krant zei dat hij zich geen betere stad om te wonen kan dromen dan Antwerpen. Er zijn veel meer mensen die dat weer willen zeggen en dat sorteert een vliegwieleffect.

"De gemeenteraadsverkiezingen hebben ook meegespeeld, het idee dat die niet aflatende dreiging eindelijk gestopt is. Na alle zwarte zondagen was er minder reden voor velen om zich te schamen, zich verloren te voelen, ontgoocheld te zijn. Oktober 2006 was de eerste verkiezing sinds lang waarvan een hele categorie Antwerpenaars nog eens vond dat ze goed nieuws was. Maar zo'n moment is snel voorbij, het balt alleen even de dingen samen.

"Als je tien jaar gelden gepraat zou hebben met het merendeel van de winkeliers in Antwerpen, in welke winkelstraat ook, dan hadden ze gezegd dat ze het gevoel hadden dat de stad erop achteruitging. Vandaag is dat niet meer zo. Ze hebben niet meer het idee dat iedereen naar Wijnegem Shopping Center gaat. Het schijnt dat daar ook nog veel volk is, ik weet het niet, ik ga daar nooit naartoe, maar er is ook weer volk in de stad. Niet dat het allemaal al perfect is, verre van, maar men heeft het gevoel van verbetering, een stad die heropleeft.

"Koppel dat aan de oplevering van heel wat projecten waaraan jaren gewerkt is en je ziet dat er iets gebeurt, dat pleinen en wijken echt beter worden. Ook op het culturele vlak leeft er enorm veel en op een nieuwe manier. Kijk naar die hele dynamiek van dEUS en de jongerengroepjes die daarrond hangen. Je ziet op al die kleine festivalletjes nieuwe talenten opstaan, je merkt dat er dingen ontstaan, leven. En het kan naar buiten komen op een redelijk zelfverzekerde manier. Het is zeker niet alleen de politiek, er is gewoon een nieuwe dynamiek.

"Er is nogal wat te doen geweest rond mijn campagne, die kapot geanalyseerd is als een bewuste poging om er een rechtstreekse burgemeestersverkiezing van te maken, een heruitgave van Van Zeeland tegen Degrelle. (lacht) Het heeft uiteindelijk ook zo gewerkt, moet ik toegeven, al was het niet de bedoeling, wat niemand lijkt te geloven. Vanaf het ogenblik dat ik burgemeester ben geworden, heb ik, op één uitspraak na, nooit gezegd dat het een tweestrijd zou worden. Ik heb altijd geprobeerd een staalkaart van Antwerpen te verenigen voor de stad, meer dan voor de partij.

"En er was inderdaad iemand met een compleet ander project, zelfs letterlijk het omgekeerde. Daardoor heeft het zo gewerkt, eigenlijk heeft hij mij daar een dienst mee bewezen. Die kloof tussen stedelijkheid en antistedelijkheid is structureel inherent aan de Antwerpse politiek. Je zou kunnen zeggen dat ik geprobeerd heb te zorgen voor een synthese van die stedelijkheid, die fierheid op de stad. Dat was mijn bedoeling, veel meer dan een persoonscampagne. De synthese in plaats van de antithese. Hegel heeft hier de verkiezingen gewonnen. (lacht)

"Het is het partijbelang kunnen ontstijgen. Het ging niet om A tegen B, het ging om de stad, ons allemaal. Ik heb niet getracht het nog meer te polariseren.

"Wat zich wel heeft afgetekend, is dat er inderdaad een nieuwe breuklijn in de Belgische politiek loopt, die van de stedelijkheid versus de antistedelijkheid. Je ziet het overal in Europa trouwens. Overal scoren de afgelopen jaren socialisten in steden beter dan bij nationale verkiezingen. Dat lijken wel twee verschillende samenlevingen. Je hebt een enorme breuk tussen het stedelijke leven en de bevolking die daarvoor kiest en zich daar goed bij voelt, want de stad is waar het gebeurt, daar vindt de vooruitgang plaats, soms met mindere kantjes, maar het gebeurt er allemaal wel. Aan de andere kant is er de categorie die zegt: als ik enigszins kan, ben ik hier weg, of ik wil te allen prijze vermijden dat de grote boze stad haar gevolgen laat voelen tot in mijn dorp.

"Ik kan mij moeilijk identificeren met die tweede houding. Dat lijkt mij ook niet de richting die de geschiedenis uitgaat. Het lijkt me een nogal conservatieve houding die bang is voor de toekomst, die hoopt dat die toekomst zich niet zal realiseren, die blijft zwelgen in nostalgie naar een verleden dat waarschijnlijk zelfs nooit bestaan heeft. In Vlaanderen is er een onvoorstelbare contradictie: een meerderheid blijkt sterk antistedelijk te kiezen, terwijl je in een van de meest verstedelijkte regio's ter wereld leeft.

"In Vlaanderen bestaat er bij velen een gevoel dat als we het ons kunnen permitteren, we wegtrekken en in de groene rand gaan leven. Als er één historische taak is die onze politieke generatie in de steden heeft, is het om die trend te keren. Dat moet de essentie van het beleid zijn, mensen ertoe bewegen om bewust opnieuw in de stad te komen leven."

COLLECTIEVE ROUW

"De moord op Luna en Oulemata heeft de stad erg verenigd. In Antwerpen zelf is daar heel anders op gereageerd dan erbuiten. Antwerpen was in rouw, de tijd stond even stil en dat verenigt mensen. Als je op een goede manier samen door een rouwproces gaat, sta je daarna dichter bij elkaar. Buiten Antwerpen was dat onderdeel van een heel politiek gevecht, en ik begreep dat wel, omdat de emotionele betrokkenheid er veel minder groot was.

"De nazorg hier was ook uitzonderlijk: hoe de betrokken families zo groots gereageerd hebben, de dienst in Sint-Paulus: oecumenisch, in een van de mooiste kerken van Antwerpen. Een mooie manifestatie nadien, zonder incidenten. Hoe dramatisch de gebeurtenissen ook waren, het heeft de stad dichter bij elkaar gebracht, en je kunt het belang daarvan niet onderschatten, ook psychologisch. Hoe raar het ook klinkt, maar achteraf bekeken was dat een mooi moment. In de privékring zie je dat ook: hoe erg het verlies ook is, het kan mensen dichter bij elkaar brengen."

DE VUILNISZAK IS DE NORM

"Het grootste probleem van de stad is niet de demografie, niet de veroudering, maar het omgaan met tegengestelde tendensen. Migratie en diversiteit blijven de uitdaging: een verouderende autochtone bevolking en een verjongende nieuwe bevolking en de spanningen die daaruit voortkomen. Vooral omdat die twee groepen het sterkst aanwezig zijn in de armste wijken van de stad. Dat is de grootste uitdaging op de korte termijn.

"Op de lange termijn moeten we de ambitie hebben tot een stad te komen die minder gesegregeerd is. Waar diversiteit gewoonweg een algemene vanzelfsprekendheid zal worden. Ik wil die wijken sociaaleconomisch niet zo gediversifieerd als nu, de mix zou evenwichtiger moeten. Arme getto's en rijke getto's zijn nooit goed, zelfs al valt het hier nog mee in vergelijking met andere steden.

"De concentratie van sociale woningbouw is hier minder dramatisch dan in Parijs, maar ze is verre van ideaal. In nieuwe wijken moet die socialewoningbouw veel beter geïntegreerd worden. De diversiteit is ook in de stadsdiensten groter dan ooit. Bij onze laatste aanwervingsronde is het percentage werknemers van vreemde origine met 2 procent gestegen van 6 naar 8. Dat lijkt weinig, maar op 7.000 vastbenoemden is dat in één jaar tijd spectaculair.

"Maar dat krijgt natuurlijk veel minder aandacht dan de hoofddoek, die voor mij niets te maken heeft met een visie op diversiteit, maar alles met een visie op de verhouding tussen godsdienst en staat.

"Net omdat de samenleving diverser wordt, ook op religieus gebied, waar ik niets op tegen heb, is het nog belangrijker afspraken te maken over de neutraliteit van stadsdiensten. Een aantal mensen die heel erg staan op de scheiding kerk en staat op bepaalde ogenblikken, zeker in de breuklijn katholiek-vrijzinnig, neemt plots een heel ander standpunt in als het gaat over de hoofddoek. Ik kan daar moeilijk bij.

"In Brussel zijn ze trouwens strikter dan wij, daar zijn alle religieuze symbolen niet alleen achter het loket verboden, maar gewoon overal. Nochtans is de diversiteit in de stadsdiensten er nog groter dan bij ons. Dat reglement is in de vorige legislatuur zelfs mee goedgekeurd door Ecolo, maar daar lees ik nooit iets over.

"Er speelt daar bij sommigen, denk ik, ook een gevoel van: we moeten solidair zijn met die arme, onmondige meisjes. Wel, ik heb veel tijd gespendeerd met die vrouwen, om die maatregel uit te leggen, en één ding kan ik je wel verzekeren: onmondig zijn die niet. Integendeel, ik heb weinig ambtenaren meegemaakt die in gesprek met de burgemeester zo vrank en vrij hun mening durfden te ventileren. Die zijn serieus geëmancipeerd, geloof me, en ik vind dat fantastisch. Bovendien zijn het heel goede ambtenaren.

"Er zijn trouwens zwaardere problemen dan dat. Neem nu de volgmigratie. Iedere generatie haalt opnieuw een partner uit het thuisland en telkens begint je migratieproces weer van stap één. En we weten niet wat we eraan moeten doen. Ik volg daarin Annemie Turtelboom: ons grootste probleem is dat we nooit een migratiebeleid hebben gehad, terwijl migratie net enorme gevolgen heeft van vervreemding en ontworteling. Voor hen die migreerden en voor hen die hun samenleving door de migranten zien veranderen.

"Dus je laat dat de facto over aan de vrije markt, wat dom is. We moeten op een veel moediger manier durven te zeggen wat we prioritair vinden en wat niet. Wat laten we toe en wat niet?

"De essentie is dat je het alleen op een Europees niveau kunt aanpakken, maar iedereen loopt ervan weg, omdat men niet durft. Dan krijg je een individueel opbod: Nederland verstrengt de wet op migrantenhuwelijken en volgmigratie - overigens met instemming van de meeste migranten - en prompt krijgen wij hier een toevloed te verwerken.

"Het ontbreekt ons aan politieke moed en politieke wil, ook al omdat op microniveau iedereen altijd veel begrip kan opbrengen voor dat ene individuele geval, dat inderdaad schrijnend kan zijn. Reken daarbij totaal verschillende visies aan beide zijden van de taalgrens en je begrijpt waarom Patrick Dewael direct bereid was om een deel van zijn bevoegdheid aan zijn collega te schenken. (grijnst)

"Turtelboom moet wel opletten dat niet te veel naar de gemeenten door te sturen, door overmatig belang te gaan hechten aan adviezen van lokale besturen over al dan niet regularisatie. Dan heb je geen concurrentie tussen de staten meer, maar tussen de gemeenten, met goede en slechte burgemeesters, met migraties tussen gemeenten onderling.

"Inzake de loonnormen is men er als de kippen bij om zich te aligneren met het gemiddelde van de buurlanden; inzake migratie doet men dat niet. Als we dat zouden beginnen te doen, zouden we niet eens voortrekker zijn maar zelfs dat doen we niet.

"Ik ben als socioloog ooit overtuigd cultuurrelativist geweest, ervan overtuigd dat geschiedenis en plaats uitmaken wat goed en kwaad is. Je kunt niet anders dan dat vaststellen in de geschiedenis, maar we leven wel in het hier en nu. In een beleidssituatie kun je dat dus niet volhouden. Toen ik als beginnende assistent bij Herman Deleeck dat cultuurrelativisme fel verdedigde, zei hij me: 'Mensen als jij moeten ze kinderen laten opvoeden.'

"Eerst dacht ik, hij is het met me eens, hij vindt dat meer kinderen dat moeten aanleren. Toen besefte ik dat hij wilde zeggen dat eenmaal je kinderen opvoedt, je niet anders kunt dan een pakket normen en waarden die voor jou belangrijker zijn aan andere doorgeven, anders zou je die immers niet kiezen.

"Je kunt nu en hier niet anders dan partizaan zijn: die waarden vind ik beter en correcter dan andere. Al kunnen dat er heel weinig zijn: ik ben al tevreden met de vrijheid, de gelijkheid en de broederlijkheid van de Franse Revolutie. Die sokkel kan heel beperkt zijn, maar de verdediging ervan moet resoluut en vrij compromisloos.

"Het probleem is dat zoiets een discussie is die de intellectuelen van de wereld bezighoudt, maar niet de inwoners van de stad. Daar gaat het zelden over de grote waarden, maar veel meer over de kleine afspraken. Het drama is dat de buurman zich niet zozeer ergert aan het gegeven dat in het huis ernaast de volle gelijkheid tussen man en vrouw niet zo scrupuleus wordt nageleefd, maar wel aan het feit dat ze de vuilniszakken op een verkeerde dag buitenzetten.

"Burgemeester zijn helpt je wel om met beide voeten op de grond te blijven staan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234