Woensdag 30/11/2022

'Ik durf de liefde nu pas bij naam noemen'

Suzanne Vega maakte haar nieuwe cd samen met de muzikanten die vorig jaar ook David Bowie hielpen bij zijn comeback. Daarop klinkt ze wat ruwer dan je van haar gewend bent, en samplet ze zelfs hiphopper 50 Cent. 'Ik haal mijn neus niet meer op voor een lichtvoetig nummer.'

Ik hoor Suzanne Vega (54) nog voor ik haar zie. Het geluid van haar hoge hakken galmt door de gang van het Oostendse Kursaal, waar ze later op de avond niet alleen vertrouwde klassiekers als 'Luka', 'Marlene on the Wall' en 'Tom's Diner' zal spelen, maar ook werk uit het gloednieuwe - even ademhalen - Tales from the Realm of the Queen of Pentacles.

Het is haar eerste plaat met nieuw werk sinds Beauty & Crime zeven jaar geleden. Sindsdien bracht ze weliswaar nog vier cd's uit waarop ze driekwart van haar oud materiaal in een nieuw, doorgaans veel soberder kleedje stopte. Over het hoe en waarom zo dadelijk meer.

Suzanne Vega was pas 26 toen ze in '85 wereldwijd doorbrak met haar titelloze debuut. De plaat bevatte tien poëtische observaties, die verpakt waren in sobere, overwegend akoestische arrangementen. Ook opvolger Solitude Standing werd een instantklassieker, en beide platen legden niet alleen de basis voor haar eigen carrière, maar wakkerden tegelijk de belangstelling voor een nieuwe generatie vrouwelijke singer-songwriters aan. Namen als Tanita Tikaram, Tracy Chapman, Michelle Shocked en Shawn Colvin wisten in de nasleep van Vega's succes een platencontract te versieren, en braken nadien op hun beurt door naar een miljoenenpubliek.

Uiteindelijk is het toch Vega zélf die vandaag zowat als de artistieke evenknie van Joni Mitchell en Leonard Cohen wordt beschouwd, niet toevallig twee namen die ze zelf als grote voorbeelden aanstipt. Ze is zich, zegt ze zelf, bewust van het feit dat haar muziek mee de soundtrack van een paar generaties heeft gevormd, en net daarom speelt de zangeres al die klassieke nummers nog steeds met evenveel plezier als pakweg vijfentwintig jaar geleden. "Dat was een van de redenen waarom ik ze opnieuw wilde opnemen. Ik val mijn oude platen niet af, ben altijd tamelijk tevreden geweest over alles wat ik heb uitgebracht. Maar ze klonken me toch teveel als producten van hun tijd.

"Halverwege de jaren tachtig raakten synthesizers in de mode, en elke producer wilde ze er tijdens iedere sessie bij. Daardoor voelen sommige van die opnamen inmiddels toch wat gedateerd aan. De nieuwe versies gaan meer naar de essentie en sluiten nauwer aan bij wie ik nu ben. Los daarvan was er nog een andere, meer praktische reden: ik was eigenaar van mijn songs, maar niet van de opnamen zelf. Dat is nu wel het geval." Vega geeft toe dat ze op die manier ook wel een beetje haar eigen geschiedenis heeft herschreven. "De nummers waar ik niet meer van hield, heb ik niet opnieuw ingeblikt. Ik wilde alleen materiaal uitbrengen waar ik zelf nog kon achterstaan."

Mail van Paul Simon

Ik vraag haar wat ze met haar muziek wil realiseren. Er volgt een lange stilte. "Ik hoop", zegt ze uiteindelijk, "dat ik via mijn songs de mensen kan doen beseffen dat het leven de moeite waard is. Klinkt vast wat vreemd uit de mond van iemand die heel vaak cynische, zelfs wat afstandelijke teksten schrijft. Maar met het klimmen der jaren betrap ik mezelf erop dat ik veel milder ben geworden. Ik haal mijn neus niet meer op voor een lichtvoetig nummer. Meer nog: ik wel net vaker die richting uit."

In dat verband een anekdote. Vega zat halverwege het nummer dat uiteindelijk als 'Horizon' de nieuwe plaat zou halen, toen ze verstrikt raakte in haar eigen woorden. Ten einde raad besloot ze een mail te sturen naar Paul Simon, iemand die ze wel een paar keer ontmoet had, maar niet goed genoeg kende om hem als een echte vriend te beschouwen. Of hij geen raad had voor haar? "Tot mijn grote verbazing kreeg ik een lange mail terug die zo mooi was dat ik overweeg om hem in te kaderen. Zijn stelling was: er is niks klefs aan een vrolijk liedje. Hij suggereerde dat ik de volgende ochtend best wat tijd kon vrijmaken, en met mijn favoriete koffie bij de hand maar wat muziek moest spelen. Gewoon wat akkoorden uit de losse pols. En dan aan iets vrolijks denken. Ik volgde zijn advies op, zette me buiten op mijn terras en, verrek, een paar uur later was het nummer klaar.

"Nu, ik luister niet altijd naar collega's. In de laatste fase van zijn leven kwam ik vaak bij Lou Reed over de vloer. Hij had een buitenhuisje in dezelfde buurt als ik, waar zijn vrouw (Laurie Anderson, red.) heel vaak feestjes gaf. Op het eerste gezicht hebben we wel wat raakpunten. Zijn songs spelen zich net als de mijne vaak in New York af. En net als hij kies ik voor een observerende, haast journalistieke vertelstijl. Alleen bezigt Lou een rauwe, directe taal, waar ik veel meer voor poëtische metaforen kies. Hij vond me bijgevolg niet rechttoe rechtaan genoeg. Prima, maar dat is nu eenmaal de stijl waar ik me het beste bij voel. Dus ook al was hij één van de weinige muzikanten waar ik als tiener ooit een handtekening aan heb gevraagd, toch heb ik zijn opmerking uiteindelijk naast me neergelegd. Je moest altijd wat opletten met Lou, want als je hem tegen de haren instreek kon hij erg bot zijn. Maar dankzij Laurie was hij de laatste jaren veel zachter geworden."

Zonder de dwingende deadline van een nieuwe plaat heeft Suzanne Vega de voorbije jaren weinig songs geschreven. "Ik zette af en toe wel wat ideeën op papier. Een halve melodie hier, een stukje tekst daar. Maar ik werkte niks af. Er is zelfs een jaar geweest dat er geen letter in mijn notaboekje kwam. Op den duur voelde het alsof de bron was opgedroogd. Ik heb niet echt gepanikeerd, maar toch. De redenering was: beter niks schrijven, dan iets slechts. Nu weet ik dat die redenering geen steek houdt. Want helemaal niéts doen, hakt in op je zelfvertrouwen. Als je genoeg matige songs bedenkt, komt er vroeg of laat wel weer iets boven dat écht de moeite is. Het komt er vooral op aan om de handeling niet te verleren."

Waar de nummers moeizaam kwamen, rolde de proza eruit. Vega ging zowel essays als columns schrijven voor The New York Times. "In eerste instantie kreeg ik die vraag omdat ik, zowel in mijn songs als tijdens de concerten, graag verhalen vertel. Ik dacht dat het een bevrijding zou zijn om iets te schrijven dat veel verder ging dan het format van een songtekst, want die mag maar vier minuten duren. Je moét het dus wel tot de strikte essentie herleiden. En ja: het was bevrijdend om voor de krant wat dieper te kunnen graven, om een beetje meer achtergrond mee te geven. Anderzijds bleek een hele opdracht om vijfduizend woorden lang boeiend te blijven, om een verhaal goed aan te brengen en daar de juiste flow voor te vinden. Om je een idee te geven: het essay over 'Tom's Diner' heeft me de volle zes maanden gekost. Terwijl het nummer er destijds vanzelf uitrolde."

Enige voordeel

Als songschrijfster is Suzanne Vega op een leeftijd aanbeland dat ze met meer mededogen over haar personages vertelt. De Amerikaanse knikt wanneer ze die vaststelling krijgt voorgeschoteld. "Vroeger hadden mijn nummers altijd een wat sombere ondertoon. En ik vertikte het om het woordje 'liefde' te gebruiken. Terwijl: 'Small Blue Thing' was van kop tot teen een liefdeslied. Maar wel één met een camouflagepakje aan.

"Met de jaren is mijn houding daarover erg veranderd. Omdat ik veel mensen in mijn naaste omgeving verloren heb. Op een begrafenis vraag ik me dat vaak af: wie heeft de overledene lief gehad? En is dat vaak genoeg uitgesproken? Zelf heb ik het daar ook lang moeilijk mee gehad. Want bij liefde komt altijd een zekere verantwoordelijkheid kijken. Je stelt je kwetsbaar op, en hoopt dat dat vertrouwen niet beschaamd wordt. Maar met de leeftijd neemt ook de moed toe. Dat is misschien wel het enige voordeel van ouder worden."

Tales from the Realm of the Queen of Pentacles verscheen bij Superego.

l Geboren op 11 juli 1959 in Californië, al woont ze al bijna haar hele leven in New York, en neemt die stad een prominente plek in haar oeuvre in.

l Debuteerde in 1985 met een titelloos debuut, waarvan twee miljoen exemplaren verkocht werden. Ook Solitude Standing en 99.9 F° werden klassiekers.

l Het a capella opgenomen 'Tom's Diner' werd in 1990 door het Britse dancecollectief DNA zonder haar medeweten herwerkt tot een dancetrack. Het nummer werd een wereldhit. Andere hits zijn 'Luka', 'Marlene On The Wall' en 'In Liverpool'.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234