Vrijdag 25/06/2021

InterviewVincent Van Peteghem

‘Ik dronk als student graag een pint, maar ik was meer een manager dan een zwijn’

null Beeld Saskia Vanderstichele
Beeld Saskia Vanderstichele

Vincent Van Peteghem (40) droomde van een carrière als komiek, maar belandde in een andere tak van het volksvermaak: de politiek. In het strategospel van de Wetstraat ontpopte de nieuwe vicepremier en minister van Financiën van CD&V zich als de mineur van de regering-De Croo door enkele heikele stinkbommen te ontmijnen.

Voor we het over uw eerste halfjaar in de regering-De Croo hebben: hoe komt een jonge tsjeef op het idee om met stand-upcomedy te beginnen?

“Om aan een lief te raken, zeker? (lacht) Als twintiger deed ik soms presentaties voor de harmonie in De Pinte. Ik probeerde daar altijd een humoristische noot in te steken. Tot iemand me aanraadde om dat te verfijnen: ‘Op de Gentse Feesten geven ze comedyworkshops, is dat niks voor jou?’ Zo ben ik erin gerold. Ik was niet de beste komiek, maar heb me wel kostelijk geamuseerd. Ik had een show van vijftien minuten, vol droge woordgrapjes. ‘Ik heb geleerd hoe belangrijk de liefde is: mijn vader was helemaal wég van mijn moeder. Ze zijn gescheiden.’ (lacht)

En zo bent u aan een lief geraakt?

“Het heeft zeker geholpen. Twee jaar later leerde ik mijn vrouw kennen.”

Wie was uw voorbeeld?

“Vooral Philippe Geubels. Dat is echt mijn soort humor. Ik speelde in het voorprogramma van Michael Van Peel, Alex Agnew en Kamagurka.”

Volgens Vincent Van Quickenborne gebruikt u uw comedytalent ook in de regering.

“Ik doorbreek de spanning van een vergadering graag met een kwinkslag, zodat we geen uren met een lang gezicht voor het scherm zitten. Soms moet ik me zelfs inhouden, anders zou ik voortdurend flauwe moppen maken.”

Hebt u zich na een show ooit euforisch gevoeld?

“Natuurlijk! Het gevoel dat je de hele zaal op je hand hebt, is fantastisch. Maar ik ben soms ook depressief naar huis gereden. De Culture Comedy Award in Nederland was het ergst. Michael Van Peel won, ik zat in de halve finale, maar mijn humor sloeg totaal niet aan. Er zat driehonderd man in de zaal, en de enige twee mensen die lachten, waren mijn ouders. Vijftien minuten lang hing er een akelige, gênante stilte. Ik voelde die mensen denken: ‘Ga naar huis, jongen!’ Dat was echt sterven.

“Die comedyperiode helpt me vandaag nog altijd in de politiek. Het heeft me geleerd mijn kwetsbaarheid te tonen. Tot vorig jaar gaf ik les als professor aan de Management School in Rijsel, maar voor een auditorium staan is minder spannend dan voor een publiek dat betaalt om geëntertaind te worden en onmiddellijk duidelijk maakt wat je ervan terechtbrengt.”

Welke fases waren nog bepalend voor uw ontwikkeling?

“Mijn studententijd. Zonder die periode zou ik niet zijn wie ik vandaag ben. Daarom heb ik echt te doen met de jongeren van vandaag: ze moeten zóveel missen. Niet naar de les mogen, alles van thuis uit moeten doen, je vrienden niet zien, dat was een ramp geweest voor mij.

“Veel jongeren ontwikkelen zich als ze verantwoordelijkheid opnemen bij een sportclub, de scouts of de Chiro. Ik deed dat pas in mijn studententijd. Ik kwam binnen als een braaf jongetje en ben altijd braaf gebleven, maar ik werd wel preses van de grootste studentenclub van Gent, met een eigen studentencafé en een ploeg van twintig man die ik moest leiden. Wie mij kende op mijn vijftiende, zou dat nooit geloofd hebben.”

Was u een feestvarken?

“Ik dronk graag een pint, maar ik was toch meer een manager dan een zwijn. Ik wilde dingen dóén. Organiseren. Later, als academicus, droomde ik ook niet van Nobelprijzen of baanbrekend onderzoek. Ik wilde bij wijze van spreken liever rector worden, om de universiteit zo goed mogelijk te laten draaien.”

Hoe bent u in de politiek beland?

“Mijn vader was dertig jaar schepen en burgemeester in De Pinte. Ik was drie maanden oud toen hij me voor het eerst meenam naar een eetfestijn. Dat is nadien nooit meer gestopt. Ik vond het leuk om tussen het volk te komen en te zien wat hij voor de mensen deed.”

Wat hebt u van uw vader geleerd?

“Dat je als politicus ten dienste staat van het volk. Hij zette zich in voor iedereen, niet alleen voor de CD&V-kiezers. Daar spiegel ik me aan. Mijn moeder is trouwens ook zeer geëngageerd. Ze zat bij de KVLV, in het schoolbestuur, de sportclub… Vandaag zijn mijn ouders allebei vrijwilliger in het vaccinatiecentrum.”

U schreef hun een brief toen u minister werd.

“Op briefpapier van de minister van Financiën! (knipoogt) Ik heb alles aan hen te danken. Eigenlijk ben ik dankzij mijn vader in het parlement beland. Bij de verkiezingen van 2014 kreeg ik de vijfde plaats op de Oost-Vlaamse lijst aangeboden: een zichtbare plaats, ik was in de wolken. Maar mijn vader zei: ‘Als vijfde raak je niet verkozen, je moet een opvolgersplaats vragen.’ Dat was een gouden tip. Pieter De Crem werd minister en Sarah Claerhout, de eerste opvolger, stopte in 2016 met politiek. Zo belandde ik als tweede opvolger in het parlement.”

Zonder dat zitje had u twee jaar geleden wellicht niet de groep van Twaalf Apostelen mogen voorzitten die de slechte verkiezingsuitslag van CD&V evalueerde. En dan was u nadien ook geen kandidaat-voorzitter en minister geworden.

(droog) Dat is zo. In de politiek moet je keihard werken, maar soms ook een beetje chance hebben.”

Was het uw kinderdroom om minister of burgemeester te worden?

“Onlangs vond ik een vriendenboekje uit de lagere school terug. Daarin stond dat ik tandarts wilde worden, net als mijn moeder. Wat later veranderde dat in politicus. Ik ging heel graag met mijn vader op pad. Als hij het schepencollege voorbereidde, zat ik er graag bij met mijn huiswerk.”

Luisterde u ook gesprekken van andere partijen af, zoals de kleine Conner Rousseau?

“Nee, maar thuis luisterde ik wel achter de deur mee als mijn vader belangrijke gesprekken voerde. (lacht)

Was u een nerd die altijd in de boeken zat?

“Niet echt. Ik studeerde wel goed, maar deed ook veel aan sport. Ik wisselde voortdurend van hobby. Alleen volleybal hou ik al sinds mijn twaalfde vol.”

U bent 2,05 meter groot. Is er geen verdienstelijk basketballer aan u verloren gegaan?

“Mijn moeder heeft nog in eerste klasse gespeeld. Maar ik ben op mijn zesde geopereerd aan mijn nier en sindsdien mag ik geen contactsporten meer doen. Daarom werd het volleybal: daarin komt mijn lengte ook goed van pas. Ik speel bij een recreatieve club: Volleybal Vrienden De Pinte. Meer pinten dan punten. (lacht) Door corona hebben we al een jaar geen wedstrijden meer gespeeld. Ik hoop dat ik dat straks weer kan oppikken, maar als minister wordt dat niet evident. Zodra de pandemie voorbij is, zullen er in het weekend weer lezingen en evenementen op de agenda komen.”

Een academicus die u goed kent, omschrijft u als ‘een evenwichtige mens wiens geluk niet staat of valt met de politiek’.

“Ik wil me nooit vastklampen aan een postje. Ik zit hier niet voor mezelf, maar voor de gemeenschap. Als er morgen een groot schandaal uitbreekt bij de fiscus, kan het gedaan zijn.”

Ach, in België nemen ministers het niet zo nauw met hun politieke verantwoordelijkheid: ze nemen geen ontslag meer.

(lacht) Ik hoop dat mijn moreel kompas me op dat vlak de juiste keuzes doet maken. Ik wil altijd aan politiek blijven doen, maar mijn geluk mag niet afhangen van een postje of een dienstwagen met chauffeur. Elke keer dat ik een carrièresprong maak, denk ik: die titel zal mooi staan op mijn doodsprentje. (lacht) Maar het gaat niet om de titels, wel om wat je ermee doet.”

Waarvan hangt uw geluk dan wel af?

“Van mijn gezin, familie en vrienden. Ik heb twee dochtertjes, van vier en twee jaar: Josephine en Florine. Fantastisch om mee te maken, maar ’s nachts kan het ook pittig zijn. (lacht) Mijn job is niet bepaald ideaal om de opvoeding van je kinderen van dichtbij mee te maken. Toch probeer ik voldoende tijd voor hen vrij te maken. Twee keer per week breng ik Josephine naar school, en in het weekend ga ik met mijn kinderen naar de speeltuin. Ik kijk er nu al naar uit om deze zomer met hen een dagje Plopsaland te beleven.”

Helpen de digitale vergaderingen niet om werk en gezin beter op elkaar af te stemmen?

“Het voordeel is dat je meteen thuis bent als je je laptop dichtklapt. Je hoeft de files niet meer te trotseren. Maar elke thuiswerkende ouder zal u vertellen dat digitaal vergaderen met kinderen in huis óók niet evident is.”

null Beeld Saskia Vanderstichele
Beeld Saskia Vanderstichele

VIJFDE WIEL

De geradicaliseerde militair Jürgen Conings krijgt dezer dagen veel steun van een deel van de bevolking. Wat leert u daaruit?

“Dat er veel frustraties leven bij die mensen. Het gaat niet alleen om zijn extreemrechtse ideeën, maar om wat hij viseert: het coronabeleid en de virologen. Sommige mensen hebben daar hun buik van vol. De uitdaging wordt om hen terug te winnen door hun frustraties weg te nemen. Dat lukt niet als we hen alleen maar wegzetten als extremisten en nitwits, want daardoor krijgen ze nog meer het gevoel dat ze niet meetellen. Hopelijk zakken die frustraties wat als de pandemie voorbij is en mensen weer van hun vrijheid kunnen genieten. Maar we zullen ook met hen in dialoog moeten gaan. De manier waarop wij omgaan met de extremen, zal bepalen hoe Vlaams Belang scoort bij de volgende verkiezingen.”

Velen hanteren ‘alternatieve feiten’ die ze halen op obscure sites en Facebook. Hoe ga je in dialoog met mensen die beweren dat de aarde plat is?

(zucht) Het zal toch moeten. Je overtuigt hen misschien niet met feiten, maar wel door hun bekommernissen ernstig te nemen. Ik kan u tientallen voorbeelden geven van mensen die mij al vloekend aanspreken, of boze mails sturen, maar als je rustig met hen in gesprek gaat, krijg je begrip. Wij, politici, moeten met onze twee voeten in de modder gaan staan en mensen persoonlijk aanspreken. Pas dan hoor je wat er leeft en kun je dat meenemen in je beleid. En als je het niet meeneemt, moet je uitleggen waarom. Ook de media en het onderwijs moeten hun rol spelen. We moeten mensen duidelijk maken welke impact woorden kunnen hebben. Angela Merkel heeft er terecht op gewezen dat gewelddadige taal tot gewelddadige acties leidt.”

Open Vld en Groen willen haatspraak strenger aanpakken.

“Dat is tricky. De vrije meningsuiting moet onze leidraad zijn. Maar oproepen tot geweld, haat en discriminatie kan niet. Wie dat doet, moet veroordeeld worden.”

Stel, één van uw medewerkers post een steunbetuiging voor Jürgen Conings en schrijft erbij: ‘Ik hoop dat hij langs een moskee passeert en daar een hoop moslims neerlegt.’

“Ook dan lijkt dialoog me het beste.”

U zou hem niet meteen ontslaan?

“Het zou moeilijk zijn om hem aan boord te houden. Maar met een ontslag los je weinig op. Dan wordt die persoon alleen maar radicaler.”

Vorige week werden vier leden van Voorpost veroordeeld tot zes maanden cel voor het aanzetten tot haat en geweld. Ze hadden een protestactie gehouden met de slogan ‘stop islamisering’. Vlaams Belang noemde dat een aanval op de vrije meningsuiting. Bart De Wever zei: ‘Een mening breng je niet voor de rechtbank.’

“De rechtsstaat is het fundament van onze democratie: als een rechter zich uitspreekt, moeten we dat respecteren. Ik maak me zorgen als zelfs partijvoorzitters rechterlijke vonnissen publiek gaan verwerpen. Theo Francken zei onlangs in Humo dat hij is gestopt met oppositie voeren over corona: hij vond dat we aan één zeel moeten trekken. Laat ons dat dan ook doen in de strijd tegen extremisme. Het merendeel van de bevolking snakt naar een kalm, degelijk beleid. We mogen geen kibbelkabinet worden, zoals de vorige regering. Dat veroorzaakt onrust, verwarring en negativiteit bij de bevolking. Als we niet willen dat de extreme partijen in 2024 op de tafels staan te dansen, moeten we nú beslissingen nemen en het land hervormen. We moeten bewijzen dat de politiek nog wél werkt.”

Voorlopig zijn de mensen niet echt onder de indruk. Uit De Stemming, een onderzoek in opdracht van de VRT en De Standaard, blijkt dat het vertrouwen in de federale regering is gedaald naar 4,9 op 10. De Vlaamse regering doet het met 4,4 nog slechter.

“Er is nog een hoop werk. Toch voel ik dat mensen het appreciëren dat wij knopen doorhakken en niet vechtend over straat rollen. We hebben tijdens de coronacrisis ook een vrij stabiele rit gereden en hadden zeker niet de strengste maatregelen van Europa. Uiteraard liep niet alles goed, maar dat is eigen aan een crisis.”

Uit De Stemming bleek ook dat uw partij naar een historisch dieptepunt van 10 procent is gezakt. Hoe komt dat?

“Dat moet echt een wake-upcall zijn.”

Hadden jullie die nog nodig na de verkiezingen van 2019?

“Nee, we hebben toen een uitgebreide evaluatie gemaakt van wat er fout liep en daarna een nieuwe voorzitter gekozen: Joachim Coens.”

Bij Vooruit wist Conner Rousseau al voor een ommekeer te zorgen, terwijl CD&V verder naar beneden dondert. Is Coens al aan het mislukken?

“Dat is wel heel voorbarig. Joachim werd lang opgeslorpt door de regeringsonderhandelingen, en heeft zijn stempel al gedrukt door ons in de regering te loodsen en nieuwe gezichten te lanceren. Maar het is duidelijk nog niet genoeg. Vroeger stemden mensen voor ons vanwege onze ideeën over pensioenen, gezondheidszorg en welzijn. Nu blijkt dat we die thema’s niet meer kunnen claimen.”

Sterker: CD&V bleek de enige partij die geen énkel thema kan claimen.

“U bent toch niet gekomen om mij depressief te maken, hè? (lacht) We moeten focussen op enkele thema’s die we willen heroveren. Met frisse ideeën. De meeste mensen hebben geen afkeer van ons, maar staan nogal onverschillig tegenover CD&V. Dat moeten we aanpakken.”

Theo Francken zag in die slechte peiling voor CD&V het bewijs dat jullie niet ‘als vijfde wiel aan de wagen’ in de regering-De Croo hadden mogen stappen.

(verbaasd) Echt? Dat lijkt me een uitspraak uit jaloezie. Stel u voor dat wij níét in deze regering hadden gezeten! Waartegen hadden we dan oppositie moeten voeren? Als rood, blauw en groen over een thema discussiëren, komen ze pal in het midden terecht, op ónze lijn. Het loonakkoord was een CD&V-akkoord. De vergroening van de bedrijfswagens zoals we die nu gaan doorvoeren, komt recht uit ons verkiezingsprogramma. We zitten misschien niet meer aan het stuur, omdat we de premier niet leveren, maar ons verhaal is de gps van de regering.”

Schandalen als dat rond CD&V-burgemeester Veerle Heeren doen uw partij geen goed. Zij liet zichzelf en haar omgeving vroegtijdig inenten en hing nadien een valse versie van de feiten op. Toch blijft ze – ondanks een time-out – aan als burgemeester.

“Ik praat niets goed, maar heb ook geen zin om te oordelen over anderen. Ik kan alleen hopen dat mijn eigen moreel kompas sterk genoeg is om zulke situaties te vermijden, en nooit misbruik te maken van mijn positie als politicus.”

BEDRIJFSWAGENS

Begin deze eeuw omschreef politicoloog Kris Deschouwer uw partij al als een smeltende ijsschots. Ook toppolitici van andere partijen fluisteren dat CD&V op termijn zal verdwijnen.

“Niemand kan voorspellen hoe het partijlandschap er over tien jaar zal uitzien. Maar onze idealen zitten in de buik van de Vlaming. Het beste bewijs: andere partijen willen naar het centrum schuiven om stemmen te werven.”

Bart De Wever droomt nog altijd van een samensmelting met CD&V, naar het Duitse voorbeeld CDU–CSU. Is dat denkbaar?

“Het was zeventien jaar geleden denkbaar, dus... Een herverkaveling zal afhangen van details en toevalligheden. Het kartel CD&V–N-VA had net zo goed een kartel VLD–N-VA kunnen zijn. Geert Bourgeois sprak destijds ook met toenmalig VLD-voorzitter Karel De Gucht. Maar hoe het ook loopt: onze ideeën zullen de gps voor de samenleving blijven.”

De socialisten leken de voorbije weken misnoegd omdat Frank Vandenbroucke geïsoleerd stond in de corona-aanpak. Ze hadden ook gehoopt om meer binnen te halen in de discussies over lonen en bedrijfswagens.

“Er waren wat frustraties omdat ze in die dossiers hoog hadden ingezet, maar aan tafel was er gelukkig voldoende redelijkheid om tot akkoorden te komen. Er wordt vooral veel geroepen búíten de regering, door partijvoorzitters.”

Zijn de vicepremiers braver omdat ze nog relatief nieuw en onervaren zijn?

“Alles draait om de instelling waarmee je in de regering stapt. Als je die functie wilt gebruiken om jezelf en je partij te profileren, ben je verkeerd bezig. Dan zit je aan tafel om géén akkoorden te sluiten. Dat is het omgekeerde van wat we moeten doen.”

Met de effectentaks en de bedrijfswagens bracht u al twee delicate dossiers tot een goed einde. Bent u de mijnenveger van deze regering?

“Lap, alweer een nieuwe bijnaam! (lacht) Vooral de effectentaks was een kiezel in de schoen van de regering. Volgens het regeerakkoord moest mijn ontwerp pas klaar zijn tegen de begrotingscontrole in april. Maar de premier en ik voelden aan dat we het niet mochten laten etteren, anders werd een compromis bijna onmogelijk: de pers zou erop blijven focussen en de partijvoorzitters zouden straffe verklaringen blijven afleggen, waardoor niemand nog over de lat kon. Daarom kwamen we eind oktober al met een oplossing: we heffen 0,15 procent op effectenrekeningen waarop meer dan 1 miljoen euro staat. Dat moet 400 miljoen euro per jaar opbrengen: meer dan de effectentaks van de regering-Michel.”

In een interview met Het Laatste Nieuws spiegelde u zich aan Jean-Luc Dehaene.

“Hola! De journaliste vergeleek mij met Dehaene en ik zei dat ik dat niet erg vond. Uiteraard is hij een politiek voorbeeld: zonder hem waren wij een ander land. Wat hij heeft gedaan om België in de eurozone te loodsen, was heel straf. Dat heeft vandaag nog altijd een grote impact op ons leven. Ik heb wel dezelfde ambitie: we staan opnieuw op een cruciaal punt in de geschiedenis, en ik hoop dat mensen over twintig jaar zullen zeggen dat wij ons land erbovenop hebben geholpen na de coronacrisis en de welvaart voor decennia hebben verzekerd. En dat gaat veel verder dan de loondiscussie van een paar procentjes achter de komma: de grote hervormingen van onze belastingen, pensioenen en arbeidsmarkt zijn veel belangrijker.”

Volgens sommige krantencommentatoren lijkt de wereld na corona verdacht veel op die van ervoor: ‘De facturen worden nog altijd doorgeschoven naar volgende generaties. Heilige huisjes zoals de salariswagens blijven netjes overeind, grote hervormingen worden uitgesteld tot het einde van de legislatuur.’

“Het akkoord over de vergroening van de bedrijfswagens zal onze CO2-uitstoot tegen 2030 fors verlagen, waardoor we onze klimaatdoelstellingen zullen halen. Hoe kun je daar minnetjes over doen? En we doen dat met een duidelijk tijdskader, zonder mensen onmiddellijk in de portemonnee te zitten. Zelfstandigen en bedrijven krijgen de tijd om zich aan te passen en hun brandstofwagen te vervangen door een elektrische. Dit is een schoolvoorbeeld van wat een hervorming moet zijn.”

Na 2025 genieten alleen groene bedrijfswagens nog een fiscaal voordeel, maar die worden wel 100 procent aftrekbaar. Zo blijft deze regering mensen in de auto duwen.

“Salariswagens maken deel uit van het loonzakje van 800.000 mensen. Dat pak je niet zomaar af. Je kunt dat alleen doen in een grote fiscale hervorming, waarin je de loonlasten verlaagt, zodat mensen worden gecompenseerd.”

Zou u daar niet een beetje haast mee maken? We wachten al járen op die grote fiscale hervorming.

(lacht) Ik heb begin april een werkgroep van fiscalisten en economen aangesteld, onder leiding van professor Mark Delanote. Dat team zal alles voorbereiden.”

null Beeld Saskia Vanderstichele
Beeld Saskia Vanderstichele

Waarom zegt u niet tegen Delanote dat hij na de zomer klaar moet zijn, zodat alles nog dit jaar gestemd kan worden?

“Als ik het alleen voor het zeggen had, waren we volgende maand al klaar. Maar zo werkt het niet in zo’n gevoelig dossier. Deze week vragen we de input van het parlement. Dat wordt de basis waarop Mark en zijn team zullen werken. We organiseren ook rondetafels met de sociale partners, armoede-organisaties, milieuverenigingen en andere middenveldorganisaties.”

Als u wacht tot 2024 wordt dat toch een doodgeboren kind? Of gelooft u dat uw coalitiepartners vlak voor de verkiezingen nog heilige huisjes willen slopen?

“Ik mik op een evenwichtig akkoord, met genoeg eten en drinken voor iedereen, waardoor de dingen die ze minder graag lusten verteerbaar worden. Sommigen dachten dat deze regering niet zou werken vanwege de ideologische verscheidenheid. Maar dat is net onze kracht! Een liberaal heeft óók oog voor duurzaamheid, en de groenen vinden ondernemerschap óók belangrijk. Zo kom je tot mooie evenwichtige hervormingen.”

Professor Mark Elchardus schreef vorig jaar dat de factuur voor de bankencrisis werd afgewenteld op de belastingbetaler. De linkse partijen pleiten ervoor om dit keer een extra bijdrage te vragen van de rijken.

“Ik heb geen taboes. Maar het akkoord moet wel evenwichtig zijn. Met miljonairstaksen à la PVDA raken we nergens: dat jaagt sommige partijen alleen maar op de kast.

“Het systeem moet simpeler en rechtvaardiger worden. De excessen moeten eruit. Fiscale voordelen voor voetballers en butlers, dat kan niet meer. We moeten wieden in het oerwoud van fiscale aftrekposten en koterijen. De lasten op arbeid moeten omlaag, want daarin zijn we wereldkampioen. Veel experts en politici vinden dat we een deel daarvan moeten verschuiven naar kapitaal, consumptie en vervuiling. Maar als we onze fiscaliteit gebruiken om duurzame keuzes te stimuleren en vervuilende keuzes te ontmoedigen, moeten we er wel over waken dat we de armsten niet treffen.

“Verder ben ik voor een minimumbelasting voor bedrijven. Niemand ziet graag belastingparadijzen waar multinationals amper taksen betalen op hun winsten. De OESO werkt daar al jaren aan, maar Donald Trump hield dat tegen. President Biden heeft nu het licht op groen gezet om de wereldwijde race to the bottom te stoppen. Zijn minister van Financiën Janet Yellen legde begin april een minimale winstbelasting van 21 procent op tafel.”

Door het protest van sommige landen zal dat wellicht zakken naar 15 procent.

“Waarschijnlijk was 21 procent het openingsbod om te landen op 15 procent. Onderschat dat niet: in sommige landen betalen multinationals nu minstens 5 procent minder. Als die minimumlat er komt, is het gedaan met de belastingsparadijzen.”

VESPA

Maakt u zich geen zorgen over de oplopende staatsschuld? België kampte al voor de coronacrisis met een structureel tekort van 12 miljard euro, dat nu is gestegen tot 15 miljard.

“Europa verwacht dat we in 2021 en ’22 een groei van 4 procent zullen kennen. De consumptie zal ongelofelijk toenemen: veel mensen hebben het geld opgepot en staan te trappelen om het uit te geven. Daardoor zal de staatskas inkomsten binnenkrijgen.”

Theo Francken zei me dat de regering-De Croo niet zal saneren. ‘De socialisten willen geld uitdelen en dat compenseren met nieuwe belastingen, maar de liberalen zullen dat laatste zoveel mogelijk afblokken. Zo wordt de shit doorgeschoven.’

“We mogen niet de fout maken van na de financiële crisis, toen we op vraag van Europa een streng besparingsbeleid hebben gevoerd. Daardoor slabakte de economische groei. De impact van de coronacrisis is drie keer groter dan die van de financiële crisis. We moeten er nu alles aan doen om de groei weer aan te zwengelen. Het vertrouwen bij bedrijven en consumenten is hoog: dat mogen we niet fnuiken door fors te gaan saneren of een hoop extra belastingen in te voeren.

“Maar over twee jaar vallen we terug op de trage groei van vóór de coronacrisis. Met structurele hervormingen in de pensioenen, fiscaliteit en arbeidsmarkt moeten we proberen om die naar boven te krijgen. Als we erin slagen om meer mensen aan het werk te krijgen, trekken we de begroting ook weer recht.”

Zeven op de tien Belgen geloven niet dat de regering een plan heeft om de economie er weer bovenop te helpen.

“Dat ligt nochtans klaar. Wij gaan zwaar investeren in digitalisering en duurzaamheid. Europa biedt ons daar de middelen voor. Er komt ook een transformatiefonds waarin de man in de straat kan beleggen. Zo hopen we het slapend spaargeld te activeren. Als de inflatie stijgt, zoals we nu zien, brengen die spaarcenten alleen maar minder op. We willen mensen de kans geven om te investeren in bedrijven die het België van morgen zullen vormgeven, in ruil voor een beter rendement.”

Bent u een belegger?

“Mijn belangrijkste investering is het huis dat we vijf jaar geleden hebben gekocht. Het is van de jaren 20 en er is nog werk aan. We betalen die lening nu af en sparen voor de verbouwing. Daarnaast beleg ik wat in fondsen.”

Geen bitcoins?

“Nee, daar blijf ik van weg. Zo hoog is mijn risicoprofiel niet.”

Hoe belangrijk is geld voor u?

“Ik ben niet materialistisch. In het weekend rijd ik nog altijd rond in mijn eerste auto: een bruine Golf break van 2013. We slapen nog in ons eerste Ikea-bed en onze zetels komen uit de vroegere living van mijn ouders. Ik wil mezelf blijven als minister. Voetjes op de grond. Overdag neem ik belangrijke beslissingen, maar ’s avonds wil ik met mijn maten een pint kunnen drinken in een volkscafé waar de mensen mij aanspreken als Vincent, niet als ‘meneer de minister’.”

U gaat met uw ministerloon toch wel één decadente aankoop doen?

“Ik zeur tegen mijn vrouw al jaren om een Vespa-oldtimer. Daarmee zou ik graag naar het zuiden van Italië rijden. Dat idee dateert uit mijn doctoraatsjaren, toen ik met een vriend vier dagen door Piemonte ben gesjeesd. Fantastisch! Michael Van Peel heeft die droom al waargemaakt en schreef er een boek over (‘Van Peel tot evenaar’, red.). Bij mij wordt het een droom voor later, vrees ik.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234