Zaterdag 06/03/2021

'Ik doe van alles,ik doe alles graag en ik luister naar alles'

Jean Blaute, de 'alles-man'

In bouwvakkershemd, ernstig en geconcentreerd zit hij voor het mengpaneel in opnamestudio Jet. 'Actie, bezig zijn', zegt Jean Blaute. 'Het moet. Als het stopt, kunnen er rare dingen gebeuren in de bovenkamer, dan dreigt het licht uit te vallen.' Blaute begon met platen verkopen, nu maakt hij ze. Er zijn weinig Vlaamse zangers en groepen waarmee hij niet werkte. De meeste artiesten werden vrienden. En vriendschap heet bloedband bij Blaute. De muzikale doet-al produceert, acteert, jureert, en treedt zelf op, dat laatste met de Instant Imodium- pillen bij de hand. 'Den trak', zegt het jurylid van Idool 2003. 'Ik blijf het hebben, en dat betekent... nu ja, kakken hé!'

Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Blaute maakt muziek, in de beide betekenissen van het woord: hij creëert en treedt op. Om te voorkomen dat hij weer die vraag krijgt 'wat hij het liefste doet', begint hij er maar zelf over. "Ik moet afwisseling hebben, want mijn vervelingsdrempel is hoog. Optreden blijft natuurlijk iets aparts, maar ook daar treed ik niet op de voorgrond. Evenmin ben ik geschikt om in de orkestbak te zitten. Ik moet de frontman kunnen bewonderen, zijn grootste fan zijn."

U hebt uw idolen rondom u nodig?

"En dan probeer ik me niet te veel te verstoppen zodat ik misschien ook een beetje hun idool kan worden (lacht)."

Uw eerste optredens vonden plaats in de woonkamer, aan de zijde van uw vader-accordeonist. In de platenzaak van uw ouders verkocht u intussen 'plakskes' van Eddy Wally.

"Ik heb een vrij ruime muzikale opleiding genoten, privé en in muziekscholen en conservatoria. De muziek leerde ik evenwel echt kennen thuis. Ik heb van mijn tiende tot mijn twintigste in onze platenwinkel in Zottegem gewerkt en vanaf mijn twaalfde deed ik bestellingen bij de vertegenwoordigers van de muzieklabels: jazz, pop, rock en country. Ik leerde niet alleen de muziek kennen, maar ook de mensen die ze kocht. Zo ontwikkel je een manier om met diverse smaken om te gaan op een leeftijd waarop je nog niet verondersteld wordt breeddenkend te zijn. Op je vijftiende hoor je 'fuck Eddy Wally en 'lang leve The Beatles' te zeggen. Nu zei ik ook 'lang leve The Beatles', maar ik zei er niet 'fuck Eddy Wally' bij. Mensen die het populaire Vlaamse lied kochten, beleefden er kennelijk plezier aan, werden er zelfs door ontroerd. Ik moest er soms wel hard om lachen hoor, maar ik heb op die klanten nooit neergekeken. Wellicht ging ik, vanuit die ervaring, zo'n aversie ontwikkelen tegenover specialisaties. Muziek is de meest ongrijpbare en meest abstracte der kunsten. Het is dus oneindig boeiend om daar een spons in te zijn, om zoveel mogelijk interessante informatie te halen uit de muziek van alle tijden, uit de hele wereld. Ik luister al mijn hele leven naar álles, maar dat betekent niet dat ik alles goed vind."

Op welke leeftijd worden voorkeuren ontwikkeld?

"Bij mij was dat op mijn tiende, toen ik ontdekte dat er genres bestonden."

Wie was uw vroegste idool?

"Prinses Paola, maar die kon geen gitaar spelen. Het werd dus Chet Atkins. Toen ik tien was, kreeg ik een gitaartje uit onze etalage. Pianoles volgde ik al en gitaar ging ik nadien op mezelf leren. De eerste gitarist die ik boeiend vond, was Atkins. Die speelde niet zomaar akkoorden of riffs. Hij speelde melodieën, begeleiding en bas, alles tegelijk. We hadden toen een fantastische vertegenwoordiger van het label RCA, de broer van Bobbejaan Schoepen. Hij heeft me mijn eerste plaat van Chet Atkins gegeven met de opdracht: speel daaruit tegen volgende week een liedje na. Het werd 'Freight Train'. Het lukte me, niet zo goed als Atkins, maar sindsdien werd ik Chet genoemd door broer Schoepen. Na Atkins kreeg ik bewondering voor de jazzmuzikanten, voor Jimmy Smith op orgel, voor Toots Thielemans. Thielemans heb ik voor het eerst gezien toen ik twaalf was, in een jazzclub in Zottegem. En op mijn vijftiende heb ik voor het eerst met hem gespeeld, in diezelfde club. Toots mondharmonica en ik piano. Ik herinner het mij nog goed, en Thielemans deed dat ook. We zijn later goede vrienden geworden en hebben nog veel samen opgetreden. Het was echter geen sinecure, dat optreden en studeren tegelijk. Ooit luisterde ik met mijn vaders band een schoolbal op en de maandag daarop werd ik door mijn leraar wiskunde voor de hele klas gehaald en publiek vernederd. Muziek, zei die man, was verderf. Ik moet hem dankbaar zijn. Hij heeft een solide basis gelegd voor mijn later dilettantisme. Op mijn achttiende was ik fulltime muzikant, en daar bleef het niet bij. Ik was ook een paar jaar acteur bij het Gentse Arca. Muziek is steeds de hoofdschotel geweest, maar er moest altijd iets bij. Later werd dat radio en televisie, en arrangementen maken en producen, wat ik nu vooral doe."

Roland Van Campenhout werd een van uw belangrijkste bloedbroeders, ook hem leerde u in Zottegem kennen.

"In die jazzclub, jawel. De eerste keer dat ik hem wou zien, zag ik hem niet. Hij kwam niet opdagen voor zijn eigen concert. Dat was op zich een groot Roland-statement: er niet zijn. Roland was toen al wereldberoemd in Vlaanderen, berucht, een beetje het slechte voorbeeld voor de jeugd. Hij droeg kortom alles in zich wat ik als zestienjarige nog niet mocht zijn. Twee weken na zijn forfait is hij het komen goedmaken en heeft hij er in die club een ongelooflijke lap op gegeven. Nadien hebben we kennisgemaakt en een beetje samen gespeeld. Dat is niet meer gestopt. Roland is zo'n beetje mijn oudste broer. We beginnen nu zelfs goed voor elkaar te zorgen, gelijk twee ouwe peekes."

Wie zorgt het best voor wie?

"O, dat is fifty-fifty. Roland kan me wel heel goed opvangen. Ik heb een paar jaar geleden niet de meest vrolijke periode uit mijn leven meegemaakt. Drie jaar lang was er onophoudelijk slecht nieuws rondom mij. Ik verloor de pedalen. Motivatie en zelfvertrouwen smolten weg en op het juiste moment was daar dan altijd Roland, die de deur openduwde met de onsterfelijke zin: 'Zeg Peeke, zouden we niet wat gaan spelen, jonk.' Zo trok hij me altijd weer naar de oppervlakte. Roland is kortom een mooi mens, grappig, maar als het over muziek gaat, bijzonder ernstig. We kunnen ongelooflijk de paljas uithangen, maar wanneer we een plaat van Ray Charles opleggen, tja (diepe zucht) dan overkomt hét ons weer. We vertellen elkaar ook steeds de verhalen achter de muziek, soms honderd keren hetzelfde verhaal, telkens met iets erbij. En dan vertellen we dingen over Ray Charles die Charles zelf nog niet wist (lacht), dingen die Charles vooral nooit gezien heeft (schatert)."

Hoe kwam u met rock-'n-roll in contact?

"The Beatles hebben me de weg gewezen naar hun roots: Chuck Berry, Elvis, The Everly Brothers, Little Richard. In de platenzaak thuis hadden we natuurlijk ook die muziek, maar ik luisterde daar niet naar. Ik dacht dat die rock-'n-roll iets voor oudere mensen was. Toen The Beatles echter 'Roll over Beethoven' speelden of 'Kansas City', ging ik op zoek naar de originelen."

Welke instrument bespeelt u het liefst?

"Hammondorgel, daar word ik ook het meeste voor gevraagd. Het is ooit jaren gitaar geweest. Ik besef echter, en ik hoor dat ook, dat ik het beste op orgel ben. Ik ben volgens mijzelf ook de beste jazzmuzikant. Thuis dan. Echt waar, de allerbeste jazzpianist, enfin, toch de beste uit mijn straat."

In de loop van uw carrière hebt u voor al wat naam had gespeeld, muziek gemaakt, gearrangeerd, geproducet, van Ann Christy over Wim De Craene en Johan Verminnen tot Raymond en Sarah Bettens. U ligt mee ten grondslag aan onze lokale wereldhits: 'Tim', 'Meisjes', 'I'm Not An Addict'...

"Toen ik mijn eerste studiosessies deed als muzikant, dacht ik: vroeg of laat zit ik niet meer achter deze piano maar aan die mengtafel daar. Ik wou regisseren. Ik werd daarin aangemoedigd door een paar artiesten. Vooral Johan Verminnen is heel belangrijk geweest, en zijn producer, de grote Jean Kluger. Kluger zei me op een dag dat ik er maar aan moest gaan. Hij stuurde me een paar keer naar Engeland, met vijf akkoordenschema's. In Londen stonden dan zes muzikanten klaar en ik moest met hen een paar nummers opnemen: twee voor Johan Verminnen, twee voor Will Tura en een voor Marva. Twee dagen later werd ik in België verwacht met goede klankcassettes. Dat waren echte droppings, ik deed in mijn broek van angst. Stel je voor, je staat daar zonder veel ervaring in die Londense Morgan-studio's voor legendarische muzikanten. De eerste ploeg waar ik mee opnam, had net met Lou Reed 'Walk On The Wild Side' gedaan. Ik wist dat het die gasten waren, maar zij wisten niet wie ik was en ze wisten vooral niet wie Marva was. Voor mij waren die droppings nodig om mijn lef te testen en mijn broekschijterij te overwinnen. En het waren belangrijke opstappen. Later ging ik dan rechtstreeks met Wim De Craene, Ann Christy, Raymond werken. Mijn grote voorbeeld was George Martin, producer-arrangeur van The Beatles. Ik was een Beatle-fanaat, maar ik wou nooit John Lennon of Paul McCartney worden, ik wou eigenlijk George Martin worden, de onzichtbare, de vijfde Beatle, de man die als geen ander klanklandschappen kon schilderen."

De Vlaamse George Martin bleef evenwel in Vlaanderen hangen en werkte voor de meest uiteenlopende artiesten, ook voor Urbanus.

"Ik heb ooit geacteerd in Urbanus' films. Een keer speelde ik zijn lief, Jeanine. Compleet met dunne zomerjurk, nylonkousen, rode naaldhakken, sacoche, vlinderbril en pruik. Tijdens de opnames op de Brusselse kermis ben ik zelfs door vijf geëxciteerde Marokkanen achternagezeten, die dachten dat ik een echt meisje was. Om maar te zeggen, hoe diep ik ging in mijn rol.

"Urbanus is one of a kind, iemand die zichzelf heeft uitgevonden, een dorpsfilosoof, boerenslim. Hij weet heel goed wie hij is en wat hij niet kan en hij staat er nog steeds, hé? Hij is een van mijn beste maten. Ik heb zijn eerste grote optreden gezien, op de plaats waar hij eigenlijk werd ontdekt, het humorfestival van Heist. Vrienden hadden me gezegd: 'Jean, wij hebben een gast ontdekt, je gaat in je broek doen van het lachen. Dat zag je nog nooit. Die tiep komt met zjatten en taloren op het podium, hij spreekt oneindig traag, en speelt onmogelijke liedjes, wars van alle melodieën en maatsoorten.' Nu, ik was meteen verkocht. Later heeft Urbanus mij gevraagd met hem te werken. We hebben vijf albums gemaakt en wereldhits gescoord zoals 'Quand les zosiaux' om er één te noemen."

Geeft dat geen immens gevoel als u later de liedjes hoort waarvan u mee het succes bepaalde?

"Het heeft wel iets. Onlangs hoorde ik 'Tim' van Wim De Craene op de radio en ik ging het toch even harder zetten. Er overviel me meteen iets van... trots misschien? Al klinkt dat natuurlijk pedant. Het gaf me het gevoel van 'misschien mag ik eens leren tevreden te zijn'. Wim vind ik dan nog de meest onderschatte artiest van zijn generatie. Hij had geen makkelijk karakter, was zelfs vrij labiel, maar het was een groot hart en een groot talent."

U hebt in die hele carrière ook moeten leren afscheid nemen, van momenten, van de liedjes zelf ook, eens gemaakt en door anderen gezongen, maar ook fysiek van vrienden zoals De Craene.

"Wim is ten onder gegaan, hij is gesneuveld. Waaraan hij stierf, zullen we nooit weten. Ik kan er alleen niet tegen dat het onverbloemd zelfmoord wordt genoemd. Hij had veel gedronken en wat pillen geslikt. Ik hou het op een ongeluk. Er zijn er intussen nog een pak heengegaan. Ik ben er intussen 51 en de laatste jaren sneuvelen ze bij bosjes. Zanger Koen De Bruyne, regisseur Jean-Pierre De Decker, allemaal mensen met wie je die vibes had. Hun verhalen draag je mee voor de rest van je leven. Dat is trouwens de reden waarom ik nog niet te veel lijd onder afscheid nemen. Ik houd iets over. Herinneringen, of... ik kan hun muziek opzetten."

U hebt Sarah Bettens 'ontdekt' of beter, haar de eerste stappen zien zetten.

"Ze heeft bij mij haar eerste auditie gedaan. Op een dag stond ze in mijn huis samen met filmmaker Patrice Toye. Roland zat, of beter lag toen ook bij mij thuis. We waren verschrikkelijk doorgezakt de nacht daarvoor, hadden nauwelijks geslapen, en waren nog groggy toen dat bedeesde meisje binnenkwam. Patrice was bezig met de kortfilm Mannen maken plannen en Sarah zou daarin het liedje 'I'm So Lonesome I Could Cry' zingen. Ik ging achter de piano zitten, Sarah begon te zingen en na drie maten ben ik gestopt. Ik kon efkes niet meer. Ik dacht, wat is dit? Magie. Kamervullend. Hartverscheurend. Juist. Timing. Vertelling. Stem. Roland stak zijn bezopen kop boven en kon alleen maar verbaasd toekijken. Twee weken later zijn we met Sarah de studio ingegaan en in één take was het gefikst. Ik heb toen ook haar twee eerste cd's gedaan. Sarah kon echt alles. Ze kocht een gitaar, speelde drie akkoorden en besloot zelf een liedje te maken. Nu, dat is wel 'I'm Not An Addict' geworden. Het zijn van die onverwachte talenten die je zelden tegenkomt. In mijn leven is het dus welgeteld één keer gebeurd."

Hoe zit het intussen met uw eigen groep, de legendarische Centimeters?

"O, die komen nog weleens samen om iets te eten en te drinken."

En om jaarlijks op te treden tijdens de Ronde van Vlaanderen, naar het schijnt van achter een immense kamerplant?

"Klopt. Volgende week is het weer zo ver. De Ronde. Ik ben een kind van de Vlaamse Ardennen, en sinds mijn tiende een grote wielerfan. Chet Atkins, en Rik Van Looy, waren de idolen, later The Beatles en Rik Van Looy. Als ik ging fietsen in mijn streek en een berg opreed, dreunde in mijn hoofd de commentaar façon Fredje Debruyne 'jawel dames en heren, ontsnapping van Jean Blaute met op honderd meter John Lennon, gevolgd door Rik Van Looy'. Mijn idolen reden altijd mee in mijn koers.

"Maar wat die Centimeters betreft: sinds tien jaar spelen we zowel bij aankomst als vertrek van de Ronde 'vrolijke koersmuziek', genre 'Viva Bomma', afgewisseld met wat jazz en blues, à la Jimmy Smith. Zo leert het koerspubliek ook iets. Aan de meet zitten we dan in de vip-tent, achter een rij plantenbakken achtergrondmuziek te spelen, die weleens op de voorgrond durft te treden met, als ik echt in vorm ben, Zappaiaanse versies van 'Eviva España'. En dan zie je ineens Briek Schotte voor je staan en Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck, al die goden. Die denken dat ik daar maar zit te spelen, terwijl ik gewoon van hun aanwezigheid geniet."

U doet werkelijk alles, en naar verluidt met een groot perfectionisme.

"Ik hoor dat woord niet graag. Mijn inzet heb ik gewoon van thuis meegekregen. Ik bereid de dingen gewoon goed voor. Zowel wat werk betreft, als ontspanning. Als ik naar Schotland trek met de moto, ben ik er al geweest. Zo goed heb ik het voorbereid dat wanneer ik voor het eerst in de streek ben, ik die streek als het ware terugzie. En eens weer aan het werk, met een nieuw project, ben ik weer vertrokken, een beetje fanatiek inderdaad, maar ook vol angst. Dan beginnen ook de slapeloze nachten."

'In depressie starten om in euforie te eindigen', het zou een van uw motto's zijn?

"Ook van Wim Opbrouck. We hebben het er al vaak over gehad. We kennen dat beiden goed, voor het aanvangen van een project of een optreden: den trak, de faalangst en dat vertaalt zich dan in, tja, kakken hé."

Jullie blijken ook de mannen van 'de middeltjes' te zijn tegen de ongemakken die spanning teweegbrengt, wandelende apotheken vol maagzout en antidiarreepillen.

"Klopt, idem voor Wim. Als we op tournee gaan, hebben we het allemaal bij ons: geen drugs of kalmeerpillen, maar de gebruikelijke pijnstillers, genre Dafalgan, Perdolan, Maalox en vooral Imodium. We zijn niet alleen lopende apotheekjes, we willen die spullen ook een beetje verzamelen. In Engeland tijdens de opnames voor De Bende van Wim konden wij zelden een apotheek voorbijtrekken zonder er even binnen te gaan. We gingen ook altijd met een zakje gerief naar buiten. Alles proeven hé. Die goede oude poedertjes tegen maagzuur. Dat zal wel geen kwaad kunnen, zegden we, we hebben weliswaar geen maagzuur vandaag, maar we zullen het vandaag ook niet meer krijgen."

U bent een beetje een hypochonder?

"Zeker. We moeten er ook altijd stáán voor het publiek. Ik ben er wel van overtuigd dat we die middeltjes te snel nemen. Waar andere mensen zeggen 'o, het was een beetje dun vandaag', zeggen wij 'nee, over een kwartier moet ik op het podium staan en ik wil daar niet staan pruttelen'. Dus, doe maar op, een Instant Imodium."

Het lijkt een beetje vreemd voor iemand die zo zelfverzekerd oordelen gaat vellen over kandidaten, zoals u in 'Idool 2003' doet. Vindt u het overigens niet lastig op een beetje kunstmatige manier artiesten te helpen 'maken'?

"Er zit natuurlijk een artificiële kant aan. Dat was ook de reden waarom ik zo lang getwijfeld heb om eraan mee te doen. Ik had ooit gezworen nooit in muziekjury's te zullen zitten, of op de tv het orakel te zijn. Waarom heb ik het toch gedaan? Jan Leyers vormde mijn waarborg, ook hij is een vriend. Hij vond dat we de Vlamingen maar eens moesten laten langskomen om te zingen. Dat was zijn simpele en eerlijke motivatie."

U hebt verschrikkelijke dingen aan moeten horen, zeker in de preselecties. Het leken soms audities voor de film 'Iedereen Beroemd'.

"We hebben zeshonderdvijftig kandidaten gezien van wie we er vijftig over moesten houden. Het was slopend, we waren kapot. Nadien volgden slapeloze nachten, nachtmerries. De farmaceutische industrie heeft er in mijn geval weer wel bij gevaren (giert het uit). Toch slaagden we er naar mijn mening in een paar persoonlijkheden te selecteren binnen dat populaire genre. Brahim bijvoorbeeld is nu al een idool, of hij wint of niet. Zulke figuren trek je door zo'n programma naar boven."

Oordelen vellen lijkt een van uw vaste opdrachten. In april start u weer als 'Rechtvaardige Rechter' op Canvas. Hebben we al niet genoeg beoordelaars in deze commentaar-maatschappij?

"Bij de Rechtvaardige Rechters is het lol, spielerei. Ik voel me daar absoluut geen beoordelaar. Dat is vrolijk schimpen. Rechtvaardige Rechters op de radio deed ik wel veel liever dan het tv-programma. Op de radio hangt er mysterie rond. Op de tv moet je meer acteren, je wordt gezien. Ik ben daar nogal beducht voor, hoe ik me bij dat publiek aandien. Het is fragiel. Voor je het weet ben je een slechte komiek. Ik geef toe dat ik thuis met gekrulde tenen naar de afleveringen kijk. Ik ben nogal streng voor mezelf."

U hebt een zoon van vijftien die ook muziek speelt, hoe streng bent u voor hem?

"Mijn zoon heeft vier jaar saxofoon gespeeld, stortte zich daarna op de gitaar en nu is hij sinds een jaar met twee platendraaiers en een mengtafel in het genre drum & base bezig. Ik weet niet hoe ik er voor hem probeer te zijn. Misschien toch een beetje een vriend, zoals ik dat was met mijn vader. Mijn pa was mijn kameraad. Volgens de moderne pedagogen is dat wellicht geen manier van omgaan, dat is de stijl van de jaren zestig. Ik probeer nu een midden te vinden tussen mijn zoon de levieten lezen en met hem een camaraderie ontwikkelen."

Heeft uw vader u altijd gevolgd tijdens uw carrière, ook tijdens uw beruchte periode van sex & drugs & rock & roll?

"Hij heeft me steeds gevolgd, en ook aangemoedigd. Mijn vader was overigens zelf geen heilige. Die ging weleens op stap en kwam nooit recht van een optreden naar huis. Het accordeon was in pa's jonge jaren wat later de elektrische gitaar geworden is. Daar kwam vrouwvolk op af.

"Mijn vader heeft me overigens niet alleen gevolgd tijdens die rock-'n-roll-periode, hij heeft er mij in zekere zin ook in geloodst. Ik was een Beatle-fan, maar hij vond The Stones beter, dat waren zo geen mietjes, vond hij, die konden live spelen en hadden een veel betere show. Hij heeft me twee keer naar hun concerten meegesleurd. De derde keer heb ik hem meegenomen, tien jaar geleden naar Rotterdam. We zijn ook samen naar jazzoptredens geweest om na zo'n concert op stap te gaan en 's anderendaags thuis te komen."

Uw vader stierf vlak voor u met 'De Bende van Wim' op reis vertrok.

"Het was hard, pa en ma tegelijk kwijt, maar ik leerde het aanvaarden. Ik heb wel gemerkt dat hij sinds zijn dood een stuk van mij werd, ik kreeg echt dat gevoel van mijn vader in de spiegel te herkennen. Mijn vrienden zeggen me dat ik sinds pa's dood verstild ben in gezelschap. Mijn vader was geen roeper, wel een geestige man, maar een stille. Het is zo, Leonard Blaute is een beetje in mij neergestreken."

Uw maten zijn uw broeders, uw vader was uw kameraad. Vriendschap en afstamming lopen bij u vrolijk dooreen?

"Vriendschap is iets kapitaals, bloedband is dat ook. Dat gaat over verwantschap, zielsverwantschap. Zoiets vormt soms mede de grondslag voor bepaalde projecten die ik met die vrienden doe."

Verklaart dat uw samenwerking met Clouseau? Niet meteen uw genre, neem ik aan. Hier drijft veel op vriendschap?

"Nogmaals, ik kijk niet neer op het populaire genre. Op een integere manier iets populairs goed maken, is heel moeilijk, maar ook heel mooi. Dat heb ik met Clouseau ervaren. Dat zijn producties waar ik heel trots op ben. Koen Wauters is een uitvoerder, een entertainer, een prachtige zanger. Binnen dat verhaal moet je dan kwaliteit brengen. Ik heb vier cd's met Clouseau gemaakt en de broers Wauters zijn heel bijzonder geworden. Het is dus beide: de populaire muziek van Clouseau zweer ik niet af en dat ze vrienden zijn, is zeker van groot belang."

Mensen die u kennen, noemen u af en toe een triestige clown. Weemoed en humor zouden bij u op een vreemde manier samen spelen.

"Ik ben geen treurwilgje hoor, maar die weemoed en dat levensbeschouwelijke, zit er wel. Al is dat voorbehouden voor mij en mijn close omgeving. Daarnaast blijk ik ook iemand te zijn die mensen makkelijk aan het lachen brengt, die dat in zijn Gestalt heeft. Ik kreeg dat van mijn moeder mee. Af en toe is het er, als de situatie of het gesprek een beetje een faux-sérieux krijgt. Dan durft de verveling op te duiken en dan durf ik iets te doorprikken, waardoor de toon verandert, het allemaal wat lichter wordt."

Zo houdt u ook ongewenste mensen op een afstand?

"Niet iedereen mag dicht komen. Humor is het schild waarmee ik me afdek. Het neemt mijn intimiteit in bescherming. Maar daarnaast is mijn humor echt een wapen tegen de valse ernst. Mensen die zichzelf zeer ernstig nemen, zijn mijn privé-cabaretiers. Ze komen elke dag op de televisie, dus ik word echt wel verwend de laatste tijd. Vooral mannen doen graag zo ernstig als ze officieel moeten zijn. En als ze onder hun kameraden zijn, worden ze kinderen, late pubers. Ik weet dat en als zulke jongens weer ernstig worden in mijn gezelschap, leg ik er graag een mijntje onder. Dat heb ik geleerd in de Jacques Brel-school."

Het is ook iets typisch van uw streek. In Zuidoost-Vlaanderen is het een sport om iedereen te bespotten, hun namen te wijzigen, ernst meteen door luim te vervangen.

"Zeer waar, wat je daar zegt. Als ik in een café in Zottegem binnenkom, ben ik na vijf minuten al door iemand een hak gezet en heeft die persoon al tien hakken teruggekregen. Alles gebeurt er echter verbaal. Ik heb nooit gevochten, dat werd in onze streek niet gedaan. Toen ik later in Brabant terechtkwam, bleek dat daar in cafés werd getoekt. Zodra er iets sarcastisch was gezegd, volgde een peer van jewelste. In Zottegem werden alleen verbale peren uitgedeeld."

Wat is het beste wat u in uw leven hebt gedaan?

"Ach, ik vind wel dat ik globaal gezien gewoon mijn bést heb gedaan, in de zin van niet willen ontgoochelen, steeds opnieuw proberen en zoeken. Zoeken naar balans in mijn eigen bovenkamertje en naar een balans in het omgaan met de mensen. Ik heb ook mijn best gedaan om vals van schijn te onderscheiden. Ik vind Clouseau minstens even integer als bijvoorbeeld Raymond, misschien zelfs nog meer. Hoe ouder je wordt, hoe minder blaasjes men je kan wijsmaken. Je trapt minder in de val van de schijn die rond een artiest hangt en ook moet hangen. Een artiest moet kunnen toveren, hij moet de mensen in vervoering brengen, van deze planeet tillen. De grote artiest is echter niet altijd de grote mens. Vandaar dat ik na een concert van iemand die ik enorm bewonder op het podium, nooit backstage wil gaan. Daar vallen de doeken weg en die wil ik er toch het liefste rond hebben.

"Intussen weet je natuurlijk nog steeds niet wat ik het beste vind van wat ik deed. (twijfelt) Ik hoop dat het beste nog moet komen. Stel dat het al gepasseerd was, dat zou pas vervelend zijn. Ik ga dus door met werken, met actie, met bezig zijn. Het moet, want dat is voorlopig het veiligste voor mij. Als ik stil val, wordt het gevaarlijk in de bovenkamer. Dan ga ik snel tobben, dreigt het licht uit te vallen. Slechte tijdingen kunnen dan binnen komen en beginnen woekeren. Dat is de laatste jaren een paar keer te veel gebeurd. Gelukkig heb ik er mezelf uitgewurmd, met vallen en opstaan, zonder medicatie of psychiater. Ik werk nu door en ik werk zeer graag. Ik ben eigenlijk de man van alles. Ik luister naar alles en ik doe alles graag waar ik mee bezig ben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234