Donderdag 25/02/2021

'Ik doe het een jaartje kalmer aan'

Fassbinders monsterlijke creaties zijn zelfportretten die ervan overtuigd zijn dat liefde kouder is dan de dood

Rainer Werner Fassbinder

Wat is koud? De sigaret van Raymond Goethals. IJskoud? Het gevriesdroogde lijk van Otzi. En wat is kouder dan de dood? De liefde volgens Fassbinder. In zijn eerste film Liefde is kouder dan de dood (1969) zet Fassbinder de ijzige toon voor de rest van zijn oeuvre. In zijn debuutfilm verbindt hij de dagelijkse liefdesverwikkelingen en liefdesverstikkingen van zijn protagonisten met een misdaadplot. Maar, verklaarde hij: "Waar je mee blijft zitten als je deze film gezien hebt is niet dat er zes mensen vermoord zijn, dat er een paar doden gevallen zijn, maar dat deze arme mensen niet wisten wat ze met liefde moesten aanvangen, die mensen zijn gewoon op aarde neergepoot en hadden simpelweg geen keuze."

To love or not to love - willen of niet, we hangen van liefde af. Mensen zijn emotionele vampieren, met dat verschil dat mensen ook overdag in de weer zijn om elkaar leeg te zuigen. Afzien dus. Fassbinder toont zijn lijdende voorwerpen evenwel niet in Jambers-close-up. Bij de laatstgenoemde aanpak wordt de drugsverslaafde drugsallergicus, de hoer met tien kinderen en geen babysit, in het enge beeldkader gegijzeld. Fassbinder kiest consequent voor de afstandelijke analyse. Zijn huiskamerdrama's - huisvaders, stoute dochters en zenuwzieke moeders vormen het gros van zijn acteursbestand - zijn altijd gefilmd vanuit de hal. De camera blijft op de drempel staan zodat we vanop een afstand kunnen zien hoe de biedermeiermeubels en daarmee ook de klassenwaarden tijdens heftige ruzies door de kamers vliegen. Maar de afstand tussen het publiek en de gebeurtenissen op het scherm blijft bewaard in de geest van Brechts vervreemdingseffect. Door die ingebouwde afstand krijgt het publiek een kans om zijn eigen houding ten opzichte van (zijn eigen) typisch Duits-burgerlijke milieu te bestuderen, in plaats van rechtstreeks in de Kleenex te vliegen.

Fassbinders grootste internationale succesfilms Maria Braun (1978), Lola (1981), en Veronika Voss (1982) schetsen een sociaal-kritisch portret van vrouwen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Een vrouw zoekt naar haar vermiste man, een cabaretkunstenares aarzelt tussen twee machtige mannen, en een aangespoelde filmster uit het Derde Rijk probeert er het beste van te maken. Deze films dragen vaak een nauwkeurige analyse van het sociale behang van die jaren mee. Als patroon blijft de robuuste bloem immer populair. Het is steevast de keuze voor de degelijke huisvrouw.

Fassbinder gebruikt meestal vrouwen voor de hoofdrol omdat die hem naar eigen zeggen toelaten 'meer' te tonen. Het door Fassbinder onderschreven cliché wil dat mannen zich immer en altijd conform de maatschappij gedragen omdat zij heel heel lang geleden de wetten gemaakt hebben. En daar wil Fassbinder niet aan meedoen. Fassbinder maakt zijn clichés wel zelf. Masochist, zelfvernietiger, vette ledernicht die sneller van neukpartner verandert dan van onderbroek: ziedaar de karikatuur die Fassbinder doelbewust van zichzelf gemaakt heeft.

Ook in zijn films zit hij niet om een karikatuur meer of minder verlegen. Zo ging hij maar wat graag om clichévrouwen en blijtpopjes te leen bij de Hollywood-regisseurs Michael Curtiz, Otto Preminger, King Vidor, en Douglas Sirk. Die regisseurs, die allemaal aanhangers van het melodrama waren, hadden zich op uiteenlopende manieren, als serieuze meesterfilmers of als meesterlijke kitschboeren, ingespannen om de illusie van waarachtige emoties te creëren. Het publiek moest geloven dat Lucille Ball en Grace Kelly hun ziel uit hun lijf weenden en moest zover worden gebracht om zelf een cathartische traan mee te plengen. Fassbinder daarentegen maakt ons met zijn imitaties van Hollywood-beelden - waarin hij zich cinematografisch ten volle kan uitleven - voortdurend duidelijk dat zijn actrices aan het performen zijn: de pathetiek en dramatiek druipen eraf, de scènes vol Grootse Vrouwelijke Emotie zijn zo pompeus als lelie-chrysantbehang met ruches. De personages van Fassbinder moeten een Dramatische rol spelen die hen door de maatschappij werd toegewezen en keer op keer komen ze klem te zitten tussen hun verplichte nummertje en hun eigen identiteit. Alsof de vrouwen hun gezichten hebben afgenomen zodat we hun maskers kunnen zien, om het met een Oscar Wilde-paradox te zeggen. Dat Fassbinder geen prozacvrije vrouwen gebruikt bij het in beeld brengen van zijn obsessies, is een gevolg van zijn geloof in de grote 'gekkendichtheid' per westerse vierkante meter.

Filmcriticus Thomas Elsaesser noemt Fassbinders werk "de cinema van vicieuze cirkels". Bij de typische situatie in een Fassbinder-film komt een dominante persoon kijken (ouder, partner, baas) die sadistische eisen stelt, verraad pleegt, de protagonist misleidt of laat zitten. De protagonist slaagt er op een of andere manier niet in om aan de dominantie te ontkomen. Maar de antagonist heeft ook weinig controle over zijn of haar daden, en wordt geleid door ingewikkelde en soms onbewuste motieven. Wat uiteindelijk overblijft, is iets als solidariteit tussen slachtoffers. De bevrijdende bananenschil van de lach, die komt er niet.

Fassbinder werkte met een vaste groep van vrienden-acteurs, en verscheen ook zelf als acteur in zijn eigen films. Fassbinders vrienden karakteriseerden de regisseur als een gek, een onverantwoorde, ironische, gemene en zeer loyale zak die zichzelf te kijk zet in zijn films. Weinig regisseurs leefden inderdaad een meer openbaar leven dan Rainer Werner Fassbinder, en bij weinigen was hun leven zo nauw verbonden met hun artistieke output. "Film is het familieleven dat ik nooit had", zei hij. In een jaar met dertien maanden (1978) is een kleinschalige, snelgemaakte film waarin Fassbinder ook zijn grote, dode geliefde herdenkt. Elvira, een transseksueel die vroeger bekend stond als Erwin, gaat in de laatste dagen voor haar zelfmoord met een vriendin-prostituee (gespeeld door Ingrid Caven, de echtgenote van Fassbinder) enkele plaatsen en personen bezoeken die belangrijk waren in haar leven. In een onvergetelijke scène keert Elvira terug naar het weeshuis waar ze grootgebracht werd door nonnen en krijgt het brutale verhaal van haar eerste levensdagen te horen. Fassbinders camera zit de non (gespeeld door Fassbinders moeder) eindeloos achterna. Ze marcheert door de gangen met militaire precisie en vertelt Elvira/Erwins verhaal in geuren en kleuren. Blijkt dat Elvira door haar grote liefde gedwongen werd een geslachtsveranderingsoperatie te ondergaan. Eens die operatie achter de rug was, liet haar grote liefde haar in de steek, voor een andere vrouw. Fassbinder zou zijn vriend iets vergelijkbaars gelapt hebben. De man/vrouw pleegde zelfmoord.

Als gezegd cultiveerde Fassbinder doelbewust het imago controverse te stoken. In tegenstelling tot een Theo van Gogh zou de kogel van eer de subversieveling Fassbinder wel toegekomen zijn. In de verdrukkende nieuwe economische wondertijd van West-Duitsland was hij bereid om moeilijke onderwerpen als terrorisme, klasse-uitbuiting door links zowel als rechts en masochisme op een provocatieve maar niet-sensationele manier aan te kaarten.

Als Fassbinders werk een diep begrip van bittere machtsspelletjes tussen schijnbare geliefden toont, is dat wel degelijk een afspiegeling van de spelletjes die hij zelf beoefende in zijn relaties met de acteurstroep die hem omzwermde. Daarnaast was een zelfbewustzijn van zijn eigen demonische persoonlijkheid ook de bron van zijn onmiskenbare genie. Fassbinder was er trots op dat hij een verdrukker was en had medelijden met zowel beul als slachtoffer. Tegen deze achtergrond is zijn werk zowel een unieke persoonlijke catharsis als een breuk met het wrede gemoraliseer van regisseurs die neerkijken op de vijanden en schurken die ze in het leven roepen voor dramatische doeleinden. Fassbinders monsterlijke creaties zijn zelfportretten die ervan overtuigd zijn dat liefde kouder is dan de dood omdat liefde, of geen liefde, hoe dan ook het gevecht in zich draagt. Zoals de visjes in Alaska die een speciaal soort vloeistof in hun vissenlijf hebben en niet de vriesdood sterven. Wat Fassbinder dan dacht over de dood? Een lauwwarme grap, een korte pauze om even op adem te komen tussen enkele levens in. De dood is niets voor hem. "It's a bad joke that won't last. Not with winter coming." (zei Coco Chanel ook over de minirok)

Saskia De Coster

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234