Maandag 03/10/2022

'Ik denk niet dat we aids ooit kunnen uitroeien'

Als je seropositief bent, kan je de toegang tot de VS geweigerd worden, zelfs om één dag New York te bezoeken. Wie beweert dat aids een ziekte is als een andere kraamt onzin uit. Een hiv-patiënt moet liegen en is bang om betrapt te worden

Hij was een van de eersten die de ware omvang van de aidsepidemie durfde in te zien, maar als boegbeeld van UNAIDS wil Peter Piot vooral niet ter plaatse blijven trappelen. Hij wil vooruit kijken, ver vooruit. 'We moeten onze boodschap voortdurend herformuleren. Sommigen worden daar zenuwachtig van, ik vind dat vooral fascinerend. De tijd van brandjes blussen is voorbij.' Dus gaat Piot ook nieuwe fora als Google en YouTube bespelen. Door Nathalie Carpentier

en Bild-journalist had geen betere ziekte kunnen verzinnen: homoseksuelen neuken zich dood, geheimzinnig virus uit het oerwoud, dokters snellen te hulp. Seks, spanning en sensatie." Anno 2007 lijkt de scherpe pen waarmee Peter Piot in 1985 het debat over aids in ons land probeerde open te breken tot een heteroseksuele epidemie op wereldschaal misschien verzacht, de passie waarmee de Belgische microbioloog de internationale strijd tegen aids blijft voortstuwen is niet het minst afgezwakt. Al heeft hij met de jaren als directeur van het aidsprogramma van de Verenigde Naties steeds meer het belang van zijn diplomatieke talenten leren in te zien.

"Ik blijf maar praten, hé", zegt Piot halverwege het interview. En hij ratelt weer verder. Want straks, stipt om elf uur, wacht een volgende afspraak. Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast. Het zou op Piot en zijn niet te stoppen drive van toepassing kunnen zijn. Af en toe lijkt Piot wat verward over te komen, maar het is iets anders: nog voor hij zijn ene zin heeft afgerond, zit zijn hoofd al bij de volgende gedachte.

Aidsexperte Marie Laga, die in de jaren tachtig onder Piot werkte, kent de kracht van zijn drive maar al te goed. "We hadden een ontzettend dynamische ploeg, we stonden vooraan in de strijd tegen die enge onbekende ziekte. We hadden epidemiologen, virologen en clinici. En een visionair die voor alle anderen inzag dat aids een ongelooflijk belangrijk probleem zou worden. Die laatste was Peter Piot."

Aids leek aanvankelijk een vrij selectieve ziekte, die hoofdzakelijk homo's trof. Wanneer besefte u dat er veel meer aan de hand was?

Peter Piot: "Al vrij vroeg tijdens de epidemie zagen we aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde patiënten met aidssymptomen uit het toenmalige Zaïre, Burundi en Rwanda. Zij pasten niet binnen die eerste definitie: het waren geen homo's, er waren zelfs veel vrouwen bij. Aids leek ons veeleer iets heteroseksueels te zijn. Toen ik later naar Kinshasa trok om uit te zoeken of dat klopte en al die jongeren met aids zag, mannen én vrouwen, wist ik het zeker: dit beperkte zich niet tot tot homo's en drugsgebruikers."

U hebt destijds nochtans hard moeten vechten om dat aanvaard te krijgen.

"Ja, ironisch genoeg wilden toen noch wetenschappers noch de homobeweging aanvaarden dat het ook heteroseksueel overgedragen kon worden, zelfs niet toen de naakte feiten voor hun neus lagen. Iedereen was zo geconcentreerd op de VS en Europa dat men blind was voor de rest van de wereld. Daar had ik het zeer moeilijk mee, ook al hoeft die houding niet eens te verbazen. Er is nu eenmaal weinig interesse voor wat er gebeurt in de ontwikkelingslanden. Maar het was zelfs ontzettend moeilijk om onze resultaten gepubliceerd te krijgen. Hoewel ons artikel over aids in toenmalig Zaïre in 1984 een van de meest geciteerde artikels was van dat jaar, had The Lancet het eerst geweigerd. Ze vonden onze observaties enkel lokaal van belang, terwijl het de eerste grote studie was die toonde dat een heteroseksuele epidemie mogelijk was en zich in Zaïre al voltrok."

Hoelang hebt u gedacht: 'we krijgen aids vrij snel weer onder controle'?

"In het begin dacht ik dat nog, de typische medische hybris. Maar eind jaren tachtig was ik die illusie al kwijt, vooral door het werk in Afrika. Dat besef kwam snel, vooral toen ik het belang van gender en armoede zag bij de verspreiding van hiv en merkte hoe moeizaam je preventieprogramma's kunt opzetten bij populaties die analfabeet zijn en waar seksueel geweld heerst."

In het begin benaderde u aids vooral als onderzoeker. Daarmee alleen zou het nooit lukken.

"Als epidemioloog bekeek ik aids aanvankelijk als een klassiek infectieziekteprobleem. Met de jaren groeide het besef dat we hier met iets veel fundamentelers te maken hadden, vooral omdat dit over seks gaat. Een heteroseksuele epidemie heeft, zeker in Afrika, in de eerste plaats te maken met de positie van de vrouw. Als je zo'n probleem écht succesvol wilt aanpakken moet je het benaderen als een maatschappelijke en sociale kwestie, niet enkel als een medische."

"Nu weet ik wel dat je slechts genoeg geld bijeen krijgt als je mensen ook politiek weet te mobiliseren. En voor preventie heb je niet zozeer artsen of verpleegkundigen nodig, maar wel journalisten, pastoors en politici. Als het gaat over informatie, opvoeding en het veranderen van sociale normen kunnen zij veel meer levens redden dan dokters. Net zomin als stoppen met roken een kwestie is van medische technologie kun je bij aids ook niet gewoon iemand een spuitje geven en hup, we zijn ervan af. Aidspreventie heeft vooral te maken met softere thema's als gedragsverandering of condoomgebruik. Dat is iets waar velen zich ongemakkelijk bij voelen."

Voor u zich op aids toelegde, was u nochtans ook al bezig met seksueel overdraagbare ziektes, zoals hepatitis B en syfilis.

"Ik kende soa's wel, maar ik was er mij niet van bewust hoe belangrijk het is om mensen die besmet zijn, de échte betrokkenen, ook op te nemen in je gezondheidsprogramma's. Zij weten het best waar het over gaat. Dat heb ik gaandeweg moeten leren. De eerste campagnes waren ofwel betuttelend ofwel angstaanjagend. Wìj zouden hen wel even vertellen wat goed voor hen was, dat was het discours. Dat werkt niet. Destijds zat ik in Vlaanderen in een coördinatiecomité met allemaal dokters. Ik herinner me de enorme weerstand bij die medische specialisten om er seropositieve patiënten of andere niet-artsen bij te betrekken. In veel landen is het nu nog altijd moeilijk om hiv-patiënten mee rond de tafel te krijgen. Ik ben net terug uit Nairobi van een vergadering over vrouwen en aids. Er waren ongeveer 500 seropositieve vrouwen van over de hele wereld, hun verhalen waren echt ontstellend. Hun positie is dubbel zo erg, zij worden helemaal niet aanvaard of hen wordt gezegd dat zij de ziekte voortzetten als dragers."

Om echt iets te bereiken was een revolutie van de geesten nodig, een minimale openheid over seksualiteit, zei u vroeger. Is dat gelukt?

"Ik denk het wel. Ik herinner me nog hoe Dirk Avonts en ik voor het eerst een condoom toonden op tv in Vlaanderen. Omdat het een live-uitzending was, konden ze ons niet censureren. We hebben op een stok gedemonstreerd hoe je een condoom moest aandoen. De dagen erna stonden de kranten vol met lezersbrieven die er schande van spraken. Als je ziet dat men nu zelfs over anale seks spreekt op tv is er toch al heel wat veranderd. (lacht) Je kunt niet met aids omgaan als je niet over seks praat. Men heeft dat wel geprobeerd, maar dat is onmogelijk. Aids heeft veel meer openheid over seks gekweekt en heeft zeker een grote rol gespeeld bij de homo-emancipatie in het Westen. Dat zie je nu ook stilaan veranderen in andere delen van de wereld waar homofobie heerst, zoals het Caraïbisch gebied en India. Dat zijn de positieve kanten van de catastrofe. Ik hoop dat hetzelfde zal gebeuren voor de positie van de vrouw in veel landen."

Toen u onlangs zei dat we de aidsepidemie voor moeten blijven, verwees u naar de toenemende feminisering van aids in Afrika. Is dat de belangrijkste uitdaging waar we in de toekomst voor staan?

"Absoluut. De positieve evolutie in de aidsepidemie is dat we nu echt een goede behandeling hebben. In Kenia krijgt nu de helft van de patiënten die het nodig heeft retrovirale therapie. Dat is fantastisch, want we komen van nul. Maar de belangrijkste verandering is vooral de vervrouwelijking van de epidemie. In Kenia is 67 procent van de hiv-patiënten vrouw, in heel Afrika 60. Op elk continent stijgt dat. Dat heeft gevolgen waar we nog niet aan aangepast zijn. We hebben geen middelen om vrouwen te beschermen. Hopelijk levert onderzoek naar microbicides (virusdodende zalf, NC) iets op, maar we moeten ook iets doen aan seksueel geweld in de wereld."

Een andere kopzorg is de verslappende aandacht voor aids.

"De vraag is hoe we aids hoog op de politieke agenda kunnen houden. Er moet geld beschikbaar blijven, een beleid ontwikkeld worden. Nu zijn 2,5 miljoen mensen in ontwikkelingslanden in behandeling. Dat is goed nieuws, alleen hangen zij voor hun overleving af van rijke landen. Dat is een zeer ongezonde situatie. Waar zal dat geld vandaan blijven komen? Als het Amerikaans Congres van de ene dag op de andere zou beslissen dat aids hen niet meer interesseert en ze al het geld beginnen te stoppen in klimaatopwarming, sterven al die mensen. Zo simpel is dat.

"Daarnaast zien we overal in West-Europa meer en meer nieuwe infecties bij jongere maar ook oudere homomannen, en ook bij migranten. Behandeling is voor het leven maar dat geldt ook voor preventie. We moeten nu veel meer een visie op lange termijn ontwikkelen voor aids. Van de klimaatverandering dachten we vroeger dat het ons pas over honderden jaren zou treffen, vandaag zijn we beland in een kortetermijncrisis. Bij aids zie je net de omgekeerde beweging: iets wat aanvankelijk een kortetermijncrisis leek, moet nu op langere duur bekeken worden. Daarom zijn we bij UNAIDS begonnen met het project AIDS 2031. Dan zal het vijftig jaar geleden zijn dat de eerste zieken opdoken. Dat betekent niet dat we tot dan moeten wachten. Integendeel, we moeten nu al zien wat we tegen dan kunnen doen."

Bij die nieuwe besmettingen bij homo's in het Westen spelen moeilijke ethische vragen. Als je nu besmet raakt, draag je mee verantwoordelijkheid, omdat je jezelf had kunnen beschermen. Tegelijk zijn er zelfs mensen die bewust hun serostatus verzwijgen tegenover hun sekspartners. Dat thema blijkt moeilijk bespreekbaar, maar is dat niet nodig?

"(zucht) Of men nu onoplettend is en even vergeet wat er moet gebeuren of bewust nalaat iets te doen, die schuldvraag speelt een rol, ja. Maar je moet ervan uitgaan dat mensen niet altijd de waarheid zeggen. Hoeveel vrouwen zijn niet zwanger geraakt terwijl ze beweerden de pil te nemen? Die kwestie is niet nieuw. Aids drukt ons op onze kwetsbaarheid als mensen. We zijn niet perfect, we zijn geen robots. Daar houdt men in preventiecampagnes niet genoeg rekening mee. Zeggen dat je een condoom moet gebruiken volstaat niet, het gaat over meer dan dat.

"We evolueren trouwens naar een maatschappij die met hiv moet leven. Ik denk niet dat aids ooit de wereld uit zal gaan. We kunnen het misschien op een laag pitje brengen, maar het volledig uitroeien zie ik niet gebeuren. Tenzij er een honderd procent effectief vaccin komt, maar dat zit er voorlopig niet in. Voor al wie omtrent aids werkt, is dat een ontnuchterende realiteit: beseffen hoe weinig je soms effectief tegen aids kunt doen."

Om een cijfer dat u daarover vaak noemt te citeren: voor elke behandelde patiënt komen er nu zes nieuwe infecties bij. Waar haalt u de energie om tegen die ontnuchterende realiteit te blijven vechten?

"We hebben geen andere keuze. Wat is het alternatief? Dat we aanvaarden dat er elke dag wereldwijd 12.000 mensen besmet worden en er 8.000 sterven? We mogen ons nooit neerleggen bij onrechtvaardigheid én bij wat onvermijdelijk lijkt maar te voorkomen is. Je mag niet vergeten dat we ook echt wel resultaten boeken. In meer en meer landen, ook in ontwikkelingslanden, daalt het aantal nieuwe besmettingen. Vandaag krijgen 2,5 miljoen mensen retrovirale behandeling. Nee, dat is zeker niet genoeg, maar wie had ooit gedacht dat we dat zouden bereiken?"

"Ik ben zeker niet uitgeblust, maar we moeten verder kijken dan het crisismanagement van vandaag. Tot nu hebben we vooral achter de epidemie aan gelopen en hier en daar een brandje geblust. Maar ik ben geen chirurg. Zij behalen in medische termen onmiddellijk resultaat, in positieve of negatieve zin. Wij beogen een maatschappelijke evolutie of een mentaliteitsverandering, dan moet je je jobvoldoening niet proberen te halen uit snelle resultaten. Wat mij ook enorm stimuleert, zijn de ontmoetingen met mensen die besmet zijn, de kracht die van hen uitgaat. Er werken overigens heel wat seropositieve patiënten bij UNAIDS. Iedereen is hier ontzettend gemotiveerd, hier vind je geen nine-to-five bureaucraten. "

Als u een mentaliteitswijziging probeert te realiseren, frustreert het u dan niet om te zien dat de aandacht voor veilig vrijen in het Westen ondanks alle campagnes verslapt?

"Ik zie daar vooral de kwetsbaarheid van mensen in. Aidsbestrijding gaat ook niet over social engineering. Het zijn de positieve resultaten die mij recht houden. Wat wij met UNAIDS doen, moeten we ook durven te herdenken. Waarschijnlijk moeten we vandaag met andere boodschappen komen, andere media gebruiken om te communiceren met jongeren van nu, ons infiltreren in MySpace en Facebook. Daarom werken we met Google.org, omdat we nog niet genoeg inspelen op de sociale interactiemiddelen die jongeren vandaag gebruiken. Jezelf voortdurend moeten aanpassen is niet makkelijk, sommigen worden daar zenuwachtig van, maar ik vind dat vooral fascinerend. Wij moeten net als alle anderen onze boodschap verkopen en nu doe je dat anders dan tien jaar geleden."

Wat beoogt u juist met de conferentie met Google.org die u dit najaar hebt gepland?

"Die conferentie maakt deel uit van AIDS 2031, maar is uitgesteld tot begin volgend jaar. Omdat Google nu zowat dé bekendste merknaam ter wereld is, willen we op Google jongeren bij elkaar brengen om na te denken over de toekomst van aids. Het wordt een combinatie van jonge entrepreneurs, artiesten, politici, jongeren uit grassrootsorganisaties. Met Google zal die boodschap ook op YouTube komen. Via Google kun je wereldwijde communicatie op gang brengen door vijftig mensen bij elkaar in een kamer te zetten."

"Met UNAIDS moeten we zoveel mogelijk verschillende segmenten van de maatschappij bereiken. Daarom werken we ook veel samen met religieuze organisaties. In België is dat minder het geval, maar in andere landen bereiken die heel veel jongeren. Wij zoeken voortdurend het beste medium om onze doelgroepen te bereiken. In Nairobi heb ik net gesproken met de Young Women's Christian Association (YWCA). Wat gaan jullie daar zoeken, kun je dan denken. Ze hebben wereldwijd misschien wel 23 miljoen leden, dáár gaat het ons om. Of je nu zakenmensen bereikt via het World Economic Forum in Davos of jonge vrouwen via YWCA, dat maakt niet uit."

Hoe ziet u aids verder evolueren?

"De toekomst van aids is hoegenaamd nog niet zeker. We weten niet waar we naartoe gaan. Ik denk dat we een combinatie zullen krijgen van landen met een flinke daling van het aantal nieuwe besmettingen, waar we een echt open atmosfeer zullen krijgen over aids en seksualiteit, met daarnaast landen die de epidemie veel conservatiever zullen benaderen. Ik ben vooral ongerust over de evoluties in Oost-Europa en Rusland. Daar heb je erg weinig investeringen in sociale programma's. Het gaat er over geld, geld en geld. En dat geld is er in handen van een kleine groep."

"Ook de vraag of de volgende medicijnen wel beschikbaar zullen zijn, verontrust mij. Nu meer en meer mensen onder behandeling zijn, zullen we steeds meer tweede- en derdelijnsbehandeling nodig hebben, omdat het virus resistent wordt tegen bestaande medicijnen. Die zijn veel duurder en niet altijd verkrijgbaar als generische producten. Dat is een belangrijk probleem. Enerzijds hebben we de industrie nodig om nieuwe medicijnen te blijven produceren, anderzijds vraag je haar die te verkopen tegen de laagst mogelijke prijs, maar onder die voorwaarde zullen ze geen nieuwe pillen maken. Dat is een verschrikkelijk dilemma."

Lange tijd gold een vaccin als dé finale oplossing. Maar de resultaten met experimentele vaccins vallen telkens tegen. Vorig jaar zei u nog dat we op dit ogenblik nog niet eens echt goed weten wat we juist in een vaccin moeten stoppen. Als we niet op korte termijn op een vaccin moeten rekenen, heeft het dan zin om daar zoveel hoop op te vestigen?

"We hebben geen keuze, we moeten erop blijven werken. Een vaccin zou een enorm verschil kunnen maken, zelfs als het mensen maar voor 60 procent zou beschermen. Ik verwacht niet dat we een volledige bescherming halen, maar met 60 procent zou je het aantal besmettingen al enorm kunnen doen dalen.

"Al zal een vaccin ook nieuwe problemen opleveren. Hoeveel gaat dat kosten? Hoe gaan we dat aan de man brengen? En nog: als je gevaccineerd bent tegen hiv heb je antistoffen tegen hiv, dus ben je in principe seropositief zonder ooit echt besmet te zijn geweest. Dat zal interessante dilemma's opleveren. Nu al vragen verzekeringsmaatschappijen een negatieve hiv-test voor een levensverzekering. Als je seropositief bent, kan je zelfs de toegang tot de VS geweigerd worden, zelfs om één dag New York te bezoeken. Wie beweert dat aids een ziekte is als een andere kraamt onzin uit. Als je diabetes hebt, kun je zonder problemen naar New York reizen. Maar een hiv-patiënt moet liegen en is bang om betrapt te worden. Als je toegeeft dat je seropositief bent, kun je eventueel een uitzondering krijgen en een visum, maar je staat wel genoteerd in een speciaal register."

Vindt u het niet hallucinant dat zulke discriminerende situaties na al die jaren nog altijd bestaan?

"Natuurlijk, zoiets is totaal onaanvaardbaar, om veel redenen. Ten eerste helpt het niet, daardoor zul je de verspreiding van hiv niet stoppen in de wereld of in een bepaald land. Ten tweede is het een totale schending van de mensenrechten. Met UNAIDS werken wij sterk op de bestrijding van zulke discriminaties maar tot nu helaas met weinig succes."

Als u terugblikt, wat had u de voorbije 25 jaar anders moeten aanpakken?

"(resoluut) Veel. Ik had sneller politiek actief moeten worden. In de jaren tachtig deden we vooral aan onderzoek. Toen dacht ik: als we de feiten maar op tafel kunnen leggen, alles documenteren, dan zal dat de noodzakelijke verandering wel teweegbrengen. Dat is natuurlijk heel naïef, een typische illusie van academici. Achteraf bekeken had ik sneller moeten proberen een beweging van de grond te krijgen. Ook met UNAIDS hadden we aids sneller in de politieke arena moeten brengen. We zijn pas echt succesvol geworden sinds we dat gedaan hebben. Vanaf 2000 zijn we beginnen samen te werken met de algemene vergadering van de VN, de Veiligheidsraad, de Organisatie van de Afrikaanse Eenheid, de G8, het World Economic Forum, met de organisaties waar de macht zich bevindt. Dat heeft een geweldig verschil gemaakt. Anders stonden we nu nog nergens."

U was in de pioniersjaren tachtig al bezig met de strijd tegen aids, nu vecht u ertegen op wereldschaal. In hoeverre hebben die voorbije 25 jaar u als persoon veranderd?

"Je wordt vooral nederiger. Ik heb beseft dat onze condition humaine toch beperkingen inhoudt. We zijn veel kwetsbaarder dan we willen toegeven. Toch kunnen we een verschil maken. Ik ben ook optimistischer geworden: zelfs met beperkte middelen kun je heel wat realiseren. In de strijd tegen aids heb je echte helden. Telkens als ik in contact kom met seropositieve mensen in arme landen ben ik zwaar onder de indruk. Ik ben er nog meer van overtuigd geraakt dat we iets moeten doen aan de onrechtvaardigheid in de wereld. Ik voel me enorm geprivilegieerd dat ik dit kan doen. Dat ik deze baan heb, dat ik aan een van de grote problemen van onze tijd kan werken, dat ik daarmee invloed heb op de wereldscène. (zacht) Als ik het moeilijk heb, denk ik daaraan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234