Maandag 14/06/2021

'Ik denk niet dat iemand de tifo komt ophalen'

Het gigantische wit-rode ding hangt aan tribune 3 nog aan één touw vast, als een afgedankte schotelvod. Even later ploft het naar beneden. 'Het is er een beetje over natuurlijk. Maar wel sterk, hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen.' Impressie van bij de ultra's van Standard Luik, 24 uur later.

Van de vele honderden die zondag in tribune 3 de onthoofding van Steven Defour hielpen uitbeelden, waren er misschien niet eens tien die wisten wat ze aan het doen waren. Er waren geruchten over iets verrassends, zeker. Maar dat het dit zou zijn, dat wisten ook de meeste mensen achter de tifo niet. In en rondom de tribune liggen op maandagnamiddag nog enkele A4'tjes te vergaan in de regen. Het zijn de pamfletten die de Ultras Inferno 1996 voor de wedstrijd lieten circuleren. De tekst, vertaald uit het Frans: "Help ons dit zeil te ontvouwen, maar zonder eraan te trekken. Waak ervoor dat het strak blijft en dit tot het einde van de muziek bij het betreden van het terrein door de spelers."

Onderaan het pamflet prijkt een tekening van een horrorfiguur met de tekst: "RSCL till I die."

De pamfletten geven aan dat er niks van gelogen was toen de directie van Standard zondagavond liet weten de Defour-tifo nooit onder ogen te hebben gekregen. Zij gingen ervan uit dat bij het ontrollen van het plastic "RSCL till I die" zou verschijnen.

"De ultra's zijn slim geweest", zegt een van de jongens met een bladblazer die de strijd hebben aangevat met een niet te overziene berg Jupilerbekertjes, lege sigarettenpakjes en andere troep. Hij houdt een wit T-shirt met brandplekken omhoog. Op de borst: een foto van een zeven jaar jongere Steven Defour met de Gouden Schoen. Het shirt is achtergelaten vlak bij de glazen box, voorbehouden voor spelers van Standard die zich occasioneel mee laten onderdompelen in de wildste der mensenzeeën. Jelle Van Damme woonde in deze box weleens een wedstrijd bij, en ook Laurent Ciman. En Steven Defour zelf, tijdens de legendarische play-offs van 2011.

"En dat, dat vergeven we hem nooit", zegt een van de ultra's die we kort kunnen spreken. "Als je hier ooit hebt gestaan, kun je niet naar Anderlecht."

'Geniaal'

Rond drieën komt het gevaarte met een plof naar beneden. Het ding blijkt te zijn gemaakt van met tape aan elkaar gekleefde silothene uv, een dik plastic dat wordt gebruikt in de bouw. Er zitten touwen in verwerkt om het synchroon te kunnen afrollen over de hele tribune. Het materiaal zou zijn gestolen op bouwwerven, of is gerecycleerd van vorige tifo's. Normaal wordt een tifo na de wedstrijd daarom netjes weer opgerold en meegenomen. Deze keer niet. Er is sprake van straffen tot vijf jaar stadionverbod voor de makers.

De blazerjongen, grijnzend: "Nee, we verwachten niet dat iemand hem zal komen ophalen."

Net zo min als van de club krijg je van deze kerel een eenduidig antwoord op de vraag wat hij hier nu zelf van vindt. "Het is er een beetje over, natuurlijk", zegt hij uiteindelijk. "Maar wel sterk, hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen."

Aan de tifo, vernemen we, is zes weken met man en macht gewerkt. Op een vandaag meer dan ooit geheime plek. Bij vorige gelegenheden was er relatief veel openheid over de tifo. De twee grote supportersclubs, de ultra's en PHK, hadden altijd een goed contact met Christian Hannon, de veiligheidsverantwoordelijke bij Standard. Hij waakt er over dat de grens van het aanvaardbare net niet wordt overschreven. Hij zou eind 2013 groen licht hebben gegeven voor de tifo van PHK in tribune 4. Ook toen kwam Anderlecht op bezoek. Je zag een personage uit Scarface met een machinegeweer en de tekst: "Welkom bij je ergste vijand."

Sindsdien mogen tifo's op Sclessin alleen nog na toestemming van de directie. Wat natuurlijk veronderstelt dat het juiste ontwerp wordt voorgelegd.

Het gevaarte is zondagochtend tussen acht en negen door tientallen ultra's in opgerolde toestand het stadion binnengebracht en met zorg bevestigd aan metalen rustpunten bovenaan in de tribune.

De ultra: "Ook de meeste van de dragers hadden geen idee wat voor tifo ze aan het dragen waren. Eigenlijk was het best wel geniaal."

Vechtershart

Je hoeft geen al te grote analyticus te zijn om de graffiti op de muren aan de binnenkant van tribune 3 te doorgronden. Links zie je in de allerklefste communistische traditie een jongen en een meisje met een grote rode vlag, gelukzalig starend naar de toekomst. Rechts zie je Che Guevara en daartussen het opschrift "working class hero". Je ziet het zwarte silhouet van een oude staalfabriek en daartussen in feestelijke tekens twee data. 20 april 2008 en 24 mei 2009. De data van de twee titels waar de mensen hier een kwarteeuw op hebben gewacht.

Eind vorig jaar spraken we hier met Max, de leider van de ultra's. "De graffiti zijn gemaakt door iemand van de (marxistisch-leninistische partij) PTB", zei hij toen. "We hebben het geschenk aanvaard op voorwaarde dat de naam van de partij er niet in voorkwam. Met zo'n Che Guevara hou je de skinheads buiten. We zijn ergens inderdaad politiek gekleurd, maar het gaat dan meer om een aantal basiswaarden. Solidariteit met de zwakkeren, gelijke kansen voor iedereen, het collectief gaat voor op het individu. Het is niet dat we politiek willen vermengen met sport, maar we zijn wel uitgesproken antiracistisch en antifascistisch."

Max moet als baas van de ultra's op de hoogte zijn geweest van het Project Defour. Gisteren kregen we hem niet aan de lijn. De harde kern was al sinds de zomer bezig met deze ene dag, 25 januari. De terugkeer van hij die ooit zelf ook werd afgebeeld op een tifo. Samen met Axel Witsel. Dat was tijdens een Standard-Anderlecht, voorjaar 2011. Dit was de laatste wedstrijd van het gouden middenveld van Standard. Er stond, letterlijk, dat beide spelers vanaf nu clublegenden waren geworden. Het betekende dat ze werden verheven tot dezelfde status als een Eric Gerets of - beter nog - Roger Claessen.

Van het slechts 41 jaar oud geworden clubicoon siert een gigantische beeltenis de achterkant van de hoofdtribune. Op 8 maart 1967 moest Claessen, alias Roger La Honte, in de kwartfinale van een Europacupwedstrijd tegen het Hongaarse Gyori naar de kant met een gebroken arm. Standard stond achter, wissels waren in die tijd nog niet toegelaten. Volgens de legende (tv-beelden waren er in tijd niet) klokte de speler in de dug-out een halve whiskyfles naar binnen en rende terug het veld op. Om het doelpunt van de kwalificatie binnen te koppen.

Claessen werd vaak de avond voor de wedstrijd preventief opgesloten in de gevangenis van Saint-Léonard. Dan kon hij zich niet bezatten, en dan zong de hele gevangenis op zaterdagavond het clublied: "Allons, les Rouches!" Extase, dat is waar het op Standard nog altijd om draait.

De ultra: "Een goede speler is niet noodzakelijk een goede Standardspeler. Het publiek wil mentaliteit zien, een vechtershart. Voor veel mensen op tribune 3 is elke dag een overlevingsstrijd, ze worden helemaal warm van een ploeg waarin iedereen knokt voor elkaar. Zo'n Mehdi Carcela die ontploft en Bjorn Ruytinx een klap in zijn gezicht geeft, dat vinden ze prachtig. Daar verover je harten mee. Steven Defour was de kapitein tijdens de kampioensjaren 2008 en 2009. Hij was voor al die mensen de Roger Claessen van zijn tijd, hij belichaamde jarenlang alles wat dit publiek wilde zien, vooral dan in die geladen treffens met Anderlecht. Standardfans hebben duizenden keren het filmpje aangeklikt van zijn reactie na de titel in 2008: 'Die van Anderlecht zouden beter hun mond houden.' Hij had na zijn passage bij Porto naar alle clubs kunnen vertrekken, naar één niet. En dat weet hij zelf ook."

Familie

Steven Defour maakte het al eens mee, als joch met Standard op het terrein van Racing Genk. Vooraf cirkelden politiehelikopters rond het station, er was sprake van verraad en doodsbedreigingen. Het deed hem niks, de vijandigheid, zo liet Defour zich laatst nog ontvallen in Karakters, bij Ben Crabbé. Hij ging er zowaar beter van spelen. "Voilà, de uitdaging", zegt de ultra. "Iets maken waar zelfs hij van uit zijn lood zou worden geslagen. Dat ook hem zou omverblazen. Hij kent ons. Hij wist wat de consequenties zouden zijn door bij Anderlecht te tekenen. De tifo was niet bedoeld om grappig te zijn, hij was bedoeld om hem te doen inzien hoe hard hij op onze ziel heeft getrapt."

Anderlecht is alles wat Standard niet wil zijn. De overkoepelende Luikse supportersclub heet Famille des Rouches. Overlijdens van supporters worden thuismatch na thuismatch door de stadionomroeper betreurd, aanstaande papa's kopen een eerste body voor hun baby in de Planète Rouge, de fanshop. Naast smerige kreten aan het adres van Defour zie je in de mensenmassa op Sclessin ook spandoeken als "RIP Loic". Als ze in Luik familie zeggen, dan bedoelen ze familie.

"Familie ben je voor je leven", zegt de jongen aan de kassa. "Natuurlijk is het schandelijk, die tekening. Maar mensen, het is een tekening, het is geen echt mes. Het is een cartoon." Familie ben je in kwade tijden, en in goede tijden.

Op 6 februari, de thuismatch tegen Péruwelz-Moeskroen, hebben de supporters blijkens een ander pamflet in tribune 3 opnieuw een actie gepland. Iets wat opnieuw duizenden handen synchroon moet mobiliseren, maar achteraf wellicht iets minder weerklank zal krijgen op Twitter. Alle supporters is gevraagd iets eetbaars mee te brengen, zegt het A4'tje: "Pasta, suiker, droge koekjes, rijst, conserven... Deze zullen worden verdeeld in de Luikse daklozenrestaurants."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234