Zondag 25/09/2022

GetuigenissenLeven met een alcoholicus

‘Ik denk dat veel mensen alcoholist zijn zonder het te beseffen. Je hoeft er geen twintig pinten per dag voor te drinken’

null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Een paar weken terug getuigden bekende geheelonthouders in Humo over hun leven zonder alcohol. Tamara Hanegraaf, de weduwe van Pieter Aspe, las de promillevrije verhalen met gemengde gevoelens: ‘Mooi dat ze erover praten, maar afkicken is géén walk in the park.’ Ze weet waarover ze het heeft: Aspe maakte er geen geheim van dat hij te veel dronk, ze zag hem eraan ten onder gaan. Veel mensen maken vanop de eerste rij mee hoe hun partner, ouder of kind de strijd tegen de drank verliest.

Evelien Roels

Tamara Hanegraaf (55): “Er zijn de laatste tijd veel BV’s die zeggen: ik stop met drinken. Door dat zo losjes te verkondigen laten ze het wel heel makkelijk klinken. Dat kan hard aankomen bij mensen met een echte verslaving, bij wie het niet lukt om te stoppen. Of ze krijgen van hun omgeving te horen: kijk eens, waarom kan Evi Hanssen dat wel en jij niet?”

Jij hebt het zelf meegemaakt.

Hanegraaf: “Ja, maar ik zat wel in een luxepositie. Pieter werd niet vervelend onder invloed van drank. Plus: wij hadden geen financiële problemen. Heel wat alcoholici hebben die wel, en dan wordt het allemaal veel moeilijker.

“Alcohol is vaak geen alleenstaand probleem. Veel mensen met een verslaving vervallen in armoede omdat ze ziek worden of hun werk verliezen. Of de verslaving escaleert in geweld of misbruik. Mijn stokpaardje is dat we de opvang van alcoholici veel breder zouden moeten organiseren. Eigenlijk is alles er al: er zijn werkgroepen rond alcohol, rond intrafamiliaal geweld, rond kinderverwaarlozing en -misbruik. Zet vertegenwoordigers uit elk van die groepen samen en laat hen nadenken over een multidisciplinaire aanpak! Waarom komt er ook geen telefoonnummer voor familieleden van alcoholici? Een lijn waar mensen anoniem hun hart kunnen luchten, of waar bijvoorbeeld leerkrachten terechtkunnen voor advies?”

Jouw aandacht gaat vooral uit naar kinderen van mensen met een verslaving. Spreek je daar ook uit eigen ervaring?

Hanegraaf: “Nee. Mijn ouders dronken weleens een glas wijn bij gelegenheden, maar zeker niet dagelijks. Mijn eerste confrontatie met alcohol was bij mijn ex-man. Hij werkte in een discotheek en is daar beginnen te drinken. Steeds meer, tot hij niet meer zonder kon. Hij werd vervelend en agressief. Dat leidde tot onze scheiding: ik kon er niet meer tegen.”

Jaren later leerde je Pieter kennen. Hij maakte er geen geheim van dat hij graag en veel dronk.

Hanegraaf: “Ik wist dat niet toen ik hem ontmoette, ik kende hem helemaal niet. Ik merkte het natuurlijk wel gauw. Maar in mijn ogen was hij geen alcoholicus: hij werd niet grof of agressief. Pitou dronk bovendien heel rustig, hij deed makkelijk een uur over een Omer. Mijn ex kwakte dat naar binnen.”

Het schrikte je niet af?

Hanegraaf: “Nee. Ik wist toen ook niet hoe slecht hij eraan toe was en dat hij nog maar kort te leven had. Achteraf gezien denk ik dat hij dat wél wist. Het moest voor hem allemaal snel gaan, ik moest meteen hier bij hem komen wonen, hij wilde zo snel mogelijk trouwen. We waren echt wel verliefd, daar twijfel ik niet aan. Maar als ik nu de puzzel leg, denk ik dat hij aanvoelde dat ik voor hem zou zorgen als het moeilijk werd. En door met me te trouwen zorgde hij ook voor mij.”

Heeft hij ooit geprobeerd om te stoppen?

Hanegraaf: “Het jaar voor zijn overlijden werd hij zwaar ziek. Hij belandde in het ziekenhuis, en ik gaf hem de keuze: voortaan nog één Omer per dag of ik was weg. Hij heeft zich daar altijd aan gehouden. Maar het was al te laat. Blijkbaar was in 2015 bij hem al levercirrose vastgesteld. Ik wist dat niet, hij heeft dat pas een halfjaar voor zijn dood verteld.”

Heb je enig idee waarom hij ooit is beginnen te drinken?

Hanegraaf: “Ik kende hem toen nog niet, maar ik weet dat hij het er moeilijk mee had dat hij zijn studie niet heeft afgemaakt: hij zette die stop toen zijn toenmalige vrouw onverwacht zwanger raakte. Hij heeft ook lang in armoede geleefd. Aanleg voor verslaving kan ook in de genen zitten. Zijn dochter is lange tijd verslaafd geweest, ze draagt er nog steeds de gevolgen van.”

Je hebt hem tot het laatste moment bijgestaan. Heb je advies voor mensen in dezelfde situatie?

Hanegraaf: “Verval niet in medelijden. Ik heb meteen tegen Pitou gezegd: ik zal er voor je zijn en ik zal er alles aan doen om het je zo aangenaam mogelijk te maken, maar verwacht geen medelijden. Zijn ziekte was het gevolg van zijn daden. Als ik straks door het rood rijd, weet ik dat ik een boete kan krijgen. Je kunt zielsveel van iemand houden, maar zijn of haar gedrag is niet jouw verantwoordelijkheid. Dat mag je nooit vergeten.”

Pieter Aspe en zijn weduwe Tamara Hanegraaf. Beeld Koen Bauters
Pieter Aspe en zijn weduwe Tamara Hanegraaf.Beeld Koen Bauters

HUIS VOL ROOK

Ilse (26) is net afgestudeerd. De alcoholverslaving van haar mama drukte een gitzwarte stempel op haar studententijd.

Ilse: “Maar je zult me geen slecht woord over haar horen zeggen. Mama is een goede, lieve, verstandige vrouw. Ze heeft alleen te veel meegemaakt en oplossingen gezocht in de verkeerde middelen.”

Hoe is jullie band?

Ilse: “Mijn papa is gestorven toen ik erg jong was. Ik heb een oudere broer uit papa’s eerste relatie, maar die woont in het buitenland. Ik ben dus alleen met mama opgegroeid, waardoor we heel hecht zijn.”

Dronk ze al in je kindertijd?

Ilse: “Ik heb dat nooit gemerkt, maar ik was toen niet veel thuis. Ik zat op school, stak veel tijd in mijn hobby’s en sprak af met vriendinnen. Ik weet niet precies wanneer het begonnen is. Dat vind ik erg: mama was er altijd voor me, en toch heb ik het niet gezien.

“Pas na het middelbaar, toen ik op kot ging, begon ik te merken dat er iets niet oké was. Toen ik een keer vroeger thuiskwam, zag ik haar wijn drinken uit de fles. Vaak deed ze heel gehaast de kasten dicht als ik binnenkwam. Ze was altijd moe. Ik dacht niet aan een drankprobleem, mama was nooit een grote drinker geweest en ze ging zelden uit. Maar toen begon ik in huis verstopte flessen te vinden. Ze bleek zelfs te drinken in de kelder.”

Sprak je haar erop aan?

Ilse: “(knikt) Ze gaf meteen toe dat er een probleem was, wat me eigenlijk wel verbaasde. Ze smeekte om het aan niemand te vertellen, en dat beloofde ik, op voorwaarde dat ze zich zou herpakken. Twee, drie maanden ging het goed. Toen herviel ze, en zwaarder dan voordien. Ze lag hele dagen op de zetel te slapen. Ze vergat te koken, of ze zette iets in de oven maar vergat dat het erin stond, tot het hele huis vol rook hing. Een gesprek voeren werd moeilijk: ze zei drie, vier keer hetzelfde of vergat wat ik net had gezegd. Soms articuleerde ze zo moeilijk dat ik haar amper verstond. Ik probeerde haar er opnieuw mee te confronteren maar die keer werd ze kwaad en ontkende ze dat er een probleem was. Dat doet ze nog altijd, ze drinkt nu aan tafel bij familie en vrienden gewoon mee.”

Wist de buitenwereld wat er aan de hand was?

Ilse: “Ik heb lang gezwegen, maar na een tijdje kwamen er vragen. Mama ging zelden nog ergens naartoe, ik moest steeds vaker voor haar liegen, en dat werd me te zwaar. Ik besloot mijn tante in te lichten, mama’s zus en de enige naaste familie die ze nog heeft. Zij werd erg kwaad: het móést stoppen en wel metéén. Mama was daar het hart van in. Ze is toen ook daadwerkelijk naar de psycholoog gegaan, ze wilde er echt aan werken. Maar na enkele sessies zei ze dat ze van de psycholoog één glas per dag mocht drinken: stoppen hoefde niet, minderen was ook oké. Binnen de kortste keren was ze hervallen.

“De lockdowns waren een dieptepunt. De lessen lagen stil, waardoor ik veel meer thuis was, en mama dronk meer dan ooit. Het was heel zwaar, maar achteraf gezien ook een keerpunt: ik besefte eindelijk dat ik óók hulp nodig had, en ben zelf in therapie gegaan. Ik weet niet of ik het anders nog lang had volgehouden.”

Ondanks alles heb je wel je studie afgemaakt.

Ilse: “Ik heb op het punt gestaan om ermee te stoppen. Het zit niet in mijn aard om hulp te vragen, maar na een extreme periode thuis had ik een deadline gemist, en raapte ik al mijn moed bijeen om uitstel te vragen. De universiteit reageerde koeltjes: leven met een alcoholist gold volgens de regels niet als een zware of abnormale situatie die het studeren bemoeilijkt. Toen heeft het weinig gescheeld of ik had alles opgegeven. Dat er aan een universiteit zo weinig begrip is voor verslavingsproblematiek, terwijl ik lang niet de enige student ben die ermee zit: dat is heel jammer.

“Ik heb nooit een normale studententijd gehad. Dat ik op kot zat, was deels mijn redding, omdat ik daar mijn eigen veilige haven kon creëren. Maar tegelijk voelde ik me schuldig omdat ik mama alleen liet en was ik elke seconde bang dat haar iets zou overkomen. In het weekend was het confronterend om haar te zien. Wat ik ook deed: ik voelde me slecht. Ik ging ook zelden uit, onbezorgd een pintje bestellen zit er voor mij niet in. Veel mensen zeggen: één of twee kan geen kwaad, maar als ik zie dat zelfs mijn mama, de liefste en zachtste vrouw ter wereld, eraan ten prooi kan vallen, dan kan het iedereen overkomen.”

Hoe gaat het vandaag met je?

Ilse: “Veel beter. Via mijn psycholoog kwam ik in contact met lotgenotengroep Al-Anon, een zusterorganisatie van de Anonieme Alcoholisten, maar dan voor familie en vrienden van verslaafden. Praten met mensen die weten wat het is en die niet oordelen, heeft me enorm geholpen. Dankzij hen, en dankzij de therapie, heb ik mijn leven weer in handen genomen. Ik zie nu in dat mama zélf moet stoppen, dat ik dat niet voor haar kan doen: ik kan enkel mijn reactie op haar gedrag veranderen. Dus doe ik weer dingen voor mezelf. Ik ben afgestudeerd, binnenkort begin ik mijn eerste job. Voorlopig hou ik mijn kot en ga ik in het weekend naar huis. Dan doe ik dingen met mama. We mijden plaatsen met alcohol, maar we gaan wandelen of shoppen. Dat leidt haar af, dan heeft ze minder de neiging om te drinken. Ik weet dat ze op die momenten wellicht ook onder invloed is, maar als ze lastig wordt, gaan we naar huis. Ik lig ook niet meer wakker van de toekomst. Ik heb me lang afgevraagd hoe het zal zijn als ik kinderen heb, met een mama die nooit zal kunnen babysitten. Maar het heeft geen zin om daarover te piekeren: ik kan er toch niets aan veranderen.”

MEVROUW LEEMANS

Je kunt als buitenstaander niet voorkomen dat mensen wegzinken in het moeras van hun verslaving. Zelfs niet als arts, zelfs niet als het voor je neus gebeurt. Dat blijkt uit de getuigenis van huisarts H., wier ex-man én zoon kampen met een verslaving aan drank en drugs.

H. (55): “Mijn ex en ik studeerden allebei nog toen we elkaar leerden kennen. Als ik in het voorlaatste jaar niet zwanger was geworden, was ik niet met hem getrouwd, want ik merkte toen al dat hij nogal labiel was. Hij had moeilijkheden met zichzelf en met zijn studie. Maar ik nam me voor om hem te helpen. Dat zie je vaak bij partners van alcoholici: ze willen graag helpen en verzorgen. Ik dacht ook echt dat ik hem zou veranderen.”

Had hij toen al een drankprobleem?

H.: “Hij dronk nog niet dagelijks. Hij ging wel elke week zwaar uit, maar we waren studenten, dat werd niet als abnormaal beschouwd.

“Het werd pas echt een probleem toen de baby er was. We hadden een beurtrol om ’s nachts op te staan, maar als het zijn beurt was, besloot hij steevast om die avond uit te gaan. Met veel beloftes: hij zou zéker om middernacht thuis zijn, ik hoefde me nergens zorgen over te maken. Meestal strompelde hij dan om vijf, zes uur ’s ochtends ladderzat de trap op. Of ik vond hem opgerold in het tapijt. Achteraf gezien had ik hem toen al voor de keuze moeten stellen: of je stopt met drinken, of ik ben weg. Die raad geef ik nu iedereen: stel hen voor het dilemma, en méén het. Verslaafden voelen het feilloos aan als je het niet meent, en dan verliest zo’n dreigement alle impact.”

Uw ex-man kreeg er ook een gokverslaving bij.

H.: “(knikt) Op een dag stak er een brief van mevrouw Leemans in de bus – de ‘vriendin’ bij wie je geld kunt lenen. We moesten binnen de paar dagen een som geld overschrijven of de deurwaarder kwam de inboedel halen. Ik viel uit de lucht. Ik studeerde nog, maar ik heb mijn schamele spaarcenten bij elkaar geschraapt en die rekening betaald. Hij beloofde met de hand op het hart dat hij het zou terugbetalen. Om wat later alles te ontkennen: nee, hij had daar geen geld geleend, het moest een vergissing zijn. Hij kon zo goed liegen dat ik aan mezelf begon te twijfelen. Misschien had ik die brief verkeerd gelezen of geïnterpreteerd? Terwijl ik het wél heel duidelijk had gezien. Zó ver krijgen ze je.

“De maanden nadien ging het van kwaad naar erger. Hoe meer hij dronk, hoe meer zijn gedrag veranderde, zelfs als hij nuchter was. Dat is eigen aan alcoholici, weet ik nu. Hij begon me te vernederen, hij werd gewelddadig. Eén keer heeft hij geprobeerd me te wurgen. (stil) Ik heb extreme dingen meegemaakt.”

Waarom ging u niet bij hem weg?

H.: “Ik heb daar vaak aan gedacht. Maar als hij voelde dat ik twijfelde, deed hij er telkens alles aan om het goed te maken. Hij zou veranderen, alles zou normaal worden, je zult het wel zien, vertrouw me... Het probleem is: ik wílde dat horen, ik wilde geloven dat we een gelukkig gezin konden zijn. Maar telkens als het even goed ging, sloeg zijn gedrag weer om. Dan begon hij weer te drinken, bleef hij nachtenlang weg. Je moet ook weten: mijn eigenwaarde zat onder nul. Als je je klein en onzeker voelt, heb je niet de kracht om weg te gaan.

“Ik kom zelf uit een onstabiel gezin. Mijn moeder heeft zich altijd laten onderdrukken door mijn tirannieke vader, en ik had me heilig voorgenomen om het anders te doen. Als mijn ex me aanviel, greep ik een pan en sloeg ik daarmee op zijn hoofd. Zie je wel, dacht ik dan, ík laat me niet doen. Terwijl ik dat natuurlijk wel deed, gewoon door niet bij hem weg te gaan.”

Uiteindelijk liet u hem colloqueren.

H.: “Op een nuchter moment spraken we af om uit elkaar te gaan. Enkele dagen later kwam ik thuis en had hij alles wat me dierbaar was vernield, van de ring van mijn overleden moeder tot de kinderfoto’s en de kinderkamer. Ik sloeg alarm en liet hem opnemen. Hij was razend. Achteraf hoorde ik van de artsen dat hij zich niks herinnerde, hij had geen idee waarom hij in die instelling zat. Zover was hij heen.

“Na de behandeling wilden ze hem langer daar houden, maar je kunt niet scheiden van iemand die in de psychiatrie zit, en ik was er intussen wel van overtuigd dat ik bij hem weg moest. Bovendien bleven zijn rekeningen toestromen, en zolang we getrouwd waren, moest ik die betalen. Dus liet ik hem ontslaan. Gelukkig had hij het verstand om zonder veel omhaal de echtscheidingspapieren te ondertekenen. Kort daarop is hij naar het buitenland vertrokken. Gelukkig. Anders was het niet goed afgelopen, denk ik.”

Helaas was uw lijdensweg niet voorbij. Jaren later bleek ook uw zoon verslaafd te zijn.

H.: “Alcoholisme is een optelsom. Tien procent van de mensen heeft een verhoogde verslavingsgevoeligheid. Mijn zoon heeft autisme, waardoor die gevoeligheid nog veel hoger ligt. En dan speelt ook nog het slechte voorbeeld van zijn vader mee. Hij had alles tegen om alcoholicus te worden.”

Vanaf wanneer ben je eigenlijk alcoholicus? Mensen die elke avond een biertje drinken voor de tv, zijn die ook verslaafd?

H.: “Ik denk dat veel mensen alcoholist zijn zonder het te beseffen. Je hoeft geen twintig pinten per dag te drinken, vanaf meer dan twee eenheden zit je eigenlijk al over de grens.

“Nu, ik wil het ook niet dramatiseren. Sommigen zeggen dat het al een probleem is als je niet kunt uitgaan zonder te drinken, maar dan kunnen we meteen alle studenten op een hoopje gooien. Ik vind: het wordt een probleem als je een oncontroleerbare drang voelt om te drinken. Ook je gezondheid kan signalen geven. Het eerste wat mensen merken, is vaak extreme vermoeidheid. Er kan ook sprake zijn van misselijkheid, ontstekingen en depressiviteit. Wie die klachten herkent en vaak drinkt, moet aan de alarmbel trekken.”

Hoe ontdekte u dat uw zoon problemen had?

H.: “Toen hij 16 was, sprak de poetsvrouw me aan. Ze vond lege flessen in zijn kamer. Hij had zijn uitleg klaar: dat was van die keer met een vriend, hij moest dat gewoon nog opruimen… Ik geloofde hem.

“Later begon zijn gedrag te veranderen. Hij werd onuitstaanbaar: hij denderde als een olifant over de trappen, smeet met de deuren. Hij was onbeleefd en grof, interesseerde zich nergens voor. Nóg zag ik het niet. Het duurde tot zijn 18 jaar voor ik doorhad dat er echt een probleem was.”

Hoe reageerde u?

H.: “Ik dacht het eerst nog zelf op te lossen. Ik verbood alcohol in huis: zinloos natuurlijk, hij verstopte zijn flessen gewoon beter. Ik begon hem te controleren, maar dat maakte hem kwaad. Ik gaf hem benzodiazepines – kalmeer- en slaappillen – om af te kicken, toen raakte hij daaraan verslaafd. Hij pikte zelfs mijn voorschriften om aan die pillen te raken. Ik stuurde hem naar een therapeut en schakelde een fitnesscoach in om aan zijn zelfvertrouwen te werken. Ik liet hem opnemen in een psychiatrisch centrum. Ik probeerde alles. Maar zolang hij het zelf niet wilde, haalde het niets uit.”

Zag hij in dat hij een probleem had?

H.: “Hij heeft het lang ontkend, maar na een aantal opnames kwam het er dan toch uit. Dat vond ik een goed teken. Ik schreef hem in voor een behandeling in een privékliniek in Zuid-Afrika, die overal als de beste staat aangeschreven. Het kostte handenvol geld, maar het was mijn laatste hoop.

“Na twee maanden kwam hij als herboren terug. Iets meer dan een jaar ging het goed. Toen kwam corona, en de lockdowns. Hij herviel zwaar: drank, drugs, pillen. Hij verkocht zelfs zijn bankkaart – criminelen bieden daar veel geld voor, ze gebruiken je rekening als een soort tussenstation om misdaadgeld wit te wassen. Hem betaalden ze met een wekelijkse dosis cocaïne. Hij is daarvoor voor de rechter moeten komen. Hij werd gedwongen opgenomen, maar zelfs in de instelling bleef hij gebruiken. Hij werd ontslagen, hij kon geen kant meer uit. Dus heb ik opnieuw in mijn portefeuille getast en hem naar Zuid-Afrika laten gaan. De dag na zijn terugkeer begon hij wéér te gebruiken. Toen besefte ik dat hij nooit de intentie had gehad om af te kicken.”

Kon u nog iets doen?

H.: “Nee. En dat doe ik ook niet meer. Mijn ogen zijn geopend tijdens een gesprek met een lotgenote. Haar zoon was ook net hervallen en ze zei: ‘Ik had bijna dezelfde fout gemaakt als jij en alles geregeld voor een opname, maar het is aan hém om daarvoor te kiezen.’ Ze had gelijk: ik had voor hem een therapeut gezocht, zijn rekeningen betaald, gelogen tegen zijn baas als hij weer eens niet uit bed raakte, de duurste behandelingen geboekt. En wat had het uitgehaald?

“Uiteindelijk heb ik mijn zoon losgelaten. Omdat ik hem respecteer, hoe dubbel dat misschien ook klinkt. Als ik zijn shit blijf opkuisen, zeg ik eigenlijk: jij kunt dit niet, ik doe dit wel voor jou. Nu zeg ik: ik heb er alle vertrouwen in dat je je problemen zélf kunt oplossen. Hij kiest niet het pad dat ik voor hem voor ogen had, maar ik besef nu dat ik dat niet voor hem kan kiezen.”

BROOS VERTROUWEN

De echtgenote van Rik (74) is dertig jaar nuchter. Tijdens haar verslaving en haar afkickperiode merkte hij hoe weinig begrip er is voor partners van mensen met een drankprobleem.

Rik: “Je krijg altijd dezelfde reactie: ga dan gewoon weg. Of: is dat nu zo erg om af en toe iets te drinken? Wie het niet meemaakt, begrijpt niet wat het is.”

Hoe is uw vrouw beginnen te drinken?

Rik: “Het gekke is: eigenlijk was ik de grote drinker van ons tweeën. Zelfs in de laatste fase van haar alcoholisme dronk mijn vrouw niet zoveel. Een paar porto’s en pintjes per dag. Maar hoeveelheid speelt geen rol als het over verslaving gaat. Het gaat over afhankelijkheid, over je karakter dat verandert.

“Ik weet niet wanneer het bij haar precies is begonnen. Ze dronk zelden als ik het zag, en ik was in die tijd vaak weg voor het werk. Het waren de kinderen die me erover aanspraken. Ze zeiden dat ze zich vreemd gedroeg, en dingen vergat. Zij ontkende in alle talen. Maar het ging steeds verder, op den duur hadden we geen moeder of echtgenote meer. Ik heb haar voor de keuze gesteld: ‘Of je stopt nu, of ik ga weg en ik neem de kinderen mee.’ De afspraak met de advocaat was al gemaakt. Dat heeft haar ogen geopend. Ze zocht hulp, en ze heeft na die dag geen druppel meer gedronken.”

Ze is nooit hervallen?

Rik: “Nooit. Je hoort vaak dat herval erbij hoort, zelfs dokters en therapeuten zeggen dat. Het klopt niet. Als je eenmaal beseft dat je een verslaving hebt en je neemt de beslissing om te stoppen, is het louter een kwestie van volhouden – waarmee ik niet wil zeggen dat het makkelijk is. Het probleem is dat mensen die beslissing vaak niet voor zichzelf nemen. Ze stoppen voor hun partner, of voor iemand anders. Dat werkt niet.

“Ik heb het bij een AA-groep nagevraagd: de helft van de leden was gestopt vanaf de eerste bijeenkomst. Dat zijn bemoedigende cijfers, we zouden ze meer moeten benadrukken.”

Veel alcoholici worstelen met trauma’s: als ze daar niet aan werken, blijft de oorzaak van de verslaving bestaan.

Rik: “Dat klopt. Ik begrijp nu dat ook mijn vrouw dronk om problemen uit haar jeugd te verdoven. De verslaving is vaak het topje van de ijsberg.

“Het komt erop aan die pijn op een andere manier te verwerken. Dat kan bijvoorbeeld via therapie, of, wat ik zelf warm aanbeveel, via lotgenotengroepen. Voor mijn vrouw was de AA de redding. Al na de eerste vergadering zei ze: ‘Ik zag al die mensen die hetzelfde hadden doorgemaakt en dacht: als zij het kunnen, dan ik ook.’ Dat heb je bij een therapeut niet.”

Uw vrouw had al eerder gelogen over haar drankgebruik. Hoe broos was het vertrouwen tijdens die beginperiode bij de AA?

Rik: “Leven met een nuchtere alcoholist is niet gemakkelijk. Die mensen zitten in een strijd met zichzelf: met hun hoofd zijn ze gestopt, maar hun lichaam blijft naar alcohol hunkeren, en dat kan wel een jaar duren. En er is de voortdurende twijfel: je gaat bijna automatisch de kasten doorzoeken. Maar dat is verloren energie: vind je een fles, dan komt er ruzie van; vind je geen fles, dan is ze misschien gewoon beter verstopt. Het enige wat je kunt doen, is vertrouwen hebben. Bij mij keerde het toen ik merkte dat mijn vrouw bij een ernstig probleem niet vluchtte in de drank, maar hulp en steun zocht om het te verwerken. Dat nam mijn laatste twijfel weg.”

De laatste jaren is er meer aandacht voor de gevaren van alcohol, met initiatieven als Tournée Minérale, waarbij mensen worden aangemoedigd om een maand niet te drinken. Een goeie zaak?

Rik: “Heel goed. Alles wat mensen aan het denken zet, juich ik toe. Het kan genoeg zijn om iemand te doen beseffen dat hij zich zonder alcohol ook kan amuseren, of dat hij misschien afhankelijker is dan hij dacht. Want vergis je niet: de meeste alcoholici functioneren prima, ze hebben vaak zelf niet door dat ze verslaafd zijn. Ontkenning is een deel van de problematiek.

“Waar we in België wel tekortschieten, is hulp voor minderjarigen. Lotgenotengroepen voor die leeftijd zijn moeilijk te organiseren. Sinds de zaak-Dutroux mag je als volwassene geen kinderen meer begeleiden, tenzij je een therapeut bent of toestemming hebt van de ouders, maar dat ligt vaak moeilijk.”

U geeft zelf lezingen op middelbare scholen.

Rik: “Tieners zijn een belangrijke doelgroep. De plek in onze hersenen waar onze remmingen zitten, ontwikkelt zich pas rond de leeftijd van 18 à 20 jaar: zet een peuter op een tafel en hij kruipt naar de rand. Dat geldt ook voor alcohol: jonge mensen voelen niet wanneer ze moeten stoppen. Het verklaart waarom comazuipen vooral bij jongeren voorkomt.

“Het probleem is: als je op jonge leeftijd al te veel drinkt, ontwikkelt die zone in de hersenen zich niet normaal, en zul je ook later minder remmingen voelen. Met dus een veel grotere kans op verslavingen.”

Het is toch vreemd hoe aanwezig alcohol is in onze maatschappij, terwijl we weten dat het schadelijk is.

Rik: “(knikt) Je hebt geen idee hoe vaak ik al een fles wijn heb gekregen. Mensen bedoelen dat goed, maar je geeft toch ook geen slof sigaretten cadeau?

“Vanaf wanneer is iets een drug, vragen jongeren me soms. Ik zeg dan: zodra het je gedrag verandert. Sigaretten zijn ook verslavend, maar ze hebben geen impact op je gedrag. Alcohol wel. Dat tast je hersenen aan, zelfs wanneer je al lang niet meer drinkt. Mijn vrouw moest onlangs een kleine operatie laten uitvoeren, en tot de verbazing van de arts had de lokale verdoving geen enkel effect op haar. Alcohol tast de zone in de hersenen aan waarop anesthesie inwerkt. Zo ken ik nog veel verhalen, en toch blijft alcohol overal vrij te koop.”

Meer info: al-anonvl.be

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234