Woensdag 23/06/2021

'Ik denk dat ik ongeveer alles heb gedaan om de duivel buiten te jagen'

Walter De Bock

Christine Van Broeckhoven

'Na jaren onderzoek heb ik een groot respect voor de mens ontwikkeld'

De professor speurt al 23 jaar naar alzheimer, de journalist moet de ziekte al negen jaar node dulden. Een unieke ontmoeting tussen onderzoeker en patiënt.

door Marijke Libert en Nathalie Carpentier

Foto Tim Dirven

Hij ontvangt ons in zijn werkkamer. Beetje symbolisch, in het hart van zijn huis en van zijn leven. De bekende zwarte aktetas open op tafel. 'Walter De Bock' gedrukt boven het linkerslot. In de tas steken een paar mappen, te bekijken, nog altijd te bekijken. Zijn boekenkast puilt uit. Vooral van de naslagwerken, sommige met swastika's op de rug. Een van de dada's van Walter: extreem rechts.

Walter De Bock was van 1979 tot 2000 de eminente onderzoeksjournalist (en in een moeilijke periode ook tijdelijk hoofdredacteur) van de krant De Morgen. Hij schreef ophefmakende dossiers over de moord op André Cools, de Bende van Nijvel, de CCC, het Agustaschandaal. 'De Bock' was een feitenfetisjist, een dwarsligger en doorzetter, een beenharde interviewer maar ook een spitse humorist. Legendarisch was zijn archief, dat hij vorige maand aan de Leuvense Universiteit schonk.

Nu zit hij met iets diffuser blik dan vroeger rond te kijken, wrijvend over het spiekbriefje op zijn knieën. Hij had ons meteen herkend, hartelijk welkom geheten. Ons en professor Christine Van Broeckhoven, wereldvermaard moleculair bioloog en boven alles boeiende persoonlijkheid. Haar vroegen we naar Walter te komen voor een dubbelinterview. Wat ze vol respect en met grote overgave wou doen.

Een dubbelinterview tussen alzheimerpatiënt en -onderzoeker is wat simpel. Wij zagen het als de werelden van twee onderzoekers die kruisen. Beiden jagend op dat alzheimerding, waarover zij van de voorbije jaren van alles ontdekten, de een in haar laborato, de ander onder zijn leden.

We hadden Walter eerder vragen opgestuurd, die hij minutieus beantwoordde via mail, voor het geval het op de bewuste interviewdag minder zou gaan. Walter heeft tijdens het gesprek oud-collega bij De Morgen en goede vriendin Nadya De Beule in de buurt, die af en toe toelicht.

Walter De Bock: "Voor we beginnen, en voor je gaat zeggen: wat is dat hier allemaal, het volgende. Ik heb de laatste tijd veel meer moeilijkheden om te praten. Ik zal zien wat ik kan doen. Het is het slechtere nieuws van de voorbije tijd. Een nieuwe hypotheek."

Christine Van Broeckhoven: "Is het probleem het niet vinden van woorden?"

Walter DB: "Ja, dat is het."

Christine VB: "En het woord in de verkeerde context gebruiken?"

Walter DB: "Minder. Het zijn de woorden. Er niet opkomen."

Wat gebeurt er op dat moment in het brein?

Christine VB: "Als het ziekteproces zich verplaatst naar de voorhoofdkwab krijg je moeilijkheden met het spreken, eerst met het vinden van woorden. Wij diepen automatisch woorden op, bij u, Walter, duurt het langer. Daardoor stopt u soms, want het hindert u."

Walter DB: "Dat klopt helemaal. Nu, ik trek me wel op aan dingen die ik al ken om de rest erbij te halen. Ik weet niet hoever ik daarin sta. Misschien sta ik nergens."

Nadya: "Walter, als ik met jouw toestemming een voorbeeld mag geven. (Walter knikt) Er was een nieuw boek uit van Eddy Merckx. Walter wou iets zeggen over de familie Merckx, kwam niet op de naam en zei Breendonk. Dan weet ik: Breendonk staat bij hem voor de Tweede Wereldoorlog. Wat hij wou uitleggen was dat Merckx van Meensel-Kiezegem was, waar die drama's gebeurd zijn door de collaboratie. Breendonk was zijn hefboomp."

Christine VB: "Dus, Walter, u maakt associaties, u lost die woordvindproblemen op door er uitleg rond te geven."

Walter DB: "Inderdaad. Errond draaien. Rond de pot. Dat heb ik vroeger nog wel gedaan hoor. (lacht luid)"

Walter stelde 'het' vast, toen hij met Walter Pauli, adjunct-hoofdredacteur van De Morgen, een dossierreeks voorbereidde. We vragen hoe dat precies ontstond, maar hij wrijft over zijn spiekbriefje en zegt "dat begon toen ik schreef over..." en stopt. Hij verwijst naar de mail. We citeren:

"Het is begonnen bij het schrijven tijdens een artikelenreeks over de avonturen van Tractebel in Kazachstan. Ik kon de lijnen niet meer duidelijk onderscheiden tijdens de besprekingen van onze teksten. Na een tijd kon ik niet meer schrijven. Ik vergat om de haverklap mijn boekentas en verloor kostbare tijd met het zoeken naar mijn sleutels. Met het aantal portefeuilles dat ik verloren heb, kun je de straten plaveien. Verstrooide professor, zo werd lacherig gezegd. Maar er was meer aan de hand, na die reeks was ik totaal uitgeput.

"Ik ben op ziekteverlof gegaan, daarna ging ik met prepensioen. Ik was pas 52."

Christine Van Broeckhoven: "Had uw omgeving al opgemerkt dat u zich anders gedroeg?"

Walter DB: "Tuurlijk, ik heb dat gehoord later. Er waren mensen die het in de gaten kregen. Dat is dan... Kijk, voilà. Daar zit ik weer, hé."

Nadya: "Zal ik helpen, Walter?"

Walter DB: "Doe gerust, anders gaat het hier niet vooruit."

Nadya: "Walter moest voor de zaak-Tractebel naar Athene. Een vriend, André, ging mee. Die had al gemerkt dat Walter overal zijn spullen liet liggen, maar ook dat er bij Walter paniek in de ogen stond als hij zijn compagnon niet meteen zag. Op een bepaald moment heeft André zich in Athene achter een paal verscholen om te kijken wat er zou gebeuren. Het bleek dat Walter eerst rusteloos werd en later zo angstig dat hij niet meer wist waarheen te stappen. Hij had oriëntatie- of ruimteverlies."

Christine VB: "Hoe lang is dat geleden?"

Nadya: "Cijfers zeggen is heel moeilijk. Hij was er toen 52 en hij is er nu 61."

Christine VB: "Een behoorlijk langzaam proces. Dat is wel ongewoon."

Walter was veel met feiten en dossiers bezig. Kan dat mee verklaren dat het proces een stuk trager verloopt?

Christine VB: "Elk individu is anders. In boeken heeft men het altijd over gemiddelden. Bij alzheimer spreekt men bijvoorbeeld over gemiddeld zeven jaar. Er zijn mensen die sterkere hersenen en sterkere hersencellen hebben en bij hen duurt het langer. Sommige gaan in twee jaar tijd snel achteruit en nog andere doorlopen het proces twintig tot vijfentwintig jaar. Dus, als u een sterk geheugen hebt, Walter, zal dat de zaak zeker vertragen."

Nadya: "Walter, misschien moet je er nu aan toevoegen dat je van alles doet om tegen de ziekte te vechten."

Walter DB: "De trukendozen hé. (lacht)"

Christine VB: "Gebruikt u briefjes?"

Walter DB: "Dat ook, ja. Ik denk dat ik ongeveer alles heb gedaan om de duivel buiten te jagen. Dat is me tot hiertoe niet gelukt."

Christine VB: "Leest u veel?"

Walter DB: "Ja. Dat is moeilijker geworden, maar het gaat nog. Gelukkig. Ik heb wel al bij mezelf de bedenking gemaakt dat als ik dat terug wil dringen, er dan wel andere middelen moeten zijn die me toelaten om... dat te verlengen."

Nadya: "Na die vaststelling in Athene liet Walter zich in het Leuvense Gasthuisberg onderzoeken. Daar werd alzheimer vastgesteld. Walters eerste zorg was: mijn archief. Hij had niet alleen in eigen huis maar overal, bij kennissen en vrienden, dozen met materiaal achtergelaten. Hij is begonnen met die dozen op te halen en ze te klasseren. Daarna heeft hij alles naar de universiteitsbibliotheek gebracht. In die periode had Walter contact met een dokter in het AZ van Jette die zei dat hij geen alzheimer had, maar iets verwant eraan. Het heeft ermee te maken dat het ene vooraan in de hersenen begint en het andere vanbinnen."

Christine VB: "Alzheimerdementie begint in het binnenste van de hersenen, bij de hippocampus. Daar zit uw werkgeheugen, daar luistert en praat u mee, het kortetermijngeheugen. Wat u ooit hebt geleerd en onthouden is naar de buitenkant van de hersenen verschoven, het langetermijngeheugen. Alzheimer gaat van binnen naar buiten."

Walter DB: "Dat is bijzonder interessant."

Christine VB: "In het begin werd uw kortetermijngeheugen in de problemen gebracht, maar uw langetermijngeheugen bleef. U hebt uw archief kunnen doen, omdat u nog heel lang al die gegevens die u daarvoor nodig had, kon gebruiken. Als u nu spreekmoeilijkheden krijgt, is het proces naar de buitenkant in werking getreden. Artsen waren wellicht verward, omdat het bij u traag gaat."

Walter DB: "Zoals u het zegt, dat lijkt erop. Ik heb al gemerkt bij artsen dat ze niet weten wat ze moeten doen. Want de ene dag ben ik zo en de dag erna al iemand anders."

Christine VB: "Klopt. Het is ook niet altijd in vakjes te stoppen wat hierboven gebeurt. Ik wil niet discrimineren, maar ik heb al herhaaldelijk vastgesteld dat vooral intellectuelen anders omgaan met het proces, ook in het normale verouderingsproces doen ze dat. Mensen die altijd hun hersenen gebruikten, hebben ook meer nagedacht over zichzelf,."

Walter DB: "Helemaal waar. Ik ben intussen zeer omzichtig geworden. Dat is op mijn niveau een heel moeilijk proces, dat ik er niet altijd uit geraak. Ik kan dat ook niet in verband brengen. De medische hulp is ook niet altijd..."

Walter schreef in zijn mails over de medische begeleiding:

"Men leert u geen trucjes of techniekjes, er zijn te weinig kansen op trainingen; de klinieken zijn meer bezig met medicatie en testen dan met het aanbieden van therapeutische ondersteuning (logopedie, manuele vaardigheden onderhouden). Wat ik wel ontdekte, was dat ik via de sport veel kon recupereren."

Christine VB: "Neemt u pillen, Walter?"

Walter DB: "Nee. Ik heb alle pillen buitengesmeten en ik heb er geen spijt van. Ik neem niets meer. En dat is al vrij lang hoor."

Nadya: "Hij heeft zware medicijnen gekregen en werd er heel moe van. Hij zei: dit is een schande, dat slapen alsmaar, wat een tijdverlies. Walter had ook veel bijwerkingen, zijn spijsvertering en darmen waren in de war. Hij verzwakte volledig. Hij stopte er dus mee, in overleg met de huisarts. Nadien is hij er wel op achteruitgegaan. Tja, of dat met de pillen te maken heeft..."

Christine Van Broeckhoven, in uw boek Brein en Branie schrijft u: er zijn geen wondermiddelen.

Christine VB: "Er zijn zes terugbetaalbare producten op de markt. Alle medicatie is gericht op wat gebeurt als hersencellen verloren gaan. Er is geen pil, zeg maar, die ervoor zorgt dat er géén cellen verloren gaan. De meeste hebben veel bijwerkingen, zorgen vooral voor nierproblemen."

Walter DB: "Ik zal niet zeggen dat het allemaal smeerlapperij is, maar toch veel. Inderdaad. Ik heb dat nogal gevoeld."

Christine VB: "Plus, de meeste medicijnen helpen niet of heel weinig. Anderzijds, hoe te meten? Er zijn weinig parameters."

Weg kieperen zoals Walter deed, is de enige oplossing?

Christine VB: "U, Walter, hebt dat voor uzelf beslist. Het lijkt me belangrijk. Er zijn patiënten en familieleden die niet sterk genoeg zijn om te beslissen, of ze kampen met schuldgevoelens of ze hebben te weinig kennis over het ziekteproces. Ze gaan naar een dokter, krijgen een voorschrift en slikken. Er zijn weinig artsen die níét iets voorschrijven. Wat ik me afvraag, Walter, het is misschien simpel gezegd, maar: stel dat er medicijnen bestaan die uw ziekte hier stoppen, zou u ze dán nemen?"

Walter DB: "Ik denk het wel. Absoluut. Ik heb het idee dat het vooral nuttig is dat deze problematiek dieper wordt besproken. Dat het duidelijker wordt. Voor een breed publiek. Ik vraag me soms af waarom dat zo lang uitblijft."

Christine Van Broeckhoven heeft jaren geknokt om de research naar alzheimerdementie op te starten. Nu zijn de onderzoeksgroepen er. Wat met een betere en bredere communicatie erover?

Christine VB: "Nu zijn er meer onderzoekers dan 25 jaar geleden. Er is ontdekt dat het alzheimerproces kán worden beïnvloed. Wij weten dat, politici weten dat en toch wordt er onvoldoende geïnvesteerd in onderzoek. Men wacht tot het probleem voor de deur staat en dan is het te laat. Niet alleen voor degenen die ermee geconfronteerd worden, maar ook: onderzoekers kunnen niet een, twee, drie oplossing vinden. Je moet nu investeren om over tien jaar de vruchten te plukken."

U zegt in uw boek: 'Hersenen zijn het belangrijkste. Een mens is zijn hersenen.' Klopt dat Walter?

Walter DB: "Dat is inderdaad heel belangrijk. Ik denk dat ik dat nu wel kan bevestigen. Vanuit hoe ik dat meemaak."

Zou u weten wat te doen op het moment dat u bij zichzelf geheugenproblemen vaststelt?

Christine VB: "Niet concreet, nee. Maar, wees gerust, ik hou mezelf de hele tijd in het oog. Zo heb ook ik af en toe woordvindproblemen. Ik kom dan niet op namen van mensen of bevind me in situaties waar ik zaken zou moeten herkennen, maar ik doe het niet. Dan denk ik: oei. Gelukkig komt het later terug. Stel nu dat het ernstig zou worden, dan denk ik dat ik hetzelfde zou doen als Walter heeft gedaan. Als mijn conditie bedreigend wordt voor mijn onderzoek en onderzoeksgroep dan zou ik ingrijpen, en op mijn manier aan het archiveren slaan. Alles opschrijven en doorgeven. Ervoor zorgen dat mijn onderzoek beschermd is."

Walter DB: "Het gaat hem fundamenteel over veiligheid."

Christine VB: "Voilà. Dat is het woord. Gegevens beveiligen, een levenswerk veiligstellen voor de toekomst. Van heel veel vaststellingen die u, Walter, en ik hebben gedaan is het noodzakelijk dat mensen na ons ze kunnen consulteren."

Zou u medicijnen nemen?

Christine VB: "Nee. Toch nu niet. Ik weet wel dat men iets op het punt aan het stellen is wat het verlies aan hersencellen afremt. Dus eventueel, als die klinische tests op vooruitgang wijzen, zou ik dat nemen. Ook zou ik blijven lezen en converseren met mensen, hoe moeilijk het ook is. En trucs bedenken, uiteraard."

Nadya: "Walter, bij jou was humor een uitweg. Jij had vroeger al een legendarische humor en die bleef overeind. (tot ons) Soms zegt hij met uitgestreken gezicht tegen vrienden die aanbellen: 'Wie ben jij?' Dan weet je niet direct of hij dat effectief even niet weet dan wel of hij aan het grappen is."

Walter DB: "Humor is nog altijd mijn... Enfin, ik hoop maar dat ik echt grappig blijf."

Zal alzheimer ooit te genezen zijn, mevrouw Van Broeckhoven?

Christine VB: "Ik ben van het standpunt dat we dat nooit zullen kunnen genezen omdat genezen betekent dat je het verouderingsproces van de mens zou beheersen. Het is niet omdat je oud wordt dat je dement wordt, maar het verouderingsproces draagt in grote mate bij tot het risico op dement worden. Hoe goed of hoe slecht je veroudert, bepaalt mee dat risico op dementie. Je hebt mensen die op 67 jaar dement worden en je hebt er die pas op 98 jaar dement worden. Dat is dus een hele rekbare curve. Ik denk dat als men lang genoeg zou leven iedereen dement zou worden. Mijn bedoeling is gewoon die curve wat te verschuiven."

Walter had voor het interview zelf een paar vragen, die hij graag in het gesprek zag geschoven. Hij formuleerde die schriftelijk als volgt:

"Waarom heb ik op vrij jonge leeftijd alzheimer gekregen? Heeft het met slechte leef- en eetgewoonten te maken? Ik ging veel op restaurant, bestelde altijd biefstuk/friet en ik rookte tot 2 pakjes sigaretten per dag. Ook: ik was een workaholic. Vrienden vertellen me dat ik met mijn fichebak op het strand zat, terwijl mijn zoon met de schelpjes in het zand speelde. Ik werkte altijd tot 2 uur 's nachts."

Christine VB: "Slechte eet- en leefgewoonten zou ik niet meteen als determinerend zien voor alzheimer. Alleen met het gegeven cholesterol dient rekening gehouden. Maar, die frieten en aanverwanten (blaast). Om nu fanatiek te gaan overstappen op gestoomde groentjes, ik zou er niet aan beginnen hoor."

Walter DB: "Ik ook niet."

Christine VB: "Wat uw jonge leeftijd betreft. De jongste patiënte die wij gekend hebben, was 22 toen ze de eerste symptomen kreeg. En toch krijgt slechts 1 procent of minder het voor 65 jaar. Waarom was u zo jong? Waarom gebeurt het bij iemand van 22? Wie zal dat verklaren? Natuurlijk, jongere mensen krijgen een behoorlijke klap als ze dat vaststellen. Dat zal bij u, Walter, wellicht niet anders zijn geweest.

Terug naar de mail, waarin Walter die klap treffend beschrijft:

"Ge vloekt, ge zijt drie dagen slechtgezind, ik in mijn geval ben ik dan héél slechtgezind. Ik heb me toen naast mijn huis neergezet en een zigeunerorkest betaald om te spelen. Ik herbegon met roken, liep rond in het zwart gekleed. Later heb ik de bedenking gemaakt dat ik moeilijk de rest van mijn leven kon doorbrengen met het beluisteren van zigeunermuziek. En zo ben ik aan dat archief begonnen. Heel moeilijk was de dag waarop ik mijn rijbewijs moest inleveren. Blijkbaar had ik de neiging links van de weg te rijden en dat had niets te zien met mijn politieke ingesteldheid. Nu zit ik al lang niet meer achter het stuur. Maar ik kan u verzekeren: dat is de eerste grote stap in het verlies van de autonomie. Ik merkte ook dat ik achteruitging. Ik kreeg last met cijfers, had moeite met tijd, waardoor ik bij afspraken niet kwam opdagen. Na pakken onderzoeken en bevindingen heb ik in Leuven een gewone huisarts gevonden die me zei dat ik de ziekte moest aanvaarden en de pillen moest laten. Sindsdien voel ik me beter, frisser in de kop. Mijn karakter is blijkbaar nog hetzelfde. Ik blijf een vechter. Ik blijf maatschappelijk geëngageerd en kan niet tegen onrecht. Mijn slechte gewoonten houden ook stand. Als ik een boek zie, moet je me tegenhouden of ik loop ermee weg."

U bent op een bepaald moment door omstandigheden in een instelling terechtgekomen. Dat was geen goede ervaring?

Walter DB: "(kwaad) Dat was hélémaal geen goede ervaring."

Andermaal een citaat, opgetekend uit het verslag dat een kennis van Walter maakte over die periode:

"Walter verbleef eerst kort in een instelling. De meeste instellingen zijn georganiseerd rond de begeleiding van veel oudere patiënten. Een stijlbreuk was dan ook te verwachten. Walter behield zijn reflexen uit zijn contestatietijd als student. Tegen het gesloten karakter van de instelling, de verplichte pillen, de betutteling, ging hij in verzet. Hij organiseerde een sit-in, weigerde medicijnen en predikte zijn verzet tegenover de medepatiënten. Gevolg: onmiddellijke verzending naar een gesloten psychiatrische instelling. Dat was nog erger dan die 'normale'. Walter vond de toestanden schandalig: mensen die ronddwalen als zombies (zwaar onder de pillen), seriewerk in de verzorging, nauwelijks hygiënische verzorging (bebloed rondlopen), bewaking tijdens het innemen van de medicijnen. Walter ontwikkelde er zijn beroepsreflexen: niet denken dat je er niets aan kunt doen; er is veel meer mogelijk dan de meesten denken. (...) Walter legde solidariteitsbanden en organiseerde zijn ontvluchting uit de instelling. Die bleek nodig, want de instelling had via de sociaal assistente al de papieren voorbereid van de wilsonbekwaamheidsverklaring. Dankzij de huisdokter, Walters zoon en zijn relaties kon Walter uit de instelling ontkomen. Sindsdien wordt hij thuis verzorgd met de hulp van vier sociale diensten."

Walter voegde zelf toe in de mail:

"Van volledig zelfstandig en autonoom persoon werd ik geleidelijk aan afhankelijk van hulp. Dat is het meest revolterende. Iets realiseren kan maar met behulp van een heel netwerk, zo niet kom je terecht in een instelling. Mijn antwoord op deze toestand is een kleinschalig project opbouwen en promoveren. We hebben een team van zes mensen die mekaar aflossen. Het is een mengeling van thuishulp, oppassers, buurtbewoners, familieleden en vrienden. Zo moeten er meer zijn; daar hebben we grote nood aan."

Walter DB: "Het is zo onrechtvaardig, die instelling. Er gebeurt wat hoor, die hebben daar geen... (tot Nadya) wat is het woord?"

Nadya: "Geen respect?"

Walter DB: "Ho, veel meer, ik bedoel, het is veel erger."

Christine VB: "Daar heerst geen liefde voor de mens, gewoon."

Walter DB: "(ineens aangevuurd) Mensen worden er gegooid. En ik veronderstel dat de meesten die hier bijeen zitten dat ook niet zouden willen. Later. Kijk, ik ga proberen een voorbeeld (wordt onrustig). 's Nachts... Mensonterend. Er wordt niets tegen gedaan. Ik vind het (spuwt het uit) een schande. Dat vind ik het, een schande."

Christine VB: "U bent ouder, hebt levenservaring, kennis. U hebt met wat u allemaal hebt meegemaakt een ander zicht op de mens en de maatschappij. En daar word je afhankelijk van doorgaans jonge mensen, die nog niet die kennis hebben. Het contrast is groot. Je hebt er rare machtsverhoudingen, omgekeerde rollen, wat moeilijk te accepteren is."

Walter DB: "Ik ben woedend geworden. Dat is een inferno."

Nadya: "Het ergste vond ik dat zijn gsm werd afgepakt. Toen wij zeiden: 'Ja, maar, dat is zijn contact met de buitenwereld', luidde het antwoord: hij wordt daar te zenuwachtig van. Nadien kreeg hij de gsm terug, maar ze hadden hem op stil gezet. Hij ontving geen telefoons meer, hij hoorde de beltoon niet. Erg."

Walter DB: "En dan heb ik mijn actie gedaan met drie mensen die daar ook waren. Die ik zelfs niet van naam zou kunnen noemen, natuurlijk. Zitten. Wat kun je anders doen daar dan zitten. Nu, ik ben buiten geraakt, maar die anderen? Die zitten daar misschien nog."

U bent nu afhankelijk van andere mensen. Kunt u daarmee om?

Walter DB: "(ferm) Nee. Helemaal niet. Wat dacht u? Maar het moet. Kan niet anders."

Een slotvraag aan u beiden, vanuit jullie respectieve expertise en onderzoek: wat is alzheimer?

Walter DB: "Ik zou dat heel graag willen. Beantwoorden. Ik moet nog wat tijd hebben daarvoor."

Christine VB: "Ik weet het nu ook nog niet, maar ik zal iets proberen uit te tekenen. Kijk, ik onderzoek nu al meer dan 23 jaar alzheimerdementie. Toen ik begon, was ik dertig jaar oud. Met een wild enthousiasme en grote naïviteit begon ik aan het hersenonderzoek. Na al die jaren kan ik niet zeggen dat ik écht iets gevonden heb dat nu concreet mensen zoals u, Walter, helpt. Ik heb wel iets gevonden dat er een bijdrage toe zal leveren. We weten intussen min of meer wat er fout gaat en daar probeert men medicatie voor te vinden. De vraag is of dat alleen het resultaat van mijn studie moet zijn. Ik denk namelijk dat ik de voorbije jaren het meeste geleerd heb over het leven zelf. Ik heb een groot respect voor de mens ontwikkeld. Voor wat ze hebben vergaard in hun leven. Dankzij dat hersenonderzoek leef ik als mens ook veel bewuster."

Nadya: "Over dat bewuster leven gesproken, Walter. Weet je nog hoe je in het begin alle info over euthanasie bijeen zocht. Jij wou per se dat dat toen kon gebeuren. Het was echter verboden, nu nog trouwens."

Christine VB: "Maar je kunt toch hoe dan ook al een wilsbeschikking schrijven."

Nadya: "Dat is het nu net. Het is er nooit van gekomen, hé Walter, nu denk je daar anders over? Wil je dat vertellen?"

Walter DB: "Zeker. Ik zou dat nu zo snel niet meer willen. Het is allemaal veel complexer. Dat men potverdorie geweldig moet opletten, want dat is niet iets om snel snel te doen. Pas op... ik heb eraan gedacht, hoor. Maar ik vind dat het ondanks alles toch nog de moeite is om het niet te doen."

Christine VB: "Je kunt het ook anders bekijken, Walter. Uw wilsbeschikking neerschrijven kan een geruststelling voor uw naasten zijn. Als het zover zou komen hoeven zij zich niet schuldig te voelen omdat zij in uw plaats moeten beslissen."

Walter DB: "Het heeft ook te maken met... (zucht) mijn vader is pas overleden en ik heb, hoe moet ik dit nu weer zeggen, ik heb gezien hoe dat gegaan is. Ach, dat was wat. Ik wist dat het erg zou zijn, maar het was erger dan ik dacht. De manier waarop, dat sterven. Dat is moeilijk. Dus vandaar. Ik wacht."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234