Maandag 18/01/2021

'Ik denk dat de herovering van Noord-Mali is begonnen'

Radicale moslims hebben tijdens hun bezetting van het Malinese stadje Diabaly veel verwoest, stelt journalist Kees Broere vast.

Maria is onthoofd. De moeder van Jezus Christus ligt met haar stenen hoofdje op het altaar van de katholieke kerk in Diabaly. Zij is het slachtoffer geworden van een beeldenstorm door radicaal-islamitische groepen uit het noorden van Mali. Ook elders in de kerk zijn de sporen van de aanval te zien. Het vlies van inheemse trommels, bedoeld om de misvieringen Afrikaanse luister te geven, is aan stukken gereten. Gebedsboeken zijn verscheurd. En ook een Christusbeeld moest eraan geloven. Een trieste aanblik; het resultaat van een hufterige daad.

Geschonden plek

Het is ook ongekend voor Mali, deze door religie ingegeven Sturm und Drang. Het West-Afrikaanse land kent een meerderheid van zo'n 85 procent aan moslims. Maar deze groep heeft zich in het verleden nooit in negatieve, laat staan gewelddadige, zin bemoeid met de geloofsbelevenis van andere groepen, of dat nu katholieken, protestanten of animisten zijn. Diabaly is een geschonden plek.

Ruim een week geleden trokken de islamisten uit het noorden het plaatsje van in totaal zo'n 40.000 mensen binnen. De bevolking, zo zegt een inwoner, werd volkomen verrast. "Ze zeiden dat ze verwachtten dat wij, de bewoners, ons bij hen zouden aansluiten", vertelt François Drabo. "Ze vertelden ons ook over de sharia, de strenge islamitische wet. Waarom? Niemand hier wilde iets van hen weten."

Maar toch, ze waren tot afgelopen maandag wel de baas. De islamisten plunderden de kerk, stalen goederen uit huizen en winkels, maar lieten de mensen zelf verder fysiek ongemoeid. En al snel, zeker vorige week woensdag en donderdag, moesten zij ook dekking zoeken. Vanuit de lucht kwamen immers aanvallen van de Franse luchtmacht.

Die aanvallen hadden vooral als doel de kazerne van Diabaly, de gebouwen die de islamisten daar na het verdrijven van de Malinese krijgsmacht hadden overgenomen. Het zijn precisiebombardementen geweest: de kazerne is vrijwel geheel aan flarden geschoten, maar alle huizen eromheen zijn onbeschadigd gebleven.

Een zogeheten pick-up, het favoriete voertuig van woestijnstrijders, is in brand geschoten. In de laadbak liggen de geblakerde resten van talrijke geweren. Verderop staan kisten met munitie die nu zelfs bij de schroot geen cent meer zouden opleveren. Stukken van het dak zijn hoog in een boom terecht gekomen. Een inmiddels teruggekeerde Malinese soldaat zoekt naar nog iets bruikbaars. Veel verder dan een theepotje komt hij niet.

Pal naast de kazerne is de mairie van burgemeester Oumar Diakité. Hij zat de afgelopen dagen flink in de rats, maar heeft inmiddels zijn rol als beschermende burgervader, compleet met trotse sjerp in de kleuren van de landsvlag, weer ingenomen. Op de trappen voor zijn kantoor blikt hij vooruit op de nog komende strijd.

Vijand

"Ik denk dat de herovering van het noorden van Mali is begonnen", zegt Diakité. Hij wijst op de offers die de Malinese bevolking en haar krijgsmacht zich al hebben getroost, maar spreekt ook dankbare woorden uit voor de Fransen, die naast zijn kantoor gelegerd zijn, en voor de troepen van de West-Afrikaanse samenwerkingsorganisatie Ecowas die nog komen.

De plotse komst van islamisten heeft ook binnen de bevolking tot groter onderling wantrouwen geleid. Dat blijkt onder meer bij de moskee van imam Seydou Keita. Sommige inwoners klagen dat de imam zich al vaker in radicale zin heeft uitgelaten. De onderliggende boodschap is dus dat de vijand binnen de poorten van de eigen stad huist.

"Ik ben blij dat u ons zelf komt vragen of hiervan iets klopt", zegt Keita. "De dorpelingen bezorgen ons nu een slechte naam; ze zeggen dat we met de islamisten sympathiseren. Maar wij zijn helemaal niet bekend met deze vorm van de islam. We zijn ook nooit met elkaar in gesprek geweest. Dus waarom ons betichten van sympathie voor hen?"

De spanningen tussen islamitische leiders en autoriteiten zijn de afgelopen tijd al vaker aan de oppervlakte gekomen. Malinese militairen zouden zich ook schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden, bijvoorbeeld door mensen van de straat te plukken, geen aanklacht of proces te geven maar hen te executeren en in waterputten te smijten. Het zijn berichten uit plaatsen als Mopti en Sévaré, momenteel bijzonder moeilijk bevestigd te krijgen. De voorbije dagen is elke journalist de toegang tot het gebied ontzegd. "Het gebied is geïnfiltreerd door islamisten en veel te gevaarlijk", zegt een lokale commandant. Het klinkt nét iets te gemakkelijk.

De pers en andere waarnemers krijgen, ook van de Fransen, slechts stapje voor stapje toegang in Malinees oorlogsgebied. Zoals nu in het 'bevrijde' Diabaly.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234