Woensdag 20/11/2019

'Ik denk dat Christus ook een homo was'

Hij werd de Vlaamse Charles Trenet genoemd, bedacht razend populaire typetjes zoals Peterke, maakte een moeizame overstap van variété naar luisterlied en was een van de eersten die de chansons van Brel in het Nederlands vertaalde. In 1970 schreef Will Ferdy geschiedenis door zich op de televisie te outen als homoseksueel. En hoewel hij vrijdag tachtig wordt, blijft hij optreden en platen opnemen. 'Wel fijn dat ik na al die jaren telkens weer kan zeggen: ik ben er nog.'

Door Dirk Steenhaut

"Eigenlijk ben ik me nauwelijks van mijn leeftijd bewust, maar door de aandacht die ik nu krijg, word ik natuurlijk met mijn neus op de feiten gedrukt", lacht Werner Ferdinande, de artiest die Vlaanderen zestig jaar geleden leerde kennen als Will Ferdy. "Ik zing nog altijd even graag en kan het podium moeilijk missen. Maar vroeg of laat moet je wel afscheid nemen en ik zou het nogal zielig vinden mocht ik ooit tot een karikatuur van mezelf uitgroeien. Wat ik doe, moet gaaf zijn. Ik reken er dus op dat mijn entourage me tijdig waarschuwt als mijn stem het begeeft."

Daar hoeft de zanger zich voorlopig geen zorgen over te maken. Op zijn nieuwe cd, die maandag verschijnt, vertolkt hij twintig liedjes die hij als mijlpalen in zijn carrière beschouwt, maar wel in een verrassend nieuw kleedje stopt. "Ik sta er nu eenmaal op mezelf te vernieuwen. Wel jammer dat op de radio haast altijd 'Christine' wordt gedraaid, terwijl ik toch zo'n vijfhonderd nummers heb opgenomen."

Will Ferdy begon zijn professionele carrière kort na de Tweede Wereldoorlog, met Charles Trenet en Maurice Chevalier als grote voorbeelden. "Ik hield vooral van Frans chanson, maar ben evengoed een hevige bewonderaar van Sinatra. Ik had aandacht voor álles wat op plaat stond of op de radio kwam. Van kindsbeen af was ik bezeten door film, theater en al wat met de showbizz verband hield. Mijn ouders hadden niets met muziek te maken: het waren eenvoudige werkmensen en ze hadden het financieel niet breed. Toch droomde ik van een artistieke carrière. Ik wilde gezien en gehoord worden, ook al had ik geen enkel referentiepunt. Als kind liet ik geen gelegenheid voorbijgaan om me te verkleden. Op de dag van mijn plechtige communie, ik was elf, hield ik de mensen een hele middag bezig. Mijn eerste onemanshow. (lacht)"

Toen Ferdy debuteerde, was Vlaanderen nog in de ban van de traditie van de bonte avonden. Van artiesten werd verwacht dat ze het publiek amuseerden, niet alleen met liedjes, maar ook met moppen en imitaties. "Het waren onschuldige maar gezellige tijden", herinnert de zanger zich. "Bij de radio was ik toen een poosje betrokken bij een cabaretprogramma en wie het waagde een grapje te maken over pakweg prinses Paola werd prompt van majesteitsschennis beschuldigd. Er is sindsdien wel wat veranderd. Komieken zijn vandaag professioneler geworden, hun conferences verfijnder. Al gaan sommigen zich naar mijn gevoel iets te vaak te buiten aan wansmaak en vulgariteit."

In 1950 vierde de zanger zijn grote doorbraak met 'Ziede gij me gere?', dat enkele jaren geleden nog figureerde op de soundtrack van de televisieserie Terug naar Oosterdonk.

"Oorspronkelijk heette het 'Stepping out' en was het een hammondinstrumental die kwam overgewaaid uit Amerika.

Het was enorm populair in de danszalen en het publiek had het deuntje al herdoopt in 'Ziede gij me gere?' Mijn producer zei: 'Als je een hit wilt scoren verzin er dan als de weerga een Nederlandse tekst bij.' Dat deed ik, alleen had iemand Jan Verbraeken, in die tijd de prins van het Vlaamse lied, op hetzelfde idee gebracht. We brachten het liedje dus allebei maar mijn versie werd in het variétécircuit het populairst.

"Ironisch genoeg stond ik er zelf niet achter. Ik zong het enkel omdat de mensen erom vroegen, want eigenlijk wilde ik mijn werk meer inhoud geven. Maar mijn betere liedjes werden door het publiek niet gesmaakt, Vlaanderen was er nog niet rijp voor. Halverwege de jaren vijftig was mijn succes dermate geslonken dat ik onverkoopbaar werd verklaard. Ik kreeg overal het deksel op de neus en zat drie jaar zonder platencontract. Die zwenking in mijn repertoire heeft me bloed en tranen gekost."

De kentering kwam er in 1960, toen Will Ferdy in een oud schoolboekje op Guido Gezelles gedicht 'Het schrijverke' stuitte. "Ik raakte in de ban van het ritme en dacht: dit schreeuwt om muziek. Ik bedacht er een melodie bij, wilde het opnemen, maar werd voor gek versleten. Kort daarna kreeg ik echter de kans, in opdracht van het toenmalige NIR (nu de VRT, DS), drie weken door Amerika en Canada te trekken en er op te treden voor uitgeweken landgenoten. Toen ik daar 'Het schrijverke' introduceerde, sloeg het in als een bom. Van de weeromstuit wilde iedereen het horen en werd het een van mijn grootste hits." Sindsdien heeft Ferdy nog achttien andere gedichten van Gezelle van een melodie voorzien. "Ik ben geen muzikant, kan geen noten lezen en moet mijn melodieën aan anderen dicteren. Maar ze zijn wel van a tot z van mij."

Will Ferdy zong zowel materiaal van Jacques Brel als van Armand Preud'homme en begaf zich dus in werelden die ogenschijnlijk ver uit elkaar lagen. "Dat kwam vooral door de teksten. Preud'homme schreef prachtige melodieën. Was hij in Wenen geboren, dan zou hij vast een Robert Stolz zijn geworden. Alleen werd zijn muziek gedevalueerd door de ronduit naïeve, versuikerde teksten. Ik zing nog wel regelmatig 'Op de purperen hei', zelfs op mijn nieuwe cd, en ik besef dat het inhoudelijk niet veel om het lijf heeft. Maar je moet het zien als een Vlaams folklorenummer, als een onderdeel van onze traditie."

De zanger schreef veel van zijn teksten zelf en waagde zich occasioneel ook aan vertalingen. "Een worsteling", geeft hij toe. "Een melodie schud ik zo uit mijn mouw, maar zingbare teksten schrijven is het moeilijkste wat er bestaat. Zelfs een Aznavour zal dat beamen. Vaak weet ik heel goed wat ik wil vertellen, maar vind ik de eerste regel niet. Dan kun je alleen maar wachten op een vlaag van inspiratie. Jacques Brel in het Nederlands vertalen, was ook zo'n hondsmoeilijk karwei. Dus ik beperkte me tot die liedjes waarin ik hem inhoudelijk zo trouw mogelijk kon blijven."

In het najaar van 1970 deed Ferdy stof opwaaien toen hij zich tijdens het tv-programma Inspraak als eerste zanger in Vlaanderen outte als homoseksueel. "Moedig? Ik? Welneen. Zoals zoveel dingen in mijn leven deed ik dat louter impulsief. Toen ik het autobiografische 'Mijn vriend' schreef, was het nog commerciële zelfmoord het in die vorm uit te brengen en maakte ik er noodgedwongen 'Christine' van. Later begon ik meer en meer 'uniseksliedjes' te maken. Ze waren in de jij-vorm gesteld, zodat ze zowel aan mannen als vrouwen gericht konden zijn. Dat vond ik eerlijker. Bovendien besefte ik dat ik vroeg of laat toch mijn geaardheid zou moeten toegeven. Zes maanden eerder was ik al uit de kast gekomen tijdens een radio-interview, maar daar kwam geen reactie op. Wellicht had geen mens het gehoord. Toen ik het later overdeed tijdens een tv-uitzending over marginalen, zo zág men ons toen, was het hek echter van de dam. Toch voelde ik me vooral opgelucht. Ik dacht: oef, gedaan met al die leugens. Vreemd genoeg kreeg vooral mijn moeder allerlei hypocriete en enggeestige reacties te incasseren: 'Maar madammeke, zo'n sympathieke jongen. Gij hebt hem toch gewassen, toen hij klein was? Hebt ge er dan nooit iets aan gezien?' Onvoorstelbaar. (lacht)"

Heeft Ferdy's openhartigheid zijn carrière geschaad? "Ja en neen. Ik hoorde weleens iets over een fan die mijn platen in stukken brak en links en rechts werd ik soms wel afgeremd en gediscrimineerd. Sommige opdoffers deden echt pijn: het ANZ had me gevraagd voor het Vlaams Nationaal Zangfeest in 1971, maar plots bleken mijn nummers 'niet meer in het programma te passen'. En Gazet van Antwerpen, die altijd mijn optredens aankondigde via advertenties, kon daar 'om budgettaire redenen' plots niet meer mee doorgaan. Ook elders ondervond ik soms tegenkantingen. De pastoor van Maldegem verbood zijn parochianen vanop de preekstoel naar mij te komen luisteren. Toen men mij wilde boeken in Drongen weigerde de plaatselijke deken mij toegang tot de parochiezaal en in Kontich was er een oude aalmoezenier die in toorn ontstak toen bleek dat ik er zou komen zingen. 'Wát? Een homo? Dan kun je net zo goed een moordenaar uitnodigen!' Niettemin bleef ik ook huwelijksmissen zingen en liet mijn publiek me nooit in de steek."

Voelde Will Ferdy zich, als gelovige, door de officiële houding van de katholieke kerk tegenover holebi's niet in de kou gezet? "Zelf trok ik mij er weinig van aan, maar ik schreef wel het liedje 'Man van Rome', dat snel van de radio verdween omdat sommigen er zich door beledigd voelden. Zelf vind ik het een schande dat het Vaticaan levens verwoest door sommige mensen als zondaars te beschouwen en dat het halsstarrig weigert de werkelijkheid onder ogen te zien. Zelf meen ik uit de Bijbel net te kunnen afleiden dat ook Christus een homo was."

Vorig jaar nog werd Ferdy door de Nederlandse Gay Krant onderscheiden om zijn inspanningen voor homo-emancipatie. Trots? "Best wel, want men spreekt er mij nog vaak over aan. Sommigen zeggen dat ze me dankbaar zijn omdat ik een steen in de kikkerpoel heb gegooid en dingen bespreekbaar heb gemaakt. Maar ik deed het vooral om mezelf te bevrijden. Ik wil gewaardeerd worden om mijn liedjes en heb nooit de ambitie gehad het uithangbord van de homobeweging te zijn. Alleen, de druk werd me te zwaar. Ik was tenslotte al 43 en dan wil je kunnen zijn wie je bent. Na mijn outing voelde ik me veel zelfverzekerder, ook op het podium, maar privé ging ik door een diep dal. Ik had een relatie aangeknoopt met een jongen die er zelf nog niet aan toe was voor zijn geaardheid uit te komen en als we samen ergens kwamen, voelde hij zich voortdurend bekeken. Uiteindelijk is hij van me weggevlucht. Ik had op amoureus gebied al enkele tegenslagen gehad en sleepte me van mislukking naar mislukking. Optreden werd voor mij een therapie, maar zodra het publiek de zaal verliet, gaapte de leegte. Want achter de scène stond me nooit iemand op te wachten."

De zanger erkent dat hij het met iets meer lef misschien wel verder had kunnen schoppen. "Het ontbrak me aan een echte manager, iemand die me kon verkopen. Zelf deed ik daar weinig moeite voor, ik ben op alle gebied een selfmade man, hé. Maar ik klaag niet. Al bij al ben ik tevreden met wat ik heb bereikt."

Tijdens zijn lange carrière heeft Will Ferdy niet alleen gezongen, hij heeft ook toneel gespeeld, radioprogramma's gepresenteerd en boeken geschreven. Blijft er, op zijn tachtigste, nog iets te wensen over? "Ik droom er al jaren van mijn liedjes eens te kunnen zingen met de ruggensteun van een symfonisch orkest, maar dat zal er wellicht niet meer van komen", zucht hij. "Een dramatische filmrol zie ik ook nog wel zitten. En intussen zit ik alweer op een volgende plaat te broeden. Charles Trenet maakte cd's tot zijn 84ste, dus... Je bent nog lang niet van me af."

Verjaardagsgala Will Ferdy 80: zondag 11 maart om 15 uur in de Antwerpse Arenbergschouwburg, met als gasten onder meer Jo Lemaire, Jo Leemans, Connie Neefs, Frank Dingenen en Yasmine. Op zondag 18 maart is er een soortgelijk optreden, maar met andere gasten, in het Gentse Centrum Seleskest.

Ik heb mij vooral geout om mezelf te bevrijden. Ik wil gewaardeerd worden om mijn liedjes en heb nooit de ambitie gehad het uithangbord van de homobeweging te zijn

Wat ik doe, moet gaaf zijn. Ik reken er dus op dat mijn entourage me waarschuwt als mijn stem het begeeft

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234