Zondag 17/11/2019

'Ik deel de fascinatie voor de daders niet'

Met de veroordeling van Ratko Mladić en de gifbeker van Slobodan Praljak viel het doek over een kwarteeuw Joegoslavië-tribunaal. De Belgische hoofdaanklager Serge Brammertz (55) is opgelucht, maar spreekt niet van verzoening. 'In Bosnië en Herzegovina worden nog drie verschillende geschiedenisboeken gebruikt.'

Serge Brammertz begroet ons in zijn bureau in Den Haag. Het is behalve een efficiënte werkruimte ook een historisch kabinet, met overal kunstwerken, boeken en objecten die je zou kunnen omschrijven als 'een museum van oorlog en verzoening'. Wat meteen opvalt, zijn de kleurrijke werken van de Siciliaanse kunstenaar-jurist Arrigo Musti: twee portretten van slachtoffers van de burgeroorlog in Sierra Leone. "Deze kunstwerken zijn zo fel dat ze duidelijk maken dat we nooit mogen vergeten wat er in Sierra Leone is gebeurd", zegt de Belgische hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal.

Op een meer discrete plek is er ook een wall of fame, met foto's van Brammertz die poseert met wereldleiders als Bill Clinton en Kofi Annan. "Maar de beste plaats reserveerde ik voor een foto met Munire Subašić, een van de boegbeelden van de slachtofferorganisatie Moeders van Srebrenica, een indrukwekkende vrouw die in haar familie twintig mannen verloor: haar man, haar vader, haar kinderen, haar broers. Munire hangt naast Angela Merkel, twee vrouwen die ik zeer bewonder."

Tijdens het gesprek zal Brammertz meermaals opveren om ons een stuk van zijn minimuseum te tonen. Zo grijpt hij op een bepaald moment met een snelle reflex naar een boek dat bovenaan op een stapel andere boeken ligt. "Kijk, ik wil u iets tonen en het is misschien goed dat u daar een foto van neemt. Dit boek werd gepubliceerd door de ouders van vermoorde kinderen in Sarajevo. Het zijn portretten van kinderen, van wie de meesten door snipers zijn gedood.

"Weet u, af en toe krijg ik diplomaten en politiek verantwoordelijken over de vloer die me vragen of het na 25 jaar niet stilaan tijd is om de Joegoslavische oorlog achter ons te laten en meer aandacht te besteden aan andere plekken in de wereld. Ik laat zulke bezoekers dan soms dit boek zien, opdat ze zich toch wat op hun ongemak zouden voelen. 'Hoe wilt u dat we dit afsluiten?', vraag ik hen. 'Die ouders wachten nog altijd op waarheid en gerechtigheid.'

"In Sarajevo zijn er nog altijd drieduizend lopende dossiers, en vele ervan hebben betrekking op kinderen. Het is de plicht van de internationale gemeenschap om er mee voor te zorgen dat die dossiers afgerond worden."

Maar we beginnen dit gesprek met een vraag over de recente veroordeling van Ratko Mladić, de voormalige opperbevelhebber van het Bosnisch-Servische leger die onder meer voor de belegering van Sarajevo en de genocide in Srebrenica levenslang kreeg. Mladić' veroordeling geldt als Brammertz' moment de gloire, want toen de Belg in 2008 hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal werd, was Mladić nog op vrije voeten en geloofde niemand dat hij ooit berecht zou worden.

De perfect drietalige Eupenaar reageert veeleer afgemeten op de vraag of hij die dag euforie voelde. "Wij waren er vrij zeker van dat Mladić veroordeeld zou worden. Onze bewijsmiddelen waren zeer stevig. De enige vraag die nog restte, was of de voormalige generaal levenslang of een straf van veertig jaar zou krijgen.

"Maar het spreekt vanzelf dat ik die dag een heel tevreden man was en dat ook mijn medewerkers zeer opgetogen waren.

"Met de veroordeling van Mladić werd een lang traject afgesloten. Toen ik in 2008 hoofdaanklager werd, waren Mladić en ook Radovan Karadžić (de voormalige Bosnisch-Servische president, KoV) nog voortvluchtig. Bovendien was de Servische ex-president Slobodan Milošević twee jaar daarvoor in zijn cel in Scheveningen omgekomen nog voor hij veroordeeld kon worden.

"Er heerste in dit gebouw een pessimistische sfeer en er waren plannen om het tribunaal in 2011 of 2012 op te doeken. Velen gingen ervan uit dat we de deuren zouden sluiten zonder dat de hoofdverdachten veroordeeld waren. Ook de media schreven in die tijd dat het succes en de mislukking van onze missie afhingen van de bestraffing van Mladić en Karadžić.

"Maar het waren vooral de slachtoffers die me duidelijk maakten dat de berechting van die twee hoofdverdachten een absolute must was. Tijdens mijn eerste reis naar Bosnië en Herzegovina had ik een gesprek met Munire Subašić, de dame over wie ik daarnet sprak. Als zo iemand je op het hart drukt dat ze pas echt verder kan leven als Karadžić en Mladić achter de tralies zitten, maakt dat een enorme indruk. Ik wist wat me te doen stond."

Misschien moet ik mijn openingsvraag dan herformuleren: hoe voelde u zich op het moment dat Karadžić en Mladić gearresteerd werden?

Serge Brammertz: "Karadžić was de eerste: op 21 juli 2008. Uiteraard was dat een bijzonder moment. Gedurende de hele dag werden we van de operatie op de hoogte gehouden. Toen ik hoorde dat hij opgepakt was, riep ik mijn medewerkers, die tien jaar keihard op het dossier hadden gewerkt, samen in mijn kantoor. Ik wilde hen verrassen en had hen niet verteld dat de arrestatie al een feit was.

"Toen iedereen binnen was, kreeg ik een telefoontje van de Servische president Boris Tadić, die me het nieuws officieel bevestigde. Ik zette de president op luidspreker, zodat alle aanwezigen het goede nieuws konden horen. Ik ga niet ontkennen dat er op dat moment euforie in deze kamer heerste. Een van mijn bezoekers nam de affiche waarop de foto's van de voortvluchtige hoofdverdachten stonden en zette een groot kruis over de foto van Karadžić. 'We hebben hem', ging voortdurend door mijn hoofd.

"Twee jaar later, op 26 mei 2011, werd ook Ratko Mladić opgepakt en was er een soortgelijke euforie."

Tegelijk kwam er op dat moment een grote last op uw schouders terecht. Karadžić was opgepakt en het was aan u om hem veroordeeld te krijgen. U mocht het niet verknoeien.

"Ja, dat was inderdaad zo. Gedurende tien minuten was ik bijzonder blij. Maar vervolgens drong het tot me door dat het aan ons was om keiharde bewijzen boven te halen en een stevig dossier samen te stellen. Meteen begon ik erg praktisch te denken: hoe gaan we ons onderzoeksteam samenstellen? Welke getuigen gaan we oproepen? Hoeveel tijd zullen we ongeveer nodig hebben om een sterk dossier te maken? Er kwam een enorme hoeveelheid positieve energie los."

Hebt u Karadžić en Mladić persoonlijk ontmoet?

"Ik was aanwezig bij hun eerste verschijning in de rechtszaal. Eerlijk gezegd werd ik daar heet noch koud van. Weet u, ik krijg die vraag regelmatig: 'Wat vindt u persoonlijk van Mladić of Karadžić?' Dat bewijst dat er blijkbaar meer fascinatie is voor de daders dan voor de slachtoffers. Ik deel die fascinatie niet. De slachtoffers houden me veel meer bezig. Ze maakten diepe een indruk op mij. Menselijk gezien heb ik bijzonder veel van hen geleerd."

Toch valt het op dat veel mensen in voormalig Joegoslavië de door u vervolgde oorlogsmisdadigers als nationale helden beschouwen. Wat vindt u daarvan?

"Ik heb het daar bijzonder moeilijk mee. Die oorlogsmisdadigers hebben gevangenen vermoord, vrouwen verkracht en dorpen vernietigd. De echte helden van dit verhaal zijn de overlevenden en de families van de slachtoffers. Velen van hen hadden ook de moed om meermaals naar Den Haag te komen om gedetailleerde getuigenissen af te leggen.

"Ik herinner me een man die als vijftienjarige de massaexecuties van Srebrenica als bij wonder had overleefd. Hij had vijf uur onder een hoop dode lichamen gelegen en slaagde er vervolgens in te ontsnappen. Dat die man nog genoeg kracht had om hier in Den Haag zijn verhaal in alle details te vertellen: bewonderenswaardig."

Tien jaar lang onderzocht u de gruwelijkste oorlogsmisdaden. Hebt u ook kunnen achterhalen hoe het komt dat mensen die in vredestijd een vrij normaal leven leiden tijdens een oorlog in staat zijn tot het absolute kwade?

"Waar ook ter wereld leiden oorlogssituaties ertoe dat de structuren van een maatschappij en de rechtsstaat niet meer functioneren. Daardoor krijgen mensen meer ruimte om misdrijven te plegen. Tegelijk heb je natuurlijk het fenomeen dat bepaalde dictators de macht willen grijpen door het verspreiden van haat. Met haattoespraken overtuigen ze hun mensen dat 'de anderen' geen mensen maar gevaarlijke vijanden zijn die moeten worden vermoord.

"Ik weet nog goed dat ik in mijn tijd als nationaal magistraat in België betrokken was bij een dossier over de Rwandese genocide. Het betrof een massamoord waarbij vijfhonderd Tutsi's werden opgesloten in een gebouw, een voor een naar buiten werden gesleurd en vervolgens met machetes werden vermoord. Die moordpartij duurde maar liefst vijf dagen. 's Avonds gingen de moordenaars gewoon naar huis om de avond en de nacht met vrouw en kinderen door te brengen. 's Morgens begonnen ze opnieuw te moorden.

"Na de genocide werd een van hen gevraagd hoe hij overdag kinderen kon vermoorden, om dan 's avonds gewoon met zijn eigen kinderen door te brengen. 'Ik begrijp uw vraag', antwoordde de man. 'Vijf dagen was erg lang en we hadden de klus in twee dagen kunnen klaren. Maar die Tutsi's werkten niet goed mee en daarom duurde het langer.' Het was duidelijk: door het haatdiscours van zijn leiders en de uitzendingen van de radiozender Mille Collines, die voortdurend opriep om Tutsi's te vernietigen, was de man op een punt gekomen dat Tutsi's geen mensen meer waren maar 'ongedierte' dat moest worden uitgeroeid. Tutsi-kinderen waren in zijn ogen toekomstige vijandige strijders, en Tutsi-moeders waren gevaarlijk omdat ze nieuwe vijanden ter wereld zouden brengen."

Als u met zo'n zieke situatie wordt geconfronteerd, hebt u het dan niet moeilijk om nog in de goedheid van de mensen te geloven?

"Het klopt dat ik regelmatig met de donkerste kant van de mensheid in aanraking kwam. Maar ik kom minstens even vaak met helden in contact. Laat me het voorbeeld geven van Vladimir Barović, een Montenegrijnse admiraal van het Servische leger die het bevel kreeg om met zijn vloot enkele steden aan de Dalmatische kust te bombarderen. Barović weigerde en pleegde daarop zelfmoord. In zijn afscheidsbrief schreef hij dat hij liever stierf dan zijn 'Kroatische broeders' te vermoorden.

"Jammer genoeg had zijn zelfmoord weinig impact op de oorlog. Een andere officier nam het bevel van de vloot over en voerde de bombardementen uit. Maar toch: zulke momenten van moed en menselijkheid zijn indrukwekkend. Het is belangrijk dat we helden als Barović niet vergeten."

Vindt u het belangrijk dat oorlogsmisdadigers als Karadžić en Mladić op het einde van hun proces schuld bekennen en toegeven dat ze fout waren?

"(Diepe zucht) In een perfecte wereld zou dat natuurlijk het beste zijn, maar het is helaas niet gebeurd. Integendeel: Mladić en Karadžić denken waarschijnlijk nog steeds dat ze het goede voor hun volk hebben gedaan. Dat bleek ook toen Karadžić tijdens de eerste zitting verklaarde dat hij niet op de beklaagdenbank zat als Radovan Karadžić, maar als de vertegenwoordiger van het Servische volk. Dat is typisch: de daders proberen zich altijd achter hun volk te verschuilen, en jammer genoeg lukt dat nog ook.

"Dat is nog steeds een van de problemen: in voormalig Joegoslavië is een hele generatie politici aan de macht die niet goed weet hoe ze bepaalde economische problemen moet oplossen en dan maar teruggrijpt naar een discours dat erg lijkt op dat van de omstreden leiders van de jaren 90."

Ervaart u dat niet als een falen: dat het Joegoslavië-tribunaal er niet in geslaagd is om verzoening te brengen tussen Serven, Kroaten en Bosniërs?

"Wij hebben op dit vlak altijd gewaarschuwd voor te hoge verwachtingen. Het is nooit onze opdracht geweest met onze uitspraken volledige verzoening te brengen. Je moet daar realistisch in zijn: telkens als wij een oorlogsmisdadiger veroordeelden, was de ene groep gelukkig en de andere groep boos en ontevreden.

"Waarvan ik na tien jaar wel overtuigd ben, is dat verzoening pas kan beginnen als de hoofdverantwoordelijken van een oorlog of een genocide verantwoording hebben moeten afleggen voor een rechtbank. Maar echte verzoening kan natuurlijk alleen maar binnen een maatschappij ontstaan. Verzoening moet van onderuit komen en kan niet worden opgelegd."

Wel bent u er misschien in geslaagd de geschiedenis van de Balkan-oorlog accuraat vast te leggen, zodat de mensen van voormalig Joegoslavië op die gemeenschappelijke geschiedenis kunnen voortbouwen.

"Dat klopt en het is een zeer belangrijk aspect. Maar ook dat proces verloopt bijzonder moeizaam. In Bosnië en Herzegovina gebruiken de Bosnische, de Kroatische en de Servische scholen drie verschillende geschiedenisboeken. In de Republika Srpska (de Servische entiteit van Bosnië en Herzegovina, KoV) besliste de onderwijsminister enkele maanden geleden om in de geschiedenisboeken elke verwijzing naar de belegering van Sarajevo en de genocide in Srebrenica weg te laten.

En Milorad Dodik, de premier van diezelfde Republika Srpska, heeft die ingreep publiekelijk gesteund: 'Die twee evenementen zijn nooit gebeurd', zei hij, 'dus waarom zouden ze in een geschiedenisboek moeten staan?'

"Dat is de situatie vandaag en dat is natuurlijk zorgwekkend. Laat me nog een voorbeeld geven: een door het tribunaal veroordeelde oorlogsmisdadiger die na tien jaar gevangenisstraf vervroegd vrijkwam, werd onlangs als eregast uitgenodigd aan de militaire academie van Belgrado."

Over wie hebt u het precies?

"Ik heb het over generaal Vladimir Lazarević, die een cruciale rol speelde bij de moordpartijen en etnische zuiveringen in Kosovo. De huidige defensieminister van Servië verwelkomde Lazarević op de militaire academie van Belgrado en leidde hem als volgt in: 'Ik stel u voor aan een held en het wordt tijd dat we trots kunnen zijn op mannen als Lazarević. Als er iemand is die onze militairen kan uitleggen hoe een oorlog gevoerd moet worden, is hij het wel.' Zoiets kan natuurlijk niet. Het is een slag in het gezicht van de vele slachtoffers."

Een maand geleden veroordeelde het Joegoslavië-tribunaal de Bosnisch-Kroatische ex-generaal Slobodan Praljak tot twintig jaar. Onmiddellijk na de veroordeling dronk Praljak gif en enkele uren later overleed hij. Beschouwt u die daad ook als een opgestoken vinger naar de slachtoffers?

"Wij betreuren natuurlijk dat dit gebeurd is. Praljak stond met vijf andere beklaagden terecht en was gedurende zijn lange proces al meer dan honderd keer in en uit de rechtszaal begeleid. Is het dan mogelijk om 100 procent te verhinderen dat iemand een kleine hoeveelheid gif mee in de zaal smokkelt? Moeilijk te zeggen. Praljak was ook wel iemand die voor zijn militaire carrière lange tijd in de theatersector actief was. De man had duidelijk een groot gevoel voor drama. Maar goed: het had niet mogen gebeuren."

Wel kon Praljak zo op een krachtige manier duidelijk maken dat hij de autoriteit van het tribunaal niet aanvaardde.

"Het kan zijn dat hij dat ultieme signaal wilde geven, maar wat was uiteindelijk het resultaat van zijn daad? Plotseling hadden de media honderd keer meer aandacht voor de oorlogsmisdaden van Praljak. De slachtofferorganisaties vonden dat helemaal niet erg, omdat er op die manier veel meer aandacht kwam voor de Kroatische misdaden in de Bosnische oorlog.

"Ook Kroatië zelf zat verveeld met de kwestie, want plotseling kwam er ook veel aandacht voor de rol van voormalig president Franjo Tudman in de oorlog. Veel Kroaten beschouwen Tudman als een nationale held en willen niet weten dat hun vroegere president medeverantwoordelijk was voor oorlogsmisdaden. Dat was de ironie van de gifbeker: Praljak bereikte het tegendeel van wat hij aanvankelijk voor ogen had."

Misschien was het ook wel een ultieme historische correctie, want een veelgehoorde kritiek is dat u als hoofdaanklager vooral Servische oorlogsmisdadigers vervolgde en de verantwoordelijkheid van de Kroaten en de Bosnische moslims minimaliseerde. Wat is daarop uw repliek?

"Het was niet onze rol om volgens een evenredige verdeelsleutel recht te spreken. Wij zeggen altijd dat alle partijen in deze conflicten misdrijven hebben gepleegd en dat we ons uiterste best doen om aan alle slachtoffers evenveel aandacht te besteden.

"Maar het was onze taak om de hoofdverantwoordelijken voor de oorlogsmisdaden te vervolgen, en een groot deel van hen had inderdaad de Servische nationaliteit. Daarvoor is een logische verklaring: het Servische leger was de enige legermacht die zowel in Kroatië, in Bosnië en Herzegovina als in Kosovo oorlog heeft gevoerd. Het Servische leger beschikte ook over de krachtigste wapens: tanks, zware artillerie, een groot aantal getrainde militairen. Daardoor was het Servische leger beter dan de andere strijdkrachten in staat grote misdrijven te plegen."

Het Joegoslavië-tribunaal heeft de strijd tegen de straffeloosheid een nieuwe stimulans gegeven. In het kielzog van het tribunaal werden ook tribunalen voor Rwanda, Sierra Leone en Cambodja in het leven geroepen. En ook het Internationaal Strafhof was er nooit gekomen zonder het Joegoslavië-tribunaal. De andere kant van het verhaal is dat er nieuwe conflicten zijn waarmee niets gebeurt: Syrië, Irak, Jemen. Hoe verklaart u dat?

"Ik vrees dat we een backlash meemaken. Het is duidelijk dat er in de jaren 90, na de Koude Oorlog, een consensus bestond om het Joegoslavië-tribunaal en vervolgens ook het Rwanda-tribunaal op te richten. Ook toen in 2002 het Internationaal Strafhof van start ging, heerste er nog een positieve sfeer en de overtuiging dat een rechtssysteem in het leven was geroepen waarbij steeds meer landen zich zouden aansluiten.

"Maar momenteel is die consensus er niet meer. Voor Syrië werd tientallen keren geprobeerd internationale strafprocedures op te starten, maar dat is keer op keer mislukt omdat er geen eensgezindheid was in de VN-Veiligheidsraad. Weet u, soms vraag ik me af wat er zou gebeuren als we het Joegoslavië-tribunaal of het Internationaal Strafhof vandaag zouden moeten oprichten. Zou er voldoende politieke consensus zijn?"

Wat is uw antwoord?

"Ik vrees van niet. De politieke consensus van twintig jaar geleden is verdwenen, en het multilateralisme heeft plaatsgemaakt voor nationalistische en populistische tendensen, die zich op alle continenten doorzetten. Voor de internationale justitie is dat allerminst een positieve evolutie.

"Wat niet wil zeggen dat we in twintig jaar geen vooruitgang hebben geboekt. Integendeel. Als vandaag ergens vredesonderhandelingen worden afgesloten, zal er altijd over gerechtigheid gesproken worden. Oorlogsmisdadigers moeten verantwoording afleggen voor hun daden. De tijd dat een moorddadig regime automatisch amnestie kreeg, is definitief voorbij.

"Ook inzake seksueel misbruik leven we in andere tijden. Seksueel geweld als oorlogswapen is dankzij het Joegoslavië-tribunaal erkend als een misdaad tegen de mensheid. Er zijn belangrijke stappen gezet. Wat de laatste twintig jaar werd bereikt, zal niet meer verdwijnen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234