Zaterdag 14/12/2019

'Ik dacht: ik stop al het kwaad in één klein boek'

In zijn nieuwe roman In het buitengebied observeert Adriaan van Dis (70) nauwlettend het Nederlandse platteland. En voert hij een schrijver op die worstelt met zijn demonen. Een gesprek over het verdwijnen van de eettafel, robotisering, dingenliefde én het belang van nuance en kunst.

Wervelwindjes en stofwolken, dat veroorzaakt Adriaan van Dis bij de doortocht op zijn uitgeverij Atlas Contact. In het lumineuze pand op de Amsterdamse Prinsengracht hoor je zijn welluidende stem al van ver door de gangen schallen. "Hier", tikt hij een redacteur minzaam op de schouder, "dit fragment kan maar beter op een volgende pagina beginnen, als er een herdruk komt."

Intussen legt een andere medewerkster een forse stapel klaar van In het buitengebied en vouwt ze deskundig het titelblad open. Als een geoliede signeermachine kwijt Van Dis zich van zijn taak, turend door zijn glanzende, zwarte David Hockneybril. Je voelt het aan alles: Van Dis is hier zowel het paradepaard als de knuffelbeer. Op kapsones zul je de schrijver en voormalig VPRO-icoon amper betrappen. Immer geestige bon mots rondstrooiend, schijnt de rijzige Van Dis door het leven te stappen. En zo verwelkomt hij ons ook, met vanzelfsprekende charme.

Maar wie net In het buitengebied las, weet duivels goed dat de auteur een zwarte keerzijde heeft. Een Binnenstem - ja, met hoofdletter - die hem opscheept met demonen en obsessies. In deze compacte en spitse roman, opvolger van het met de Libris Literatuurprijs bekroonde moederboek Ik kom terug (2014), onderzoekt Van Dis het alleen-zijn op het platteland. Op het ritme van de natuur, met geitjes, ganzen, egels en konijnen die hem voor de voeten lopen. Zij het dat de wereld voortdurend aan de deur klopt, van asielzoeker Victor tot de stokoude femme fatale Rivka, die hem ooit inwijdde in de liefde. Een robot mag als intellectuele sparringpartner fungeren. In het buitengebied is een speelse 'roman in verhalen' over schaamte, eenzaamheid, onbegrip en outsiderschap in dat malle, op drift rakende Nederland.

"Ik dacht: ik stop al het kwade in één boek en geef daar vervolgens een enorme trap tegen", zegt Van Dis, wiens geest tijdens het gesprek alle richtingen opstuitert ("Sorry als ik je vragen door elkaar hussel"). Toch is er die diepe bekommernis over onze bliksemsnel veranderende wereld. Bij voorkeur vanaf de zijlijn, want heftig debat schuwt Van Dis."Mijn politiek engagement is de nuance. En dat is toevallig uit de mode. Ik ben altijd een bruggenbouwer geweest. Mensen buitensluiten, dat doet me letterlijk pijn."

'Een geharnaste roman over alleen zijn', zo wordt In het buitengebied' aangekondigd. Ik lees het als een boek over een eenzaat die zich tegen de buitenwereld teweerstelt, maar ook voortdurend contact met zijn omgeving zoekt.

Adriaan van Dis: "Deze roman zit boordevol dubbelzinnigheden. In het buitengebied is ontstaan uit een grote noodzaak, ik heb er zelfs een ander boek voor opzijgelegd. Het gaat over een man die belaagd wordt door een 'Binnenstem', die hem langzaam de dood in drijft. Na het schrijven van Ik kom terug werd ik, ondanks alle lof, bevangen door een grote somberheid. Een afstandelijke moeder die op haar sterfbed afscheid neemt van haar zoon met een handdruk? Je kunt veel verzinnen, maar dat niet. Dat besef van die ongenaakbaarheid bleef me kwellen. Dat hunkeren naar contact, maar er toch niet toe in staat zijn, heeft in In het buitengebied een bedding gevonden. Vol kwaad, zoals die stem aan een spoorwegovergang die je influistert: 'Geef gas!'"

Het valt wel mee met die kwaadaardigheid, toch? Ook omdat u tongue in cheek blijft.

"Ik bedrijf natuurlijk het spel van de ironie. Ik maak van alles mee en vergroot dingen uit. Ik ben het en ik ben het ook niet. Bij de lezer bestaat een toenemend verlangen naar echtheid. En de schrijver maakt weleens de fout om daarin mee te gaan en dat min of meer te bevestigen.

"Maar ik ben niet beklagenswaardig. In dit geval heb ik mijn verhalen juist kleiner gemaakt door er met humor, afstand en zwartgalligheid over te schrijven."

Die fameuze 'Binnenstem' roept u wel vaak op het matje.

"Ik was vorig weekend in Brugge op een festival. Er kwam een jonge vrouw op me af en ze pakte me bij de arm. Ze zei me: 'Meneer Van Dis, wat bent u te hard voor uzelf.' En ik dacht: dat zegt mijn psychiater ook. Ik behoor namelijk tot die uitstervende generatie van schuldige blanke mensen met een dunne huid. (lacht) Maar het is niet verkeerd jezelf tijdens het scheren duchtig in de spiegel te kijken. Wees niet koket. Tegelijk is de hoofdfiguur een soort gutmensch, tegenwoordig een scheldwoord in Nederland."

Er trekt een parade van erg diverse personages voorbij - van asielzoeker Victor tot de excentrieke Rivka. Wat ze gemeen hebben, is hun eenzaamheid. Is het platteland ook een verzamelplek van outsiders geworden?

"Als je in Nederland zegt: ik ga op de buiten wonen, dan is dat ongeveer te vergelijken met emigreren. Je zegt vaarwel aan de zelfvoldaanheid van de stad. Maar de stad beslist wel over het lot van het platteland. Moeten er windmolens komen? Hoeveel asielzoekers worden er ondergebracht in de provincie? Delen van het platteland behoren bij ons tot het krimpgebied. Wat talent heeft, verlaat het buitengebied, terwijl er vroeger meer heen- en weertrek was.

"Op het platteland verzamelen de achterblijvers zich bij elkaar. Ik beschouw mezelf als een nieuwkomer tussen de achterblijvers. En natuurlijk mag je er heerlijk asociaal zijn. Niemand valt je lastig en je kunt autowrakken zomaar op je erf laten verkommeren. Vandaar ook dat op het platteland de misdaad welig tiert, met al die wijdverbreide hennepkwekerijen. Het platteland biedt een ontsnapping aan de bemoeizucht die de stad ons oplegt.

"Ik werd als outsider ook geïnspireerd door een song van Tom Waits. (fluistert de tekst in de microfoon) 'What's he building in there? He has no friends/But he gets a lot of mail/I'll bet he spent a little/Time in jail.../I heard he was up on the roof last night/What's he building in there?" Dat geheimzinnige zit daar helemaal in."

Op de eerste pagina's van de roman haalt de hoofdfiguur de intelligente robotpop Akiko in huis. Intellectueel is ze een wonder, maar emotioneel weerwerk biedt ze finaal niet. Het doet denken aan Her, de film waarin Joaquin Phoenix verliefd wordt op het voorgeprogrammeerde besturingssysteem met de stem van Scarlett Johansson.

"Blijkbaar hangt dat thema volop in de lucht, ja. Je merkt het ook in de literatuur bij een verhaal van Annelies Verbeke en bij het pas verschenen Fuzzie van Hanna Bervoets.

"Bij mij lag de vonk bij een klokje dat ik ooit in New York had. Dan drukte ik bij thuiskomst op het knopje en volgde er een aangename stem: 'Het is tien over vijf.' Telkens weer was ik verleid om op het knopje te drukken. Zo leek het alsof er toch iemand thuis was. Ik raakte gehecht aan die stem, tot de batterij leeg was. Die bleek niet vervangbaar. Toen was ik wel een paar dagen in de rouw. Dus ik kan me goed voorstellen dat eenzame mensen soms gekke dingen doen. Ze bestaan, de mannen die sekspoppen van 60.000 euro bestellen."

Uw Akiko lijkt gaandeweg steeds intelligenter te worden, maar uiteindelijk sputtert ze tegen. Gelooft u in een gerobotiseerde toekomst?

"Het kan klinken als onzin, maar ik geloof van wel: mensen gaan zichzelf langzaam robotiseren, al zal het misschien nog wel een paar eeuwen duren. Die afhankelijkheid van onze tablets en onze computers kun je als een voorspel zien. Ik zeg nu al spottend: 'Vroeger had ik een geheugen, nu heb ik een iPhone.'

"Als je bedenkt hoeveel arbeid tegenwoordig met een simpele handeling overbodig kan worden gemaakt! Zelfs het beroep van advocaat is voor 60 procent te automatiseren. Je hebt bijvoorbeeld de Japanse robot Erica, die steeds verder groeit. Ze is ongelooflijk direct geworden, bijna op het gemene af. Het is natuurlijk abnormaal dat zo'n robot een kruiswoordraadsel van The New York Times in één minuutje oplost en een mens daar algauw een uur overdoet. Ze winnen altijd. Als je intensief contact hebt met een robot, dan gaat die jouw gedrag imiteren. Hier evenaart Akiko hem in zijn zucht naar de dood."

Wilt u met dit verhaal vooral iets kwijt over surrogaatliefde?

"Het heeft veel te maken met wat je jezelf wijsmaakt. Ik geloof wel degelijk dat mensen zich kunnen hechten aan dingen. 'Troost in de dingen. Ik praat met de dingen en de dingen praten terug', zegt mijn hoofdfiguur. In mijn roman Familieziek zie je dat ook al. Daar heeft de jongen een schaduwhuis gefantaseerd. Alles wat op de grond valt, wordt weer heel, terwijl in het echte huis alles breekt.

"Veel volwassen mensen blijven fantasieën uit hun kindertijd koesteren en doen aan een vorm van fetisjisme. Een trapleuning aanraken kan soms al troost bieden. Een robot kan dus evengoed beantwoorden aan dat verlangen naar genegenheid. Robots zeggen nooit nee, dat is het aantrekkelijke. Ze hebben nooit hoofdpijn en geen slecht humeur."

Veel mededogen toont u voor Ronnie, een jongen uit een ruw gezin die graag naar school wil maar door zijn alcoholische moeder steeds gesaboteerd wordt.

"Wist je dat er in Nederland tegenwoordig 10 procent minder eettafels worden verkocht? Men eet nauwelijks nog gezamenlijk. De koerier komt voorgereden en men propt de pizzadriehoek in de mond, wijdbeens voor de televisie gezeten. Terwijl wij netjes leerden om niet met volle mond te praten en niet zomaar je eten te prakken. Mag je dat een verarming noemen?

"Kijk, ik ben geen cultuurpessimist. Maar het valt me wel op hoe in sommige geïsoleerde milieus en gemeenschappen ouders hun kinderen ronduit tegenwerken. De buitenwereld wordt er als iets vijandigs beschouwd. Men wil niet dat hun zoon of dochter wegtrekt uit het dorp. Je ziet dat ook bij zogenaamde 'zuipkeetjongeren' die blijven rondhangen. Of bij gemeenschappen die al twee generaties beroep doen op sociale ondersteuning. Wie toch probeert te ontkomen, wordt teruggefloten."

Het valt op hoe graag u in heel uiteenlopende milieus gaat snuffelen.

"Dat is mijn antropologische knop. Die kan ik naar believen aan- of uitzetten. (lacht). Toen ik per ongeluk in de Achterhoek kwam wonen - nu zo'n zeven jaar geleden - dacht ik: niet klagen, Adriaan. Je kunt van alles een verhaal maken. Zo wordt het meteen draaglijk. Dat is de enorme luxepositie van de schrijver. Intussen heb ik een grote sympathie voor de buitenmensen en hun hoekigheid."

Ook in uw Parijsboek Stadsliefde (2011) zat die sympathie voor de underdog, al ging het dan om die uit de buitenwijken.

"Tuurlijk. Ik zie niet zo bar veel verschil tussen de banlieues en de buitengebieden. Op beide plekken stuit je op groepen die in de samenleving amper gehoord worden.

"Al gaat het er op de buiten minder elastisch aan toe. Tegenover boeren die al zeven generaties in hetzelfde huis wonen, elkaars meubelen en kledij overnemen en op een zorgvuldige manier omgaan met huis, haard en land, moet je écht niet gaan prediken over duurzaamheid. Terwijl mensen in de stad voortdurend verbouwen, in hun nieuwe huis slag om slinger de muren uitslaan en voor de zevende keer een nieuwe IKEA-keuken plaatsen! Is dat duurzaamheid? Duurzaam is een grootstadsbegrip dat we te makkelijk in de mond nemen."

De spanning tussen stad en platteland wordt nog dikker aangezet wanneer u de hooggestemde Claire en haar culturele zendelingendrang opvoert. Dan neemt de satire bijna de overhand?

"O ja, daar heb ik me reuze mee vermaakt, want ik ben zelf al die stemmen. Maar het is ook uit het leven gegrepen. De stad koestert zijn zelfgenoegzaamheid. Je kunt kiezen uit duizend dingen. Ik zeg weleens: in de stad hebben de mensen meningen, maar in de provincie wordt er werkelijk gelezen. Als er daar iets cultureels gebeurt, dan komt ook iedereen kijken.

"Natuurlijk heeft het iets klefs, al die gelijkgestemden. En de provinciaalse elite kan ook vreselijk snobistisch zijn: met z'n zevenen in de art-housecinema, bijvoorbeeld. Hoe minder mensen in de zaal, hoe beter de film, hoor je dan. (gromt) Dan liever de geur van popcorn in de megabioscoop."

Regelmatig komt in In het buitengebied de vluchtelingenthematiek om de hoek kijken.

"Ook omdat we nu een interessant debat meemaken: mag een witte man nog wel schrijven over een zwarte jongen? Mag een blanke man de geschiedenis optekenen van een land als hij daar een buitenstaander is? Dat debat over culturele toe-eigening leeft plots heel sterk in Nederland."

Omdat het gevaar van paternalisme door de geprivilegieerde blanke steeds op de loer ligt?

"Ik zal je een treffend voorbeeld geven. Elke morgen oefen ik mijn Frans via een onlinecursus aan de hand van beelden. Deze keer zat er een foto van een hand bij. En vandaag was die hand zwart. Dat verbaasde mij. En ik dacht: ach, Adriaan, als jij een foto van een hand ziet, ben je gewend dat het een witte hand is. Wat een mooie verandering dat die hand zwart was! Het belang van dergelijke piepkleine dingen valt niet te onderschatten. Slechts 9 procent van de wereldbevolking is blank. We mogen in onze beeldtaal stilaan meer kleur brengen, toch?"

Hebt u vaak contact met asielzoekers?

"Waar ik nu woon, zijn veel asielzoekers ondergebracht. Als ik vroeger vanuit Amsterdam-Zuid armoede wilde zien, moest ik een andere tram nemen. In mijn 'buitengebied' deel ik alvast dezelfde winkel met hen. Sta ik daar mooi in mijn biologisch knolletje te knijpen, terwijl zij hun karretje volgooien met goedkoop vlees. Mijn denkwereld wordt bepaald door een andere portemonnee, maar we delen wel dezelfde winkels. Ik ben me daar erg bewust van. Ik betrap me erop dat ik me soms schaam, ik zei het al: ik heb last van dunhuidigheid. En dan leg ik mijn pakje dure zalm maar gauw ondersteboven in mijn winkelwagentje. (grinnikt) Ach, het is natuurlijk allemaal huichelarij. Maar wat zouden we zonder zijn?"

'Vreselijke tijd, vreselijke tijd. Om je tegen te verzetten, dacht ik, maar we verzetten ons niet, we trokken ons terug, in ons witte wereldje. En ik huiverde mee', schrijft u. Dan toch maar 'kop in kas'? Of wordt er van een schrijver meer dan vroeger engagement

verwacht?

"Ik acht me nog steeds geëngageerd. Ik lees alle kranten, heb Blendle en De Correspondent en lees allerlei essays over een alternatieve economie en het basisinkomen. Kortom, ik voel me betrokken. Maar ik maak geen radicale keuzes."

Onlangs zette Auke Hulst in ijltempo een verhalenbundel op poten met collega-schrijvers naar aanleiding van de Nederlandse parlementsverkiezingen. Zet zoiets zoden aan de dijk, denkt u?

"Ik kreeg dat verzoek ook, maar ik was net mijn eigen boek aan het afwerken. Dat is dan mijn antwoord op de tijdgeest. 'Maar je kunt wel bij me onderduiken', zei ik spottend.

"Serieus: ik vind zo'n initiatief prachtig, al bereik je er natuurlijk vooral de eigen parochie mee. Toch moeten we - nu het plurkendom steeds terrein wint - ferm opkomen voor literatuur, muziek en kunst. Voor de fluistering die het effect kan hebben van een megafoon. En als de overheid het vertikt, moeten we het zelf doen. Zoals in het Oostblok: toen er geen vrijheid bestond, was kunst van levensbelang. En dat is het ook. Het zou ons meer ernst moeten zijn om op te komen voor het broze dat nu als elitair wordt afgedaan."

Maar de polemiek gaat u uit de weg?

"Ik heb geen zin in polemiek. En ik heb ook geen oplossing. Ik zou het liefst een roman willen schrijven over 'niets' - het streven van Flaubert. Maar uiteindelijk was ook hij toch erg betrokken.

"Waar ik wel in geloof: schrijf en laat het zien. Beschrijf de mensen voor wie het te snel is gegaan en de mensen die boos zijn. Ik kan me heel slecht verplaatsen in de denkwereld van GeenStijl of Dumpert, sites die behagen scheppen in seksistische opmerkingen. Toch wil ik begrijpen waarom ze dat doen, waarom ze zich verzetten tegen politieke correctheid. Misschien is het kwajongensgedrag? Een verlangen om een trap te geven tegen een porseleinen Chinese vaas? Maar dan wel huilen om de scherven, als de stukjes op de grond liggen."

Of wordt er te veel verwacht van hedendaagse politici? Hun economische speelruimte is bijvoorbeeld niet zo groot.

"Jazeker. En daar komt nog bij dat velen politici wantrouwen en zien als baantjesjagers en zakkenvullers. Bovendien moeten politici en wij allemaal eraan wennen dat onze samenleving transparanter is geworden. Via sociale media komen de stemmen uit het estaminet of de keukentafel nu plots naar buiten. Het establishment kan daar slecht mee omgaan. Je moet wel proberen te begrijpen waarom mensen zo boos zijn en hen niet zomaar afwijzen met de vinger op de neus.

"Al vind ik wel dat kranten geen slaaf van de sociale media mogen zijn. Ze moeten dieper gaan. Het is de taak van de leraar dat de leerling stijgt en niet dat de leraar daalt, zei Bordewijk ooit in Bint. In die zin is het hoog tijd voor een soort deltawerken van onderwijs in Europa. Ik kom vaak op scholen en daar merk je hoezeer slavernij, de koloniale geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog nog slechts een onbeduidend lemmaatje zijn."

Kun je in de presidentsverkiezing van Emmanuel Macron in Frankrijk een voorzichtig signaal zien dat het Trumptij toch aan het keren is en Europa opnieuw de rug recht?

"Je zou denken: dit is bemoedigend. Maar eigenlijk ben ik niet hoopvol. Want door het districtenstelsel zit Le Pen straks slechts met een paar zetels in het Franse parlement. Dat betekent dat het heersende ongenoegen amper vertegenwoordigd is. Zo wordt de kloof nog groter en neemt het ongenoegen nog meer toe. Mooi recept voor een burgeroorlog.

"Het viel me wel op dat Macron moed toont. In een fabriek in Amiens zei hij openlijk tegen de arbeiders: ik kan niet garanderen dat jullie je werk behouden. Natuurlijk zegt Le Pen tegen hen dat dat wel het geval zal zijn. Maar hoe gaan we straks om met die miljoenen die geen werk hebben?"

Politieke campagnes bestaan tegenwoordig vooral uit het betrappen van de tegenstander op misstappen. Is dat nefast voor wie een langetermijnvisie ambieert?

"Elke rel of elke misstap haalt de kranten, maar het inhoudelijk debat wordt zelden gevoerd, dat klopt. Europa keert zich angstig naar binnen, maar eerder onderdrukte volken hernemen zich. Nieuwe economieën overtreffen de oude. China mag dan geen democratie zijn, de ambitie onder jonge mensen is enorm. In heel Azië trouwens. Het zal ons in eerzucht en kennis voorbijstreven.

"Ik las de beide boeken van Pankaj Mishra, From the Ruins of Empire: The Intellectuals Who Remade Asia (2012) en Age of Anger: A History of the Present (2017). Daar zie je hoe de woede van bijvoorbeeld Indiase en Arabische intellectuelen over het kolonialisme ons destijds amper bereikt heeft. Nu gebruiken immigranten de geschiedenis als een wapen en afficheren ze zich doelbewust als slachtoffers van het kolonalisme."

Uw observaties over de samenleving giet u ook in deze roman in een elegante en spitse stijl. Je herkent een 'Van Dis' vrijwel meteen.

"Heel vriendelijk dat u dat zegt. Maar het is geen stijl waar ik veel aan poets. Ik praat nu eenmaal zo, ik spreek weinig zinnen hakkelend of met 'euh' uit. Die esthetiek zit in mij. Als ik mijn handgeschreven zinnen uittik, maak ik ze wel wat gewoner. Al moet het ook hardop goed klinken."

Tegelijk lijkt die eloquentie ook een maskerade om de lezer op afstand te houden?

"Zeer zeker. Daarom zag ik ook op tegen dit gesprek. Omdat het zo akelig dichtbij komt. Mensen mogen me wel gek vinden, zolang ze het maar achter mijn rug zeggen. (lacht) Heel vreemd: ik ben een man die een publiek zoekt en met Ik kom terug tachtig keer het toneel betrad. En toch ben ik dat niet. Dat verlangen om op het schoolplein te gaan staan is er. Maar daarna moet ik terug naar mijn kluizenaarscel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234