Maandag 08/08/2022

InterviewSven Nys

‘Ik dacht: ‘Ik ben coureur en moet met mijn benen omhoog liggen, en het wordt voor mij wel allemaal gedaan’

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Eenentwintig directe vragen, evenveel openhartige ­antwoorden. Vandaag: ex-wielrenner en ondernemer Sven Nys (45). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Stijn De Wandeleer

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ergens tussen de dertig en veertig, denk ik. Ik vond dat een hele mooie leeftijd: je zit nog vol energie en dromen, maar kan ook al op de ervaring leunen die je als twintiger nog niet had. De onzekerheid die ik als prille sportman voelde, daar zou ik vandaag niet meer naar willen terugkeren. Ik ben altijd iemand geweest die graag goed wilde presteren, en aan het begin van je carrière kan een kwetsuur of ziekte ervoor zorgen dat je die grote droom niet kan waarmaken. In dat opzicht vond ik het een verademing om dertig te worden en te beseffen dat mijn carrière niet meer stond of viel bij alles wat ik deed. Dat heeft rust met zich meegebracht.

BIO * geboren op 17 juni 1976 in Bonheiden * voormalig wereld­topper in het veldrijden * werd 2 x wereld- en 9 x Belgisch kampioen * won 50 Wereldbeker-crossen en 64 Super­prestige-wedstrijden * 5 x Belgisch kampioen moutainbike * ploegmanager van Baloise-Trek Lions, (vroeger Telenet-Fidea Lions) * commentator * vader van Thibau Nys, veldrijder bij de nieuwelingen * publiceerde onlangs het boek Herontdek jezelf” over zijn leven na zijn sportcarrière

“Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot een paar jaar geleden niet voelde dat ik de veertig gepasseerd was, maar het laatste anderhalf jaar begin ik toch wat last te krijgen van kwaaltjes. Ik heb problemen aan mijn rug, en ook mijn ogen gaan erop achteruit. Dat is waarschijnlijk wel een gevolg van het ouder worden. Maar verder ben ik nog steeds heel sportief en voel ik me niet vijfenveertig zoals ik mijn grootvader vroeger de vijftig zag naderen. Ik denk dat het feit dat ik ook na mijn topsportcarrière fysiek actief ben gebleven daar wel een grote rol in heeft gespeeld. Maar ook door sociale media en het internet is het veel gemakkelijker om mee te blijven met je tijd.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik ben iemand die constant op zoek is naar nieuwe uitdagingen. Een hele loopbaan lang hetzelfde doen, dat zou niks voor mij zijn: ik heb echt nieuwe projecten nodig om me op te storten. Ik denk dat ik voor mezelf dus een perfect carrièrepad heb uitgestippeld waarin ik ook verschillende dingen kàn doen. Ik heb een bed and breakfast, richtte het Sven Nys Cycling Center op en mag wielerwedstrijden becommentariëren bij Sporza. Qua planning is dat niet altijd evident, maar die veelheid en variatie was wel waarnaar ik op zoek was toen ik mijn sportieve carrière beëindigde.

“Of dat niet voor voortdurende onrust zorgt? Ja, misschien wel, maar dat is ook onderdeel van het leven van een ondernemer: je bent altijd bezig met wat er morgen nog moet gebeuren. De pandemie was daarin de ultieme test. Zowat alle boekingen voor onze B&B en in het Cycling Center werden afgeblazen. Dat was niet eenvoudig, maar die onzekerheid hoort er nu eenmaal bij. Ik heb geen job waar ik om vijf uur op de pauzeknop kan drukken, maar dat zou ik ook niet willen.”

3. Is het leven voor u een ­cadeau?

“Absoluut. Ik zou ook elke dag dat ik geleefd heb op dezelfde manier weer invullen. Niet alleen de successen, maar ook de verliezen die ik heb gekend, want daar heb ik ook telkens iets uit geleerd. Ik ben niet iemand met een neiging tot zwaarmoedigheid, nee. Ik voel me net vereerd dat ik me in een situatie mag bevinden waarin ik tevreden kan zijn met mijn professioneel leven én met mijn privéleven. Je moet natuurlijk wat geluk hebben, en dat heb ik wel gehad: het leven is me tot nu toe toch vooral goedgezind geweest, en ik heb niet het gevoel dat ik al veel grote nederlagen heb gekend. Maar voor een stuk dwing je geluk ook wel een beetje af door de juiste mensen rondom je te verzamelen en door discipline aan de dag te leggen.”

4. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb eigenlijk nergens spijt van. Als sporter moest ik natuurlijk veel aandacht op mezelf en op mijn prestaties leggen, maar ik heb niet het gevoel dat ik daardoor mijn vrienden of familie minder heb kunnen zien dan ik had gewild. Het grote geluk met mijn sport was dat ik mijn gezin ook altijd heel goed kon betrekken bij wat ik deed. Als ik een wedstrijd moest rijden, konden ze daar gewoon mee naartoe, waardoor ik hen nooit lang heb moeten achterlaten. In dat opzicht denk ik dat mijn sportcarrière en mijn privéleven altijd wel ­redelijk goed in balans was.

“Als je in de sport opofferingen moet maken waar je eigenlijk niet achter staat, dan hou je het ook gewoon niet vol. Uiteraard is er, sinds ik een punt zette achter mijn wielercarrière in 2016, meer ruimte om al eens naar een feestje te gaan. Dat zat er vroeger niet in, want de dag nadien moest ik alweer gaan koersen. Mijn leven is er dus wel gemakkelijker op geworden. Al denk ik dat ik door te sporten ook een levensstijl heb gecreëerd waar ik zelfs nu nog vaak naar teruggrijp. Het snelle ritme, de focus op gezonde voeding, de discipline: die is er eigenlijk nog altijd, alleen in een iets mildere vorm.”

5. Wat was de moeilijkste ­periode in uw leven?

“Dat moet het jaar geweest zijn waarin mijn gezin uit elkaar gevallen is. Dat is echt een lastige periode geweest. De grote gekwetsten in een scheiding zijn vaak de kinderen, en dat wou ik koste wat het kost vermijden. Mijn carrière stond op dat ­moment echt even op de tweede plaats, mijn grootste focus was ervoor zorgen dat Thibau niets tekort kwam, dat hij genoeg aandacht kreeg.

'Ik zou elke dag dat ik geleefd heb op dezelfde manier weer invullen. Niet alleen de successen, maar ook de verliezen die ik heb gekend.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik zou elke dag dat ik geleefd heb op dezelfde manier weer invullen. Niet alleen de successen, maar ook de verliezen die ik heb gekend.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik denk dat dat ook gelukt is. Mijn ex-partner en ik zijn niet in een vechtscheiding uiteengegaan, en we hebben elkaar nooit verwijten gemaakt. Als er beslissingen over Thibau genomen moesten worden, hebben we daar met elkaar ook altijd heel open over kunnen communiceren. Die scheiding is dus een moeilijk verhaal geweest, maar ik denk dat het altijd beter is om uit elkaar te gaan dan om samen te blijven en elke dag ruzie te maken.

“Het is ook een levensles geweest. Ik was vroeger iemand die op vlak van administratie en het regelen van praktische zaken heel afhankelijk was van zijn partner. Dat is veranderd na die scheiding. Toen ik er alleen voor kwam te staan, moést ik wel mijn eigen leven in handen nemen. Ik leerde om de was te doen en om facturen te betalen, om te winkelen en te koken. Ik was daar vroeger allemaal niet mee bezig, omdat ik me kon verschuilen achter mijn carrière. Ik dacht: ’Ik ben coureur en moet met mijn benen omhoog liggen, en het wordt voor mij wel allemaal gedaan’.”

6. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“De zon die voor het eerst weer schijnt na een lange winter, daar kan ik enorm van genieten. Maar ik haal ook veel plezier uit mijn job, omdat ze ook mijn passie is. Mijn hele leven draait om die fiets. Andere atleten goed laten presteren, verhalen en anekdotes uit de sport vertellen aan logés in onze B&B, mijn werk als sportcommentator… Als ik kan thuiskomen en weet dat ik de passie voor de sport heb kunnen overbrengen, dan ben ik gelukkig.

“Ik heb dat presteren en die successen dus wel nog steeds nodig om me goed in mijn vel te voelen. Al ben ik ook niet meer even prestatiegericht als vroeger. Als ik nu tijdens het fietsen word voorbijgestoken, dan kan ik dat loslaten. Terwijl ik vroeger op de pedalen zou gaan staan om die persoon in het stof te rijden.” (lacht)

7. Wat is uw grootste angst?

“Dat er met mij of met mijn familie op vlak van ­gezondheid iets zou mislopen. Op het moment dat je geconfronteerd wordt met iets waarover je geen controle hebt, staan al je dromen en projecten plots in de schaduw. Ik hoop natuurlijk dat die momenten nog ver in de toekomst liggen, maar ik besef ook dat er een dag komt waarop ik mijn ouders ga moeten afgeven, of dat er misschien iets met mijn partner of kind gebeurt. Dat heb je niet in de hand.

“Tijdens de pandemie hebben we in onze ­naaste vriendengroep iemand verloren die aan een hartprobleem leed, en die eigenlijk nog veel te jong was om te sterven. Twee jaar later vind ik het nog altijd heel pijnlijk om daaraan terug te denken. Dat is echt de hardheid van het leven, en die kan je op zulke momenten alleen maar ondergaan. In het begin was zijn overlijden een wake-upcall. Ik dacht: ik ga het leven anders aanpakken, en nóg meer tijd met vrienden en familie doorbrengen. Maar de realiteit is toch dat dat besef snel vervaagt, en dat je dan weer verder doet zoals voorheen.”

8. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik ben wel iemand die regelmatig huilt. Onlangs had ik het nog voor toen ik naar James de musical keek, waarin James Cooke het leven van een bekende Vlaming vertelt aan de hand van een musical. Bij de aflevering over Natalia werd het op een bepaald moment nogal emotioneel, en op zulke momenten kan ik dan wel zó hard meeleven dat ik ook zelf geëmotioneerd geraak. Ik laat mijn tranen ook gewoon rollen. Dat moet kunnen, vind ik. Ik wil niet de ijskoning zijn, zo zit ik niet in elkaar.”

9. Bent u ooit door het lint ­gegaan?

“Dat is nog niet zo vaak gebeurd in mijn leven. Ik heb het één keer meegemaakt tijdens een veldrit, waar er onder het publiek een hele negatieve sfeer hing. Er was veel boegeroep en gejoel. Tijdens de wedstrijd rijd ik op een bepaald moment op kop, als een supporter plots een dranghek midden op de weg schuift. Ik ben daar frontaal tegen geknald, en over de kop gegaan. Mijn fiets lag in drie stukken uiteen, dus die wedstrijd zat er meteen op voor mij. Toen ben ik door het lint gegaan, en heb ik die man een klap tegen zijn oor gegeven.

“Nadien kreeg ik daar natuurlijk bakken kritiek op. Zo gaat dat dan: er gaat altijd meer aandacht naar de persoon die reageert dan naar de persoon die de reactie uitlokt. Maar ik zou dat nu ook niet meer op dezelfde manier aanpakken, denk ik. Achteraf heeft er nog eens iemand een beker bier naar mij gegooid tijdens een rit, en daar ben ik toen gewoon in volle koers naartoe gestapt om te vragen waarom hij dat nu precies deed. Rustig en beheerst. Net door mijn kalmte kwam die vraag bij die gast wel stevig binnen. Dat is dus óók een manier om met negativiteit om te gaan, heb ik geleerd.”

10. Hebt u soms heimwee?

“Ik kan doorheen het jaar wel heimwee hebben naar de momenten dat ik met mijn fiets als een vrije vogel in Mallorca kon rondrijden. Dat probeer ik ieder jaar toch zeker één keer te doen, maar het zijn dat soort zorgeloze momenten waar ik tijdens de rest van het jaar enorm naar kan uitkijken. In de natuur zijn, dat vind ik eigenlijk nog het mooiste aan mijn passie. Hoe er achter elke bocht wel een nieuwe berg of een beekje opdoemt. Daar hoeft voor mij dan ook helemaal geen competitief element aan vastgekoppeld te zijn: gewoon op die fiets zitten en rondkijken, dat is voor mij al genoeg.

'Heimwee naar mijn topsportcarrière heb ik niet. Ik ben gestopt op het juiste moment.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Heimwee naar mijn topsportcarrière heb ik niet. Ik ben gestopt op het juiste moment.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Heimwee naar mijn topsportcarrière heb ik niet. Ik ben gestopt toen ik 39 was, en dat was echt het juiste moment. Ik had alles gewonnen waarvan ik droomde, en ik heb nadien geen enkele keer meer gewenst dat ik terug op die wedstrijden zat. Dat hoofdstuk was afgesloten. Ik was klaar voor een nieuw leven met nieuwe uitdagingen.”

11. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Posters van sporthelden als Eric Geboers en Stefan Everts, maar ook muzikale idolen zoals Europe. Samen met wat kameraden probeerden we die mannen met hun lange haren weleens na te doen. Dan maakten we gitaren uit hout en deden we alsof we konden headbangen. (lacht) Sport en muziek, dat waren eigenlijk de twee voornaamste dingen waarmee ik tijdens mijn jeugd bezig was, al heb ik nooit een instrument gespeeld. Mijn vader was ook iemand die veel naar muziek luisterde, en hij wilde zijn muziekinstallatie al eens goed hard zetten in huis. Die liefde voor muziek merk je ook bij ons thuis: hier staat de hele dag de radio op. Als Thibau er is luisteren we naar Qmusic, maar als hij weg is zap ik vaak toch terug naar JoeFM. Dat is de leeftijd, hè.” (lacht)

12. Hoe was uw kindertijd?

“Ik heb een enorm zorgeloze jeugd gehad. Mijn jeugdjaren bestonden vooral uit BMX’en. Naar school gaan was de zwaarste opdracht uit mijn leven. Mijn boekentas bleef vaak zelfs gewoon op het fietsrek staan. De rest van de tijd was ik buiten aan het spelen. Mijn ouders woonden in een kleine woonwijk waar ik wel wat kameraden had, en met wie ik vaak verstoppertje speelde of belletjetrek deed. In het weekend reden mijn ouders dan met me rond door Vlaanderen of Europa naar BMX-wedstrijden. Dat deed ik al van toen ik vijf jaar was, ik heb dus nooit iets anders gekend.

“Ik heb het geluk gehad dat ik ouders heb die me altijd alle kansen hebben gegeven, en die me nooit druk hebben opgelegd om te presteren. Mijn vader was zelfstandig elektricien en niet bezig met hoe ik het er op mijn wedstrijden van afbracht. Die was allang blij dat hij in het weekend niet met zijn werk hoefde bezig te zijn en dat hij naast het parcours een goeie pint kon drinken. (lacht) Alle druk die ik me in mijn leven heb opgelegd, komt volledig uit mezelf.”

14.. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee, met religie heb ik eigenlijk helemaal niks. Ik heb er geen afkeer van, maar het interesseert me ook niet. Ook mijn ouders waren niet gelovig. Wij gingen nooit naar de kerk, en er werd geen kruisteken gemaakt voor het eten. Ik ben wel gedoopt, heb mijn communie gedaan en ben voor de kerk getrouwd, maar dat was allemaal eerder om de traditie in ere te houden.”

14. Welk boek heeft een ­bijzondere betekenis gehad voor u?

“Ik heb de voorbije jaren vooral veel boeken gelezen die met mijn job te maken hebben. Wetenschappelijke literatuur over sportmateriaal en voeding. Droge materie hoor, over hoe je lichaam reageert wanneer je veel eiwitten of koolhydraten eet, bijvoorbeeld. Dat soort dingen interesseren me mateloos. Wat fictie betreft: ik denk dat ik in mijn hele leven nog geen tien romans heb gelezen.”

15. Hoe definieert u liefde?

“Samen veel tijd kunnen doorbrengen, dat vind ik belangrijk in een relatie. Als mijn vrouw en ik vrije tijd hebben, doen wij eigenlijk alles samen. Een festival bezoeken, op fietsvakantie trekken of samen gaan skiën: ik ga niet snel zeggen dat ik dat soort dingen met mijn kameraden doe, zonder haar daarbij te betrekken. Mijn vrouw en ik hebben allebei een druk leven - zij heeft een eigen schoonheidssalon - en daardoor zijn die momenten alleen maar belangrijker geworden.

“Tijdens de pandemie waren we allebei wat vaker samen thuis, en dat beviel ons wel. Overdag werkten we in de tuin, gingen we in de zon zitten of kookten we samen. Dat gebeurde vroeger veel minder vaak, omdat we er gewoon de tijd niet voor vonden. Toen hebben we wel beseft dat we daar graag verandering in zouden brengen, en sindsdien proberen we elke woensdagnamiddag te blokkeren in onze agenda. Om samen iets te doen, of om gewoon samen thuis te zijn. Dat is nog iets waar de pandemie ons met onze neus heeft opgedrukt: dat we eigenlijk nooit konden genieten van onze eigen thuis, omdat we zo vaak in die rush van alledag zaten.”

16. Wat vindt u erotisch?

(denkt na) “Er zijn heel veel dingen erotisch. Een vrouw die zich verzorgt kan, zelfs als ze uiterlijk geen Miss België is, toch heel mooi zijn. Ook humor vind ik aantrekkelijk. In de liefde moet het uiterlijk en het innerlijk toch een beetje samenkomen, hè. In dat opzicht heb ik het getroffen met mijn vrouw.”

17. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

(lacht) “Daar ga ik niet op antwoorden. Of ik avontuurlijk ben? Avontuurlijk genoeg!”

18. Aan wie voelt u zich ­schatplichtig?

“Aan mijn ouders. Zij hebben met mij de hele wereld rondgereisd om me tot op al die wedstrijden te krijgen. Ook nu zijn ze altijd wel ergens in de buurt als mijn zoon naar zijn wedstrijden gaat. Om te helpen, maar evengoed om te supporteren. Doordat we samen zo veel hebben meegemaakt, is de band met ouders altijd heel nauw geweest. Veel van de grote emoties die in mijn leven heb ervaren, hadden met mijn job te maken, en daar waren zij kort bij betrokken.

‘Hoe ik zou willen sterven? Op de fiets op een berg in Mallorca, waar ik nét voor ik de top bereik een hartaderbreuk krijg en niet meer weet wat er nadien met me gebeurt.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Hoe ik zou willen sterven? Op de fiets op een berg in Mallorca, waar ik nét voor ik de top bereik een hartaderbreuk krijg en niet meer weet wat er nadien met me gebeurt.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik heb die hechte band ook met eigen zoon willen creëren, en die is er ook. Thibau is mijn beste kameraad: wij vertellen elkaar alles, fietsen samen en hebben dezelfde humor. Al vind ik het ook belangrijk om hem voldoende ruimte te geven om zijn eigen leven te leiden en om fouten te maken. Zijn mama en ik wonen maar op twee kilometer van elkaar, dus hij kiest zelf wanneer hij bij haar of bij mij is.Wij zijn een gescheiden gezin, maar toch heb ik het gevoel dat onze zoon altijd overal bij is. Gevoelsmatig is hij twaalf uur van de dag bij ons, en twaalf uur van de dag bij zijn mama. Daardoor hoef ik hem ook nooit echt te missen.”

19. Hoe zou u willen sterven?

“Op de fiets op een berg in Mallorca, waar ik nét voor ik de top bereik een hartaderbreuk krijg en niet meer weet wat er nadien met me gebeurt. Dat is natuurlijk erg voor de mensen die verder moeten leven, maar ik zou mijn kaars toch graag al sportend zien uitdoven. Het mag wel nog even duren, hoor: ik hoop toch de vijfentachtig of negentig te halen. Ik doe mijn best om zo oud te worden, maar ik besef ook dat je het, hoe gezond je ook leeft, niet altijd voor het kiezen hebt.”

20. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Pannenkoeken van Roger Van Damme. Hij is een goede vriend van me, en behoort tot de absolute top in wat hij doet. Hij is niet voor niets wereldkampioen desserts maken, en zijn pannenkoeken zijn echt subliem”

21. Welke droom hebt u nog?

“Ik zou graag het Sven Nys Cycling Center verder uitbouwen. Vandaag ben ik nog persoonlijk betrokken bij elk kamp dat we organiseren, en het is mijn droom om dat project ook zonder mij verder te laten leven. Ik zou op mijn oude dag ook graag wielerwedstrijden willen blijven becommentariëren. Dat vind ik heel leuk om te doen: je kan je verhaal brengen, en je bent onder de mensen.

“Ik zou ook graag wat vaker richting Mallorca trekken. Misschien koop ik daar wel een appartementje, zodat ik op de dagen dat het hier slecht weer is naar daar kan om te fietsen. Maar ik denk niet dat ik er het soort mens naar ben om met pensioen te gaan. Als mijn lichaam het toelaat, blijf ik het liefst werken. Tot ik op die berg omverval.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234