Zaterdag 23/01/2021

'Ik bid dat Cools zichsnel terugtrekt'Het mannetje dat van niets wist

'Heer, zorg er in de eerste plaats voor dat ik morgen niet angstig zou zijn. Zorg dat Cools en Moureaux geen spelletjes spelen met mij. Zorg ervoor dat mijn project slaagt. Zorg ervoor dat ik gerespecteerd word en sterk ben. Heer, ik bid u op mijn knieën''Ik heb niets meer om op terug te vallen. Het zijn gangsters. Het is nodig om te handelen zoals zij: door middel van terrorisme'

Walter Pauli / Walter De Bock, Foto Stephan vanfleteren

Ongewild kreeg ex-minister Alain Van der Biest de jongste dagen een hele week gratis reclame. Vorige week verwees de Luikse raadkamer zijn zaak door naar de kamer van inbeschuldigingstelling, die moet beslissen over de verwijzing naar het hof van assisen, en beval in één adem de onmiddellijke aanhouding van Van der Biest en acht andere kompanen. Donderdag beval die kamer van inbeschuldigingstelling echter zijn al even onmiddellijke vrijlating, omdat zijn hechtenis niet nodig is om zijn zaak correct te doen verlopen. Zo kon hij in de rol kruipen die hem al jaren het best ligt: het slachtoffer, de tragische antiheld uit het Griekse drama, de speelbal van een blind noodlot waartegen de kleine mens niets vermag. Want wie vermoedt een moordenaar achter dat mannetje dat 's ochtends zijn hond uitlaat, vriendelijk dag zegt tegen de buren en zich verder om zijn oude moeder bekommert? Toch is die minzame Van der Biest voor het Luikse gerecht verdachte nummer één in de belangrijkste politieke moord in België sinds de Tweede Wereldoorlog, die op minister van staat André Cools. De politieke invloed van Julien Lahaut, de communistische leider die in 1950 in zijn deur werd neergeschoten, was immers niet te vergelijken met de macht, de invloed en de historische betekenis van Cools.

Toen André Cools op de ochtend van 18 juli 1991 voor zijn appartement neergekogeld werd, was hij minister van staat, volksvertegenwoordiger, oud-voorzitter van de PS(B) - en toen een van de prominentste leden van de legendarische 'junta van partijvoorzitters', de groep die in de late jaren zeventig de Wetstraat domineerde -, meervoudig oud-minister en gewezen vice-premier. En tot het uur van zijn dood, zonder enige betwisting, de sterkste en invloedrijkste politicus van Luik en omstreken, over de partijgrenzen.

Al van in het eerste nieuwsbulletin dat melding maakte van de moord op André Cools, en daarna duizendvoudig geëchood in alle mogelijke kranten en tijdschriften, klonk die ene hamvraag, dat raadsel waarop het Luikse gerecht nu eindelijk een antwoord meent te hebben gevonden: wie heeft André Cools vermoord? Waarom? Wat dreef hem, of hen?

'Technisch' is de moord nochtans al een paar jaar geleden opgelost. De mannen die de moord uitvoerden, zijn al in juni 1998 veroordeeld in Tunis: Ben Almi Abdelmajid Ben Lamin (toen 33) haalde de trekker over en kreeg levenslang, zijn jongere kompaan Ben Brahim Abdeljelil Ben Regib (26) kreeg twintig jaar cel. In die zin zijn de factuele 'moordenaars', de mannen die Cools eigenhandig hebben afgemaakt, allang gevat. Maar twee figuren uit de Tunesische onderwereld schieten niet zomaar een man neer in de streek van Luik. Het Belgische gerecht bleef daarom zoeken naar een vermoedelijk binnenlandse opdrachtgever. Alleen wekte de arrestatie van de twee killers - en vooral: de zeer volledige, gedetailleerde en ongewoon eerlijke bekentenissen die zij aflegden (zij hadden er geen belang bij om niet goed samen te werken met justitie of om wie dan ook te beschermen) - een onderzoek weer tot leven dat precies zo dood was als André Cools zelf.

Daarmee komt de beschuldiging terug bij PS-politicus Alain Van der Biest, een paar van zijn voormalige kabinetsmedewerkers, hun vrienden en zakenrelaties. Dat was ooit al zo geweest. Op een zaterdag in juni 1992 kopte De Morgen op de voorpagina: 'Kabinet-Van der Biest betaalde opdrachtgevers moord Cools'. Die ene zin, nu al bijna tien jaar oud, dient straks als perfecte samenvatting van het rekwisitoor van het openbaar ministerie als, vermoedelijk al in de lente, het assisenproces over de moord op Cools een aanvang neemt. Met die krantenkop uit 1992 was 'de zaak-Cools' meteen veranderd in 'de zaak-Van der Biest', de wat vreemde politicus uit Grâce-Hollogne, de man die weliswaar een jaar of vijf minister was, maar op dat hoge mandaat nooit opviel door krachtige beleidsdaden, wel door een hele reeks verhalen: vaak smeuïg, soms schokkend, en in wezen allemaal erg beschamend voor een hoge politicus met een maatschappelijke voorbeeldfunctie.

Hoe is Alain Van der Biest zo diep kunnen vallen? Wat liep er fout met een man van wie Louis Tobback, lang nadat hij in opspraak was gekomen in de moord op Cools, nog altijd positieve herinneringen ophaalde aan hun samenwerking als fractieleiders in de Kamer in 1985-'87, toen SP en PS samen een gesmaakte oppositie voerden tegen het rooms-blauwe herstelbeleid van Wilfried Martens, Jean Gol en Guy Verhofstadt? Volgens Tobback was Van der Biest toen "een schitterende intellectueel, een man met een buitengewone humor, een politicus met een verfijning die alles te boven ging wat er in de regering aanwezig was". Amper vier jaar later is hij de spin in het web in de moord op André Cools, nota bene de man die hemzelf naar de top hielp. Dat zeggen wij niet, dat is de aanklacht van het Luikse gerecht.

Wat is er intussen gebeurd? De ontsporing begint al snel na Van der Biests bloeitijd, de parlementaire periode waaraan Tobback zulke goede herinneringen bewaart. Bij de vervroegde parlementsverkiezingen van 13 december 1987 krijgt de rooms-blauwe regering klappen en wint de oppositie, en dan vooral de PS, die er vijf zetels bij krijgt. In Luik zorgt de clan van Cools voor de intrede van twee nieuwkomers: Laurette Onkelinx, dochter van de burgemeester van Seraing, en Michel Daerden, de nieuwe sterke man uit Ans. Na een moeilijke regeringsvorming (spreekwoordelijk geworden door Hugo De Ridders Sire, geef me honderd dagen) komen de socialisten terug in de regering. Of niet? Binnen de PS is het moeilijk. Zeker in Luik is het een dubbeltje op zijn kant. De Luikse federatie is op dat moment al een tijd verscheurd in een bittere clanoorlog met aan de ene kant de zogenaamde 'perronisten' (genoemd naar het perron, het symbool van Luik-stad) rond Jean-Maurice Dehousse en José Happart en anderzijds de 'groep van Flémalle' (André Cools is burgemeester van Flémalle, en daar vergadert die groep), die het gros van de PS-burgemeesters en parlementsleden uit de periferie vertegenwoordigt. Als sterke man van Grâce-Hollogne hoort Van der Biest vanzelfsprekend bij de laatste machtskringl.

Die interne strijd wordt op die beruchte 1 mei 1988 zeer openlijk gespeeld. Dehousse en Happart kanten zich tegen regeringsdeelname en doen dat hard: onder meer het probleem 'Voeren' werd immers opgelost in de nieuwe regeringsverklaring. De groep rond Cools en Van der Biest is voor. Als Philippe Moureaux vanuit Brussel komt spreken, wordt hij niet alleen uitgejouwd maar krijgt hij ook stenen naar het hoofd gesmeten; Happart staat op de eerste rij tussen de amokmakers. Moureaux grijpt de microfoon en brult: "Men had mij een 'Poolse' eerste mei beloofd, maar dit lijkt meer eentje van de fascisten". Nog meer tumult. Ook Cools naar de microfoon: "Jean-Maurice is groot en Happart zijn profeet". Op die dag was de clanoorlog binnen de Luikse federatie het stadium van de guerrilla voorbij. Vanaf nu werd er openlijk gevochten. Maar Dehousse lijdt een nederlaag: op 5 mei stemt ook de PS, zij het met een kleine meerderheid, voor regeringsdeelname, op 8 mei worden de namen van de ministers bekendgemaakt. De groep van Flémalle is goed bediend: de nog altijd almachtige Cools wordt bij het Waals Gewest minister van Binnenlandse Zaken, zijn poulain Alain Van der Biest krijgt promotie en ruilt het voorzitterschap van de kamerfractie in voor de nationale regering, waar hij de nieuwe minister van Pensioenen wordt. De postjes zijn duidelijk vooraf verdeeld. Al op 2 mei, dus drie dagen voor het fiat van het PS-congres, wordt een politieagent uit Grâce-Berleur aangenomen om met de burgemeester mee te verhuizen naar Brussel, als chauffeur. Hij heet Richard Taxquet. Aan die benoeming is niets vreemds. Volgens Van der Biest is het de federale partijsecretaris Michel Demolin, coolsien in hart en nieren, die hem Taxquet aanraadde. Dat kan best, want Demolin is ook schepen in Grâce-Berleur en kon dus gemakkelijk rekruteren uit het lokale personeel.

Hoe geweldig Van der Biest het ook vindt dat hij voortaan minister is, pensioenen vindt een 'grand intellectuel' als hij maar niets. Pensioenen is een technisch departement, en bovendien wordt hij belemmerd in zijn activiteiten doordat de SP hem opzadelt met een waakhond: Leona Detiège als staatssecretaris van Pensioenen. In zijn aantekeningen duiken de eerste klachten op. Op 31 januari 1989 schrijft Van der Biest niet alleen in zijn carnets: "Ik bid dat Cools bereid is om mij te erkennen als minister", hij voegt er ook in één adem aan toe: "Ik bid dat Cools zich snel terugtrekt."

De breuk verrast. Tot dan toe meenden zelfs de meest toegewijde intimi van André Cools - zoals hogervermelde Michel Demolin in zijn zeer lezenswaardige Avec André Cools au coeur du parti socialiste liégois, een boek dat verplichte lectuur zou moeten zijn voor iedereen die nog iets wil zeggen over de interne werking en cultuur van de PS in de jaren tachtig en negentig - dat Van der Biest vanaf december 1989 begon te kankeren op de meester van Flémalle. De rancune begon eerder, en zat dus wellicht dieper. Van der Biest laat zich nog slechts eenmaal opmerken. Op 1 mei 1989 heeft de Luikse federatie alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat het imbroglio van het jaar voordien vergeten wordt, en hoe kan dat beter dan door een tot in de puntjes verzorgde, nieuwe 1 mei? Alles verloopt naar wens en zoals gepland, behalve dat de nieuwe minister Alain Van der Biest dronken op het podium verschijnt.

In december 1989 breekt er inderdaad iets. Die maand ontvouwt André Cools zijn plan de campagne tegenover zijn medestanders tijdens een diner in l'Eureye, een restaurant-frituur in Luik. Om allerlei redenen is er een grote stoelendans nodig van mandaten. Hij nodigt er Van der Biest uit om hemzelf op te volgen als minister van Binnenlandse Zaken en Openbare Werken van het Waals Gewest. "Ik controleer de helft van het totale budget", houdt hij Van der Biest voor. Die heeft echter iets anders op het oog. Iets beters. "Ik zou graag minister-president worden." Van der Biests motivatie is een schoolvoorbeeld van wel erg oude politieke cultuur, maar dat begrip bestond uitgerekend in de periode van 'de oude politieke cultuur' nog niet: "De federatie Luik heeft maar twee ministers. Dat zijn er evenveel als Huy-Waremme, die nochtans minder inwoners en minder PS-leden telt. Daarom verdienen we een compensatie." Maar het plan gaat niet door. Cools en al zijn getrouwen doen de ambitie van Van der Biest af als ongepast: ze moeten Bernard Anselme zonder goede reden degraderen, en bovendien moet Van der Biest maar begrijpen dat de controle over de helft van het Waals Gewest niet zomaar uit handen gegeven wordt. Van der Biest accepteert.

Maar is dat wel zo? De aantekeningen in zijn carnets tonen een angstige man, vol verborgen maar miskende ambities, een kerel ook die meer en meer het contact met de realiteit verliest. Of hoe moeten we anders die aantekening van 3 januari 1990 interpreteren? "Seigneur, je m'agenouille. Fais que je devienne président de l'éxecutif wallon et que Laurette ne soit rien." Zeven dagen later noteert hij, met bibberende vingers: "Heer, zorg er in de eerste plaats voor dat ik morgen niet angstig zou zijn. Zorg dat Cools en Moureaux geen spelletjes spelen met mij. Zorg ervoor dat mijn project slaagt. Zorg ervoor dat ik gerespecteerd word en sterk ben. Heer, ik bid u op mijn knieën."

Sterk is Alain Van der Biest allang niet meer. Vooral zijn drankprobleem is zorgwekkend. Hij gaat ermee akkoord een implant te laten plaatsen om zo van zijn drankprobleem af te raken, maar blijft soms toch nog drinken. In april, minder dan een maand voor zijn aangekondigde overstap, vindt het beruchte en intussen welbekende 'diplomatieke incident' plaats, toen de minister van Pensioenen ladderzat neerzeeg tijdens een receptie op de Belgische ambassade in Stockholm. Achteraf verdedigde Van der Biest zich met de bewering dat hij pillen had geslikt die hem snel duizelig maken, maar tot vandaag staat hij alleen met die uitleg. Cools is het beu en wil hem weg. Na een zoveelste dronkemanspartij trekt hij, een paar weken later, op een zaterdagochtend, samen met onder meer Maurice Demolin, naar het huis van Alain Van der Biest in Grâce-Hollogne. Zijn vrouw doet open, in nachtjapon. "Betty, haal Alain. En blijf er zelf ook bij, het is dringend." Alain slaapt nog, wordt toch wakker. Uiteindelijk belooft hij - "eerlijk waar" - dat er niet meer gedronken wordt, dat de implant regelmatig gecontroleerd mag worden, enzovoort. Maar de vernedering is te pijnlijk, de woede groot. Op 28 april 1990, twee dagen voor zijn overgang, noteert een bittere Van der Biest in zijn carnets: "Ik heb definitief een vriend verloren (het gaat om Demolin, nvdr). Ik heb nu definitief iemand verloren die nuttig kan zijn voor mij. Qu'il crève! Geleidelijk aan een nieuwe groep van Flémalle vormen en werken aan een toenadering met Dehousse via Brigitte Toulet (ook een privé-secretaresse op zijn kabinet, nvdr). In ieder geval, ik zal het hen duur betaald zetten."

Het is dus vol wrok dat Alain van der Biest in mei 1990 minister wordt bij het Waals Gewest. In woorden staat hij achter die overstap, maar innerlijk heeft hij het nooit geaccepteerd. Hij neemt Alain Taxquet mee naar zijn nieuwe kabinet, niet langer als chauffeur maar als privé-secretaris. Taxquet zorgt wel voor een opvolger. Amper zes dagen na zijn eigen benoeming zorgt hij ervoor dat Pino Di Mauro, een voormalige gevangenisbewaker van Lantin, er een contract krijgt als chauffeur. Volgens het gerechtelijk dossier gebeurt dat op aandringen van Taxquet. Dat illustreert dat de voormalige politieagent, na nog geen week dienst, in een mum van tijd ofwel het vertrouwen van zijn meerderen heeft gewonnen, ofwel al een zekere machtspositie bezet. Toevallig krijgt Van der Biests vaste chauffeur, Marotta, diezelfde week een ongeval en wordt hij tijdelijk vervangen door Pino Di Mauro. Zo beginnen de mannen elkaar al snel beter te kennen. Niet dat Van der Biest meteen dikke maatjes is met Di Mauro, of dat hij de besnorde Italiaan binnenhaalde met het oog op verdere calamiteiten. Ditmaal spreken zijn carnets in zijn voordeel. Op 9 oktober 1990 noteert Van der Biest: "Die Italiaanse chauffeur die steeds de kunst verstaat om zich op te dringen, heb ik eens heel gemeen zijn vier waarheden verteld. Het gaat om een chauffeur die naar de naam Pino luistert. Hij is echt zeer vriendelijk, maar nog meer dan een spraakwaterval."

Van der Biest laat er geen gras over groeien. Al op 24 mei 1990 organiseert Brigitte Toulet een eerste etentje bij haar thuis met Alain Van der Biest en Jean-Maurice Dehousse. Achter de schermen werkt hij aan een herverkaveling van de macht in de Luikse PS. Daarvoor moet Cools uitgerangeerd worden, en presenteert hij zichzelf als bondgenoot aan perronist Dehousse. Het blijft nog even bij behoedzaam aftasten, al heeft Van der Biest voor zichzelf allang de keuze gemaakt. "De groep van Flémalle. Wat gaat er gebeuren? Ja, ik zal ophouden mee te doen in het spel van de vader", schrijft hij op 12 september 1990, een duidelijke verwijzing naar 'Godfather' André Cools. Drie dagen later ontvangt hij Dehousse en Happart in zijn bureau in Grâce-Hollogne. Het bondgenootschap krijgt vorm. Al op 23 september neemt Van der Biest een nieuwe persattaché in dienst. Het is Corinne Rulmont, echtgenote van Grégory Happart, zoon van senator José Happart en dus neef van Jean-Marie. Van der Biest begint zich aan het andere kamp te binden.

Maar doet met Rulmont ook niet de georganiseerde criminaliteit zijn intrede op het kabinet? Iedereen heeft het in dat verband altijd over de Italiaanse clan: Taxquet (zijn moeder is een Italiaanse), Di Mauro en co., maar Rulmont had toen al goede contacten met het Luikse prostitutiemilieu. Contacten worden banden, ook zakelijke, wat een paar jaar later leidt tot een veroordeling voor Rulmont wegens pooierschap.

Intussen is ook het kabinet van Van der Biest in een bordeel veranderd, zij het in figuurlijke zin. In september 1995 zouden Van der Biest en een groot aantal van zijn kabinetsleden veroordeeld worden wegens verregaande persoonlijke verrijking en onrechtmatigheden. Op overheidskosten werden er somptueuze luxeartikelen aangekocht: dure alcohol, horloges, juwelen, tot een jacuzzi toe. Er waren onverantwoorde uitgaven: Van der Biest reed - vanzelfsprekend - met een kabinetswagen met chauffeur en tankkaart, maar toch schreef hij voor zichzelf maandelijks 70.000 frank aan vervoersonkosten uit. Er waren bovendien veel fictieve contracten met de Luikse groep Uhoda, een groep ondernemers die ook tot de achterban (en financiers) van Guy Mathot gerekend wordt. Van der Biest lijkt te beseffen in welk spel hij verzeild geraakt is. Op 30 december1990 tekent hij aan: "Ik denk dat ik ergens in een valstrik getrapt ben in de partij. B(ernard) U(hoda) zegt mij dat ik me niet moet lenen voor stommiteiten. Ik moet twee of drie zaken vinden om binnen één of twee maanden Cools en Demolin te doen kraken. Vreemd toch dat ik mij altijd geplaatst vind voor maffia's wanneer... Doel is de federatie te domineren."

Het ging nog verder met maffia's. De 'Italiaanse' connectie van het kabinet hield zich intussen bezig met een heuse aandelenzwendel, waar Di Mauro zonder gêne de gele Citroën BX van het kabinet gebruikte om gestolen aandelen te gaan ophalen in Vaduz, de hoofdstad van Liechtenstein. Op 28 januari 1991 koopt Di Mauro een revolver van het merk Smith &Wesson, kaliber .38, officieel om Van der Biest te bewaken tegen terroristische aanslagen: de Golfoorlog is immers net uitgebroken. Vanaf maart 1991 gebruikt Van der Biest zijn twee Italianen steeds meer om 'klusjes' op te knappen. Ze vormen zijn sociaal secretariaat, doen huisbezoeken bij mensen die om allerlei redenen bij de minister komen aankloppen, en ontmoeten ook bedrijfsleiders met wie Van der Biest om een of andere reden geen zin heeft om te dineren. Opmerkelijk detail: Di Mauro is steevast gewapend, als een echte gorilla.

Tussen de vele bedenkelijke, zo niet criminele uitstappen die de kabinetsmedewerkers maken, is er een die zal tellen. Op 5 maart 1991 trekken Taxquet en Di Mauro naar Carlo Todarello, een crimineel van Italiaanse afkomst uit het Luikse. Ze vragen hem of "hij iemand kent om een contract uit te voeren". De vraag wordt een paar dagen later opnieuw gesteld, explicieter. (Over die ontmoeting hebben alle betrokkenen verschillende commentaren afgelegd, die elkaar in minstens de details vaak tegenspreken. De meest belastende voor Alain Van der Biest is de verklaring van niemand minder dan Richard Taxquet zelf, die in 1996 aan de Luikse speurders zei dat hij Todarello uitlegde "dat Van der Biest iemand wil elimineren". De verklaringen van de betrokkenen in later opgestelde pv's spreken elkaar ook tegen over het feit of er over een prijs gepraat is - het zou gaan om ofwel 200.000, ofwel 300.000 frank - maar het tegendeel lijkt onwaarschijnlijk. Todarello benadert een zekere Solazzo, Solazzo neemt contact op met Mimo Castellino. Op 21 maart wordt er, op kosten van het kabinet, een holster aangekocht. Ook een zekere De Benedictis raakt als organisator bij de zaak betrokken. Hij vraagt alleszins een half miljoen frank. Op 1 april 1991, zo weet het gerecht nu, zien Van der Biest en De Benedictis elkaar voor het eerst.

Laat net in diezelfde maand het politieke spel in Luik harder en vooral grimmiger worden. De uitvallen van Dehousse en Happart naar Cools worden legio. Vooral het argument van het maçonnieke complot dat in Flémalle beraamd wordt, klinkt luid en veelvuldig. In zijn carnets hield Van der Biest zich hoegenaamd niet meer in. In de reeds geciteerde passage van 30 december 1990 liet hij zich helemaal gaan. In zijn gedachten is Van der Biest een meester-intrigant, en alleen op zijn kamer vertrouwt hij de stoutmoedigste strategieën toe aan het papier: "Plan de bataille: de tegenstrever isoleren. Verjus (zijn kabinetschef, een coolsien, nvdr) uitschakelen. Cools isoleren van Verjus. Verhinderen dat Verjus zijn werk kan doen en hem verplichten het kabinet te verlaten." En: "Ik ben de minderheid in mijn eigen federatie. (...) Men moet het netwerk ontmantelen. Ik moet mijn eigen netwerk opbouwen, te midden van de netwerken van anderen. Anders zijn, en hen verplichten om mij te komen zien." Met als boosaardige uitsmijter: "Het is duidelijk: Verjus, Schlitz, Gluza, Onkelinx, Digneffe, Daerden, Demolin. Ik heb niets meer om op terug te vallen. Het zijn gangsters. Het is nodig om te handelen zoals zij: door middel van terrorisme." Van der Biest doet er nog een schepje bovenop. In maart 1991 zegt hij in Le Soir: "Het is crisis, wanneer de oude niet wil sterven en de nieuwe niet geboren kan worden." Op 15 maart pompt Van der Biest zich ook zelf moed in in zijn carnets: "Ik laat me niet op mijn kap zitten door C. (Fuck him)".

Cools dorst naar wraak. En hij krijgt ze. Hij instrueert 'zijn' groep van Flémalle voor de lijstvorming van de komende verkiezingen. Zijn tegenstanders zullen het voelen. Dehousse vliegt naar de zevende plaats van de kamerlijst, Van der Biest zelfs naar de dertiende, en Guy Mathot naar de derde van de senaatslijst. Geen van hen is lijsttrekker, en dus ook - volgens de geplogenheden van de PS - geen kandidaat-minister. Cools deelt Van der Biest zijn 'degradatie' persoonlijk mee op 25 mei, en kapt meteen zijn hele boot met verwijten uit over zijn slecht draaiend kabinet: het hele budget al halfweg het jaar opgesoupeerd, een staf die bestaat uit mediocriteiten als medewerkers, te mijden banden met de familie Uhoda, geen uitstraling, onbestaande prestatie. Na de ontmoeting stapt Van der Biest in zijn wagen, waar zijn trouwe chauffeur Marotta hem boos hoort zeggen: "Hij hangt me de keel uit. J'en ai marre de Cools", hij draait meteen een nummer naar een onbekende en zegt: "Ditmaal mag je eropaf gaan."

Cools moet evenwel inbinden: het federale PS-congres zet Vander Biest toch op de tweede - verkiesbare - plaats. De haat wortelt zich echter dieper dan ooit. Begin juni 1991 hoort Marotta Van der Biest zeggen dat "hij de meester zal worden, dat hij de grote schoonmaak zal houden, dat hij Cools zal doodsteken" (Van der Biest gebruikt letterlijk dat woord: zigouiller).

Rond die tijd stokken de persoonlijke aantekeningen van Van der Biest. Uit zijn carnets zijn ettelijke bladen verdwenen, uitgescheurd, uit de periode rond de moord. Dat intrigeert de speurders uitermate. Maar ook zonder die intieme gedachten heeft het Luikse gerecht een minutieuze reconstructie kunnen maken. Pas na enige tijd duiken de dagboekfragmenten weer op. Moedeloosheid primeert, zeker na de desastreuze verkiezing van 21 november 1991. De zinnen zijn onsamenhangend, hangen als losse flarden aaneen. Op 24 december 1991 schrijft hij: "Ik ben teruggekeerd in mijn kleine wereld, met 480 b. minder dan p. (Pino Di Mauro, zeggen de speurders). (...) Maar in zekere zin was er geen prijs op te plakken." Diezelfde dag opent Pino Di Mauro, op naam van zijn echtgenote Schrooten, een rekening bij de Bank Indosuez. Er komt een storting in contanten op van 500.000 frank." Diezelfde kerstavond vervolgt Van der Biest in zijn carnets: "Wat heb ik bewezen in vier jaar? Waartoe heb ik mijn naam geleend, mijn reputatie? Een wet, een vorm van ontspanningspolitiek. Maar het is niet dat en het zal dat niet zijn, dat de aandacht van de mensen zal trekken. Het was zonder twijfel beter geweest indien zij de hele waarheid zouden kennen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234