Zondag 19/01/2020

Interview Winkeldiefstallen

‘Ik betrapte een dame die 15 slipjes en 15 beha's tegelijk droeg’

Beeld thinkstock

Als u met Kerstmis uw geschenken uitpakt, vraag uw gulle bomma, teergeliefde partner of recalcitrante puber veiligheidshalve dan toch maar om een betaalbewijs. In weinig Europese landen worden winkels zo vaak bestolen als in België, december is veruit de drukste maand, en de daders zijn dikwijls zij van wie je het het minst verwacht. Wie zijn de dieven die onze winkels pluimen? Hoe gaan ze te werk? En hoe lopen ze tegen de lamp? We spraken met zes winkeldetectives en veiligheidsexperts. ‘Ik heb al meerdere politieagenten betrapt, en één keer een kolonel van het leger.’

Om den brode sprak ik in het verleden met wereldberoemde popmuzikanten en door stalkers belaagde actrices, maar dit is het eerste artikel waarvoor ik vooraf werd doorgelicht. ‘Professionele achterdocht’, zegt Reynout D’Haese, jarenlang security manager bij een bekende klerenwinkelketen en nu managing director van Sintos, dat winkels adviseert hoe ze zich kunnen beschermen tegen lange vingers. “Genoeg dieven die mij zouden durven te bellen om de winkels een stapje voor te zijn.”

We spraken ook met David De Pourcq, sales director van Acurity, dat gespecialiseerd is in antidiefstalsystemen, en met vier werknemers van een van ’s werelds grootste bedrijven op het vlak van beveiliging en bewaking. Op de website van een van hun concurrenten staat: ‘In België betrapten we de afgelopen zeven jaar 50.000 dieven.’ Dat zegt veel, in acht genomen dat naar schatting slechts één op de tien winkeldieven op heterdaad wordt betrapt.

Preventie van winkeldiefstallen is gevoelige materie – grote ketens zien de bedrijfsgeheimen van hun securityteam liever niet in de pers verschijnen, want ‘dieven lezen ook!’ – en vier van de winkelinspecteurs willen alleen onder schuilnamen getuigen: Jean-Luc, Caroline, Mark en Stefaan. Jean-Luc vraagt ook of ik wil benadrukken dat niet iedereen zijn job kan doen. “We krijgen veel aanvragen binnen, maar je moet het juiste profiel hebben, beheerst kunnen blijven, weten wat discretie is... Ik heb ook al dikwijls meegemaakt dat betrapte winkeldieven me zeggen: ‘Winkeldetective, dát zou pas een job voor mij zijn! Waar kan ik me aanmelden?’”

In de Inno in Leuven werd ik ooit aangesproken door een winkelinspecteur die weinig subtiel te werk ging en me eerst een tijdje volgde en daarna mijn identiteitskaart vroeg: ‘We hebben last van een dievenplaag. U voldoet aan het profiel.’

Jean-Luc: “(blaast) Zoiets kán niet. Normaal spreken we mensen pas aan nádat ze langs de kassa zijn gepasseerd, en enkel als we bijna waterdichte vermoedens hebben dat ze gestolen hebben. We nodigen hen ook altijd vriendelijk uit om mee te komen naar een afzonderlijk lokaal. Wat jij hebt meegemaakt, is het werk van een cowboy. In het wilde weg naar een identiteitskaart vragen: dat doen wij niet.”

Kleding, voeding, parfumerie, doe-het-zelfwaren en elektro: dat is de top vijf van gestolen producten. Merken jullie evoluties op in die ranking? Wat is tegenwoordig populair bij dieven en wat blijft in de rekken achter?

Jean-Luc: “Vooral nieuwe electro wordt vaak gestolen, en zeker de accessoires: gsm-laders, bluetooth-oortjes, kleine speakers, harde schijven van 100 à 200 euro: dat is allemaal rap weggestoken, hè.”

De Pourcq: “Smartwatches worden opvallend vaker gestolen dan bijvoorbeeld smartphones. Duur, klein en populair: dat is de perfecte combinatie voor een dief. Het kan er ook mee te maken hebben dat mensen nu meer bezig zijn met hun gezondheid en hun uiterlijk, en dus vaker gaan sporten. Zo’n smartwatch helpt daarbij.”

Cd’s en dvd’s, ooit zeer gewild, laat men tegenwoordig links liggen.

Mark: “Dat klopt. Mijn grootste vangst ooit was er wel een van cd’s, in een bekende winkelketen voor boeken en platen. Die dief was geobsedeerd door klassieke muziek, kwam wekelijks langs en nam telkens voor honderden euro’s aan cd’s mee, alles samen goed voor meer dan 30.000 euro.”

Jean-Luc: “Ook sigaretten worden minder gestolen, maar dat is vooral omdat ze nu beter beveiligd zijn. Vroeger kon je in de meeste winkels de pakjes zomaar grijpen.”

Caroline: “Als je toen iemand met een sporttas de supermarkt zag binnenstappen, wist je: die gaat naar de sigaretten. De sportzak ging open en met één beweging hadden ze vijftig pakjes mee. De laatste jaren zien we dat er steeds meer voeding gestolen wordt. Vlees, bijvoorbeeld. Niet alleen biefstuk, maar ook ordinaire worsten of gehakt. Zelfs een dom brood, je kunt het zo gek niet bedenken. Dat zag je vroeger minder: voor de dagelijkse behoeften betaalden de meeste mensen toen nog wel.”

Hoe wordt vlees gestolen?

Jean-Luc: “Ze halen het meestal uit de verpakking en stoppen het in een plastic zakje – bij het fruit en de groenten hangen er genoeg. In de Delhaize van Heverlee hadden ze eens last van een vleesdief: wekenlang vonden ze overal lege verpakkingen. Toen ik de dief op een dag betrapte, bleek hij het rauwe vlees gewoon los in zijn boodschappentas te hebben gestoken. Zijn uitvlucht: ‘Ik heb dat vlees net bij de beenhouwer gekocht, maar zijn verpakking was op.’”

Mark: “Je hoort soms van die verhaaltjes over mensen die een lap biefstuk stelen, die onder hun pet verstoppen en aan de kassa betrapt worden omdat het bloed over hun voorhoofd begint te lopen. Maar dat is volgens mij een broodje aap. Bullshit.

De Pourcq: “Nee, nee, ik heb dat echt meegemaakt! Van de spanning begon die man te zweten, en van al dat zweet liep het bloed tot in zijn wenkbrauwen.”

Staan jullie vaak versteld van de inventiviteit van winkeldieven?

Caroline: “Natuurlijk. In de regel zijn wij altijd een paar stappen te laat. Dikwijls beseffen we pas nadat we een dief betrapt hebben: ha, zo kan het ook. Wij leren bij van hén.”

Mark: “Ik betrapte ooit een koppel: ik had gezien hoe ze veertien flessen whiskey in hun mandje hadden geladen, maar aan de kassa waren die plots weg. Ik begreep er niets van: ze hadden helemaal geen zak bij. Uiteindelijk bleek de rok van de vrouw een soort valse bodem te hebben: alle flessen hingen tussen haar benen. Een ingenieus systeem, je hoorde die flessen niet eens tegen elkaar klinken.”

Stefaan: “Een vangst die ik nooit zal vergeten, was die van een struise vent die maar één arm had. Alles wat hij had gestolen, stak in de lege mouw – voordien had ik niet eens gezien dat er een arm ontbrak. Ik vond dat goed gevonden.”

Scheermesjes worden soms de winkel buiten gesmokkeld in waspoederdozen. Elektrische friteuses worden volgeladen met batterijen.

D’Haese: “Of men stapelt twee bakken bier op elkaar en verbergt er van alles tussen: kaviaar, een messenset of twee... Een kassierster ziet er toch meestal tegen op om zo’n bak op te heffen. Of een fles whiskey van twintig jaar verstoppen in een doos van whiskey van tien jaar: kost een pak minder, en je kunt altijd zeggen dat iemand anders het wel geweest zal zijn.”

Jean-Luc: “Sommigen verlaten de kledingwinkel met vier jassen, vijf onderbroeken en drie jeansbroeken, allemaal over elkaar aangetrokken. Eén keer betrapte ik een dame die vijftien slipjes én vijftien beha’s tegelijk droeg!”

D’Haese: “Zegt de term ‘wardrobing’ u iets? Dat is wanneer je kledij koopt, het prijskaartje laat hangen, er eens goed mee gaat feesten en het daarna terugbrengt naar de winkel. ‘Ik heb dat nooit gedragen, mevrouw.’ – ‘Madam, het stinkt naar zweet.’ – ‘Dat zal dan van die klant vóór mij zijn.’ – ‘Maar u ruikt op dit moment een beetje hetzelfde.’”

We lachen graag met domme dieven: populaire nieuwssites staan vol verhalen over daders die zichzelf per ongeluk opsluiten op de plaats delict, of over de junkie die een fiets probeerde te stelen... aan een politiekantoor.

De Pourcq: “Sommige dieven doen de moeite om de beveiliging van een product los te prutsen, maar steken dat ding vervolgens zonder nadenken in hun broekzak en doen zo bij het naar buiten wandelen alsnog het alarm afgaan.”

Jean-Luc: “Ik stond op de uitkijk naast de tabak, terwijl ik deed alsof ik een boekje las. Naast mij griste een man een volledig rek tabak leeg, stopte dat in zijn rugzak, keek even in mijn ogen en probeerde dan te vertrekken. Achteraf zei hij: ‘Ik dácht nog dat je een detective was, maar ik twijfelde. Het was het gokje waard.’”

Mark: “Op minder dan een meter afstand heb ik een vrouw eens horen zeggen: ‘Steek die batterijen gewoon in je zak. De vorige keren hebben ze het ook niet gezien.’ (lacht) Er zijn ook dieven die denken dat een gewone diepvrieszak geïsoleerd is en het alarm niet doet afgaan als je er spullen mee naar buiten probeert te smokkelen.”

De Pourcq: “Eigenlijk is élke winkeldief een domme dief. Wie echt slim is, pleegt internetfraude en rijft in één keer voor een miljoen binnen. Een winkeldief neemt veel risico voor relatief weinig winst.”

Volgens een rapport op de website van Securitas ‘stelen minderjarigen vaak op woensdag, tijdens de middagpauze en op het einde van de dag. Mannen het meest op maandag en zaterdag, vrouwen zijn vaker actief op vrijdagochtend.’

De Pourcq: “Dat jongeren vaker op woensdagnamiddag stelen, is natuurlijk logisch. De rest kan ik niet meteen verklaren. Ik weet wél dat vrouwen vaker stelen dan mannen. Misschien omdat ze sowieso meer shoppen, en dus vaker in de verleiding komen? Ook verdienen vrouwen vaak minder dan mannen, maar ze hebben doorgaans wel een grotere kleerkast te vullen.

“Ook hebben vrouwen één groot voordeel: hun handtas is een natuurlijk wapen waarin ze gemakkelijk van alles kunnen wegmoffelen.”

Zijn er ook veel vrouwelijke winkelinspecteurs?

Caroline: “Tegenwoordig zijn we in de minderheid, maar toen ik begon – 36 jaar geleden – waren er bijna uitsluitend vrouwelijke winkelinspecteurs. De trend was dat vooral echtgenotes van rijkswachters die job deden. Het voordeel van een vrouw toont zich vooral in kledingwinkels. Je hebt er vaak een lingerieafdeling, een rondhangende man wordt daar toch al snel als ne rare bestempeld.”

Uit datzelfde rapport blijkt: slechts 6 procent van de betrapte winkeldieven is jonger dan 16. Ik had meer verwacht, in acht genomen dat ze het vak nog moeten leren en dus automatisch sneller tegen de lamp zullen lopen.

Mark: “Dat is waar. Jongeren stelen wel dikwijls om te kunnen opscheppen tegen hun vrienden: kijk eens wat ik gepakt heb!”

Caroline: “We pakken soms ook 6-jarigen op, kinderen die op die leeftijd al door hun ouders worden getraind om te stelen. Heel schrijnend. Maar de statistieken leren dat de dertigers en veertigers veruit het meeste stelen.”

D’Haese: “Ik ken het verhaal van een rondhangende jongerenbende in een Brussels shoppingcenter. De verkoopster had één van hen op stelen betrapt, belde eerst de bewaking en daarna de politie. Die pakte de dieven hardhandig aan, maar ze werden niet aangehouden. Drie uur later waren de jongemannen daar terug. Ze wachtten in de buurt tot de verkoopster afsloot, achtervolgden haar en sloegen haar in elkaar aan een metrostation. Ze voelden zich, om het plat te zeggen, te kakken gezet in het bijzijn van een jongedame en konden dat niet verkroppen. Toen de politie daarover werd ingelicht, zeiden ze: ‘Oei, daar kunnen wij niet veel aan doen, hoor.’ Dat was écht hun antwoord!”

Caroline: “In vergelijking met pakweg vijftien jaar geleden valt de opmars van de georganiseerde bendes echt op.”

De Pourcq: “De semiprofessionelen stelen op bestelling. Zij brengen ook hun eigen materiaal mee: kniptangen, schroevendraaiers, bunsenbranders... Alles om er de beveiliging al in de winkel af te halen. De professionele dieven doen die moeite niet eens meer: zij komen binnen met geprepareerde tassen, zoals wij dat noemen, die vanbinnen volledig bekleed zijn met aluminiumfolie. Ze laden die vol met alles wat ze willen en lopen zo naar buiten. Ze hebben thuis wel zo’n ontkoppelingssysteem staan om er de beveiliging van af te halen.”

Mark: “Dievenbendes komen meestal met drie. Eén van hen leidt het personeel af, dikwijls met heel domme vragen, zoals: ‘Zeg, werkt die radio eigenlijk op batterijen?’ Of: ‘Die computer, kun je daar ook mails mee versturen?’ (lachje) De tweede dief houdt de boel in de gaten, de derde sprint weg met de gestolen waar.”

Wie zijn hun belangrijkste klanten?

D’Haese: “Sterkedrank wordt vaak aan nachtwinkels verkocht. Kledij komt in een parallel circuit terecht en wordt aan dumpprijzen verkocht. En de laatste jaren blijkt vooral cosmetica interessant voor georganiseerde bendes, omdat daar in het buitenland veel afzetmarkten voor zijn.”

De meeste dieven stelen uit hebzucht of uit armoede, maar er zijn ook kleptomanen, die eigenlijk ziek zijn.

D’Haese: “Ik herinner me een dame die kledij stal: in de winkel knipte ze met een schaar de beveiliging uit de stukken. Thuis zocht ze dan in haar garen de juiste kleur om het gaatje dicht te maken – precies daar kickte zij op. De kleren zelf droeg ze nooit. Nadat ze tegen de lamp was gelopen, schreef haar man, die er warmpjes in zat, de schadeclaim van ongeveer 8.000 euro meteen over. ‘Ik wist dat ze steelt, maar we kunnen er niets aan doen, meneer.’”

Caroline: “Echte kleptomanen zijn zeldzaam. Het gebeurt af en toe dat een betrapte dief zégt dat hij ziek is, maar als we dan naar hun doktersbriefje vragen – een gediagnosticeerde kleptomaan heeft dat altijd bij – vallen ze uit de lucht.”

Welke uitvluchten kunnen jullie niet meer horen?

Caroline: “‘Ik ben net gescheiden.’ ‘Ik krijg slaag van mijn man.’ ‘Ik krijg slaag van mijn vrouw.’ En vooral: ‘Ik zit in financiële moeilijkheden.’ Maar dikwijls hebben ze dan wel een iPhone bij en dure merkschoenen aan. Je vraagt je af: zouden die spullen ook gestolen zijn, of gaan ze net stelen omdat ze hun geld hebben opgedaan aan dingen die ze niet echt nodig hadden?”

Jean-Luc: “Een dokter: ‘Gisteren is mijn gsm-lader gestolen. Ik was zo kwaad dat ik dacht: nu steel ik er zelf ook één.’ Als we een buitenlander pakken, horen we vaak: ‘Jullie pakken alleen de buitenlanders op!’ En geregeld vraagt een betrapte Belg: ‘Waarom pakken jullie weer de gewone Belg? De buitenlanders durven jullie niet te pakken, zeker!’ (lachje) Voor ons is iedereen gelijk voor de wet.”

De in 2017 goedgekeurde vreemdelingenwet van Theo Francken zou het gemakkelijker maken om buitenlandse criminelen het land uit te zetten. Al iets van gemerkt?

De Pourcq: “Er zijn wel bendes die, daarbij geholpen door de open grenzen, vanuit het buitenland voor een weekendje naar België komen en een rooftocht organiseren. Maar daar valt weinig tegen te beginnen: tegen dat men in de winkel merkt dat men bestolen is, zitten zij al lang terug in Polen of Bulgarije.”

Mark: “Het is wel onzin dat allochtonen meer zouden stelen dan de ‘echte’ Belg. Zelf heb ik in verhouding sowieso al veel meer Belgen gevat. (denkt na) In de vijftien jaar dat ik dit doe, heb ik wel nog nooit een Chinees betrapt. Ik weet ook niet waar dat aan ligt: ofwel stelen Chinezen nooit, ofwel doen ze het zéér vernuftig. (lacht)

Zien dieven het soms groots? Wie kent een dief die op klaarlichte dag met een auto de showroom buitenreed?

De Pourcq: “Dát heb ik nog niet gehoord. Maar hoe groter het artikel, hoe gemakkelijker het vaak te stelen valt. Ik ken het verhaal van twee dieven die een enorm LCD-scherm ter waarde van een paar duizend euro uit een multimediaketen zijn komen halen. Ze hadden zich aangemeld aan de ingang: ‘Er blijkt een probleem met dat toestel. Wij zijn van de fabrikant en nemen het even mee.’ Achteraf zwaaiden ze nog vriendelijk naar de security en ze waren weg. Pas een uur later brak in die winkel paniek uit. Het helpt je als dief geweldig als je veel lef hebt.”

D’Haese: “De dief die het minste poeha maakt, komt het verst. We hebben nog te vaak het beeld van de dief als man met de kap op het hoofd, die zenuwachtig aan zijn kleren frutselt en weg stapt zonder iets te zeggen. Nochtans zijn onopvallend geklede dieven die vriendelijk naar de kassierster glimlachen veel gevaarlijker.”

Als leek zou ik lieve grootmoedertjes ook nooit van diefstal verdenken, maar naar verluidt maakt de derde leeftijd een opmars in de statistieken.

Caroline: “Veel mensen zitten met een klein pensioentje, en het leven in België wordt almaar duurder. Onder belastingen en huishuur kunnen ze sowieso niet uit. Waar vallen dan wél bochten af te snijden? Het eten, hè. Ik praat het zeker niet goed, maar mensen stelen vaak uit noodzaak.”

Jean-Luc: “Ik merk het vooral in de rayon van de duurdere voeding en de cosmetica. Dat zijn dan wel bijna altijd gelegenheidsdieven. Als ze één keer betrapt worden, hebben ze dikwijls hun lesje wel geleerd. Je merkt het als iemand oprecht spijt heeft.

“Ik heb eens een dame van 92 jaar betrapt. Ik had gezien hoe ze iets in haar handtas had weggemoffeld en toen ik haar aansprak, maakte ze meteen een scène. ‘Een schande! Ik ben hier al 35 jaar vaste klant, ik doe mijn handtas niet open!’ De gerant werd al zenuwachtig – bang dat ik een van zijn beste klanten onterecht zwartmaakte – maar toen die vrouw haar handtas uiteindelijk leegmaakte, bleek dat ze er maar liefst 48 artikelen in had verstopt. Je vraagt je dan natuurlijk af hoelang ze dat al doet.”

Hebben jullie soms medelijden met dieven?

Stefaan: “Ik ben daarin gevoeliger geworden. Toen ik net was begonnen, betrapte ik eens een oud vrouwtje dat een pakje koffie en nog wat andere voedingswaren had gestolen. Ze deed het bijna in haar broek. Ze schaamde zich diep en zei dat ze was beginnen te stelen uit noodzaak. Haar eigen dochter had haar opgelicht en haar huis onder haar gat verkocht terwijl zij in het ziekenhuis lag... Jaja, dat zal wel, dacht ik. Ik weet niet of ik nu nog zo zou reageren. De meeste uitvluchten geloof ik nog altijd niet, maar dat vrouwtje zal ik nooit vergeten.”

Mark: “Ik betrapte een vrouw die, nadat ik haar had meegenomen naar mijn lokaal, uitsluitend producten voor haar baby bleek te hebben gestolen. Dat was duidelijk geen geval van hebzucht, maar van noodzaak. Het is onze job om dieven tegen te houden, maar af en toe voel je met hen mee en begrijp je hun situatie.”

Jean-Luc: “Dikwijls plassen betrapte dieven – vooral puberjongens en oudere dames – ter plekke in hun broek. Dan weet je meteen dat ze het geen tweede keer gaan doen.”

Wie zich in het nauw gedreven voelt, kan zich verzetten. Hebben jullie vaak met agressie en geweld te maken?

Jean-Luc: “Sommigen trekken een mes nadat ze betrapt zijn, maar meestal zijn dat wel mensen die onder invloed zijn: dan bega je zulke stommiteiten. Natuurlijk laten we hen dan lopen, wij nemen op dat vlak geen risico’s.”

Mark: “Ik heb op een Kortrijkse parking eens met drie mannen liggen te worstelen. Het ergste was: het was maar voor drie boterkoekjes! Blijkbaar stond één van hen geseind en verzette hij zich daarom zo.”

Stefaan: “De semiprofessionele en professionele dieven verzetten zich bijna nooit. Zij weten: als ik gewoon blijf staan, kom ik er misschien van af met een boete van 50 euro en loop ik straks weer vrij rond. Als er geweld wordt gepleegd, komt er altijd politie aan te pas.”

Hoe is de samenwerking met de politie doorgaans?

Jean-Luc: “Daar is geen lijn in te trekken. In pakweg Etterbeek werken wij zeer goed samen. In Drogenbos, nog geen 10 kilometer verder, is het een ramp. ‘Een winkeldiefstal? We hebben wel iets beters te doen.’ Nochtans bellen wij nooit voor een bagatel van 20 euro, wel als het ernstig is of als er minderjarigen betrokken zijn.

“Het is vooral onze job om gestolen goederen te recupereren. Wat daarna met de dader gebeurt, hangt af van winkel tot winkel. Meestal wordt de politie pas gebeld als het om een redelijk bedrag gaat, maar soms moet dat van de winkel al vanaf 1 euro. Ik snap dat ergens wel, zeker van een kleine zelfstandige, maar soms vind ik het een beetje overdreven. En voor ons is het tijdverlies: soms moet je dan meer dan een uur op de politie wachten.”

In de VS hebben ze stelende celebrity’s als Lindsay Lohan, Amanda Bynes en Winona Ryder. Zijn er ook BV’s die het pikken niet kunnen laten?

Jean-Luc: “Winkeldieven komen uit álle lagen van de bevolking. Dokters, advocaten, ik heb zelfs al politieagenten betrapt. Eén keer een kolonel van het leger.”

D’Haese: “BV’s ook, ja. Ik noem geen namen, maar ik kan zeggen dat die mensen zich dan dikwijls wegsteken achter hun status. ‘Weet je wel wie ik ben?’”

Stefaan: “Ik heb in een supermarkt eens tien minuten achter Johan Museeuw aangelopen. (lacht) Ik had ’m niet herkend – misschien omdat hij een leesbrilletje droeg – en ik vond dat hij zich wat verdacht gedroeg. Toen hij bij de sushi stond, zag ik plots wie hij was. Ik dacht: och, wat ben ik een onnozelaar. Maar het hád gekund. Het is niet omdat iemand veel geld heeft, dat hij niet steelt.”

Een winkeldetective vertelde in Humo ooit over de goede relaties die hij met veel winkeldieven onderhield. ‘De habitués kennen me en komen mij zelfs een hand geven. ‘Ga je mij vandaag pakken?’, vragen ze dan plagend.’

Mark: “De mensen kennen minder schaamte dan pakweg vijftien jaar geleden. Wie vroeger op stelen werd betrapt, ging daarna een jaar lang die winkel niet meer binnen. Nu zie je ze vaak een week later al terug.”

D’Haese: “Sommigen zeggen ook letterlijk tegen de winkelinspecteur of iemand van het winkelpersoneel: ‘Sta jij hier vandaag? Dan kom ik wel een andere keer terug.’”

Vriendschappelijk omgaan met de winkelinspecteur is één ding, familiair zijn met het winkelpersoneel levert dieven dikwijls meer op.

De Pourcq: “Sweethearting blijft in België een bekend fenomeen. Stel: je gaat in de supermarkt naar de kassa met drie flessen champagne, van 10, 50 en 100 euro. Achter de kassa zit een goede vriend. Wat doet hij? Scant hij alle producten zoals het hoort, of drie keer die fles van 10 euro? Een jaar of tien geleden hoorde ik van de gewoonte van sommige kassiersters om een pakje Stimorol-kauwgom naast hun pols te leggen. Telkens als ze een duur artikel moesten scannen voor een vriend, scanden ze snel die kauwgom. Er is heel veel Stimorol verkocht in die tijd. (lachje)

D’Haese: “Ik ken het geval van een jonge kassierster die, aangemoedigd door een professionele dievenbende, had gesolliciteerd voor een job bij een supermarkt met als enige bedoeling om later van alles te kunnen weggeven. In de winkel zagen ze haar graag komen, maar nadat ze een weekje de knepen van het vak had geleerd, liet ze de hele bende passeren en scande ze helemaal níéts meer. Die bende kon meepakken wat ze wilde.”

Is het niet nóg gemakkelijker om je slag te slaan via de zelfscankassa’s in supermarkten?

Stefaan: “Dat zijn speeltuinen voor wie wil foefelen, hè. Het is vrij simpel om 16 euro te betalen en met een zak producten ter waarde van 100 euro buiten te stappen. Maar we gaan die truken en tactieken niet in de pers zetten. (lacht)

De Pourcq: “Voor de retailer is dat een simpele kosten-batenanalyse. Er wordt veel gestolen bij de zelfscankassa’s van de supermarktketens en winkels als Ikea, en dat is logisch: je zet de kat bij de melk. Maar: tien zelfscankassa’s met één personeelslid kost véél minder dan tien normale kassa’s met tien personeelsleden. De retailer neemt de bluts met de buil.

“Enkele ketens zijn aan het experimenteren met geautomatiseerd winkelen, waarbij klanten helemaal niet meer langs een kassa moeten passeren. Camera’s en sensoren registreren alle bewegingen, en als je een product uit de rekken neemt, gaat het te betalen bedrag automatisch van je rekening. Misschien winkelen we over een jaar of tien allemaal zo.”

Tot die tijd is ook de truc met het vergeten kasticket populair. Aan de uitgang liggen ze voor het rapen, dieven werken precies hetzelfde boodschappenlijstje af en lopen zo zonder te betalen naar buiten.

Mark: “In grote supermarkten kom je daar acht op de tien keer mee weg. Zeker als ze de kassa uitkiezen waar een jobstudent zit.”

De Pourcq: “Er zijn ook dieven die in een multimediawinkel à la Vanden Borre, Krëfel of MediaMarkt een niet-beveiligd demotoestel nemen, naar de kassa stappen en zeggen: ‘Ik heb dat hier gisteren gekocht, maar ik breng het terug. Mijn vrouw moet het niet hebben.’ In elke normale winkel vraagt men dan naar het kasticket. ‘Ah, heb je dat nodig? Ik ga het thuis even halen...’ Waarna men, onder het oog van het personeel, doodleuk met dat toestel naar buiten loopt. Niemand die er graten in ziet.”

Als winkelinspecteur moet je vaak geluk hebben, en goede ogen.

Jean-Luc: “Ik heb eens een man één pakje tabak in zijn mouw zien steken. Ik wachtte tot hij de kassa gepasseerd was en sprak hem dan aan: ‘Leg die tabak maar op tafel.’ Toen bleek dat hij niet één pakje had weggemoffeld, maar 51! In zijn jas, onder zijn hemd, in zijn onderbroek... De eerste vijftig pakjes had ik gemist, maar gelukkig was nog net dat laatste mij opgevallen. (lacht)

Jullie spreken verdachten pas aan nadat ze langs de kassa zijn gepasseerd. Maar zijn er ook dieven die ter plekke consumeren wat ze stelen en er dus nooit mee naar buiten gaan?

Mark: “Zo zijn er véél, en vaak zijn het oudere dametjes. Een boterkoekje hier, een banaan daar... Eén of twee druiven mogen de mensen van mij proeven. Maar een hele tros? Dat komt ook voor.”

Stefaan: “Sommige mensen laten hun kinderen de hele tijd eten. Een yoghurtje, een zakje chips. Vaak zijn ze verwonderd als je hen daarop aanspreekt. ‘Diefstal? We hebben gewoon iets gegeten, meneer.’”

Vanaf hoeveel betrapte dieven spreekt de winkelinspecteur over een goede week?

Stefaan: “Vanaf tien vattingen vind ik dat ik een goede máánd heb gehad. Als het minder is, krijg ik daar echt een vervelend gevoel van.”

Weinig dieven is toch goed nieuws?

Stefaan: “(twijfelt) Voor de winkel wel, maar ik voel me dan nutteloos. Mijn ‘zwarte vlek’ is een klerenwinkel waar ik al drie jaar werk, maar nog nooit iemand heb gepakt. Volgens mij denkt het personeel: ‘Wat loopt die onnozelaar hier eigenlijk te doen?’ Soms vang je een kloteweek lang helemaal niemand. Elke dag naar huis: ‘Shit, weer niets.’”

Hoeveel mensen krijgen straks een gestolen cadeautje onder de kerstboom?

Mark: “(blaast) Dat is moeilijk te zeggen. Ik schat: misschien 25 procent?”

De Pourcq: “Het zal in elk geval niet weinig zijn. In december en januari – de periode van Sinterklaas, kerst, de solden en valentijn – wordt er aanzienlijk meer gestolen dan in de rest van het jaar. Dikwijls door mensen die geen budget hebben om de kinderen iets te geven, maar dat niet over hun hart krijgen.”

Stefaan: “Ik denk dat er op tafel meer gestolen goed zal liggen dan onder de kerstboom.”

Jean-Luc: “Kaviaar, dure vis, chateaubriands, champagne... In december wordt niet alleen méér gestolen, maar dikwijls ook andere dingen dan in de rest van het jaar.”

Mark: “In de eindejaarsperiode vorig jaar sprak ik een vrouw aan die duidelijk érgens mee aan het foefelen was. Ik nam haar mee naar mijn interpellatielokaal, en ze zei meteen: ‘Ik had het niet mogen doen, meneer.’ Ik wist toen nog altijd niet wát ze precies had gedaan. Ze gaf me een H&M-zak: ‘Kijk maar.’ Ik deed die open, en van het verschieten vloog ik twee meter achteruit. Een levende kreeft! Gewoon, tussen de kleren die ze net gekocht had. ‘Normaal heb ik daar zelf ook schrik van.’ (lacht smakelijk) Soms heb je van die leuke diefstallen...”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234