Donderdag 28/10/2021

'Ik besefte totaal niet dat ik met iets bijzonders bezig was'

Lost in the Dream van The War on Drugs bezet in alle uithoeken ter wereld een van de podiumplaatsen. En dat voor een plaat die diepe tristesse ademt. Uit zijn as herrezen: zanger Adam Granduciel (35). 'Door het succes voelen mijn teksten anders aan.'

Adam Granduciel zit in de kleedkamer van de Ancienne Belgique een setlist samen te stellen. Straks staat hij voor een al maanden uitverkochte zaal, maar voor het zover is, moet er nog een interview worden afgewerkt. Gesprekstof genoeg, want met The War on Drugs heeft hij een belangrijk jaar achter de rug.

In april werd de derde plaat van de Amerikaanse groep wereldwijd met superlatieven overladen, en ook het grote publiek drukte de band aan het hart. De kruisbestuiving tussen Bruce Springsteen, The Waterboys, U2 en Kraftwerk leverde een instant klassieker op, die ook nu nog week na week aan impact wint. Maar hoe groots de muziek ook is, inhoudelijk vormen de songs de weerslag van een zwarte periode. Granduciel schrijft over zijn angsten en neuroses, over de stukgelopen relatie die hem ontroostbaar maakte. Hij is dan ook verrast dat uitgerekend deze plaat hem in bredere kringen bekend heeft gemaakt.

Voor we aan ons gesprek beginnen, is er goed nieuws, want Lost in the Dream is door de verzamelde muziekredactie van De Morgen bekroond tot beste plaat van 2014. Het compliment doet hem zichtbaar deugd. "Toen ik de plaat opnam, heb ik er geen moment bij stilgestaan dat ik met iets bijzonders bezig was. Ik had een handvol songs die ik zelf mooi vond, en ik voelde ook wel dat ze anders waren dan alles wat ik tot op dat moment gedaan had. Maar ik kon onmogelijk voorzien dat ze ook commercieel zouden aanslaan. Toen de cd pas klaar was, stond ik er nog te dicht bij om hem naar waarde te kunnen schatten. Het enige wat ik wist, is dat ik er zelf heel trots op was."

Na het bescheiden succes van de vorige plaat heb je de stap gezet om voltijds muzikant te worden. Lost in the Dream is dus de eerste plaat die je als professional hebt gemaakt. Voelde dat anders aan?

Adam Granduciel: "Eerst dacht ik dat het een wereld van verschil zou maken, maar dat bleek niet zo. Ik merkte wel dat er na de vorige plaat voor het eerst verwachtingen van buitenaf waren. Maar ik voelde me op geen enkel moment een professioneel muzikant. Nog steeds niet, eigenlijk. (lacht) Ik zie mezelf eerder als de bedrijfsleider van een kleine kmo, waarbij ik ervoor moet zorgen dat mijn personeel aan de slag kan blijven. Dat is wel wat raar. Ik ben nu noodgewongen met veel meer bezig dan muziek maken alleen. Er moeten voortdurend allerlei beslissingen worden genomen die te belangrijk zijn om uit handen te geven.

"Begin volgend jaar heb ik een paar maanden vrij, en het eerste wat ik dan ga doen is de telefoon afzetten. Want muziek blijft uiteraard mijn grootste passie, en ik kijk er enorm naar uit om aan nieuwe songs te kunnen werken. Op tournee lukt dat niet. Er zijn links en rechts wel wat vage ideeën, maar tot nog toe heb ik welgeteld één nieuw nummer. Ik ben sowieso niet zo'n veelschrijver."

Wat beschouw je zelf als het grootste verschil sinds de doorbraak eerder dit jaar?

"Dat ik op dit niveau oprecht geïnteresseerd moet zijn in de zakelijke kant van de muziek. Want wie dat niét doet, wordt genaaid waar hij bij staat. Ik wil weten hoe ik best een plaat kan promoten, met welke media ik in elk land moet praten. Ik wil weten wie ervoor zorgt dat onze platen in de winkel liggen, en wie de mensen zijn die onze concerten organiseren. Vroeger dacht ik dat het cool was om me daar niet in te interesseren, maar door ouder te worden, merk ik dat het gewoon leuk is om een goed contact te hebben met iedereen. Dat het noodzakelijk is, ook. Zéker als je muziek maakt, want daar zijn achter de schermen altijd een boel mensen bij betrokken.

"Los daarvan is het nuttig om te weten welke reputatie ik heb als muzikant, want het blijft een kleine wereld waar een fout gerucht al gauw een eigen leven gaat leiden, en voor je het weet kom je in een neerwaartse spiraal terecht. Het maakt me sterker en zelfverzekerder om me met alle aspecten van The War on Drugs bezig te houden. Om zelf te beslissen met wie ik wil toeren, en in welke landen ik dat zal doen. Het heeft ook met respect te maken. Tegenover mijn eigen muziek, en tegenover de mensen die ervoor zorgen dat ze gehoord wordt."

The War on Drugs is in theorie wel een groep, maar in de praktijk ben jij naast de creatieve motor de enige constante. Als ik onvriendelijk zou willen zijn, zou ik zeggen dat de rest van de band bestaat door wie op dat moment toevallig in de buurt is.

"Het klopt dat ik de knopen doorhak. En inderdaad: The War on Drugs is effectief als een soloproject begonnen. Sommige van de muzikanten waar ik nu mee op tournee ben spelen niet eens mee op de plaat. Maar dat wil niet zeggen dat ze toevallig werden gekozen. Dit zijn de mensen met wie ik samen een muzikaal bestaan wil uitbouwen. Eigenlijk doet het er niet toe dat ze niet mee in de studio zaten. Ik denk daar nooit op die manier over na.

"Neem een nummer als 'Eyes to the Wind'. Het heeft heel lang geduurd voor het zijn definitieve vorm gevonden had, maar ik wist wel van meet af aan dat er een mooi stukje piano in moest komen, en dat Robbie (Bennett, BS) dat voor zijn rekening zou nemen. En het stond er in één take op, ook al speel ik zelf ook heel graag keyboards. Dat is trouwens hoe het merendeel van de songs tot stand komt. Ik krijg heel veel aandacht als gitarist, maar in de studio zit ik net zo graag achter de piano. Omdat ik op die manier bij een ander soort melodieën uitkom, die op hun beurt dan weer invloed hebben op mijn manier van zingen. Iedereen in de band snapt dat, dus ze vinden het niet erg als ik hen niet vraag om elk nummer mee te spelen.

"Het belangrijkste is dat de muziek natuurlijk aanvoelt. En dat de songs een weerspiegeling zijn van mijn leven. Maar als je naar een concert komt kijken, moet je zien dat er zes vrienden op het podium staan die het fijn vinden om in elkaars gezelschap te vertoeven, en geloven in de songs van die kerel met z'n raar haar die achter de microfoon staat. De kameraadschap is cruciaal. De rest van de band tilt de nummers naar een hoger niveau. Ik hoop dat we samen blijven, maar je weet nooit wat de toekomst brengt. Iedereen heeft zijn eigen dromen."

De songs zijn niet in de meest vrolijke omstandigheden ontstaan. Je relatie was net gestrand, en je isoleerde je grotendeels van je eigen vriendenkring. De muziek klinkt vitaal, maar de teksten zijn daardoor behoorlijk donker.

"Er hangt een algemene staat van moedeloosheid over de plaat, dat is waar. Een diepe tristesse ook. En verwarring met een zuchtje hoop eroverheen. Het was zoals je zegt een zeer donkere periode die haaks staat op wat ik nu meemaak. En dat is vreemd, omdat het over precies dezelfde songs gaat. De teksten zijn ongewijzigd, maar door het succes voélen ze gewoon anders aan. Ik kan me nog wel identificeren met wie ik was toen ik de songs schreef, alleen heb ik er inmiddels een gezonde afstand van genomen."

Beschrijf eens hoe je de laatste acht maanden hebt beleefd sinds de plaat uit is.

"We zijn intussen geen klein cultbandje meer. Dat is een overweldigend gevoel, ook al heb ik er nooit naar gestreefd om het te 'maken' in de muziek. Ik ben wel onder de indruk door de steun van de mensen die in de zaal staan. Vooral: onze fans blijken voor de overgrote meerderheid ook heel aangenaam in de omgang. Ze komen écht voor de muziek. Bijgevolg is het onze plicht om hen de best mogelijke show te geven die we ons op dit moment financieel kunnen veroorloven. Met veel muzikanten op het podium, zodat de muziek zo groots mogelijk klinkt.

"Het succes heeft de groep beter gemaakt. Doordat er zoveel vraag naar concerten is en de zalen altijd vol zitten, moeten we keer op keer op scherp staan. De voorbije drie weken hebben we zeventien dagen na elkaar opgetreden. Er was één vrije dag voorzien, maar net dan werden we uitgenodigd voor een televisieoptreden bij Jools Holland. Dat is een immens tempo.

"Iedereen is zich ervan bewust dat de lat hoog ligt. Tot nu toe gaan we er vlot overheen, en slagen we erin om het allemaal nog leuk te vinden. Al geef ik toe dat de vermoeidheid er soms voor zorgt dat de ene avond wat minder is dan de andere. Soms lukt het gewoon fysiek niet meer om helemaal tot het uiterste te gaan."

Je hebt zelf nog in de groep van Kurt Vile gespeeld, dus je kunt vergelijken: bestaat er zoiets als een psychologische afstand tussen een frontman en de rest van de band?

"Zeker weten. Het is veel zwaarder als frontman omdat iedereen voortdurend op jou focust. Je moet op alles tegelijk letten. Ik wil niet van het podium afstappen en het voor de rest van de band verknallen, maar ik ga ook niet zeggen dat ik me geamuseerd heb als dat niét zo was. Het gaat om méér dan alleen maar de juiste noten spelen.

"Neem ons concert op Pukkelpop: dat was misschien wel het beste optreden dat we dit jaar gespeeld hebben. Echt alles klopte. Dan is het nadien heel moeilijk om weer 'gewone' shows te spelen. Als je een tien hebt gevoeld, ben je op den duur teleurgesteld als je de avond nadien maar een negen haalt. Omdat je weet dat je beter kunt."

Heeft het succes je zelfvertrouwen gesterkt?

"Het heeft me zeker veranderd. Ik ben opener geworden, gedraag me wat verantwoordelijker ook. Ik wil een goed rolmodel zijn. En mezelf zijn. Dat is gelukkig niet zo moeilijk.

"Maar mocht deze vorm van erkenning me op mijn vierentwintigste zijn overkomen, dan was ik wellicht een hufter geworden. Of een zonderling als Bob Dylan. Dan zou ik me anders hebben voorgedaan, me in een waas van mysterie hebben gehuld. Maar ik ben vijfendertig nu. Op die leeftijd ben je alle rockster-excessen al ontgroeid. Ik zit goed in mijn vel, en heb alle vertrouwen in de richting die het met de band uitgaat."

Heb je voor jezelf een verklaring voor het feit dat je uitgerekend met deze plaat bent door-gebroken?

"Ik denk dat de sterren gewoon juist stonden. En het is natuurlijk zo dat we de tijd hebben gekregen om te groeien, wat in het huidige klimaat stilaan een zeldzaamheid is geworden. Bij R.E.M. heeft het destijds ook zes platen geduurd voor ze hun cultstatus konden overstijgen. Ik heb de tijd gekregen om te groeien, om me te kunnen ontwikkelen."

De hoesfoto's van de plaat zijn bij je thuis gemaakt, in de ruimte waar je het album ook deels hebt opgenomen. Waarom wilde je die plek ook in beeld vastleggen?

"Omdat dat huis een cruciale rol in mijn muzikale leven heeft gespeeld. Mijn vorige platen zijn daar tot stand gekomen, en ook de nieuwe songs werden daar geschreven. Ik wilde het huis onsterfelijk maken door het als decor te gebruiken voor hoesfoto's. Het is de plek waar ik alles geleerd heb, waar ik met vrienden heb samengespeeld, en me soms ook heel eenzaam heb gevoeld. De band zoals die vandaag bestaat is daar ontstaan. Met het geld dat nu binnenkomt, zou ik het in principe kunnen kopen, maar ik huur het voor een spotprijs, en als ik op tournee ben, betaal ik niks. Eigenlijk doe ik op die manier twee keer een deal. Misschien dat ik er niet blijf, want ik wil op termijn wel iets van mezelf. Alleen ben ik er nog niet uit of dat dan in Philadelphia moet zijn of ergens anders."

Nog een onnozele vraag om mee af te ronden: levert de groepsnaam voordelen op als je in de Verenigde Staten voorbij een grenscontrole moet?

"Je lacht ermee, maar het helpt echt. De meeste agenten stellen zich meteen een stuk flexibeler op, terwijl ze rockbands doorgaans niet graag zien komen. Vaak denken die douaniers dat we écht tegen drugs zijn. Terwijl ik het destijds gewoon lekker vond klinken."

Lost in the Dream van The War on Drugs is verschenen bij Secretly Canadian.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234