Zondag 26/01/2020

IK bepaal nu zelf hoe mijn leven eruitziet

Op haar 16de was ze schoolmoe, op haar 37ste opende ze een eigen zaak, Azira. Nu kleedt ze ministers en rappers. Maar haar grootste verwezenlijking noemt modeontwerpster Rachida Aziz (42) het afkicken van morfine. 'Al de rest is bonus.'

Het is de zomer van 2002 en Rachida Aziz staat op met pijnlijk ontstoken ogen. Een paar dagen later ligt ze in het ziekenhuis, bijna blind. Ze heeft een auto-immuunziekte, zo blijkt. Haar lichaam valt zichzelf aan. Spieren en gewrichten ontsteken, later ook de lever en de pancreas. De ziekte evolueert zo snel dat artsen het ergste vrezen.

"Ik had nog twee jaar, zeiden ze. Ze leken zeker van hun stuk, dus was het voor mij een uitgemaakte zaak: het is gedaan met mij. Ik lag op mijn einde te wachten. Meestal letterlijk. Ik kon amper bewegen van de pijn."

Twee jaar later, in 2004, heeft ze nog altijd evenveel pijn. Maar ze is niet dood. "Er was nog steeds niemand die mij kon vertellen waar ik precies aan leed. Elke dokter stelde een andere diagnose. Ze noemen het een maladie orpheline, een weesziekte. Ik wist niet of ik nog lang te leven had. Maar als ik er dan toch nog ben, kan ik er maar beter iets van maken, dacht ik. Ik voelde: er zit nog zoveel in mij. Ik had nog nooit een echte kans gekregen. Dit was er een."

Als kind is ze dol op leren, op wiskunde, algebraformules. Na de lagere school gaan haar vriendinnetjes allemaal naar het beroepsonderwijs, Rachida wil naar het aso. Ze is de enige Marokkaanse op haar school. Ze wordt er weggepest.

"Gepest, geschopt en geslagen. Op de speelplaats gingen kinderen in een cirkel rond mij staan. De kunst was om mij als eerste aan het huilen te krijgen. Droeg ik mijn haar in een staart, dan zegden ze: 'Hoe heet een Marokkaanse met een elastiekje? Een vuilniszak.' Dat soort moppen. Ik vermoed dat ze die bij volwassenen opvingen.

"Ik kwam elke avond in tranen thuis. Mijn ouders begrepen niet waarom ik mijzelf zoiets aandeed. Ze kenden het onderscheid niet tussen bso of aso. Studeren is studeren, zo redeneerden zij. En mijn zus, die was toch gelukkig in het beroeps? Na anderhalf jaar ben ik naar het bso gegaan. Afdeling snit en naad. Om mij daar dood te vervelen."

Naar Mekka

Op haar nieuwe school begint Rachida een hoofddoek te dragen. Ze is zestien als ze van school gaat, bored out. Ze is achttien als ze trouwt. "Ik had het gevoel dat ik geen invloed had op mijn eigen leven. Als ik toch mijn eigen ding niet kan doen, dacht ik, dan moet ik het leven maar ondergaan."

Rachida houdt zich bezig met het huishouden. "Maar wel met volle overgave. Elke avond drie gangen op tafel." Ze doet aan binnenhuisinrichting, potten bakken en schilderen, en gaat islamtheologie studeren. Ze zorgt wel voor één ding: "Geen kinderen. Iets in mij wilde alle opties openhouden. Met kinderen gaat dat niet. Zij komen altijd op nummer één." Er zullen nooit kinderen komen.

In 1998 gaat Rachida met haar man en vrienden op bedevaart naar Mekka. De reis zal haar leven veranderen, zegt ze."Ik had een spirituele reis verwacht. Het werd een diep menselijke ervaring. Het gevoel dat je krijgt als je met miljoenen mensen uit alle hoeken van de wereld naar dezelfde vierkante meter trekt, is onbeschrijfelijk.

"Nooit meer heb ik een gelijkaardige symbiose ervaren. En dat tussen mensen die meestal geen woord van elkaars taal spraken. Drie weken lang ben ik er elke dag op uitgetrokken. Meestal alleen. Ik heb een heel intense conversatie gevoerd met drie Maleisische meisjes, zonder een woord te wisselen. Vraag mij niet hoe het kan. Dat was een van de grote mysteries van die reis."

Terug thuis besluit ze haar studies opnieuw op te nemen via avondonderwijs. Voor het eerst in haar leven gaat ze werken. Als nanny, voor een rijk Iers-Italiaans koppel met een baby van een paar weken oud. Ze zijn nog altijd goede vrienden. "Ik ben hen nog steeds dankbaar voor de kans. Stel je voor: 27 jaar en nog nooit gewerkt. 'Spreek je Engels', vroegen ze. 'Ik denk het wel', zei ik. Ik mocht beginnen."

In het jaar waarin ze slaagt voor haar eindexamens van het secundair, wordt ze ziek.

Maar de ziekte stabiliseert en Rachida leert de pijn beter beheersen in een pijnkliniek. Ze wil terug aan de slag. "Door mijn gezondheidstoestand was dat niet evident als werknemer. Ik kon van de ene dag op de andere weer uitvallen. Ik wilde zelfstandig beginnen."

Naaien heeft ze op school geleerd, haar eigen kleding maakt ze al sinds haar vijftiende en ze krijgt regelmatig complimenten over haar outfits. "Ik heb zowel als nanny als later in de sociale sector met een hoofddoek op gewerkt. Daar heb ik nooit commentaar op gekregen. Wel dat ik er leuk uitzag, met de vraag waar ik mijn kleren kocht."

De 750 stuks die ze voor haar eerste collectie laat produceren, zijn meteen de deur uit. "Ik had het gevonden: kleding in westerse stijl, die moslima's ook willen en kunnen dragen. Zo ben ik ontwerper geworden."

Ze wil een winkel, en ze wil er een in de modebewuste Brusselse Dansaertwijk. Het Centre Dansaert, een organisatie die met Brussels en Europees geld lokale ondernemingen moet stimuleren, zegt dat Rachida zich beter in Molenbeek zou vestigen, aan de andere kant van het kanaal. De eigenaar van het pand dat uiteindelijk haar winkel wordt, zegt dat hij 'iemand als hoedenontwerper Christophe Coppens' als huurder wil. Die heeft op dat moment in dezelfde buurt een zaak. 'Ik wil ook een winkel waar prinses Mathilde komt shoppen.'

Rachida schrijft een Vlaamse vriend tijdelijk in de bedrijfsstatuten en laat hem het huurcontract tekenen. In 2012 doet Coppens de boeken dicht. Dat jaar komt prinses Mathilde voor het eerst over de vloer bij Azira.

Het lijkt Rachida voor de wind te gaan. Maar in feite is ze haar zaak kwijt. Een zakenpartner die vers kapitaal heeft voorzien om een tweede collectie te produceren, zet haar uit haar eigen bedrijf. Hij vervangt de sloten van de winkel. Rachida komt er niet meer in.

"Hij dacht dat hij mij kon reduceren tot de modeontwerpster. Dankzij goede advocaten heb ik de zaak terug kunnen kopen. Ik heb hem uitgekocht voor 90.000 euro. Maar het heeft veel tijd en energie gekost. Het was een moeilijke start voor een jong bedrijf. Ik heb lang verliezen meegesleept. Maar ik was zo blij dat ik gevochten en gewonnen had. Dat ik mij niet zomaar opzij had laten schuiven. Ik nam mij voor om alleen nog mijn eigen beslissingen te nemen.Ik zet mijn voet tussen elke deur die voor mij gesloten blijft. Ik duw de deuren open."

Check-up

Ze gaat weg bij haar man. "Het was een toffe, lieve man. Mijn ouders hebben hem aan mij voorgesteld. Ik kon toen neen zeggen, maar ik zei ja. Toch heb ik altijd het gevoel gehad dat hij niet echt mijn keuze was."

Rachida trekt uit het huis dat ze samen gekocht hebben. Ze huurt haar eigen appartement. Hij helpt haar met verhuizen. "Hij begreep het. Hij steunde mij. Ik was alleen. De winkel draaide goed. Toen heb ik mij opgesloten in mijn eigen appartement. Om af te kicken."

Trappelend ligt ze in bed, wiegend van de pijn. Zweten, overgeven, twee maanden aan een stuk. Helemaal alleen. "Ik had niemand ingelicht. Dat zou hen alleen maar ongerust maken. Af en toe ging de telefoon. Dan hield ik mij even sterk. Ik wilde het helemaal ondergaan, de pijn en de afkickverschijnselen. Omdat ik opeens stopte met medicatie nam de pijn aanvankelijk enorm toe. Maar naarmate de ontwenningsverschijnselen minderden, begon ook de pijn af te nemen."

Ze noemt het de grootste overwinning van haar leven. "Morfine binnen handbereik, en er toch niet aankomen. Het heeft mij heel sterk gemaakt." De pijn is nooit helemaal weggegaan. "Maar ik heb er mee leren omgaan. Eén keer per jaar word ik een week lang in het ziekenhuis opgenomen voor een totale check-up. Maar mijn toestand verslechtert niet."

Die ziekte heeft alles veranderd, zegt ze. "Ik dacht dat mijn leven voorbij was. Al de rest is nu bonus. Zo functioneer ik, in alles wat ik doe: alsof ik niks te verliezen heb. Ik beslis nu zelf hoe mijn leven eruitziet. Ik weet nu dat het kan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234