Zondag 13/06/2021

Ik ben Zorro niet

en man van staal. Dat is de eerste indruk na het eerste gesprek met de nieuwe aartsbisschop. Hij heeft niet alleen solide principes maar ook een ijzeren conditie. Eén dag na zijn officiële aanstelling nodigt Léonard de dagbladen van het land uit in de Brusselse Guimardstraat voor interviews. Allemaal op dezelfde dag, één na één. Het tempo is hoog. We nemen plaats als Léonard al een paar uur bezig is. Hij schudt de hand van de vertrekkende collega’s van Le Soir, poseert nog voor een foto en komt al bij ons zitten. “Een pauze? Hoeft niet.”Zo direct als hij van wal steekt, zo beslist is het ook gedaan. Er was een halfuur afgesproken, het gesprek wordt afgeklokt op 31 minuten 2 seconden precies. Heldere afspraken maken goede vrienden: is dat een voorsmaakje van de lijn die de nieuwe aartsbisschop voor de hele Belgische kerk zal uitzetten?Diezelfde avond duikt hij op in Phara. Ook daar communiceerde hij zoals hij dat het liefst doet en zoals alle journalisten het optekenden: zijn ideeën en opvattingen vriendelijk en minzaam gebracht als een Goede Boodschap. Geen veroordelingen, alles vermijden om belerend, agressief en confronterend over te komen. En hij kán een boodschap brengen: Léonard heeft gevoel voor humor, was niet zonder talenten in het amateurtoneel en heeft als universitair docent pedagogische ervaring zat. Elke journalist vuurde vragen op hem af die de aartsbisschop telkens pareerde. De positie van de vrouw in de kerk? Er is meer een probleem met mannen dan met vrouwen - vrouwen dragen zelfs de kerk. Condooms? Wie per se wil vrijen met drie partners moet maar een condoom gebruiken. Net zoals wie te snel met de motor rijdt, het best een helm draagt ter bescherming van zijn onverantwoorde gedrag. Maar dat betekent nog niet dat het niet beter zou zijn indien men het verkeersreglement zou volgen, nietwaar? Sleutelwoorden: gesprek, nader tot elkaar komen, proberen te begrijpen.Maar waren dat ook niet de sleutelwoorden om zijn voorganger Godfried Danneels te typeren? Waarom dan die heibel? Omdat André Léonard een belangrijke taak heeft, en dat voelt iedereen ook zo intuïtief aan. Dat was al zo vanaf het moment dat hij André-Mutien werd als bisschop van Namen, en is ook het geval nu hij als André-Joseph aartsbisschop is van Mechelen-Brussel, Léonard maakte in zijn leven mee hoe de afstand groeide tussen het Vaticaan en het zo katholieke België zoals hij het beleefde in zijn eigen jonge jaren. Het is de verdienste van zijn voorganger Godfried Danneels dat de spanning niet groter werd, al liepen de kerken wel verder leeg. Het is nu de taak van Léonard om de spreidstand te verkleinen. En zeggen dat hij er met zijn neus op zat toen alles begon, een kleine veertig jaar geleden.

‘Ik zou mezelf geen soixante-huitard noemen, maar ik beleefde de jaren zestig als student en heb er vooral mooie en aangename herinneringen aan’

Men zou het hem niet meegeven, André-Joseph Léonard (°1940) als het prototype van de soixante-huitard. Maar het is natuurlijk zo dat bij veel mensen hun studententijd en/of hun jonge jaren bepalend zijn voor hun latere oriëntatie. Herman Van Rompuy heeft altijd zelf gezegd dat de geest van ’68 hem ten gronde heeft bepaald: zo wist hij tenminste waar hij tegen was. Terwijl de CVP-jongeren met Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene en Miet Smet een ruk naar links maakten en zelfs pleitten voor de pluralistische gemeenschapsschool, wat dus de ontmanteling van het katholieke net impliceerde, ging Herman nukkig zijn eigen weg en liet hij de jongeren een tijdlang voor wat ze waren.André Léonard zat in de Belgische kerk een beetje in een gelijkaardige positie als Herman Van Rompuy bij de CVP-jongeren. In de jaren zestig studeerde Léonard aan het Belgisch College in Rome, toen een naam als een klok. En tussen 1962 en 1965 vindt in Rome het tweede Vaticaans concilie plaats, een vergadering van alle kardinalen, bisschoppen en hogere geestelijke oversten ter wereld. Dat concilie, bijeengeroepen door paus Johannes XXIII en na diens dood voltooid door Paulus VI, moest de kerk ‘bij de tijd brengen’. In het Italiaans klonk dat als aggiornamento, en dat was in die tijd het modewoord. In de praktijk tekenden zich op dat concilie een behoudsgezinde en een vooruitstrevende vleugel af, en de discussies tussen beide strekkingen waren bijwijlen bikkelhard. In grote meerderheid waren de Belgische bisschoppen, geleid door Leo Jozef Suenens, pleitbezorgers van de vooruitstrevende, moderniserende lijn. Dat ging van wereldlijke zaken als de relatie tussen kerk en maatschappij of een uitgestoken hand naar de Joden (ze waren voortaan geen ‘godsmoordenaars’ meer), tot binnenkerkelijke en liturgische afspraken, zoals het niet meer verplicht maken van het Latijn in de kerk, of details als de kleding van kardinalen. De toen gebruikelijke meterslange sleep moest korter, betoogde Suenens: “Die sleep kwam er toen kardinalen nog te paard reden en die ook de schoft van het dier moest bedekken. Nu wij allemaal een auto hebben, is zo’n gewaad dus niet meer nodig. Dus ofwel krijgen wij kortere gewaden, ofwel geeft men ons opnieuw een paard.” De pers smeerde zo’n verhaal groot uit, de behoudsgezinde vleugel van de curie knarste van jaloezie om de sympathie die de internationale media toonden voor de nieuwe vedetten uit België en Nederland. De Belgische brigade logeerde grotendeels in het Belgisch College. De Braziliaanse bisschop Dom Hélder Câmara kwam er vaak langs, een man die in eigen land voortdurend overhoop lag met de militaire junta, of de beroemde Franse theoloog Yves Congar, die amper een paar jaar eerder nog schrijfverbod had gekregen van Rome. Er waren ook de bezoeken van de onlangs overleden theoloog Edward Schillebeeckx, een Belg die werkte voor de Nederlanders en zeker geen man was van de strakke Roomse lijn. Samen met de Belgen bespraken ze strategieën en wisselden ze ideeën uit. In dat merkwaardige, van enthousiasme en activiteiten bruisende huis woonde en studeerde dus ook de jonge en schier onbekende André Léonard. Zonder spijt, overigens “Het concilie maakt dus deel uit van mijn leven, mijn vorming, mijn opvoeding.”Als eind december 1965 het concilie voor gesloten verklaard wordt, zullen de golden sixties pas goed beginnen. The Beatles en The Rolling Stones bestonden al, maar Woodstock moest nog plaatsvinden. Léonard zou nog een paar jaar kunnen doceren aan de Leuvense universiteit, maar ‘Leuven Vlaams’ moest nog komen, en voor hem en zijn Franstalige collega’s betekende dat vooral: ‘Walen buiten.’ Léonard: “Het was een bijzondere sfeer. Wat minder acuut dan mei ’68 in Parijs, maar wezenlijk hetzelfde.” In de kerk verdween niet alleen het Latijn, er werden ook gitaren en drums binnengehaald. Geëngageerde priesters vervingen de hostie door een kom rijst, “uit solidariteit met het vervolgde volk van Vietnam”. In Nederland beslisten de bisschoppen zelfs om een eigen synode te houden, en tot afgrijzen van Rome werd daar voorgesteld dat priesters zouden moeten mogen trouwen. Toen dat niet direct ingewilligd werd, verlieten Nederlandse pastoors en kapelaans massaal hun priesterlijke staat: het aantal uittredingen bereikte plots recordhoogten.Vandaar dat er een felle tegenbeweging op gang kwam, ook bij priesters die tot dan tot de progressieve club werden gerekend. De bekendste moet de jonge Duitse theoloog Joseph Ratzinger geweest zijn. Tijdens het concilie was hij secretaris van de oude kardinaal van Keulen, Josef Frings, die er niet voor teruggedeinsd was om de almachtige curiekardinalen expliciet op hun nummer te zetten. Maar Ratzinger vond al snel dat veel van zijn oude medestanders te ver gingen, te onbesuisd wilden vernieuwen. “Zowel inzake theologie als in de kerk zelf voelde ik aan dat onze wegen steeds verder uiteen liepen”, schreef hij in Milestones. Memoirs 1927-1977.Ratzinger helpt de tegenstand mee te organiseren. Hij stapt uit de redactie van het internationale tijdschrift Concilium, dat onder meer door Edward Schillebeeckx was opgericht om de theologische discussie ‘in de geest van het concilie’ verder te zetten, en sluit zich aan bij de groep rond het veel behoedzamere tijdschrift Communio. Karol Wojtyla zou zich ook tot die stroming bekennen, net als de vermaarde theoloog Henri de Lubac, of jongere academici, onder wie André Léonard. Hij vindt er een intellectueel en theologisch klimaat dat hem ligt. Het zou later ook een interessant netwerk van relaties blijken. Léonard: “Het klopt dat er al snel interpretaties waren van het concilie die niet meer overeenstemden met wat er eigenlijk gezegd was. Die zag je bij alle extremen. Er waren traditionalisten die vonden dat het terugdringen van het Latijn een formidabele uitglijder was, en die daarom het gezag van de paus niet meer erkenden. Anderen waren aanhangers van een imaginair derde of vierde Vaticaans concilie. Ik was ertoe verplicht mij duidelijk te situeren.”En dat deed hij dus, op zijn eigen manier.

Precies in het wonderlijke jaar 1968 knakt er iets tussen Mechelen en Rome. In juni kondigt paus Paulus VI de encycliek Humanae Vitae af, een rondschrijven dat de kerkelijke leer inzake seksualiteit herbevestigt. Dat was een verrassing, want velen namen aan dat de paus contraceptie zou toelaten - tenminste binnen het kader van het katholieke huwelijk. De Belgische bisschoppen hadden zich daar zelfs voor ingespannen. Kardinaal Suenens had een stevige hand in de samenstelling van een Vaticaanse commissie die zich over die problematiek moest buigen. Een meerderheid was dus voor een modernisering. Een minderheid ging niet akkoord en stuurde de paus een eigen rapport. De pen daarvan werd mee vastgehouden door een Poolse aartsbisschop, Karol Wojtyla genaamd. Paus Paulus VI volgde het minderheidsrapport. De strekking-Wojtyla had het definitief gehaald op de stroming-Suenens. Bij de Belgische bisschoppen was de consternatie groot. Na ampel beraad besloten ze de pauselijke boodschap niet volledig te volgen. In België gold de regel dat katholieke echtparen zich ultiem moesten laten leiden door hun “persoonlijke, gevormde geweten”. Als zij dat in eer en geweten deden, mochten ze dus de pil gebruiken. Dat is niet wat paus Paulus VI wilde zeggen.Léonard is het voor het eerst écht niet eens met zijn eigen bisschoppen: “Ik herinner me nog de dag dat ik de encycliek las. Het was vakantie, ik zat in Jambes, thuis bij mijn moeder, en het was verschrikkelijk heet. Persoonlijk dacht ik toen ook dat het toch spijtig was dat de kerk niet opener stond tegenover contraceptie. Tot ik de laatste paragrafen van Humanae Vitae las, waarin de paus alle theologen en filosofen oproept, ook zij die het niet met hem eens zijn, om de boodschap van de kerk te proberen begrijpen en ze vervolgens uit te leggen aan de wereld. Ik was net gepromoveerd tot doctor in de filosofie, en ik was diep getroffen door die boodschap. Als ik me dus eerlijk moet uitdrukken, vind ik dat de Belgische bisschoppenconferentie te schuchter heeft gereageerd. Men had de moed moeten hebben om de diepere betekenis van die encycliek met meer overtuiging uit te leggen. Ook al was dat niet populair. Sinds de lectuur van Humanae Vitae heb ik voor mezelf beslist dat ik er voortaan álles aan zou doen om de kerkelijke leer zelf goed te vatten en begrijpen, zodat ik altijd met veel enthousiasme aan de anderen zou kunnen uitleggen wat de kerk eigenlijk juist wilde zeggen. Dat is nog altijd mijn favoriete pedagogie: anderen overtuigen, met kennis en argumenten.”

In de jaren zeventig daalt het internationale prestige van het Belgische episcopaat. En in de marge: rijst het sterretje van André Léonard. Suenens geraakt gemarginaliseerd als hij in een interview openlijk en hard kritiek uit op de paus. Talloze andere kardinalen en bisschoppen maken in talloze andere interviews duidelijk: dit is een brug te ver. Sindsdien hield hij zich tot zijn laatste dagen bezig met de katholieke variant van de charismatische beweging. Suenens speelt in 1978 nog wel een rol in de pauskeuze van Wojtyla tot Johannes Paulus II, maar als hij de leeftijdsgrens van 75 bereikt, is er niemand in Rome die hem vraagt nog even langer aan te blijven. Wat onverwacht wordt de onbekende West-Vlaming Godfried Danneels zijn opvolger.Zo gaat dat vaak in Rome: men zoekt wel eens een ander type. Ga even de rij aartsbisschoppen van Mechelen-Brussel na. Désiré-Joseph Mercier (1906-1926) was een flamboyante intellectueel van mondiaal niveau, hoorde bij het progressieve kamp, zette Mechelse Gesprekken op als prille vorm van contact met de anglicanen toen dat nog gedurfd was, maar hij lag heel slecht bij de Vlamingen - hij was ook militant antiflamingant. Als opvolger duidt Rome Jozef Ernest Van Roey (1926-1961) aan: een Kempenaar, dus een Vlaming, absoluut geen briljante intellectueel maar wel een goede organisator. In de geest van zijn tijd werd Van Roey de kampioen van de verzuiling en het triomfalisme. Zijn zichtbaarste succes was in de inwijding van de basiliek van Koekelberg in 1951. Na Van Roey kwam Leo Josef Suenens (1961-1979), en die leunde veel meer aan bij het model-Mercier: een academicus met talrijke publicaties op zijn naam, een mondaine man die zich graag ontpopte tot een internationale vedette, een progressief boegbeeld, maar voor Rome ging hij uiteindelijk te ver met zijn kritiek, zijn eigen vedettencultus ook. Hij kreeg als opvolger de bij zijn aantreden als ‘braaf’ getypeerde Godfried Danneels (1980-2010). Een professor sacramentologie: dat klonk veilig.Danneels moest vooral vermijden dat in België zou gebeuren wat in Nederland had plaatsgevonden: een open oorlog tegen Rome, gekoppeld aan een interne ‘burgeroorlog’ tussen progressieve en conservatieve katholieken. In die zin heeft Danneels trouwens gedaan wat Rome van hem verwachtte. België werd geen tweede Nederland, zoals werd gevreesd. In Nederland is de kerk na het concilie geëxplodeerd, met veel gedruis. In België vond een gelijkaardige evolutie plaats, maar anders. De kerk erodeerde. Dat gebeurt geruisloos, en dus werd het fenomeen lange tijd genegeerd. In tegendeel, het pausbezoek van Johannes Paulus II in 1985 is een grote triomf voor de Belgische kerk, met massa’s en toejuichingen alom. Het contrast met Nederland was immens, waar de paus Popie Jopie heet en er harde rellen plaatsvonden. Zelfs de weergoden deden mee, want in Nederland miezert het, terwijl de paus in België zonovergoten dagen beleeft.En toch begon de lucht te dreigen. In een van zijn belangrijke toespraken zei Johannes Paulus II al “dat er fouten gebeuren die bij naam genoemd moeten worden”. In België noteerde niemand de betekenis van die zin. Maar de beroemde Vaticaanspecialist van die dagen, de Brit Peter Hebblethwaite, legde de vinger op de wonde. Johannes Paulus II en zijn entourage (met Ratzinger stilaan als belangrijkste man), vonden dat niet alleen Nederland maar ook België afgeweken waren van de rechte lijn. Nederland had een fout idee van democratie in de kerk: ze wilden het gezag van Rome niet meer aanvaarden. België had een inhoudelijk probleem: de katholieken profileerden zich niet meer als gelovigen. In hun omgang met de wereld waren ze te geseculariseerd geworden.Jaren nadat Hebblethwaite die analyse had uitgeschreven, bleek inderdaad dat Danneels een aantal zaken niet deed. Hij ging niet openlijk in tegen politici die wetten afkondigden die strijdig zijn met de katholieke leer. Niet dat Danneels de legalisering van abortus, euthanasie of het homohuwelijk goedkeurde, maar hij dacht er niet aan om een nieuwe schoolstrijd te ontketenen. Geen Oorlog om het Ongeboren Kind zolang Godfried het voor het zeggen had. Vandaar is het niet eens onlogisch dat Rome uiteindelijk beslist om geen Danneelsboy te benoemen maar iemand met een duidelijk ander profiel. Rome doet al honderd jaar niets anders. Van Roey was geen Mercier, Suenens geen Van Roey, Danneels geen Suenens. En dus moet ook Danneels leven met een opvolger die als bisschop het meest van hem verschilde: André Léonard. Sinds 1991, toen hij bisschop van Namen werd, André-Mutien Léonard, naar een plaatselijke heilige. “De grote wende in mijn leven was mijn benoeming als bisschop van Namen”, zegt Léonard. “En ja, ik zie het ook wel: ook toen was er veel beroering. Toch zoek ik de polemieken niet, of toch niet voor het plezier. Maar soms is controverse nodig. Als ik het doe, is dat wanneer ik ervan overtuigd ben dat het mijn plicht is om zo te handelen.” In Namen sloot hij bijvoorbeeld het bisschoppelijke seminarie, omdat hij niet akkoord was met de lijn die het docentenkorps erop na hield.“Dan krijg je reacties en kritiek. Dat is een beetje normaal. Naar wat ik ook nu hoor en lees, ben ik blijkbaar een mens die het publiek niet totaal onverschillig laat. Misschien omdat ik me heel openhartig, direct en vrij uitspreek. Dat brengt natuurlijk het risico mee dat je anderen opwindt, of kwetst. (beslist) Maar wij moeten ook niet alle vormen van strijd vermijden. Als het nodig is, moeten we moeilijke beslissingen durven te nemen.”Zo is hij wel. Men noemde hem ooit “de Belgische Ratzinger”. Dat klopt niet helemaal. Ratzinger, nu Benedictus XVI, is een geduchte theoloog, in zijn publieke optredens veeleer gereserveerd. Léonard sluit meer aan bij de paus die hem tot bisschop benoemde: Karol Wojtyla, Johannes Paulus II. Ook hij was oorspronkelijk een universiteitsprofessor. Net zoals Léonard was Wojtyla geen theoloog maar een filosoof. Het verschil is groot: theologen zijn gespecialiseerd in God, filosofen in het nadenken over zijn, en dus in het leven. Net als Wojtyla kan Léonard de media bespelen en het volk bereiken. En hij heeft uitstekende internationale contacten. Toen hij in Louvain-la-Neuve, nog altijd gewoon als professor filosofie, een geheel eigen seminarie stichtte, het Séminaire Saint-Paul, was daar tot in het buitenland belangstelling voor. Vooral de Parijse aartsbisschop Jean-Marie Lustiger was onder de indruk en stuurde een aantal seminaristen. Lustiger was een vriend van Johannes Paulus II en goed geïntroduceerd bij Joseph Ratzinger, toen nog kardinaal. Léonard wordt in 1987 opgenomen in de Internationale Theologische Commissie (ook al is hij dus géén gespecialiseerde theoloog) en mag in 1999 de prestigieuze vastenretraite prediken voor Johannes-Paulus II en de top van de curie. Zijn ster rees.En wellicht geniet hij daar ook van. Een merkwaardig detail: van bisschop Léonard verscheen al in 1994 een kloeke biografie, Un évêque de plein air, en later nog eens een interviewboek van meer dan driehonderd pagina’s. Hoeveel Belgische bisschoppen genereren en/of krijgen die aandacht?Intussen deemsterde die van Danneels wat weg. Tot in de late jaren tachtig stond Danneels (zeer) goed aangeschreven in Rome. Hij hielp mee de conflicten in de Nederlandse kerk te bedaren, hij mocht secretaris zijn van de prestigieuze synode van 1985, hij was een gezagvolle stem van de ‘gematigde’ kardinalen. Maar er waren ook minpunten. De zaligverklaring van Damiaan aan Koekelberg in 1995 was een miezerige, verregende bedoening, met een erg geringe opkomst: de aanwezige Vaticaanse kardinalen waren oprecht geschokt door de tristesse die dat debacle uitademde. Als Danneels een CEO was, dan een met slechte cijfers voor zijn aandeelhouders. Er zijn belachelijk weinig priesterroepingen, kloosters en kerken sluiten, het aantal gelovigen daalt, en terwijl de CVP er voor zorgde dat de wetgeving bepaalde christelijke principes niet overtrad, is dat nu helemaal gedaan. Ook met CD&V.Er zijn bovendien nogal wat dissidente priesters, en ook dat werkt Rome danig op de zenuwen. Rik Devillé schreef De laatste dictatuur en Danneels trad in zijn eigen bisdom niet op. In dat bisdom liggen ook de universiteiten van Leuven en Louvain-la-Neuve, en die overtreden openlijk de richtlijnen van het Vaticaan inzake biomedisch onderzoek. Zal Léonard niet verplicht zijn in te grijpen? “De oplossing zou zeker niet zijn om Devillé direct te straffen, of hem zomaar te verbieden om het priesterschap uit te oefenen. Ik zou met hem in contact willen komen. Wat mij intrigeert, is de vraag waarom Rik Devillé dat boek schreef. Waarom kan hij de rol van de paus niet anders begrijpen dan die van de laatste dictator op aarde? Daar moet toch een aanleiding toe geweest zijn? Heeft hij theologische argumenten of is Devillé in zijn persoonlijke leven iets overkomen wat hem tot dit inzicht bracht?”

Een onwillige priester in de pas doen lopen is één zaak, Leuven en Louvain-la-Neuve tot de orde roepen nog iets anders. Het probleem is delicaat. Op de internationale rankings van universiteiten nemen katholieke instellingen niet zo’n hoge plaats in. Behalve de ‘twee Leuvens’. Maar laten nu net de twee grootste en beste katholieke instellingen uitdrukkelijk niet de katholieke lijn volgen in biomedisch onderzoek, en laat het Vaticaan precies van die ethische lijn een van zijn belangrijkste stokpaardjes maken.“Ik heb misschien het voordeel dat ik twintig jaar lang leefde en werkte aan de Leuvense universiteit. Ik ken die wereld, want het was ook mijn eigen milieu. Ik weet dus dat Leuven geleid wordt door intelligente mensen. Ik ervaar een zeker tekort aan genuanceerde, gedetailleerde, geduldige gesprekken over dergelijke thema’s. Ik veronderstel dat de gelegenheid mij aangeboden zal worden om met de rectoren van de beide universiteiten te spreken. Tot nu toe heb ik die kans nog niet gehad. (grimlachje) Zelfs niet met de Université Catholique de Louvain (UCL), op een paar korte uitwisselingen van ideeën na.”Leuven is beducht voor een oplossing zoals in Georgetown University in de VS, waar het bio-ethische onderzoek niet meer tot de universiteit mocht behoren en werd ondergebracht in een apart centrum. “Dat zou huichelachtig zijn. Er gebeuren zaken in de universiteit waarmee wij niet akkoord zijn, dus maken we er maar een apart centrum van.” Maar veel tussenweg is er niet - je gebruikt embryo’s of je gebruikt ze niet. En de aartsbisschop (en Rome) hebben als ultieme machtsargument: de intrekking van het label katholiek. Dan wordt het gewoon de Universiteit van Leuven. Léonard sust: “Ik ben hoegenaamd niet van plan om autoritaire maatregelen te treffen die totaal inefficiënt zijn. Dat zou immers zeer contraproductief zijn voor de kerk in België. Ik heb geen ambitie om de ‘K’ af te pakken van Leuven.” Maar toch: “Mocht dat moeten gebeuren, het zou een ramp zijn.”Hoe dan ook was men beducht voor de komst van Léonard. Vandaar dat de Leuvense universiteit haar statuten aanpaste: de bisschoppen zijn niet meer almachtig. Vandaar wellicht ook dat Godfried Danneels op een slimme wijze verschillende kandidaten in stelling had gebracht als zijn mogelijke opvolgers. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, had in Rome jarenlang het Belgisch College geleid. De salesiaan Van Looy, bisschop van Gent, had jarenlang in Rome gewerkt op het generalaat van zijn orde. Zijn eigen hulpbisschop Jozef De Kesel staat bekend als een plichtsgetrouwe man.Dat werkte niet in Brussel, zoals het destijds ook niet werkte in Nederland, in de Verenigde Staten, in Latijns-Amerika, waar gematigde of progressieve bisschoppen mochten doen en organiseren wat ze wilden, waar de katholieke gemeenschap mocht protesteren en contesteren zoveel en zo vaak men wilde: er kwam een nieuwe aartsbisschop met een roomser profiel. Een kardinaal bepaalt niet wie zijn opvolger wordt. De paus doet dat.Is de keuze voor Léonard geen alarmsignaal? Is het geen teken dat de toestand van de Belgische kerk echt een ramp is, vanuit Rome gezien? En is een meer Vaticaanse lijn voor de katholieken van hier ook geen ramp, vanuit België gezien? Gaan we homo’s en echtscheidingen opnieuw problematiseren en zelfs culpabiliseren? Zelfs de christendemocratische partijen willen dat niet. Toen de naam van Léonard officieel was, reageerde cdH verstandig en fijn. Men viel Léonard niet aan. Integendeel. Men feliciteerde hem. En cdH vroeg vooral met aandrang dat hij “de lijn van Danneels zou verderzetten”. Léonard laat zich niet vangen: “Natuurlijk is er continuïteit. Danneels en ik delen hetzelfde geloof, dezelfde liefde voor de Kerk, dezelfde inzet. Alleen ben ik een andere man, en heb ik dus een andere stijl en aanpak. Toch wil ik mijn voorganger niet afvallen. Ja, er zijn veel problemen in de Belgische kerk. Maar neen, ik ga niet akkoord met de stelling dat de Belgische kerk een woestijn is, zoals een Italiaanse blog schreef. Dat is overdreven. Er zijn nog veel oases te vinden. En neen, ik ben geen spektakelman vol bravoure die de situatie snel komt redden. Mijn leuze als bisschop is: ‘Kom, Heer Jezus’. Mijn leuze is niet: ‘Hier ben ik. Zorro est arrivé.’”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234