Donderdag 20/01/2022

‘Ik ben zo’n klootzak wanneer ik nummers aan het schrijven ben’

Wanneer we Richard Hawley ontmoeten, blijft er niet veel over van de legende. Al bij de eerste handdruk valt op dat de crooner de vorige nacht flink is doorgezakt. Zijn ogen gaan verborgen achter een donkere zonnebril, en we zien hem een fles water in luttele slokken naar binnen zwelgen. Het lijkt ons dan maar wijselijk om niet aan zijn mouw te trekken over zijn jarenlange drugsgebruik - een man met een kater sla je niet met een stok. Medeleven dan maar? “Het is gemakkelijk om dronken te worden in Parijs, hè”, grinnik ik. “Ach nee,” corrigeert Hawley. “Het is overal gemakkelijk om dronken te worden.”

Mag ik me voorstellen? Ik ben zelf ook muzikant…

“Ik zag het aan je jas. Ik dacht nog: he’s a musician, or a magician.”

Misschien een goed idee voor later! Nu je er zelf over begint: wist jij altijd al dat je zanger zou worden? Ik vraag het maar omdat je jarenlang in de schaduw stond van een frontman.

“Zo zag ik dat niet. Ik deed niets liever dan gitaar spelen in allerhande groepjes. Wat niet wegnam dat ik altijd songs bleef schrijven: ‘Just like the Rain’, dat op Coles Corner (Hawleys vierde album en doorbraakplaat, AC) staat, schreef ik bijvoorbeeld toen ik zestien was. Eigenlijk vatte ik mijn rol als frontman pas serieus op toen ik stomdronken verscheen op de uitreiking van de Mercury’s en Alex me de hemel in prees. Toen veranderde alles: mijn vierde plaat Coles Corner begon plots als een trein te lopen in Engeland. Maar met minder succes zou ik vandaag even gelukkig zijn: dat merk ik wanneer ik met Arctic Monkeys of Elbow in de studio zit. Of als ik een song schrijf voor de nieuwe plaat van Shirley Bassey.”

Ik zag je voor het eerst op een podium met Pulp. Je gezicht stond me jaren nadien nog voor de geest. Dat vond ik erg opmerkelijk: dat iemand die de rug dekte van de charismatische Jarvis Cocker niet automatisch naar de achtergrond verdween.

“Goh, ik herinner me vooral nog hoe ver ik toen van de werkelijkheid stond. Ik kwam net terug van een uitputtende Amerikaanse tour met The Longpigs (Hawleys band voor Pulp, AC), toen Jarvis me vroeg in zijn band te spelen. Hoe kun je nee zeggen tegen zo’n kerel? Alleen: van lang touren word je echt geen betere mens. Hoe lang ben jij al op tour geweest? Een jaar? Dan weet je goed waar ik het over heb: een artiest steekt maar 40 procent van zijn energie in een concert. De rest investeer je in ‘proberen om geen onuitstaanbare lul te zijn om zes uur ’s ochtends in een luchthaven’. (lacht) Gelukkig was Pulp geen bende drugsverslaafden maar een echte familie van bloedbroeders uit Sheffield.”

Mijn vriendin zegt dat ik onverdraaglijk ben wanneer ik aan een plaat werk. Ligt dat aan mij, of is dat bij iedere muzikant een hindernis?

“(grijnst) Ik begrijp je maar al te goed. I’m a bastard when I’m writing. Ik heb sacrale stilte nodig en rust - dat kun je helaas vergeten als je drie koters en een hond in huis hebt rondlopen. Ik doe mijn best om zo aardig mogelijk over te komen, maar ik merk dat muziek me in een oogwenk kan ontvoeren en afsluiten van de buitenwereld.”

Hoe ga je vervreemding tegen?

“Toen ik in december vorig jaar stopte met touren heb ik ook tv, internet en mijn gsm aan de kant geschoven. Op die manier móést ik wel energie steken in menselijke contact. Het lijkt soms alsof we alleen nog via elektronische apparaten kunnen communiceren met elkaar.”

Je nieuwe plaat is net als Coles Corner vernoemd naar een plaats in Sheffield. Hoe belangrijk is die stad voor jou?

“Ik ga die stad nooit verlaten. Nu ja, het is onnozel om ‘nooit’ te zeggen. Maar ik zie geen reden waarom ik er zou weggaan. Ik heb niets verloren in Londen.”

Een vroegere manager wilde me ooit van Sint-Niklaas naar New York laten verhuizen. Gelukkig sprak iemand dat uit mijn hoofd met de woorden: onderschat nooit de kracht van je roots.

“Ja, ik ken dat. Mij wilden ze naar Los Angeles laten verkassen. (spottend) Fuck off! Mijn familie woont al honderdvijftig jaar in Sheffield en ik voel een diepe verbondenheid met die stad. Mijn kinderen zijn er geboren, en misschien zullen hun kinderen er ook ooit het daglicht zien. Ik ben een schakel in die keten. Vreemd, want als kind wilde ik wél altijd weg, de wereld zien. Vandaag besef ik dat dat niet hoeft: op amper twintig kilometer van mijn voordeur ligt de hele wereld voor het grijpen. Er wonen Brazilianen, Fransen, ik hoor Duitse accenten, Noors... Waarom zou een mens dan verhuizen?”

Eén muzikantenvraagje: je vermeldt één effectpedaaltje in de hoesaantekeningen. Waarom net dat ene?

“Het was een pedaal van mijn vader die mijn nonkel ook gebruikte. Het was zowat de grootvader van de wahwahpedaal. Mijn vader en mijn oom waren, denk ik, de eersten in Engeland om zo’n ding in hun bezit te hebben. Mijn oom speelde er de solo van Dave Berry’s ‘The Crying Game’ (een classic uit 1964, AC) mee in, maar hij kreeg er nooit de credits voor die hij verdiende. Zonde, want het is een verdomd moeilijke pedaal om te besturen, niet zoals die apparaatjes van vandaag.”

Je muziek lijkt erg beïnvloed door Amerikaanse songschrijvers als Johnny Cash en Lee Hazlewood, al hoor je ook nadrukkelijk dat ze géén Amerikaanse signatuur draagt. Heb je invloeden die je niet direct met jouw muziek zou associëren?

“(blaast) Muzikale invloeden achterhalen is als soep dissecteren: het doet er niet toe, want het uiteindelijke resultaat is een mix. Zo is ook mijn muziek een mengeling van honderden invloeden uit mijn kindertijd. Maar als je per se namen wilt horen: Never Mind the Bollocks van Sex Pistols heeft me zéker beïnvloed. Geen grap! De eerste drie platen van The Stooges hebben evengoed serieus op me ingehakt.”

Kun je uitleggen waarom er zo’n nadrukkelijk retrokantje aan je muziek zit?

“Wat betekent dat woord dan, retro?”

Er zit een zekere melancholie in je muziek.

“Dus een emotie is retro, volgens jou?”

Misschien wel.

“Dus melancholie is uit de mode? Ik geloof daar niets van. Weet je wat zo verschrikkelijk is aan dat woordje, aan ‘retro’? Als je de geschiedenis van de mens bekijkt, dan is populaire cultuur niets meer dan een miezerig zandkorreltje. Maar omdat de moderne wereld vandaag alles zo snel opgebruikt en wegkiepert, lijken zaken die gisteren werden gemaakt direct weer retro, voorbijgestreefd of inwisselbaar. Onzin natuurlijk, want in het licht van de eeuwigheid is vijftig jaar niets meer dan één keer knipperen met je ogen.”

Je songteksten zijn vaak akelig realistisch, maar de muziek ademt een surreële, sprookjesachtige schoonheid uit, die bij een soundtrack past. Is dat een bewuste keuze?

“Nee. Al moet ik er bij vertellen dat de realiteit ook best surreëel en surrealistisch kan zijn. (lacht) Het klopt wel dat mijn muziek iets van een soundtrack heeft, maar dat is niet bewust. Ik schreef nochtans niet zo lang geleden muziek voor een film: Flick, waarin ik een klein rolletje speel naast Faye Dunaway. En ik verzorgde ook alle gitaren bij Baz Luhrmanns Romeo + Juliet.”

Hoe oud moest jij eigenlijk worden voor je zulke kwetsbare, eerlijke songs over jezelf durfde te schrijven?

“Goede vraag. Ik denk dat ik betere songs leerde schrijven toen ik leerde luisteren. Hoe ouder je wordt, hoe meer je leert luisteren, wist mijn grootvader me ooit te zeggen - wat eigenlijk een heel aardige manier was om te zeggen dat ik mijn muil moest houden. (lacht) Maar hij had gelijk. En je moet je hart steeds open laten staan: met de jaren groeit er natuurlijk een pak eelt op je ziel - alleen al door tegenslagen - maar als je toestaat dat er te veel eelt groeit, kan je hart zich sluiten: dáár moet elke songschrijver zich voor hoeden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234