Maandag 17/01/2022

Ik ben zo gelukkig dat

Siegfried Bracke vertelt wat hij de voorbije vierenvijftig jaar geleerd heeft

ik Leterme niet meer moet interviewen'

Volgens Wikipedia komt de naam Siegfried van Sigurd, de held uit de IJslandse Edda's die de draak Fafnir doodde, diens bloed dronk en daardoor de gave van de wijsheid veroverde. 'Wilt u daarmee iets duidelijk maken?', vraagt de bekendste aller Vlaamse Siegfrieds, nadat hij twee uur verteld heeft over wat hij de voorbije 54 jaar geleerd heeft. Over de Belgische politiek. Over de wereld tout court. En vooral: over zichzelf, tot voor kort journalist, nu hoofdredacteur van de VRT-nieuwsdienst. 'Ik heb altijd gretig deelgenomen aan de wereld.'

Door Brecht Decaestecker Foto Filip Claus

Jeugdherinneringen

"Geloof nooit alles wat je op Wikipedia leest. Dat staat vol fouten. Siegfried is een samentrekking van twee Duitse woorden. Het betekent vrede als gevolg van de zege. Met andere woorden: nadat je ze allemaal vermoord hebt. Ik ben geboren in 1953, negen jaar na de oorlog. Toen ik een jaar of zes was, leefde ik in een samenleving waarin die oorlog nog veel concreter was dan nu. Ik kwam wel eens op de Vlaamse buiten en toen vroeg men mij mijn naam. Wanneer ik 'Siegfried' antwoordde, zei men: 'Ha, en uw broer heet Dolf zeker!' Waarop ik zei: 'Neen, mijn broer heet niet Dolf.' Wist ik veel. Je kiest je naam niet zelf. Behalve de paus. En Jo Vally.

"Een beeld uit mijn jeugd waar ik vaak aan terugdenk, was de maanlanding. Ik heb live gezien hoe voor het eerst een mens zijn voet op de maan zette. Ik was toen in Spanje. Zestien jaar oud. En hevig verliefd op een meisje uit de buurt. Ik kon die nacht kiezen: allerlei leuke dingen met haar doen, of in een cafeetje naar de maanlanding gaan kijken. Ik ben naar dat cafeetje geweest. En ik kreeg tranen in mijn ogen omdat ik er echt van doordrongen was dat dit een stap in de wereldgeschiedenis was. Ik heb altijd gretig deelgenomen aan de wereld. Het is fantastisch om erbij te zijn. Precies daarom ben ik ook zo'n moeilijke mens om mee samen te leven.

"Ik word regelmatig wakker met de vaststelling dat ik voor de zoveelste keer dezelfde onprettige droom heb gehad. Over de inhoud van die droom spreek ik niet. Dat heeft met mijn jeugd te maken. De volgende dag voel ik mij bepaald niet goed. Daarom hoop ik dat ik er ooit van verlost ben. Het is een trauma, maar ik ben niet van plan om daarvoor naar een psycholoog te gaan. Psychologie is niets voor mij, daarvoor ben ik te rationeel. Te episch en te weinig lyrisch, om het in literaire termen uit te drukken."

De Vlaamse erfzonde

"Toen gestemd moest worden over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde kon je goed zien dat heel wat Vlaamse politici die voor gestemd hebben minstens twijfelden of het wel goed was wat ze deden. De slimsten wisten: 'Dit is dom. Dit is verschrikkelijk.' Waarom ze het dan toch deden? De erfzonde. Ze zijn in een systeem terechtgekomen waarin ze niet anders meer konden. Ze raakten niet meer van de trein waarop ze zaten. De Franstaligen hebben nu gewonnen. 1-0. Met een slimme goal. Een goal waarvoor je een tegenspeler als passing partner hebt gebruikt. Of nog beter: de voorzet was zo perfect gegeven dat de verdediger niet anders kon dan de bal in doel koppen. Toen de RTBF het programma over het einde van België uitzond, geloofde 80 procent van de Walen dat. Die hadden niet de reflex om te zappen naar de VRT, waar er werd gevoetbald. Dat bewijst hoe ver we uit elkaar gegroeid zijn.

"We oogsten vandaag wat we gezaaid hebben. Toen ik een jaar of zeventien was, had je de discussie over de culturele autonomie. Vlaanderen en Wallonië kregen toen nog geen eigen bevoegdheden, behalve voor cultuur. Ik herinner me krantenartikels waarin geschreven werd: 'Pas op, als je die deur opentrekt, dan zullen die twee entiteiten op de duur zover uiteen staan dat het wel slecht móét aflopen.' Men heeft een moeilijk model geïnstalleerd, twee gebieden, gebonden aan grond en taal. Aan die cocktail heeft men een derde speler toegevoegd: Brussel. Men heeft gedacht: 'Weet je wat, die Duitsers gooien we daar ook nog bij. Die krijgen ook nog vier ministers.' Dat hebben we allemaal op een democratische manier gedaan. We hebben zelf voor partijen gekozen die vervolgens zelf op de groene knop gedrukt hebben om dat model te installeren. En wellicht kon het ook niet anders.

"Wat Leterme nu moet doen? Ik kan alleen maar vaststellen dat je in de Belgische politiek een probleem hebt wanneer je te veel stemmen haalt. Dan heb je niet alleen vijanden bij de andere partijen, maar ook binnen je eigen partij. Het moet vreselijk zijn dat te moeten constateren."

Opa vertelt

"Niet één keer heeft het deze week bij mij gekriebeld om te zeggen: 'Ik zal eens Yves Leterme of Bart De Wever interviewen.' Dat gevoel is weg. Ik ben zo gelukkig dat ik dat niet meer moet doen. Ik zag woensdagavond in Het journaal al die fotografen en journalisten die elkaar verdringen zodra een auto komt aangereden met daarin één of andere speler die niets kwijt wil. Ik heb door de jaren gezien hoe die meute altijd maar groter werd. Maar ik kan het nog. Dat heb ik gemerkt toen het koopjes waren en mijn vrouw absoluut iets wilde, waarvan we wisten dat ze in die winkel maar één exemplaar hadden. Ik ben voor die deur gaan staan. Midden in de meute. En ik had wat ik moest hebben. Enfin, mijn vrouw had wat ze moest hebben.

"Ik ben nu hoofdredacteur. Een hoofdredacteur die erg dicht bij de redactievloer staat. Misschien té dicht. Soms heb ik de neiging om het uit de handen van de eindredacteurs te nemen en het zelf te doen. Maar ik heb met hen de afspraak gemaakt dat ze me moeten terechtwijzen wanneer het op hun zenuwen merkt.

"Tot nu merk ik eerder het tegendeel. Dan doen we 'opa vertelt'. Dat doe ik op de redactie op dagen zoals woensdag. Dan kijk ik naar die beelden. Dramatische beelden. Over die boegbeelden. Over de politiek. En dan komen die jonge journalisten rond me zitten en luisteren. Dan vertel ik niet over vroeger maar over nu. Over wat ik zie. Over wat ik denk. Opa vertelt, zo noemen we dat."

Helden versus grote mijnheren

"Ik heb ook nog buitenlandse reportages gemaakt. Dat deed ik graag. Ik werkte er hard aan en deed echt mijn best, maar altijd had ik het vervelende gevoel: Is het wel juist? Als ik buitenlandse journalisten lees die over ons land schrijven en ik ontdek hoe ver ze ernaast zitten, dan denk ik: doe dan toch liever iets waarvan de kans veel groter is dat ik het begrijp, dat ik het ruik, dat het in mijn lijf zit. Ik besef wel: we hebben een ingewikkeld land, maar er zijn zoveel ingewikkelde gebieden. Precies daarom ga je ernaartoe, toch?

"Ik hoop dat Rudi Vranckx dat gevoel niet heeft. Wat hij doet, daar zit ik met open mond naar te kijken. Wereldklasse. Technisch fantastisch goed gemaakt, maar hij kan het ook uitleggen aan de boeren, in dertig seconden. Wat hij kan, zou ik nooit durven. Ik heb het nog gedaan hoor, bij het begin van de oorlog in Rwanda, begin jaren negentig. Ik had een boekje gelezen van de BBC, waarin allerlei tips stonden. Zoals hoe je je moet kleden om het slagveld te betreden. Toen heb ik geleerd dat ik niet bang ben. De eerste keer dat er geschoten werd, deed ik het in mijn broek, maar dat went in geen tijd. Ik had gelukkig een klankman bij me die jaren paracommando was geweest. Hij heeft een paar keer mijn leven gered. Ik riep: 'Op dat bergje kunnen we een mooi shot van het slagveld nemen.' Zodra we daar stonden, zei Mil, zo heette de man: 'Nu! Weg!' Terwijl we nog aan het lopen waren, werd al geschoten naar de plaats waar we net gestaan hadden. Van toen af zei ik altijd: 'Mil, wat denk je? Staan we hier goed?' Ik ben ook ooit in een mijnenveld gereden. Een jongen stond te zwaaien en riep dat daar mijnen lagen. Wat doe je dan? Achteruit in exact hetzelfde spoor terugrijden.

"Rwanda was niet de eerste keer dat ik heb weten schieten. Dat was toen een gevangene uit Leuven-Centraal was ontsnapt. Hij gijzelde de directeur en zwaaide met een pistool. De toenmalige Groep Diane heeft hem neergelegd. Wij wisten dat het zou gebeuren en moesten op een veilige afstand staan. Toen heb ik geleerd dat het nooit is als in de film, wanneer er in werkelijkheid geschoten wordt. In de film zie je eerst de kogel vertrekken en daarna de man neervallen. In werkelijkheid gebeurt dat angstwekkend snel.

"Voor Terzake is Robin Ramaekers vier dagen naar Myanmar geweest. In zijn eentje. Met een camera. Ik heb daarvoor op de redactie moeten vechten, maar hij wilde het ook zelf. Toen heb ik vier dagen lang gedacht: 'Laat er alstublieft niets gebeuren.' Ik wil geen helden. Ik wil niet dat er ooit op de redactie een foto hangt van onze gevallen collega. Niets is zoveel waard.

"Ik heb geen helden. Ik ken alleen grote mijnheren en grote madammen. Maar je moet opletten met die groten, want daar zijn altijd kantjes aan die niet deugen.

"Martin Luther King bijvoorbeeld vind ik een grote mijnheer, omdat zijn uitgangspunten zo juist waren. Het enige wat hij vroeg, was om te mogen deelnemen aan de ratrace van de Amerikaanse samenleving. Niets meer dan dat. Hij vroeg geen positieve discriminatie. Hij wilde alleen maar gelijk aan de meet kunnen vertrekken. Als we op dezelfde lijn starten, hebben we evenveel kansen. Veertig jaar later merk je dat. De minister van Buitenlandse Zaken van de VS is een zwarte vrouw. Eén van de presidentskandidaten die ook echt een kans maakt, is een zwarte islamiet."

Hard werken

"Ik heb altijd gevonden dat ik niet gemaakt was om op tv te komen. Dat heeft niet alleen te maken met hoe je eruitziet. Dat kun je oppoetsen. Door een strikje te dragen, bijvoorbeeld. Het heeft meer te maken met de vraag of ik daarvoor wel goed genoeg ben. Daar twijfel ik vaak over. Veel mensen worstelen daarmee, denk ik. Alleen wordt op verschillende manieren met die twijfel omgegaan. Sommigen compenseren dat door luid te roepen.

"Ik kom nu niet meer op het scherm, maar ik merk op straat dat de mensen mij nog kennen. Over een jaar of vijf is dat voorbij. Dan kan ik opnieuw helemaal vrij rondlopen. Ik verlang naar die dag. Toch klaag ik nergens over. Ik heb me ongelooflijk goed geamuseerd en daar ben ik de omroep dankbaar voor. Dat betekent niet dat er geen schaduwzijden zijn. Die moet je erbij nemen. Kon ik daar niet tegen, dan had ik maar les moeten geven. Dan was mijn leven perfect geregeld, werd ik goed betaald en moest ik niet te veel werken. Misschien was ik dan op mijn vijftigste een beetje bitter, maar het probleem bekendheid had ik alvast niet gehad.

"Nu heb ik wat gezegd. Hou je maar vast voor de lezersbrieven uit het onderwijs. (lacht)

"Maar het is toch waar? Je kunt moeilijk journalisten zijn en vervolgens klagen dat je te veel moet werken. Dan had je maar iets anders moeten doen."

Journalistieke verwondering

"Ik geloof niet langer in het harde interview. Dat draagt alleen maar bij aan de status van de interviewer. Tenzij je mikt op een heel klein groepje mensen die vindt dat het niet hard genoeg kan en dat je per definitie elke politicus die binnenwandelt eerst een paar kletsen tegen zijn bakkes moet geven vooraleer je kunt beginnen. Jarenlang is dat soort attitude verkocht als kritische zin, terwijl het daar niets mee te maken heeft. Kritische zin begint met nieuwsgierigheid. Met de vraag: 'Kunt u het mij eens uitleggen?' Ik heb glorieuze momenten meegemaakt toen ik hoorde dat politici bang voor mij waren. Toen dacht ik, echt waar, dat ik goed bezig was. Maar het werkt niet. De meerderheid van de mensen zit daar niet op te wachten.

"Ik heb ontzettend veel respect voor Dirk Tieleman. Ik ben hem heel veel verschuldigd. Maar hij was het die ons leerde zo te interviewen. Omdat dat de geest van die tijd was. Dat stond ook goed bij de bazen. Die dachten: 'Die Bracke, die kan er wat van.'

"Van Dirk Tieleman heb ik de juiste drive meegekregen. Van Urbaan De Becker heb ik leren schrijven. Van Gui Polspoel heb ik geleerd hoe je politieke analyses maakt. Van Dirk Sterckx heb ik televisiegevoel geleerd. Van Ben Crabbé en Raf Uten van productiehuis deMensen heb ik geleerd hoe je populaire televisie maakt. Van veel mensen heb ik veel gestolen. Al degenen die ik nu niet heb opgenoemd, heb ik onrecht aangedaan.

"Tuur Van Wallendael, bijvoorbeeld, van wie ik onder andere heb geleerd dat je moet stoppen zodra de journalistieke verwondering verdwenen is.

"Natuurlijk zie ik rond mij mensen die hun verwondering verloren zijn, maar toch niet vertrokken zijn. Dat uit zich op verschillende manieren. Ze zijn cynisch. Ze zetten moeilijke discussies op over waarom wat ze verwacht worden te doen niet interessant is en ze het dus beter niet zouden doen. Ze beoefenen fanatiek dada's waar niemand behalve de betrokkene zelf nog belangstelling voor heeft... Ook bij de kranten zag je vroeger journalisten die eigenlijk vooral dronken. Ze schreven ook, maar ze dronken vooral. Men vond dat part of the job. Dat is gelukkig verdwenen. Nu moet iedereen functioneren. Dat botst met de vaststelling dat er mensen zijn die grote moeite hebben om door te doen, terwijl ze dat wel moeten. Het is niet simpel om hen opnieuw op het pad te krijgen.

"Jonge journalisten moeten we goed opleiden en goed coachen. Het zal niet lukken door hen om de drie maanden eens een cursus te geven. Dat lukt alleen door elke dag naast hen te staan en hen te zeggen: 'Het zit niet zo, maar wel zo.' Je zou eens moeten weten hoeveel politici mij ooit gezegd hebben: 'Man, niet te geloven wat wij allemaal over de vloer krijgen!' Omgekeerd geldt precies hetzelfde. Ik merk het verschil tussen een goede en een grootse politicus al bij het eerste interview. Soms bij het tweede. Bij het derde weet ik het zeker."

De kunst van het woord

"Mevrouw Verona daalt de heuvel af, het jongste boek van Dimitri Verhulst, heb ik liggen maar ik heb het nog niet gelezen. Ik ben een systematische mens. Er is een volgorde van kopen, dus is er ook een volgorde van lezen. Al zijn andere boeken heb ik wel gelezen. Problemski Hotel, dat zegt meer over de vluchtelingenproblematiek dan wel honderd reportages met hetzelfde onderwerp. De helaasheid der dingen, dat is een meesterwerk. Omdat het verhaaltje doodsimpel is. Omdat het - en ik excuseer mij omdat ik dat in deze tijden moet zeggen - verschrikkelijk Vlaams is. En dus herkenbaar. En omdat het technisch perfect is geschreven. In mijn vak heb ik geleerd wat de kracht is van het juiste woord, op de juiste plaats, op de juiste manier uitgesproken. Men zegt wel eens: An image is a thousand words. Als die woorden goed geschreven zijn, klopt dat niet. Dat bewijst Verhulst. Hij is een vakman. Hij kan het. Of hij dat nu van nature heeft, dan wel heeft geleerd.

"Op mijn iPod luister ik wel eens naar toespraken van Winston Churchill. Ik ben dol op Brits Engels. Ik luister graag naar de melodieën van die zinnen en de klanken van die woorden. Ik weet wat hij gaat vertellen, want ik heb er al honderd keer naar geluisterd. Met groot genoegen luister ik ook voor de vierhonderdduizendste keer naar 'Lucy in the Sky with Diamonds'. Dat is hetzelfde. Spreken is muziek.

"Temptation Island, dat is ook kunst. Dat is Grieks theater. Aristoteles heeft tweeduizend jaar geleden uitgelegd waar het om gaat: angst, medelijden, catharsis. Je leeft je in. Je identificeert. In Temptation Island voel je de angst dat hij of zij bedrogen zal worden. Of dat hij of zij zelf zal bedriegen. Je voelt medelijden met degene die bedrogen is en boos wordt. Voeg daar wat seks en af en toe wat ridicule situaties aan toe en je krijgt een prachtige mix voor steengoede televisie.

"Op het hoogtepunt van Gringo, die van "talk to the hand", hebben we op de redactie van Terzake een buitengewoon interessant gesprek gevoerd over de reden waarom we naar dat programma keken. Ik riep: 'Laten we daar iets over maken!' Dat kon niet. En dat vind ik jammer. Ze denken: 'We gaan ons daarmee belachelijk maken.' Dat begrijp ik. Hadden we dat gedaan, dan kregen we minstens honderd boze reacties. Het einde van de beschaving is in zicht! Verkleutering! Met ons belastinggeld!"

Vriendschap

"De loge is een clubje van mensen die elkaar bewust gekozen hebben omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze iets aan elkaar hebben en dat ze iets met elkaar kunnen delen. Door middel van rituelen en symbolen delen ze een gevoel van verbondenheid, met als centraal gegeven dat je de mensen graag ziet. Samen metsel je aan de tempel en die tempel, dat is de mensheid. Mensenliefde is het cement van de tempel. Drie keer ben ik gevraagd. Twee keer heb ik geweigerd. Het hangt ervan af wie je dat vraagt. Stel dat wij echt goede vrienden zijn en ik zeg jou: 'Dat is iets voor jou. Dat moet je echt doen. Daar ga je iets aan hebben.' Wat doe je dan?

"Wat dat is, een echt goede vriend? Iemand van wie je alles weet en die alles van jou weet. En van wie je weet dat hij er ook zal zijn als het kwaad gaat. Ik kan vriendschap moeilijk omschrijven. Ik weet hoe het voelt."

'Temptation Island', dat is ook kunst. Dat is Grieks theater. Aristoteles heeft tweeduizend jaar geleden uitgelegd waar het om gaat: angst, medelijden, catharsis

Ik heb altijd gevonden dat ik niet gemaakt was om op tv te komen. Dat heeft niet alleen te maken met hoe je eruitziet. Maar ook met de vraag of ik wel goed genoeg ben

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234