Dinsdag 06/12/2022

'Ik ben voor het vermoeden'

Men noemt hem een stille en diepe kunstenaar, een trage schilder ook, die van onzekerheid zijn kracht heeft gemaakt. Raoul De Keyser gniffelt. 'Een schilderij kan in een kwartier zo goed als klaar zijn. Ik, een twijfelaar? Dat betwijfel ik.' De schilder uit Deinze is 76 geworden en scherp gebleven. De hele wereld van hier tot Tokio weet dat.

Door Ward Daenen

Het gaat via de trap naar zijn atelier. De ruimte is gevuld met schilderijen, licht, kunstboeken en cd's. Op de tafels liggen borstels, tubes en een stanleymes. Er hangt een briefje aan de muur: 'Dokter Van Elst verklaart dat mijnheer De Keyser moeilijkheden heeft om recht te staan wegens medische problemen. Rechtstaan gedurende zijn werk is verboden.'

Verboden zijn er om te negeren. "Ik schilder rechtstaand zoals voorheen", zegt De Keyser. "Alleen hou ik het minder lang vol. Schilderen begint met nadenken. Dat kan lang duren. Maar als ik eenmaal weet wat ik ga doen, sta ik recht, neem een borstel en verf en begin. Dan kan het rap gaan. Na een kwartier ben ik soms al heel ver. Nog maakt men van mij een twijfelaar, een stille en diepe kunstenaar."

Gelieve op zijn woorden te letten. De Keyser zegt niet dat een schilderij na een kwartier klaar is, hij heeft het over "zo goed als klaar" en "vergevorderd". Als het aan de kant wordt gezet, kan het dagen, weken en zelfs jaren duren vooraleer hij het als helemáál af beschouwt. Soms wordt er tot besluit één streep verf toegevoegd, soms wordt het compleet overgeschilderd.

Dat blijkt geen kwestie van onzekerheid, maar van ontevredenheid. "Ik probeer de dingen keer op keer op de helling te schuiven." Ook nog op zijn 76ste, na meer dan veertig jaar schilderen. Die uitgesproken zin voor kritiek en experiment heeft ervoor gezorgd dat ook zijn recente werk van een zeldzaam hoge kwaliteit blijft. Niet voor niets selecteerde de Amerikaanse curator Robert Storr vijftien doeken voor de prestigieuze Biënnale van Venetië, die over een kleine maand opent. Daarnaast gaan nog eens vier tentoonstellingen met zijn werk van start, van Strombeek tot Tokio.

Raoul De Keyser, die begin dit jaar de carrièreprijs van de Vlaamse Gemeenschap ontving, is most wanted in de kunstwereld. Wat hij daarvoor allemaal heeft gedaan? In het begin schilderde hij een deurklink of een sok aan de waslijn, later de lijnen van een voetbalveld, een kano in het water, een boom, een jaloezie, huid, restanten, vrije vormen. Je zou kunnen zeggen: hij schildert stukjes wereld rondom hem. Je zou ook kunnen zeggen: hij zet met verf lijnen, vormen en kleuren op doek. Het klopt allebei. Over De Keyser wordt gezegd dat hij een wereld aan het licht brengt die tussen deur en doek ligt, en tussen boom en beeld.

De schilder was in de jaren vijftig journalist bij De Volksgazet - de voorloper van De Morgen - en Gazet van Antwerpen. Hij schreef over boksen, voetbal en kunst. Later werkte De Keyser zeventien jaar als ambtenaar aan de universiteit van Gent. Over dat andere leven blijft hij graag vaag. "Het is zo arm als je alleen maar met schilderen bezig bent. Omdat het zodanig rijk is. Dat is moeilijk om uit te leggen. In het atelier ben je altijd (wijst naar zijn hoofd) bezig, ook 's nachts. Dan was ik blij om op mijn stoel in Gent te kunnen zitten. Aan de universiteit waren er voorschriften. Maar schilderen is zodanig vrij..."

Raveel zei vorig jaar bij zijn 85ste verjaardag over u: 'Raoul De Keyser, dat is een leerling van mij die het zeer goed doet.' Hij blijft u 'een leerling' noemen.

De Keyser: "Je moet Raveel kennen. Hij is zeer zelfbewust. In het begin van de jaren zestig heb ik kort les bij hem gevolgd, aan de Academie van Deinze. Ik was dertig toen, de andere leerlingen waren zeventien. Dat heeft niet meer dan een paar maanden geduurd, maar ik ben er Raveel blijvend dankbaar om.

"Als hij mij iets heeft bijgebracht, dan wel zelfbewustzijn. Twijfel stond niet in zijn woordenboek. Hier in de streek stelt men mij regelmatig de vraag: 'Wie is de beste, Roger of gij?' Dan is mijn antwoord altijd 'ikke', al was het maar omdat Raveel hetzelfde zou zeggen. (nadrukkelijk) Alleen hoort het niet om zulke vragen te stellen. Raveel doet de dingen op zijn manier, ik op die van mij. Dat is wat telt."

Wat is die manier van u?

"Ik kan geweldig scherpe kritiek hebben op mijn werk. Dan breek ik alles af. Het ogenblik erna vind ik toch weer iets terug en dan bouw ik op. Zeker in het begin - de jaren zestig - heb ik tamelijk veel schilderijen vernietigd. Met mijn mes sneed ik de doeken stuk. De stukken bleven in het atelier slingeren. Later kon ik zo'n stuk opnieuw op een raam spannen en dan nog wat bijschilderen. Om iets kapot te kunnen maken moet je het bijna graag zien. Anders doe je dat niet. Je moet iets kunnen betreuren, dat is mijn theorie.

"Ik zet me altijd een beetje af. Niet zo spectaculair, ik maak geen ruzie met andere schilders. Ik vecht wat met mezelf. Eerst kan ik een doek zacht behandelen, alsof het de huid is van een mens, maar vervolgens ga ik niet meer akkoord met mezelf en gooi ik - het gebeurt half spelend en half ernstig - er met tubes verf naar. Of ik schilder iets heel mooi en ga er op het einde met de vod over. Het ligt misschien in mijn karakter. Ik ken wisselende momenten. Op het ene moment ben ik tevreden en kan ik beginnen dansen. Op het andere zink ik diep weg in de dingen. Dat is misschien niet ernstig, maar het is zo. Ik zal waarschijnlijk geen goede man zijn om mee samen te leven. (glimlacht)

"Er zijn een paar mensen die nu en dan naar mijn werk komen kijken. Ze moeten niet afkomen met 'prachtig' of 'schoon'. Daar heb ik niets aan."

Wat is wel toegestaan?

"Men kan mij beter zogenaamd domme vragen stellen als: 'Waarom gebruik je dit formaat in plaats van een ander?' Dat is een serieus probleem voor de schilder. Ik heb vorig jaar in New York (in de galerie van David Zwirner, WD) overwegend grote doeken geëxposeerd. Daarna heb ik weer schilderijen op klein formaat gemaakt. Die afwisseling houdt me wakker. Ik zie dan vlugger wanneer schilderijtjes gepruts zijn en grote werken al te zwierig geborsteld.

"(wijst naar de overkant van de straat) Waar nu huizen staan, lagen vroeger twee voetbalvelden. Vanuit het raam zag ik hoe mijn buurman de lijnen kalkte. Hij ging met de witte borstel over de groene grasmat, die ongelijk geschoren was. Het was een moeizaam schilderen. Daarmee kon ik mijn werk vergelijken. Dat was het begin."

U keek vaak uit het raam, niet?

"In mijn tuin staat een naaldboom, een apenverdriet. Ik schilderde die boom, maar dan zachter, en noemde het schilderij Zacht apeverdriet. Ik ben een kijker.

"Ik ben ook dikwijls het werk van collega's gaan bezoeken. In het Stedelijk Museum in Amsterdam bijvoorbeeld naar de Amerikaanse colourfieldpainter Al Held. Later heb ik mijn hond, die Baron heette, in een geel vlak geschilderd. Dat doek noemde ik Baron in Al Heldveld.

"Ik ging dikwijls alleen op pad. In het Kunsthistorisches Museum in Wenen kon ik moeiteloos tien minuten starrelings naar een Rubens of een ander meesterwerk kijken. Ik trachtte de schilderijen in mijn geheugen op te slaan. Dat lukt niet. Achteraf onthou je alleen de anekdote dat je deze Rubens of die Cézanne hebt gezien. De belevenis van het moment kun je niet meedragen. Dat is de sterkte van het schilderij.

"De schilderijen waar ik naar keek, hadden betrekking op de dingen waar ik op dat moment mee bezig was. In Wenen was dat de huid, die ik regelmatig heb geschilderd."

U voerde het doek op als een huid.

"Kent u het schilderij Einden (twee donkere, verticale strepen op een huidkleurig vlak, WD)? Ik zou u niet mogen vertellen hoe dat is ontstaan, maar enfin. Ik ging de badkamer binnen om mij te scheren. Rond mijn nek hing het koord van mijn peignoir, voor de rest was ik naakt. Ik keek in de spiegel, zag mijn borstkas en de uiteinden van de kamerjas en schilderde een huidkleurig vlak met twee strepen.

"Ik ben nu véél te anekdotisch aan het praten. Ik vertel te veel. Dat is niet de bedoeling."

U wilt misschien dat uw schilderij niet in diskrediet gebracht wordt.

"(knikt) Bij dat schilderij Einden kan men ik weet niet wat verzinnen. De toeschouwer moet zoeken om te vinden. Er bestaat meer zuivere belangstelling voor dingen die niet anekdotisch zijn afgelijnd. De hele boel tonen is te veel. Ik ben nogal voor het vermoeden. Als u mij zegt dat ik een boom schilder, zal ik antwoorden dat het verfstrepen zijn. Als u 'strepen' zegt, zal ik 'takken van een boom' suggereren."

Mocht u elders hebben gewoond, zouden uw schilderijen er dan anders hebben uitgezien?

"Niet alleen van onderwerp, maar ook van licht en sfeer. Mijn aquarellen heb ik meestal op reis gemaakt, in Frankrijk of Berlijn, niet in mijn atelier. Aquarellen zijn intieme werken, die om een intieme ruimte vragen. (speels) Ik twijfel aan die uitspraak, hoor."

U hebt bij ons weten nooit portretten geschilderd.

"Ik kan dat niet, omdat ik het niet wil en omgekeerd. Het is geen gemis. Het is niet omdat ik geen naakte vrouw schilder dat mijn werken niet met erotiek te maken hebben. Integendeel. Alleen is het bij mij niet expliciet. Ik kijk graag naar portretten, maar hou vooral van schilders die iets suggereren zonder dat er iets duidelijk is. U vraagt mij: 'Waarom gebruikt u dat blauw?', 'Waarom schildert u spievormen?' Wat een vragen."

Verkiest u dan geen domme vragen boven lof?

"(lacht) Ik verzamel spreuken. Laatst heb ik er een van David Lynch uit de krant geknipt. Die moet zich altijd maar verantwoorden voor zijn zogenaamd 'onbegrijpelijke' films. Het citaat boven het artikel was: 'Een schilderij leg je toch ook niet uit.'

"Laat me toch een poging doen je te antwoorden. Zie je die grillige, driehoekige vorm (wijst naar een schilderij in zijn atelier)? Ik heb die al eerder geschilderd, maar dan omgekeerd. Iets tegengesteld doen aan je vorige werk kan perspectieven openen. De Duitse schilder Gerhard Richter gebruikt er een spiegeltje voor. Andere kunstenaars kijken regelmatig eens onder hun arm door naar hun werk. Ik doe dat ook, al is het tegenwoordig opletten met mijn benen."

U bent internationaal doorgebroken toen u al een eind in de vijftig was. Vandaag lijkt uw werk enkel nog aan bekendheid te winnen. De prijzen gaan mee de hoogte in, tot 100.000 euro.

"Ik kan de prijzen niet tegenhouden. Onlangs zijn er vervalsingen van mijn werk aangeboden bij veilinghuis De Vuyst. Zeer stuntelig, ik was veraffronteerd dat ze mijn naam daarbij hebben durven schrijven. (lacht) Die lijn was veel te onzeker getrokken. Ik doe dat in één ruk."

Raoul De Keyser & Bernd Lohaus tot 27 mei in CC Strombeek. Vanaf 29 mei stelt De Keyser solo tentoon in Wako Works of Art in Tokio. Hij neemt deel aan drie groepstentoonstellingen: MARTa schweigt in het Duitse Herford (2 juni tot 7 okt.), 7 in het Roger Raveelmuseum in Machelen-Zulte (3 juni tot 23 sept.) en in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië (10 juni tot 21 nov.). www.zeno-x.com.

Ik zet me altijd een beetje af. Niet zo spectaculair, ik maak geen ruzie met andere schilders. Ik vecht wat met mezelf

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234