Donderdag 24/06/2021

‘Ik ben verslaafd aan verhalen vertellen’

Afgelopen week verscheen de Nederlandse vertaling van John Irvings jongste roman Last Night in Twisted River. Het is de twaalfde worp van deze meester-verhalenverteller uit het noorden van de Verenigde Staten. Hoog tijd om hem uitgebreid uit te horen over de motivaties van zijn schrijverschap. ‘Mij lezen is ook een stuk sociale geschiedenis lezen.’

‘Last Night in Twisted River’ van meester-verteller John Irving in Nederlandse vertaling

Midden in het interview veert John Irving plotseling recht. Hij stapt naar een vreemdsoortige vitrinekast die midden in de hotelloge staat en bukt zich om de onderste plank goed te bestuderen. “Heeft u deze drie luikjes op de bodem gezien? Dat zijn minihaardvuurtjes; ze schuiven - dat heb ik gisteren gezien - ’s avonds open en dan gaan hun onderliggende vuurtjes branden. Heb jij enig idee hoe dat mechanisme in elkaar zit? Ik niet. Maar ik wil het absoluut weten. Vind je het goed als ik nu een hotelmedewerker om uitleg roep?”

Het is slechts een anekdote, maar ze typeert de gedecideerde, populaire Amerikaanse auteur ten voeten uit. Irving staat namelijk niet alleen bekend als de schrijver van genereuze, Victoriaanse verhalen die wemelen van de wijdlopige plotlijnen en de excentrieke personages, hij is ook een man die zijn verbeelding keer op keer met grondige research voedt. Als hij, zoals in A Prayer for Owen Meany (1989) de Vietnamoorlog een prominente rol laat spelen, heeft hij deze hoofdstukken uit de Amerikaanse geschiedenis van alle kanten bestudeerd. Als hij, zoals in The Cider House Rules (1999), artsen opvoert, wil hij hun medische vak tot in de puntjes ontleden.

“Tijdens mijn research voor De regels van het ciderhuis heb ik geleden. Ik ben niet wetenschappelijk aangelegd. Maar ik móést dat ene verhaal vertellen. En ik kon dat ene verhaal alleen maar vertellen vanuit het oogpunt van de artsen. Dus moest ik bijna arts worden. Elke roman heeft dat gedeelte dat ik ‘we-gaan-weer-even-naar-school’ noem, en waarin je van alles bijleert. Ik houd van die fase.”

In zijn jongste roman Last Night in Twisted River schetst Irving op meeslepende wijze het rauwe boomhakkersmilieu en de uitstervende vlotterij in Coos County, New Hampshire. De vlotterij is - vooral ‘was’, want samen met de spoorwegen dienden zich andere mogelijkheden aan - een transportvorm van boomstammen via de stroom van de rivier. De boomstammen worden samengebonden tot gigantische vlotten van honderden meters lang en tientallen meters breed. Daarop staan vlotters die met roeispanen de richting aangeven. Dat loopt niet altijd van een leien dakje.

“Eén verstard moment was hij stil blijven staan op de drijvende boomstammen in het bekken voorbij de bocht in de rivier, en eer iemand zijn uitgestrekte hand had kunnen grijpen, was hij geheel onder water verdwenen.” De tweede zin van De laatste nacht in Twisted River, en al één dode.

Zoals Irving de vitrine in de hotellobby heeft bestudeerd alvorens in actie te schieten, zo bestudeert hij ook de vragen. Elk antwoord laat hij voorafgaan door een stilte waarin hij zich zintuiglijk afsluit: hij tuurt een poosje naar de grond en denkt na. Dan richt hij zich op, legt voorzichtig aan en vuurt af.

U bent aan een nieuw boek begonnen, zegt u. Hoe doet u dat: aan een boek beginnen?

“Ik heb altijd meerdere boeken in mijn hoofd. Die zitten daar jaren en decennia aan een stuk. Twisted River leefde er al twintig jaar. Ik laat al die verhalen en verhaallijnen groeien. Ik neem ze overal mee naartoe. Maar altijd is er een roman die vooraan in de rij staat te dringen. Die dwang mag je als schrijver niet negeren. Aan dat boek - bij mij is het ultieme teken dat het einde zich al heel duidelijk heeft geopenbaard - geef je je over.

“Vervolgens begin ik een straatmap uit te tekenen. In een notebook maak ik schetsen aan de hand van trefwoorden. Ik leg en verzin connecties. Bepaal de actiemomenten. Exploreer perspectieven. Doe research - ook op het veld - naar mensen en plaatsen en gebeurtenissen. Diep personages en hun karakters uit en leg vast wanneer ze elkaar ontmoeten, wanneer ze elkaar weer tegenkomen, enzovoort. Ook heb ik, voor ik effectief aan een roman begin, de allerlaatste zin altijd in kannen en kruiken. Ik kan niet aan een boek beginnen zonder dat die er staat. Dat is altijd zo geweest.

“Aanvankelijk dacht ik wel dat focussen op die laatste zin een gewoonte van me was. Een gewoonte die ik met de jaren zou afleren. Sinds The Cider House Rules weet ik dat het een systeem is. Zodra ik dat einde letterlijk helder voor ogen heb, begin ik alle verhalen tot in detail achterstevoren uit te werken. Echt schrijven doe ik pas als dit helse denkwerk - dat gemiddeld een volledig jaar van noest en intens werken in beslag neemt - tot in de puntjes is verricht.

“Ik weet dus van te voren heel goed hoe mijn boek eruit zal zien. Tot en met de lengte van de hoofdstukken.”

Waarin schuilt dan het plezier van het schrijven zelf? Een plezier dat, ondanks de vaak droevige verhalen, duidelijk in uw schrijftaal en in uw satirische toon aanwezig is? Waarom schrijft u, als u toch al weet wat er zal komen?

“Ik schrijf omdat ik verslaafd ben aan het vertellen van verhalen, en omdat ik die absoluut in mijn taal wil omzetten. Ik houd van de taal, en van de eindeloze mogelijkheden ervan. Ik houd van complexe, lange zinnen die kronkelen. Om die reden vind ik een auteur als Hemingway volkomen overschat. Hij heeft van karigheid zijn handelsmerk gemaakt, en staat voor eenvoudige zinnen, simpele verhaallijnen, en ingehouden gevoelens. Hij heeft de journalistieke accuraatheid de roman in geloodst. Maar mij ontgaan de waarde en de grootsheid van het schrijven met de handrem op. Waarom zou je je niet mogen laten gaan? Op alle vlakken, ook op het vlak van de verbeelding? Een acteur wil toch ook niet keer op keer de rol van een mompelaar spelen, van iemand die alleen maar korte zinnen wauwelt, en zijn emoties dwangmatig onder controle houdt? Een goede acteur wil dat wel twee of drie keer doen, maar krijgt daarna de behoefte om voluit te gaan, ook emotioneel. Laat die gevoelens toch stromen.

“Mijn romans draaien nooit om het woord, de vorm of de stijl. Ik heb te veel te vertellen om me alleen maar om die zaken te bekommeren. Het draait om de verhalen en de karakters. Om de obsessies van de personages. Om hun angsten. De verwikkelingen waarin ze verzeild geraken. Hun lotsbestemming. Om de emoties ook. Ik ben, in tegenstelling tot Hemingway, niet de man van het understatement en de zuinigheid. Ik houd van generositeit. In de taal. En in de gevoelens.

“Daarnaast schrijf ik natuurlijk ook omdat ik geen keuze heb. Het is dwangmatig: ik moet schrijven. Ik zou ook schrijven als niemand mijn boeken zou uitgeven. Het is een verslaving die, als ik er niet aan beantwoord, lichamelijke gevolgen heeft. Ik word nerveus, en noem maar op. Hetzelfde geldt voor de gym en het worstelen destijds. (Irving was een gevierd worstelaar, mvds) Ik heb die inspanningen nodig om te kunnen leven. Ik moet me er ook nooit toe aanzetten om te schrijven, of te sporten. In tegenstelling tot belastingen betalen: daar heb ik zo’n bloedhekel aan dat ik het liefst van alles almaar zou uitstellen.

“Doordat ik mijn hele roman al, als een architect, heb opgetrokken voor ik begin te schrijven, kan ik me ook helemaal toeleggen op de taal. Dat is zalig. Dat niets mijn verhaal in de weg zit. Dat ik me kan focussen op het vertellen.”

Uw personages groeien dus niet op papier. Ze zijn al volwaardige mensen als u aan het tikken gaat.

“Dat klopt. Als ik hen uitschrijf, heb ik een déjà-vu. Alles wat ze doen en zeggen, had ik al bedacht. Hun organische groei heeft zich in mijn hoofd voltrokken. En tijdens het uitwerken van mijn stratenplan.”

Zoals uw grote negentiende-eeuwse voorbeelden, Charles Dickens, maar ook de schrijfster George Eliot, Thomas Hardy, Dostojevski evenzeer... U zet hun traditie voort, maar is de tijd, net als de literatuur, niet moderner en ook ‘minimalistischer’ geworden?

“Voor mij is een roman geen speeltje van en voor de zogenaamde intellectuele elite die vooral wil laten zien hoe slim en elitair ze is. De roman is, en hier hang ik inderdaad de negentiende-eeuwse filosofie aan, een toegankelijke kunstvorm. Helaas wordt die toegankelijke kunstvorm vandaag door velen als te moeilijk ervaren. De maatschappij wordt door een fundamentele luiheid beheerst: men wilt dat alles kant-en-klaar wordt voorgeschoteld. Dat doe ik niet. Mijn verhalen zijn niet simpel. Integendeel. Mijn romans zitten vol veelvoudige, diep uitgewerkte plots, die meestal ook nog een lang tijdsverloop hebben. Er dagen allerlei buitenissige personages in op, die geleidelijk aan met elkaar verstrengeld blijken. En alles tezamen levert dit een maatschappelijke visie op. Waarom meent - en dat is slechts een voorbeeld - Ketchum (een van de hoofdpersonages uit De laatste nacht in Twisted River, mvds) zijn vijand met een dubbelloopsgeweer te lijf te moeten gaan? Omdat geweld een spiraal is, en omdat groter geweld vaak het wapen is waarmee de tegenstander wordt bevochten. Alleen handelt en denkt gelukkig niet iedereen zo. Danny (de andere hoofdpersoon uit Twisted River, mvds) is niet met geweld opgegroeid. Hij kan niet moorden, en hij bedenkt op het geweld dus ook andere antwoorden.”

Is die maatschappelijke visie essentieel?

“Ja, ze maakt integraal deel uit van mijn werk. Ik ben een scherpe observator van de samenleving. Wie goed kijkt en leest, ziet dat. In feite lees je in mijn boeken ook een stuk sociale geschiedenis.”

Het succes van uw romans geeft aan dat er behoefte is aan ‘ouderwetse’ verhalenvertellers als u.

“Ik was al ouderwets voor ik goed en wel begon te schrijven. De generatie waarin ik ben opgegroeid deed al niet anders dan klagen over de ingewikkelde mozaïeken van personages en gebeurtenissen die klassieke schrijvers als Dickens in hun boeken en verhalen tot een afgerond geheel breiden. De toenmalige literaire kringen vonden Dickens en co. ‘passé’.

“Ik heb me van die kringen niets aangetrokken. Maar dat ik, die heel bewust op ouderwetse wijze verhalen wilde vertellen, niet op hun intellectuele steun moest rekenen, lag al vast voor ik goed en wel begon.

“Mijn situatie heeft ook een voordeel. Het is veilig om iemand te imiteren die al dood is. Dickens’ wereld en Dickens’ taal bestaan vandaag niet meer. Ik kan dus onmogelijk een slechte imitatie van mijn rolmodel zijn. Wel pas ik zijn verteltraditie op de hedendaagse wereld en taal toe. Ik heb van hem mijn vak geleerd.

“Algemeen gesteld is het niveau van de literatuur niet meer hetzelfde als dat in de negentiende eeuw. Romans doen te veel toegevingen; en er zijn te veel auteurs die luie boeken schrijven, of die kiezen voor pikante memoires waarmee ze de aandacht van het publiek trekken. Het is hen om de roem en de sensatie te doen. Niet om de verhalen. Niet om het stimuleren van de fantasie van de lezers. Of de kijkers. Want voor films geldt hetzelfde. Dit jaar heeft de Academy tien films een Oscarnominatie voor de beste film verleend. Met de bewering dat tien films die nominatie verdienden. Wel, ik heb ze alle tien gezien, en ik kan u zeggen dat ik beslist geen tien goede films heb gezien. De winnaar, The Hurt Locker, vind ik overigens ook niet van een hoge kwaliteit. Er is een algehele, culturele tendens tot niveauverlaging. En prijzen of nominaties zeggen vaak meer over hypes dan over de intrinsieke kwaliteit van het ‘kunstproduct’.

“Maar het klopt. Gelukkig zijn er nog altijd miljoenen mensen die niet op de vlucht slaan voor wijdlopige verhalen en die zich er maar al te graag door laten meeslepen en prikkelen.”

Wordt u beter met de jaren? Of ervaart u het omgekeerde? Dat ouder worden ook afleren is?

“Mijn laatste romans zijn ongetwijfeld beter dan mijn eerste. Hotel New Hampshire is, qua constructie, niet zo goed ontworpen als ik zou willen, en als ik het boek vandaag opnieuw zou schrijven, zou het er anders uitzien. Maar ik had toen geen keuze. Ik was in die tijd ook geen voltijds schrijver; dat ben ik pas sinds The Cider House Rules geworden.

“Daarin schuilt de verklaring van dat kwaliteitsverschil. Hoe meer tijd je aan het schrijven kunt besteden, hoe beter je schrijft. Ik romantiseer of mystificeer mijn beroep niet. Schrijven is óók zeer hard werken. En een schrijnwerker die acht uur per dag aan een kast werkt, zal een volwaardiger en dieper uitgedacht exemplaar afleveren dan een schrijnwerker die zich tot twee uur per dag moet beperken. Onderschat het belang van de concentratie niet. Concentratie komt de innerlijke samenhang van een roman ten goede. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat concentratie volstaat om een roman met de juiste toon, het juiste tempo,... te schrijven.”

In Until I Find You gaat u, hoewel verwerkt in meeslepende fictie, de autobiografische weg op. Waarom heeft u tot pakweg uw zestigste gewacht om over uw verdwenen biologische vader te schrijven? En om voor de dag te komen met het seksueel misbruik - door een oudere vrouw - dat u als 11-jarige hebt ondergaan? Een thema dat eveneens in veel van uw romans terugkomt.

“Als ik dat boek op mijn twintigste of dertigste had geschreven, had ik het nooit boven mijn persoonlijke ervaringen kunnen uittillen, en zou het pure autobiografie zijn gebleven. Je moet afstand nemen van het verleden, om het naar goeddunken te kunnen kneden. Alleen in vrije geesten kunnen verhalen, kan kunst ontstaan.”

John Irving en het gemis van zijn vader

l Op 2 maart 1942 in New Hampshire geboren als John Wallace Blunt. Zijn moeder hertrouwt snel met Colin Irving, leerkracht Russische geschiedenis. John heet voortaan John Irving. In zijn boeken vormen de afwezige ouder, het verzwegen verleden en het hunkerende kind vaste thema’s.

l Irvings meest autobiografische roman tot nog toe, Until I Find You (2004), is grotendeels aan zijn zoektocht naar zijn vader gewijd.

l De auteur won de O. Henry Award, de National Book Award en een Oscar. Hij is lid van de American Academy of Arts and Letters.

l Zijn hond, een labrador, heet Dickens. “Mijn grote voorbeeld is nooit ver weg.”

l John Irving woont zowel in Vermont (VS) als in Toronto (Canada), waar zijn echtgenote vandaan komt. Hij heeft drie zonen.

‘De laatste nacht in Twisted River’: een dickensiaanse roman

De laatste nacht in Twisted River is alweer een overduidelijke Irving. Ook in dit druk bevolkte, zowel komische als naargeestige en emotionele epos loert Charles Dickens om de hoek. Terwijl bij Dickens Londen het bruisende vat van alle kwaad is, is dat in deze Irving de meedogenloze houthakkersnederzetting Twisted River in het ijskoude, afgelegen noorden van de Verenigde Staten. Niet alleen het vlotten van de gigantische boomstammen is levensgevaarlijk, ook de sfeer tussen de bewoners staat, mede dankzij de wulpsheid van enkele vrouwen, onder spanning. De laatste nacht in Twisted River is het onwaarschijnlijke verhaal van een jongen die zonder moeder opgroeit, en omgeven wordt door het geheim van haar afwezigheid. De vader van de jongen is een kok met grote liefde voor de Italiaanse keuken. Zoals dat in de romans van Irving gaat: de koekenpan van de kok wordt helaas niet alleen aan het fornuis gebruikt. Er wordt een moord mee gepleegd, en nog veel meer.

In deze twaalfde roman vertelt de schrijver, verspreid over meer dan 600 bladzijden, een verhaal dat in 1954 begint en in 2005 eindigt, met talloze zijverhalen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234