Vrijdag 04/12/2020

‘Ik ben trots op waar ik nu sta’

Axel Witsel is opnieuw zichzelf. Weer een voetballer op Gouden Schoenniveau: groot, sterk, onmogelijk van de bal te zetten. Opnieuw een beetje held van de natie ook, na die twee belangrijke goals in Oostenrijk. Straks kan er nog een titel bij met Standard. En/of een beker. Bij wijze van afscheid dan. ‘Het is tijd om te vertrekken.’ door Jan-Pieter de Vlieger

Interviews met Axel Witsel beginnen doorgaans met een waarschuwing. Met een vergoelijking voor wat volgt. De Morgen wil daarop geen uitzondering vormen: Axel Witsel houdt echt niet van spreken in de microfoon. In de Académie Louis Dreyfuss zijn alleen de stoelen comfortabel, voor de rest zijn er vragen en antwoorden, maar nooit is er een gesprek. Zeker niet als het gaat over die ene zomeravond in augustus. De avond van de beenbreuk. Hij bracht toe, maar incasseerde ook. “Het is heel zwaar geweest.” Maar eerst het nieuws.

Vandaag gelezen in de Franstalige pers: Axel Witsel onderhandelt op dit moment met een Italiaanse ploeg. Juist?

“(lacht) Heb ik ook gelezen, ja. Zelf was ik niet op de hoogte. Neen. Het klopt niet.”

Maar blijf je na dit seizoen bij Standard?

“Kan ik nu onmogelijk op antwoorden. Niet terwijl de play-offs aan de gang zijn. Daar gaat nu mijn volledige aandacht naartoe. Achteraf zal ik wel nadenken.”

Je vader vindt dat je moet vertrekken.

“En ik denk er hetzelfde over. Het is tijd. Maar eerst de play-offs, dus.”

Milan Jovanovic, Dieumerci Mbokani, Oguchi Onyewu: zijn dat voorbeelden die tot nadenken stemmen? Uitblinker bij Standard, grote transfer, maar nadien wel geflopt.

“Die jongens zitten niet in de meest gunstige positie, dat klopt. Maar ik ben Mbokani niet. Iedereen heeft zijn eigen mentaliteit. Het gaat er om hoe hard je het wil. Met een beetje meer tête kon Mbokani makkelijk slagen bij Monaco.”

Waarin moet jij nog beter worden?

“Er zijn individuele werkpunten: linkervoet, trap op doel, eerste meters. Werk genoeg. Ik ben al een stuk sneller dan vroeger, maar un vif zoals Daniël Opare zal ik niet meer worden.”

Ook een werkpunt: aanvallend koppen.

“Juist. Vooral op stilstaande fases scoor ik te weinig. Ik weet niet hoe dat komt. Mijn timing is goed, ik heb de lengte en de bouw. En verdedigend koppen, op een uittrap van de doelman, lukt heel goed. Maar voor de goal is het moeilijker. Misschien lanceer ik me niet genoeg. Ik ben geen Eliaquim Mangala, als die naar een bal gaat is het altijd gevaarlijk. Het betert wel al. Af en toe raak ik al eens de bal.”

Nochtans, je eerste goal in Oostenrijk voor de Rode Duivels was een doelpunt van de echte kopper: klimmen boven de doelman en binnenkoppen in duel.

“Geen idee waarom ik daar aan begonnen ben. Een heel atypisch doelpunt voor mij. Maar die voorzet ging heel hoog en ik zag de doelman twijfelen. Ik ging in duel, viel op de grond en zag de bal in het net. Ik was verbaasd (lacht).”

De buitenwereld ziet de voorbije twee wedstrijden tegen Oostenrijk en Azerbeidzjan als een keerpunt voor de Rode Duivels. Hebben jullie het ook zo ervaren?

“Jazeker. Gewoon door de overwinning op zich. Met die zes punten doen we opnieuw mee in de klassering. Maar ik kan niet zeggen dat ik voordien plots een heel ander gevoel had op training. Of dat ik het voelde aankomen. Plots liep het goed, we wonnen, en dat heeft ons gelanceerd.

“Het is een natuurlijke evolutie. We hadden talent, en we zijn ondertussen een beetje minder jong. Met wat meer wedstrijden op niveau achter de rug. Nu is er talent én mentaliteit. Georges Leekens en Marc Wilmots hebben de filosofie van het winnen geïnstalleerd. De kleine Belgen worden stilaan groot.”

Dat moet een citaat van Georges Leekens zijn.

“(lacht) Hij is er toch in geslaagd om ons de juiste mentaliteit bij te brengen. Een mentaliteit die er in het verleden niet was. Hij weet hoe hij met iedereen moet omgaan.”

Is hij op het eind van de wedstrijd tegen Azerbeidzjan niet iets vergeten?

“Wat zou dat dan moeten zijn?”

Een applausvervanging voor Axel Witsel.

“Neen. Het was mooi geweest, maar mijn goeie wedstrijd was het belangrijkste.”

Het was wel een statement geweest: Axel Witsel, na alles wat gebeurd is, opnieuw een nationale held.

“Ja. Misschien. Ik denk dat het beeld dat van mij bestond na die wedstrijden sowieso veranderd is.”

De bondscoach zei na afloop: ‘Axel Witsel heeft het verleden begraven’. Klopt dat?

“Ja. Maar ik heb het al een hele tijd geleden begraven.”

Wanneer precies?

“De thuismatch tegen Anderlecht, die 5-1, dat is een keerpunt geweest.”

Minimaliseer je het nu niet? Je hebt al eens aangegeven dat de episode-Wasilewski lang in je hoofd heeft gezeten.

“Ik kan het niet vergeten. Nooit. Maar vandaag denk ik er niet meer aan. Het heeft me wel veranderd: ik ben gegroeid, rijper geworden in het hoofd. Ik denk dat ik door alles wat gebeurd is, tijd heb gewonnen in mijn carrière. Wat sneller volwassen geworden.”

Hoe diep zat je?

“Het is een hele zware periode geweest. Vraiment dur dur.”

Vertel.

“Stenen tegen het huis, krassen in de auto. Al dat soort dingen. Nu, we wisten wel wat er ons te wachten stond. Het was goed dat ik familie rond me had. Maar zij hebben ook afgezien: mijn zus op school bijvoorbeeld. En nog het zwaarst van al was het voor mijn mama. Maar we zijn er goed uitgekomen. Ik ben blij dat ik me heb kunnen herstellen. Ik ben trots op waar ik nu sta. En op waar mijn familie staat.”

In het Frans is er een uitdrukking: le mal vient à cheval, et le bonheur à pied. Jij bent akkoord, neen?

“Helemaal. (lacht) Maar ik heb ook geleerd dat het altijd omslaat in de twee richtingen. Ook als het heel slecht gaat, komt er een moment dat alles beter wordt. Daar zorgt god voor. En ik geloof in god.”

Wat dit jaar gebeurd is op Cercle Brugge, was dat nog even de oude Axel Witsel?

“Ik word niet meer beoordeeld zoals andere spelers in België. Een andere speler had voor dezelfde fout geen rood gekregen. Maar zo is het nu eenmaal.”

We hadden het niet over de fout, wel over het cynische applaus voor de supporters die je uitjouwden.

“Dat had ik niet moeten doen. Ik heb me daar ook al voor geëxcuseerd.”

Over Standard: terug naar 3 april, dag 1 van de wederopstanding. 1-3-winst op Anderlecht, met een halve B-ploeg. Jij, Steven Defour en Mehdi Carcela zaten op de bank. Wat dacht je toen bij de aftrap? Dan maar geen titel voor Standard?

“Neen, het was zeker geen capitulatie. Er zat een logica achter de beslissing van de coach: we kwamen uit een periode van veel wedstrijden en er was de bekerwedstrijd tegen AA Gent later op de week. Dan kun je roteren. Bovendien: ik was er net als alle andere bankzitters van overtuigd dat de spelers die aan de wedstrijd begonnen iets konden rapen tegen Anderlecht. Maar akkoord: 1-3 winnen, daar had niemand rekening mee gehouden. En vanaf dan is het bij ons echt beginnen lopen.”

De keuze van coach Dominique D’Onofrio bewijst wel dat Standard niet aan de play-offs begon met het idee dat er alles aan gedaan moest worden om de titel te halen.

“Er is voor de play-offs nooit gesproken van de titel. Het ging niet over ‘proberen Anderlecht in te halen.’ Het was gewoon ‘voila, nu begint het echt.’ We bekijken het week na week.”

Eén week later winnen jullie ternauwernood van Racing Genk. Een hele moeilijke wedstrijd. Jij maakt 1-1 op strafschop in minuut 87, Nong maakt de winning goal in de toegevoegde tijd.

“Genk stond die dag heel goed. Wij domineerden, maar zij kwamen er snel uit op de counter. Na de 0-1 dacht ik dat we thuis punten zouden laten liggen, maar we vochten terug. Een overwinning op karakter, negentig minuten gaan. En mijn strafschop was cruciaal: gelukkig ging die binnen.”

Jij houdt van belangrijke strafschoppen. Je trapt ze allemaal, ook nadat je er ooit twee miste in één wedstrijd.

“Tegen Sint-Truiden, ja.”

Maar waarom doe je dat? Omdat je goals wil, of omdat je houdt van de verantwoordelijkheid?

“Ik houd van de druk. Je moet durven, karakter tonen. Dat vind ik belangrijk. Er zijn spelers die nooit meer zouden trappen nadat ze twee strafschoppen missen in één wedstrijd. Ik niet. Zo zit ik gewoon niet in elkaar. Ik neem de volgende keer de bal opnieuw en ik scoor. Voilà. Los daarvan is het ook de macht der gewoonte. Toen ik bij de eerste ploeg kwam, heb ik gewoon mijn hand in de lucht gestoken op het moment dat de vraag gesteld werd wie wilde trappen.”

Nog één weekje verder in de tijd: in de wedstrijd tegen Gent scoor je een hele moeilijke goal. Botsende bal in één tijd binnengetrapt. Mooi gedaan.

“Dank u. Die bal kwam achter mij. Eerst dacht ik daarom: ‘hmm, misschien beter controleren’ Maar ik besefte dat daar geen tijd voor was. Dus trapte ik meteen.”

Snelle denker ben jij.

“Dat moet. In voetbal gaat het over fracties van seconden. Met die goal was ik echt tevreden. Mooi en ook belangrijk. 1-3, Gent was uitgeteld op dat moment.”

Je scoort steeds vaker: voor de play-offs ook nog twee keer tegen KV Mechelen. Heeft dat een reden?

“Niet echt. Ik zit gewoon in een periode waarin ik veel probeer en waarin veel lukt. Maar ik heb dus net zo goed periodes gehad waarin ik veel probeerde en waarin weinig lukte. Het instinct om goals te maken heb je of je hebt niet. Ça s’apprend un petit peu, maar als je het bij het begin niet hebt, zul je er nooit goed in worden.”

Wat we met het voorgaande vooral wilden bewijzen: als het goed gaat met Standard, is dat omdat het ook goed gaat met Axel Witsel.

“Ik doe mijn best. Zo weinig mogelijk slechte matchen spelen, dat is de bedoeling.”

Wat is het grote verschil tussen het Standard nu en dat van voor de play-offs?

“Simpel: de hele kern is nu fit. Zeker als straks ook Steven (Defour, JPDV) terugkomt. Dat is nieuw. De voorbije twee jaar sukkelen we van de ene blessure in de andere. Elke week een andere opstelling, dat maakt het niet makkelijk. Bijvoorbeeld: samenspelen met Steven was een gewoonte geworden. Wij vonden elkaar heel makkelijk. Maar zo heel vaak is dat nu niet meer gebeurd. En dan zoek je naar andere oplossingen. Die is er nu met Camara. Dat klikt ook heel goed.”

Wat het ook zou kunnen zijn: Jelle Van Damme kwam erbij na de winterstop. Hij brengt veel bij, niet?

“Absoluut. Een heel sterk karakter. Hij loopt voor iedereen en brengt diepgang op de flank. Een echte vechter.”

Een provocateur, heb je hem in het verleden ook wel eens genoemd.

“(lacht) Daar houdt hij wel van, ja. Hij heeft een warm karakter. Maar ik vond het altijd een toffe kerel, we kenden elkaar al van bij de nationale ploeg. Dat provoceren houdt op naast het terrein. Maar ik kan je wel zeggen: liever samenspelen, dan er tegen spelen.”

Je beste maat in het voetbal is Nacer Chadli. Hij speelde eerst voor Marokko, maar koos nadien toch voor België. Begrijp jij, als zoon van een vader uit Martinique, dat spelers worstelen met die keuze?

“Natuurlijk. Stel je voor: hij is Belg. Hier geboren, hier opgegroeid. Maar zijn beide ouders zijn Marokkaan. Dus ja, ik kan me voorstellen dat zoiets wringt. En het is een beslissing voor de rest van je leven. Daar moet je over nadenken. Nacer heeft de juiste beslissing genomen.”

Heeft Mehdi Carcela dan de verkeerde genomen?

“Neen. Ik heb daar respect voor. Geen probleem. Ieder maakt zijn eigen keuze: in functie van zijn loopbaan en in functie van wat hij voelt in zijn hart. Ik ben vooral tevreden dat ik nooit voor de keuze heb gestaan. Ik heb nooit de Franse nationaliteit aangevraagd.”

Witsel is niet de echte familienaam van je vader. Hij heet eigenlijk Toussaint, maar nam de naam over van zijn schoonvader toen hij naar België kwam. Vind je dat vanzelfsprekend?

“Mijn vader heeft dat toen beslist. Ik heb hem daar wel eens naar gevraagd. Maar uiteindelijk is het maar een naam. Weten waar je roots liggen, dat is het belangrijkste.”

Je hebt al vaak gezegd dat je Martinique graag wil bezoeken. Ben je er nu al geweest?

“Jazeker. Samen met mijn vriendin. Toen ik van het vliegtuig kwam, overviel het mij allemaal. ‘Dit is het nu, het land waar mijn vader heeft gewoond.’ Een speciale ervaring, zeker en vast. Maar voorts was het vooral vakantie. Beetje aan het strand en zo. Later wil ik echt op zoek gaan naar mijn familie. Wat wel opviel: grote kerels daar allemaal. Encore plus costaud que moi. Het was eens iets anders. (lacht)”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234