Donderdag 28/05/2020

Ik ben te onhandig voor revanche

‘Dag, meneer de voorzitter.’ Wie met Herman De Croo door de statige gangen van het parlement loopt, merkt dat dit zijn huis is. Bodes knikken en haasten zich om de deur voor hem open te houden. Patrick Dewael mag dan al officieel Kamervoorzitter zijn, de echte patron van het halfrond, zo weten zij, zit op stoel nummer 33, net achter de regeringsbanken. De Croo heeft er al sinds 1968 onafgebroken een zitje en mocht er van 1999 tot 2007 de voorzittershamer in handen houden.Anno 2009 is De Croo opnieuw gewoon volksvertegenwoordiger, maar de verrassende verkiezing van zoon Alexander tot Open Vld-voorzitter plaatst de nestor van de Kamer opnieuw volop in de spotlights. Tot zijn dood wil hij hier blijven en pas dan, zo voegt hij er steevast aan toe, gaat hij naar de Senaat. “Misschien verandert er binnenkort wat”, zo beseft de oude De Croo nu voorzichtig. “Als Alexander als voorzitter geroepen wordt om zelf in de Kamer in het hart van de democratie te gaan zitten. Vader en zoon Ducarme zitten hier, maar ik weet niet of we hier twee De Croos moeten hebben. Enfin, we zullen wel zien.”Maar tot nader order ontwapent Herman De Croo niet. Het interview wordt langdurig onderbroken omdat de oud-Kamervoorzitter weggeroepen wordt naar een spoedvergadering waar vergeefs getracht wordt orde te scheppen in de chaotische agenda van de parlementaire slotweek. Voor het kerstreces moet immers nog een reeks mastodontwetten goedgekeurd worden. De Croo wordt “mismoedig” van de neiging van de regering om steeds meer wettelijke bepalingen in nauwelijks te controleren containerwetten samen te ballen. “Als de regering en de parlementairen de tak waarop ze zitten, willen afzagen, dan moeten ze zo verder doen: geen wetteksten meer indienen en honderdtwintig vragen per week stellen. Men moet zich dringend herpakken.”“De regering weet zeer goed dat als ze een programmawet indient, die moet dienen om de begroting uit te werken. Alle andere zaken moeten in een andere wet worden gegoten. Maar het is juist dat er een containerisatie aan de gang is. Ik vind dat bedroevend en contraproductief. Gedurende maanden is deze Kamer in de commissies overstelpt met vragen - ik stel er geen, want ik ben tegen dat systeem. Allemaal omdat er te weinig wetgevend werk was. Omdat sommige ministers, niet altijd de sterksten, van de programmawet en de wet diverse bepalingen gebruikmaken om hun postpakske met de grote containertrein mee te geven. Dat is fout. Een echt parlement is een parlement dat wetten maakt, dat de regering controleert en dat af en toe resoluties stemt. Uitzonderlijk, want resoluties zijn de Ave Maria’s of de paternosters van deze wereld; ze zijn goed om te worden gepreveld, maar ze dienen tot niets.”

U hebt er anders wel uw schik in: u holt ook vandaag weer van commissie naar vergadering.

Herman De Croo: “Weet u dat ik tweeëntwintig jaar geleden al van mijn hoogste pensioen kon genieten? Na twintig jaar als parlementair heb je daarvoor genoeg bijgedragen. Ik heb ondertussen 127.000 euro betaald aan de kas van de Kamer. Je moet dus niet denken dat ze mij zomaar graag zien. Ik ben het rendabelste diertje van dit parlement. Dankzij mij kunnen veel jonge, kort verkozen parlementsleden genieten van een uittredingsvergoeding. En bij de ietwat oudere parlementsleden heb ik de eeuwige dankbaarheid van hun weduwen.”

U bent eigenlijk veel te goed.

“U zegt het. Kijk eens naar, hoe heet hij nu weer, allez, die kleine van het Vlaams Parlement... Peumans, ja. (grijnslach) In tegenstelling tot hem heb ik geen enkel vangnet. Mocht Peumans vertrouwen hebben in zijn kiezers, hij zou zijn ontslag geven bij De Lijn. Daar is hij door politieke bemoeienissen directeur geworden. Ondertussen predikt hij de parlementaire zuiverheid, maar indien de kiezer hem laat vallen, wordt mijnheer Peumans opnieuw netjes directeur. Zo begint het parlement langzaam maar zeker te lijken op een Oost-Duitse volksrepubliek waar de mensen in verlof zijn van een of andere staatsdienst. En Peumans de Eerste is daar het stichtend voorbeeld van. Op de duur wordt dit parlement bevolkt door, met alle respect, leerkrachten en directeurs met onbetaald verlof. Vandaag blijft een parlementair hier gemiddeld acht jaar. Hij begint op zijn dertigste en moet op 38 jaar een andere job gaan zoeken.”

Vroeger was het beter?

“Het was anders. Als er nu eens een nachtelijke zitting is, lopen mijn jongere collega’s meteen naar de krant om hun nood te klagen. Toen ik hier in 1968 aankwam, hadden we één nachtzitting per week. Ik ben ettelijke keren naar huis gereden terwijl de mensen in Brakel al aan de bushalte stonden te wachten om de bus naar Brussel te nemen. Dat het niet meer zo is, is de positieve invloed van de zowat 34 procent vrouwen in het parlement. Dat heeft een zalvende werking. Of is dat seksistisch? Je moet tegenwoordig opletten wat je zegt. Ik heb de groene fractie ooit eens de fractie van behalozen genoemd. Ze hebben mij vervolgens blauwe bretellen overhandigd. Blue suspenders. Ik moet zeggen dat ik nooit goed heb begrepen waarom.”

Toen Kamervoorzitter Patrick Dewael een CD&V-Kamerlid nogal scabreus terechtwees omdat ze op haar knieën zat, moesten we aan u denken. U zou zoiets niet over de lippen gekregen hebben.

“Ik ben een galante man, maar ik heb mevrouw Detiège wel ooit aangesproken toen ze met haar bevallige achterste - ik mag niet ‘mooi kontje’ zeggen of ik krijg écht miserie - op de trap was gaan zitten. ‘Mevrouw Detiège, u bent niet tot een trede verkozen, maar tot een stoel!’, zei ik. (pretoogjes) Daar heb ik geen weerbots van gehad. Och, Patrick is geen seksist. Binnenkort mag je niks meer zeggen.”

U hebt er zelf een buitengewoon jaar op zitten. In juli werd bij u stembandkanker vastgesteld en vorige week werd uw zoon tot voorzitter van Open Vld gekroond. Van het diepste dal tot in de hoogste hemel.

“De kanker was voor mij een beproeving van mijn karakter. Op vrijdagavond 3 juli kreeg ik telefoon van de dokter. Ik was op dat moment in het gemeentehuis. Ze meldde mij koel: ‘Mijnheer De Croo, we hebben kankercellen ontdekt, we hebben drie analyses gedaan. Er is geen twijfel mogelijk.’ Vijf minuten heb ik zit peinzen. Vervolgens heb ik het politiecomité voorgezeten alsof er niks gebeurd was. De zondag erna ben ik te paard de Sint-Pietersommegang gaan rijden en maandag ben ik naar Stockholm vertrokken. Pas op dinsdag ben ik teruggekeerd om te laten onderzoeken of er al dan niet uitzaaiingen waren.“Die drie dagen waren moeilijk. Onze kinderen waren toevallig in het buitenland, dus ik kon nergens heen met mijn bezorgdheid. Ik moest mij sterk houden, lachen en farcen vertellen. Maar ik had vooral zin om in een hoekje te kruipen en een doek over mijn hoofd te trekken. Men had mij gezegd dat het om een beginnende tumor ging en dat ze dat konden genezen met radiotherapie. Maar er zou wel collateral damage zijn. Ik zou mijn stem, mijn smaak en mijn speeksel verliezen, ik zou brandwonden en slikmoeilijkheden krijgen. Om god weet welke reden heb ik geen enkele van die bijwerkingen gehad.”

Hoe lastig vond u die behandeling?

“Dat duurt niet lang en is ook niet zo vervelend. Je moet gewoon proberen om een minuutje of twee niet te slikken. Ik heb daar niet afgezien. Ik was wel de eerste op de afdeling die het masker dat je tijdens de bestraling moet opzetten heeft meegevraagd. IJdelheid, hé. Een tweede lastige periode kwam er na de laatste behandelingen. Dat zijn slopende dagen van onzekerheid. Als je dan het dokterskabinet binnenstapt, weet je dat er geen tussenweg is. Je kunt niet een beetje genezen zijn, je krijgt een ja of een nee. Het was ja. Ik heb nog nooit in mijn leven zoveel sms’en verstuurd als toen van Gent op weg naar huis. Iedereen die mij sterkte heeft gewenst, heeft een persoonlijke boodschap teruggekregen.“Tijdens de behandeling ben ik blijven werken. Toen heb ik geleerd dat er geen flexibiliteit is in de bestralingen. Ik ben ook te weten gekomen dat we op een tekort aan isotopen afstevenen. Ik ben nu een ervaringsdeskundige inzake kankerproblematiek. Maar daarnaast heeft mijn stemkankerprobleem mij helaas niets geleerd.”

U bent er geen ander mens door geworden.

“(knikt) Ik weet het, het tegendeel beweren zou beter zijn voor uw verhaal, maar de waarheid is dat mijn ziekte mij geen sikkepit veranderd heeft. De kanker heeft mij niet van gedacht doen veranderen over de activiteiten in mijn leven. Ik werk nog altijd acht dagen per week. Het heeft mij niet gelouterd. Het spijt me dat ik dat moet zeggen, misschien is dat niet normaal, maar het heeft mij niet kalmer of anders doen leven.”

Uw vrouw heeft u niet gevraagd om het wat rustiger aan te doen?

“Ze kent me goed genoeg om te weten dat dat nutteloze raad is. Elke goede raad wordt gekenmerkt door het feit dat hij niet gevolgd wordt. Het is ook niet zo dat ik nu van de weeromstuit gulziger ben gaan leven. Je kunt moeilijk nog gulziger leven dan ik al deed. Er was mij twee jaar geleden al eens aangeraden om het kalmer aan te doen toen ik last had van insomnia. Ik heb toen gedurende een week of zes slechts een uur per dag geslapen. Dat was veel pijnlijker. Maar ook dan ben ik naar huis gegaan en gaan werken.”

Optimisme is een medische plicht.

“Ik denk dat optimisme een remedie is, ja. Wat ik nu zeg, is mezelf uitdagen, stoerdoenerij. Ik weet wel dat ik niet moet overdrijven en dat ik op een dag zal doodgaan. Maar je kunt heel wat dingen verdragen door een optimistische levenswijze. We weten zo weinig over onszelf, over de mechanismen van ons lichaam, dat ik denk dat optimisme, doelmatigheid en actie ondernemen de beste medicijnen zijn.”

Uw bekendste boutade blijft dus overeind: ‘Ik blijf in de Kamer tot ik sterf en daarna ga ik naar de Senaat’?

“Dat zal waarschijnlijk zo zijn, tenzij Alexander naar de Kamer komt. Wat Alexander nu heeft bereikt, dat is een verrassing voor mij maar ook voor hem. Hij is een briljante jongen, en dat zeg ik niet omdat hij mijn zoon is. Ik zie objectief briljante dingen, zoals bij zijn vader. En hij heeft ervaring als ondernemer. Maar in het politieke bedrijf zeggen ik en anderen terecht: wat komt die snotneus hier doen. Maar hij is geen snotneus. Hij is zeer rationeel, zeer no-nonsense en hij heeft het voordeel dat hij - in tegenstelling tot zijn vader - geen enkele verleiding voelt om zichzelf te horen spreken.”

Raken zijn plotse politieke engagement en succes u nog meer omdat u het niet meer verwacht had?

“Alexander is politiek opgevoed en kent het politieke leven goed. Maar ik dacht inderdaad niet dat hij de stap zou zetten. Hij is altijd een goeie student geweest, heeft bij Boston Consulting Group gewerkt, waar toch niet iedereen binnengeraakt, heeft vervolgens een MBA gedaan aan een topschool in Chicago. Nadien is hij in Michelbeke komen wonen en heeft hij een kindje gekregen. En dan vertelt hij mij plots dat hij kandidaat wil zijn bij de verkiezingen van juni. Hij wilde wel niet verkozen worden, enkel testen of het campagne voeren hem lag, of de mensen hem graag hadden. Uiteindelijk haalde hij van op de tiende plaats op de Europese lijst meer dan 47.000 voorkeurstemmen.”

En al meteen stapt hij in de voorzittersrace bij Open Vld.

“Marino heeft hem een keer of vijf gecontacteerd om zijn running mate te worden. Rik Daems is zelfs langsgekomen bij ons in Michelbeke om hem te overtuigen. En Gwendolyn heeft met hem gesproken, maar hij besliste uiteindelijk om niet op te komen als running mate. Nadien heeft hij lang gesproken met Vincent Van Quickenborne, die hij een briljante man vindt. Hij zei dat Alexander het zelf moest proberen. In eer en geweten heeft hij dan op een zondagochtend bij hem thuis zijn vrouw, mijn vrouw en mij ingelicht dat hij kandidaat zou zijn. “Dat was een magisch moment. Ik zie ons daar nog zitten in zijn salon, met het grote raam dat uitzicht geeft op de velden. Dat heeft iets, daar allemaal samen, op de grond der vaderen, waar de De Croos van klein tot groot rondgelopen hebben, waar ze geboren en begraven zijn. De aarde trilt op dat moment met je mee.”

Hij won uiteindelijk overtuigend de tweede verkiezingsronde met een score van 55 procent. Was dat toch niet een beetje vernederend voor de partijtop, die Marino Keulen steunde?

“Nee, want ik behoor ook tot de partijtop. Ook Annemie Neyts heeft Alexander gesteund, net als Noël Slangen. Ik denk dat hij vooral de kandidaat van de leden is. Niet omdat hij de man is die B-H-V gaat oplossen. Want wie gaat er op dat moment met een groot boeket bloemen buitenkomen? Dehaene. En achter dat boeket zal er amper nog een liberaal of een socialist op de foto te zien zijn. Dat is dus niet de reden waarom ze op hem gestemd hebben. Nee, ze wilden iemand die de vier vernederende nederlagen van de liberalen omzet in een eerste nieuwe overwinning sinds 2003. Dat is de keuze van de militanten. Zal het lukken? I hope so.”

U noemt zijn taak alvast de moeilijkste job uit zijn leven. U bent ervaringsdeskundige, want in 1995 werd u in een bijzonder gespannen sfeer zelf voorzitter.

“Ik had het moeilijk omdat een aantal goede vrienden (Guy Verhofstadt en Patrick Dewael, BE/TM), die niet graag hadden dat ik voorzitter was, nog bijzonder actief waren. Nu hebben ze zich wat teruggetrokken in belangrijke functies en zullen ze zich minder met de partij bezighouden. Indien we in 2011 geen merkelijk beter resultaat halen dan in 2009 zullen er nog eens zes parlementsleden afvallen. En ik weet wie die zes zijn; de tweede of derde man of vrouw op elke provinciale lijst. Die mensen weten dat ook. En als ze hun mandaat willen redden, dan moeten ze eendrachtig zijn. Ik zou dus durven te zeggen dat ik minder spanningen in de partij vrees, dan toen ik het in 1995 heb moeten opnemen tegen Patrick. Wij zaten toen wel in de oppositie, terwijl de partij nu in die spreidstand tussen federale meerderheid en Vlaamse oppositie zit. Het is een spreidstand die ongelooflijk complex is, waar we niet meer de realisaties kunnen verzilveren die we konden verzilveren toen we nog de premier hadden. Dus ja, het is misschien nog moeilijker dan in mijn tijd.”

Is Alexander er klaar voor?

“Ik denk dat een aantal vrienden gewaar zullen worden dat hij niet manipuleerbaar is. En niets is onhebbelijker voor een ervaren politicus dan een jonge aankomende kracht die niet te kneden is. Van Miert is ooit aan het hoofd van de BSP geplaatst, omdat hij een braaf manneke was. Hij ontpopte zich echter tot een van de betere politici van dit land omdat hij zich niet liet knechten. Geloof maar niet dat dat de carrièreplanning was die Willy Claes voor hem voor ogen had.“We zijn bijzonder goeie vrienden. Ik ken niet veel vader-zoonrelaties die zo hecht zijn als de onze. Ik ben de beste vriend van Alexander en hij een van mij, vermoed ik. Ik ben de vader maar niet de voogd. Ik zal hem niet schoonmoederen.”

Is de triomf van Alexander niet een heel klein beetje een revanche voor de roemloze manier waarop uw voorzitterschap destijds is geëindigd?

“Neen. Op geen enkele manier. Als je in de politiek met de keien van je ontgoochelingen en de cactussen van je revanche door het leven moet gaan, stop er dan mee. Ik ben in feite veel naïever dan men denkt. Ik ben geen handige politieker. Ik ben een zeer zelfvertrouwde politieker die misschien een te groot gedacht van zichzelf heeft. Ik ben te onhandig voor revanche. Ik vergeet niets, maar velen verwijten mij dat ik veel te zacht ben.”

Het glijdt van u af?

“Het is meer dan dat. Misschien ben ik een dommerik, maar geef me eens ongelijk. Wie zit hier al 42 jaar? Wie is als ‘slechte Vlaming’ al 25 keer glorieus uit een verkiezingscampagne gekomen in Vlaanderen? Wellicht is mijn manier van straightforward zijn en soms alleen staan nog niet de slechtste methode. Als ik objectief terugblik, is dat best wel een goede manier om aan politiek te doen. Niet liegen. Niet provoceren. Ik ben de afgelopen 25 jaar niet veranderd. Ik heb wel veel geleerd en ik kan makkelijker iemand ‘pakken’ als ik wil. Ik riek mijn kansen, Alexander moet dat nog wat leren. In de voorzitterscampagne vroeg Marino aan Alexander wat hij als nieuwkomer zou doen als hij onmiddellijk met Di Rupo moest gaan praten. Enfin, Marino spreekt zelf geen Frans! Hij heeft een debat op RTL moeten weigeren omdat hij niet kan debatteren in het Frans. Alexander had dus kunnen zeggen: ‘Marino, ik zal tenminste verstaan wat ze zeggen.’ Hij heeft dat niet gedaan. (pretoogjes) Ik zou het gedaan hebben.”

Er is veel gesproken over de tussengeneratie, u bent ook een telg van een tussengeneratie. Is het probleem van de huidige tussengeneratie niet dat er nooit iemand een tegendraadse De Croopositie heeft durven in te nemen?

“Ik stond vol bewondering voor het trio Willy De Clercq - Herman Vanderpoorten - Frans Grootjans. Vijftien jaar nadien was ik in mijn eentje een tussengeneratie. En nog eens vijftien jaar later was het de beurt aan het trio De Gucht - Verhofstadt - Dewael. Zij zijn heel sterk geworden, en terecht. Nu nog. Maar het volgende trio is dat van Alexander. Daartussen zit je een beetje gewrongen met de capaciteit. Ik denk dat mensen als Bart Somers, Bart Tommelein, Hilde Vautmans, Dirk Van Mechelen en Patricia Ceysens capaciteiten hebben, maar zij hebben zo lang onder dat sterke trio gezeten dat men nu een kwantumsprong heeft gemaakt. Dat was de wil van Verhofstadt. Hij vertelde mij vorig jaar dat er in 2012 een nieuwe, jonge ploeg moest klaarstaan. Toen zijn onder meer de namen van Alexander en Mathias (De Clercq, BE/TM) gevallen. Het is dus alleen een beetje sneller gegaan.”

Jongelui kennen u voornamelijk als de politicus die wel eens schalks op televisie verschijnt. Doet u uzelf daar geen oneer mee?

“Ik denk dat niet. Ik heb ook al veel uitnodigingen voor televisieuitzendingen geweigerd. Ik heb natuurlijk schalkse tv-optredens gedaan, maar ik heb nooit met een kunstmatige baard een kunstmatig eiland bezocht waar ik een kunstmatige redding heb gedaan. Ik heb wel een keer meegedaan aan De slimste mens. Maar na een aflevering wilde ik er al uit, omdat ik er eigenlijk geen tijd voor had. Toegegeven, ik heb er niet veel moeite voor moeten doen om me te laten verliezen. Ik hoop dat ik ook wel herinnerd word als de minister van Verkeer die 150 kleine treinstations heeft gesloten, het IC/IR-programma bij de NMBS heeft geïntroduceerd, Sabena winst heeft doen maken en er 3000 mensen heeft laten afvloeien. Ik denk dat dit meer de reputatie is die ik heb, althans in politieke kringen.”

Net daarom. Moet u uw politieke palmares niet beter conserveren?

“Ik misbruik dat niet. Als ge niet traint, kunt ge niet koersen. Onder de mensen komen is trainen voor een politicus. Ooit vroeg de koning mij waarom ik naar al die pensenkermissen bleef gaan. ‘Omdat ik verkozen moet worden, Sire’, heb ik geantwoord. Ik ben hier in de Kamer al verschillende keren gevierd. Daarbij heb ik al eens opgemerkt dat een derde van de Kamer nog niet geboren was toen ik mijn eed aflegde. Ze lachten eens vriendelijk. Toen ik daarop zei dat een derde ook voor mij weer vertrokken was, lachten ze niet meer. “Ik heb het idee dat ik een heel sterke, ervaringsrijke luidspreker ben met veel invloed die iedereen kent en een enorm groot netwerk heeft. Daarnaast doe ik mijn werk als parlementair. Ik ben voorzitter van het Federaal Adviescomité voor Europese Aangelegenheden, ik ben verslaggever van de Commissie voor Bank- en Financiewezen. Ik zit actief in het Comité P. Ik zit in meer commissies dan wie ook en ik durf te zeggen dat ik in mijn fractie tot de tien actiefste leden behoor. Ik doe dus mijn job. Vorige week ben ik nog in vijf verschillende commissies gaan stemmen waar ik geen lid van was, bij gebrek aan liberale leden. Ook om aan jongere gasten te tonen: als ik het doe, waarom jullie dan niet? Het is een kleine verleiding in mijn temperament om voorbeeldig te zijn. Ik zou ook kunnen zeggen: ik trek mij terug. Maar om wat te gaan doen? Een roman lezen op Tenerife? Dat is niets voor mij.”

Wordt een eventueel afscheid gemakkelijker nu Alexander alsnog in uw voetsporen is getreden?

“Als je kinderen in de politiek treden zonder dat je ze ooit gepusht hebt, bij een partij die de jouwe is en met een sociaal-liberale invalshoek die de jouwe is, dan geeft dat voldoening. Maar ik heb nooit een troonopvolger voorbereid.”

Als we een zwarte vlek op uw blazoen moeten noemen, komen we uit bij de affaire-Trusnach, toen u Elio Di Rupo outte als betrokkene. Di Rupo bleek al snel niets te maken te hebben met de hele zaak.

“Ik voel mezelf nog altijd zeer zelfverzekerd. Het gerechtelijk dossier ligt hier opgeslagen in de Kamer. Als voorzitter had ik alle kans om het op te vragen. Wat zou een partijleider van de oppositie anders gedaan hebben? Twee topministers van de regering waren in opspraak gebracht. Dan moet je de premier daarover toch interpelleren? Ik ben op menselijk vlak misschien brutaal geweest. Maar je moet alle communiqués die de belanghebbenden die dagen verstuurd hebben eens goed lezen. Ik heb daarover al geschreven in mijn boek De wereld volgens Herman De Croo. In mijn memoires ga je er misschien iets meer over lezen. Gedurende weken heeft Di Rupo mij de hand niet gedrukt, Busquin ook niet. Dat is nu gelukkig al lang voorbij. Ik heb Elio nooit willen treffen, maar ik was oppositieleider en er waren bepaalde ‘feitelijkheden’ binnen die regering. Maar daarover zal ik, als ik de goesting en de tijd heb, nog wel schrijven.”

Van traagheid zal niemand u ooit kunnen beschuldigen. U was het ook die het einde van de eerste regering-Leterme inluidde door de brief van cassatievoorzitter Londers voor de camera’s voor te lezen. Dat was nogal merkwaardig voor een lid van de meerderheid.

“Daar zat niets kwaadwilligs achter. Herman Van Rompuy, toen nog Kamervoorzitter, las de brief voor op de Conferentie van de Voorzitters en liet hem uitdelen. Ik heb hem gevraagd of die brief confidentieel was, hij antwoordde nee. Wanneer ik met die brief buitenkwam, botste ik op de VRT, die mij vroeg om hem samen te vatten. Allez, hij was slechts twee paragrafen lang dus heb ik hem volledig voorgelezen. Ik kan er ook niet aan doen dat ze dat televisiefragment tientallen keren herhaald hebben. Ik was slechts de boodschapper.“Misschien is Leterme daarvoor een beetje kwaad geweest. Weet u, Louis Michel vertelde drie weken geleden op een vergadering die ik voorzat dat zijn voordracht als Belgisch kandidaat voor het voorzitterschap van de Algemene Vergadering van de VN slechts de tweede keuze was. De eerste keuze was namelijk Herman de Croo, zei hij en plein public. En het is juist dat ik de keuze was van een andere regering die anders samengesteld was met een andere minister van Buitenlandse Zaken (Van Rompuy I, met Karel De Gucht als minister van Buitenlandse Zaken, BE/TM). Waarom heeft men mij niet meer voorgesteld? Vraag het aan Van Rompuy en De Gucht en dan zult u hetzelfde antwoord krijgen. Ik zou er nooit zelf over gesproken hebben. Behalve mijn vrouw wist niemand dat. Michel was daar zeer eerlijk in. Ik betreur het dat hij die ene stem heeft gemist. Het is spijtig voor het land en voor hemzelf. Wie weet, was ik wel het laatste slachtoffer van de rancune van een gelouterde politicus? (grijnst) Ernstig, ik hoop dat Yves Leterme gelouterd is. Voor hemzelf en voor het land.”

Die ene internationale hoofdvogel ontbreekt wel op uw palmares

“Het leven is eigenaardig. Je kunt niets voorspellen, niets voorzien. Je kunt alleen maar lessen trekken uit het verleden die dat verleden beter belichten, maar daarom de toekomst niet beter voorbereiden. “In elk geval heb ik niet de minste spijt dat ik hier al 42 jaar ben. Mocht ik mijn leven herbeginnen, ik zou hetzelfde doen. Ik zou het misschien nog beter en intenser doen en ik zou het in 1985 anders gedaan hebben. Toen heb ik de kans verspeeld om de partij te leiden en in de regering te blijven. En had ik de partij geleid, wie weet kon ik de Zestien gedaan hebben. Maar ik heb geen spijt. Ik heb die beslissing genomen en ik heb ze genomen op aandringen van de hoogste autoriteiten van dit land. Wat aantoont dat je zelfs de koning niet moet volgen. (lacht)”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234