Zaterdag 10/04/2021

‘Ik ben te intelligent om enkel thrillers te schrijven’

undefined

Dichter bij de Provence kun je in Vlaanderen niet wonen dan in de voormalige boerderij waar Stan Lauryssens (63) een nieuw leven is begonnen. Vlak voor Ronse, te midden van de Vlaamse Ardennen, schrijft hij thrillers. Binnenkort begint hij echter aan een boek over de zeven jaar waarin hij in Londen in een gesloten, Indiase gemeenschap heeft geleefd en waar zijn tweede zoon Jamie, die Lauryssens van zijn ex-vrouw niet meer mag zien, nog altijd woont. Dat boek moet de wereld rondgaan, zoals Dali & I, zijn levensverhaal waarvan de uitgaverechten in dertig landen zijn verkocht. Boven op de lange boekenkast in zijn schrijfkamer, wat ooit een koeienstal was, staan Tsjechische, Japanse en Koreaanse versies. Lauryssens verkocht het boek ook aan Hollywood, waar ze plannen hebben om het te verfilmen. Al Pacino heeft toegezegd om de rol van Salvador Dalí te vertolken.Wie Dali & I gelezen heeft, weet waarom ze in Tinseltown wild zijn van het verhaal. Het leven dat Lauryssens heeft geleid is te spectaculair om te geloven. Nochtans vat hij het zelf samen in een paar zinnen, halverwege ons gesprek: “Ik was 53 toen ik de laatste keer uit de gevangenis kwam. In die 53 jaar heb ik de hele wereld gezien. Ik heb meegedaan aan kunstbeurzen in New York en Los Angeles. Ik heb in België, Frankrijk en Spanje in de gevangenis gezeten. Ik heb in verschillende landen mensen opgelicht met schilderijen. Door een stom toeval heb ik naast Salvador Dalí gewoond in Cadaqués in Catalonië. Daar heb ik ontdekt dat niet ik de grootste oplichter ter wereld was, maar Dalí zelf. Ik kon heel goed zijn handtekening nabootsen. Ik heb voor hem, omdat hij te oud was om nog zelf te schilderen, honderden valse Dalí’s gesigneerd.”Nadat hij uren over zijn leven heeft gepraat, krijgt Lauryssens een moeilijk moment. Hij loopt even weg van zijn koffietafel, waar hij elke ochtend binnen- en buitenlandse kranten leest, en komt terug met een brief die hij geschreven heeft op 30 mei 1998, de verjaardag van zijn Spaanse zoon Lluis. De enveloppe is nog dicht. Vooraan staat ‘Lluis Lauryssens’ en daaronder het toenmalige adres van zijn voormalige Spaanse vriendin en moeder van zijn oudste zoon. “Ik heb de brief nooit meer opengedaan”, vertelt Lauryssens. “Maar eens moet ik het toch doen.” De Vlaamse schrijver scheurt de enveloppe open en leest de brief die hij naar zijn zoon geschreven heeft, nadat hij in een gevangenis in Madrid zijn broekriem aan een metalen buis had gehangen en voordat hij zijn hoofd ertussen zou steken.“Ik heb geprobeerd een goede vader voor je te zijn”, zo staat er in de brief. “Het is maar voor een paar dagen gelukt. Voor alles excuseer ik mij. Je zult een goede en grote jongen worden. Een aangename man. Ik ben trots op jou. Ik heb niet veel, maar wat ik heb, laat ik aan jou. Adieu, mijn zoon.”Na een halfuur treuzelen, zo beweert hij, had hij eindelijk beslist om zijn hoofd tussen de riem te steken en zich te laten vallen. “Net op dat moment gooiden ze een Spanjaard in mijn cel. Die man begon te kotsen. Het bleek een junkie. Ik heb hem op het bed gelegd en een vod met water op zijn hoofd gelegd, want het zweet spoot uit zijn kop. De hele nacht heb ik hem verzorgd, en toen het buiten klaar werd, scheen de zon. Ik weet nog dat ik dacht: ik leef nog.”

Hoeveel levens hebt u eigenlijk geleefd?

Lauryssens: “Men zegt altijd dat een kat zeven levens heeft, en dat ze altijd op haar poten terechtkomt. Ik moet wel een kat zijn. Ik ben ook altijd op mijn poten terechtgekomen, terwijl ik een destructieve neiging in me heb. Een paar keer heb ik gedacht: nu is het voorbij. Je moet weten: in de jaren zeventig en begin jaren tachtig reed ik elke avond naar huis met miljoenen franken van Vlaamse middenstanders. Ik woonde in een prachtige villa voor het park, ik had drie auto’s. Plots viel de politie bij me binnen. Ze sloegen me in de boeien. Mijn rekening werd geblokkeerd, mijn villa en auto’s werden in beslag genomen. Alles was weg. Dan denk je dat je leven voorbij is.”

Wist u niet dat die dag ooit zou komen, als je jaren aan een stuk mensen oplicht?

“Neen. In het begin denk je daaraan. ’s Nachts lig je wakker, badend in het zweet. Maar dat gevoel gaat voorbij. Dan denk je dat jou niets kan overkomen. Waarom is Bernie Madoff nooit gestopt? Bernard Tapie? Jean-Pierre Van Rossem? Het slimste is ermee ophouden op een bepaald moment en leven van wat je verdiend hebt, maar niemand doet dat. Omdat ze allemaal denken dat ze onaantastbaar zijn.”

Hoe lichtte u de mensen op?

“Ik wist dat middenstanders enorme hoeveelheden zwart geld hadden en er niets mee konden doen. Ze hadden dat geld verdiend door een zekere vorm van oplichting. Door alles in het zwart te kopen, door beendermeel in hun worsten te draaien, door geen belastingen te betalen... Daarom voelden ze zich schuldig. Bovendien zie je geen bakkers in een chique villa en met een dikke Mercedes. Dat kunnen ze niet doen, want anders zegt de hele straat: ‘Heeft hij dat allemaal verdiend door pistolets te verkopen?’ Het geld naar de bank dragen was ook niet mogelijk, want dan moesten ze het aangeven. Dus stak het in Chinese vazen. En dan kwam ik, die prachtige verhalen kon vertellen. Daarna zei ik dat ik ze voor 75.000 dollar een tekening van Picasso kon geven. Er is maar één schilder die iedereen kent: Picasso. Ze haalden 75.000 dollar uit hun vaas en zeiden: ‘Breng die volgende week maar’. En dan zei ik: ‘Je gaat toch geen 75.000 dollar aan je muur hangen? Wat ga je doen als de belastinginspecteur binnenvalt? Ik zal ze in een kluis in een bank stoppen op jouw naam’. Want die tekening had ik natuurlijk niet. Ik wist wel waar ze was en ik wist ook dat ik ze misschien zou kunnen kopen, maar ik had ze niet. Ik verkocht een droom.”

Waarom hebt u zelf met uw geld gegooid?

“Uit een soort ijdelheid en geldingsdrang. Ik kom uit een socialistisch en arm arbeidersnest. In Antwerpen zeiden ze: ‘Hij is out ne wèrkmans broek geschud’. Als het kermis in de stad was, kon ik daar niets doen, tenzij ik geld uit de offerblokken van de kerk stal. Van mijn stiefvader heb ik meer slaag dan eten gekregen. Ik heb aan de universiteit van de straat gestudeerd. Alles wat ik weet, komt van de straat.”

Dacht u als kind: ‘Op een dag zal ik stinkend rijk zijn?’

“Neen, maar toen ik rijk was, wist ik wel dat ik niet meer wilde leven zoals vroeger. Ik heb snel beseft dat de wereld aan elkaar hangt van bedrog. Na mijn legerdienst ben ik gaan werken in een kaasfabriek. Die kocht goedkope Finse kaas en verkocht ze als Zwitserse emmentaler. Ik moest gaten in die kaas maken, want niemand koopt emmentaler zonder gaten. Dat was ook een vorm van bedrog. Later ben ik stukken gaan schrijven voor Panorama die ik van a tot z verzon. Ik schreef fictieve interviews met filmsterren en ondertekende ze met ‘Steven Stanley, onze correspondent in Hollywood’.”

Hoe bent u zo gefascineerd geraakt door Dalí?

“Mijn job was werken van Dalí vinden, kopen en verkopen. Ik had toegang tot het geld van een beleggingsfirma om informatie over hem te verzamelen. In de luchthaven van Deurne charterde ik een privévliegtuig om naar Parijs te vliegen. In die jaren had ik een relatie met een kunstschilderes die zeer goed wulpse vrouwen met blote borsten kon schilderen. Op een bepaald moment werd ze gevraagd om de muren in de Crazy Horse in Parijs te beschilderen. Daar werd ik ontvangen door Alain Bernardin, de grote man van de Crazy Horse. Hij zei: ‘Stan, the Crazy Horse is yours. Je komt binnen wanneer je wilt, je vertrekt wanneer je wilt, je drinkt wat je wilt...’Tegenover de Crazy Horse stond een suite in hotel Georges V tot mijn beschikking. Ik zei Bernardin dat ik op zoek was naar werk van Salvador Dalí. ‘Geen probleem’, zei hij. ‘De secretaris van Dalí, Captain Moore, is een goede vriend van mij. Ik zal hem opbellen.’“De volgende ochtend werd ik ontvangen door Captain Moore. Hij vertelde mij dat Dalí zichzelf bevredigde met dildo’s. ‘Ik ga je iets tonen’, zei hij. Hij haalde dildo’s boven die Dalí gebruikte als hij in Parijs woonde, wat hij drie maanden per jaar deed. Op elke dildo had Dalí een portret geschilderd: Fidel Castro, John F. Kennedy, Mao en Charles de Gaulle. Hij had één grote, dikke, zwarte, waar hij Adolf Hitler op geschilderd had. Moore zei me dat hij ooit met twintig mensen een diner had met Dalí. Na meer dan een halfuur wachten kwam Dalí al mankend binnen, met zijn hand aan zijn achterwerk. Hij zei: ‘Allemaal de schuld van Hitler.’ In minder dan twee maanden was ik geïntroduceerd in de entourage van Dalí.”

Wat herkent u van uzelf in Dalí?

“Hij was een gepatenteerde masturbator en kontneuker. Ik ben het ene noch het andere. Zijn lichte schizofrenie herken ik evenmin. Ik herken in mezelf wel zijn neiging tot en voorliefde voor spektakel, om buiten de normale paden te treden en niet bang te zijn je broek te laten zakken om iets te verkrijgen. Hij wist wat hij moest doen om in alle kranten te komen. Het mysterie rond hem heeft me altijd gefascineerd.”

Toen er klachten van uw klanten kwamen die zich opgelicht voelden, bent u gearresteerd. U kwam tijdelijk vrij en vluchtte naar Spanje. Hoe bent u daar een nieuw leven begonnen?

“Ik had een vriendin in Barcelona en voor alle zekerheid had ik regelmatig een zak geld naar daar gedragen. Daarmee heb ik toen een fantastische villa gekocht, in Cadaqués, vlak bij het huis van Dalí. We gingen naar het Picassomuseum in Barcelona. Het was twee uur ’s middags. Voor het museum stond een lange rij mensen, die daar nog twee uur moesten wachten voor het museum openging, want het was siësta. Aan de andere kant van de straat stond een garage te huur. Die huurde ik voor 10.000 peseta’s. Ik schreef brieven naar alle grote musea in de wereld, met als hoofding ‘Boetiek Picasso - opposite the Picasso Museum’. Allemaal dachten ze dat ik de officiële winkel van het museum runde. Ik vroeg hen vijfhonderd posters en postkaarten op te sturen van alle Picasso’s die ze hadden hangen. Een maand lang ging ik dagelijks naar de post om dikke stapels posters. Na één dag had ik 500.000 peseta’s verdiend.”

In 1998 zat u voor het laatst in de gevangenis. U hebt een eerste versie van Dali & I geschreven en daarna bent u thrillers gaan schrijven. Waarom?

“Uit financiële noodzaak. Toen ik vrijkwam, had ik nog 20.000 Belgische frank. Met mijn toeristenwinkel had ik goed geld verdiend, maar ook daar had ik weer naar geleefd. Toen ik in 1997 uit Londen terugkwam, had ik niets meer, behalve een akkoord met uitgever André Van Halewyck, die een van mijn oude boeken wilde heruitgeven en mij een voorschot van 100.000 frank gaf. Daarmee kon ik in Antwerpen een appartement huren. Ik ben naar Spanje gegaan om mijn zoon terug te zien, wat jaren geleden was.“Ik ging naar zijn school en vroeg naar Lluis Lauryssens, maar die was daar niet. Eerst dacht ik dat hij zijn naam had laten veranderen omdat hij niet meer met mij geassocieerd wilde worden, maar hij bleek al drie jaar van die school weg te zijn. Ik ben naar zijn nieuwe school gegaan en heb gewacht tot vijf uur. Plots stormden al die kinderen buiten. Ik wist niet waar ik hem moest zoeken. Hij zag me en riep meteen: ‘Papa, papa!’. De tranen rolden over onze wangen. Twee weken heb ik gelogeerd in een miezerig, stinkend hotel. Toen ik mij op zijn verjaardag klaar maakte om hem van school op te halen, werd er op de deur van mijn kamer geklopt. Vier secretos die me meenamen voor ondervraging. Ik werd opgepakt en toen heb ik in de gevangenis die brief geschreven. Nadien ben ik nog eens teruggekeerd en heb ik hem gezegd: ‘Ik ben gekomen om afscheid te nemen. Het is beter dat je mij vergeet en jouw eigen leven leidt. Ik kan je niet helpen. Nu niet en later ook niet’. Daarna ben ik met die thrillers begonnen.”

Moet men uw leven geleid hebben om te kunnen schrijven wat u schrijft?

“Ja. Je kunt geen thriller schrijven als je niet in de gevangenis hebt gezeten. Anders heb je die informatie alleen van horen zeggen. Andere Vlaamse thrillerauteurs schrijven dat een persoon wordt meegenomen voor ondervraging en in de volgende zin zit hij in de gevangenis. Omdat ze niet weten hoe zo’n ondervraging werkt. Ik ben minstens honderd uren ondervraagd. In Antwerpen, Barcelona, Gerona en Madrid. Ik weet waarom ze je soms handboeien vooraan aandoen en waarom ze dat soms achteraan doen. Geen enkele andere Vlaamse thrillerschrijver weet dat.”

Met die thrillers bent u alleen bekend in Vlaanderen. Steekt dat niet?

“Onlangs zei de dochter van toneelschrijver Arthur Miller in The Observer: ‘Er zijn twee soorten schrijvers: fictieschrijvers en memoireschrijvers’. In mijn Vlaamse thrillers ben ik een fictieschrijver en in mijn Engelstalige boeken ben ik een memoireschrijver. Nog nooit heb ik gesproken over de zeven jaar die ik in Londen gewoond heb bij een Indiase vrouw. Dat waren de gruwelijkste jaren van mijn leven. Ik had geen geld meer, en niets lukte mij nog. Ik dacht dat ik het niet meer kon. Mijn volgende boek zal over die jaren gaan. Ik voel me te intelligent om alleen maar thrillers te schrijven. Het is te gemakkelijk.“Ik heb eens gezegd dat ik niet de beste schrijver wil worden van de driehoek Antwerpen-Gent-Brussel, maar wel van de driehoek New York-Parijs-Tokio. Ik weet ook wel dat dat niet kan, maar ik wil wel in al die landen gelezen worden. Dat lukt mij met Dali & I. Ik weet dat ik niet Salman Rushdie ben. En ik ben ook Philip Roth niet. Maar ik ben wel goed.”

Denkt u dat de verfilming van Dali & I met Al Pacino ooit doorgaat?

“Vijftig procent kans.”

Dat lijkt me niet veel.

“Nooit eerder is er een scenario in Hollywood geschreven naar een boek van een Vlaamse schrijver. Dat is dus al spectaculair. Ik was in Berlijn toen ik daar op de radio hoorde dat Al Pacino had toegezegd om de hoofdrol te spelen in een film van de Vlaamse schrijver Stan Lauryssens. Ik wist wel dat er contacten geweest waren met Johnny Depp, Al Pacino en Woody Allen, maar ik wist nog niet dat Pacino had getekend. Nog een wonder. Bovendien is er nog nooit een Vlaamse schrijver geweest die een boek in dertig landen kon uitbrengen.”

Als de film er ooit komt, rolt het geld dan binnen?

“Ik heb een contract getekend voor 25.000 dollar om de rechten voor één jaar af te staan. Daarin staat een clausule. Voor elk jaar dat de film nog niet gemaakt is, krijg ik zo’n 10.000 dollar. Hoe langer het duurt voor hij er is, hoe meer geld ik verdien. Als hij er komt, krijg ik nog eens 50.000 dollar plus een percentage van de winst. In alle contracten met alle uitgevers in andere landen staat dat ze mij meer moeten betalen als de film er komt.”

Zou u de rest van uw leven kunnen leven van Dali & I?

“Misschien wel, zeker als de film zou verschijnen. Maar ik heb het boek niet geschreven om geld te verdienen, wel om een frustratie van mij af te schrijven. Ik was kwaad op mezelf, omdat ik in de gevangenis gezeten had. Ik vind mezelf vrij intelligent, ik heb veel mogelijkheden. Ik heb veel kansen gekregen van allerlei mensen en die heb ik verkwanseld. Om mezelf te bewijzen heb ik beslist een boek te schrijven dat internationaal verkoopt. Ik heb een zoon van tweeëntwintig in Spanje en een van vijftien in Engeland. Ik heb hen verwaarloosd en onrecht aangedaan.“Ik heb dezelfde fout gemaakt die mijn ouders bij mij gemaakt hebben. Toen ik twee was, is mijn moeder gescheiden van mijn vader en daarna had ik een stiefvader die ik haatte als de pest. De gelukkigste dag uit mijn leven was toen die man overleed. Ik heb op dat moment gezegd: ik wil nooit kinderen hebben, want ik wil hen niet aandoen wat mijn ouders mij hebben aangedaan. Ik heb het lang uitgehouden, maar toen ik veertig was, werd mijn Spaanse vriendin toch zwanger. Vijf jaar later ben ik weggegaan. Ik heb dezelfde fout gemaakt als mijn vader. Erger nog, toen mijn Engelse zoon zeven jaar was, heb ik nog eens dezelfde fout gemaakt.“Fouten kun je niet goed maken. Je kunt een wonde wel helen, maar er blijft altijd een litteken over. Mijn kinderen staan vol emotionele littekens. Ik tracht dat goed te maken door ze te helpen, in de mate van het mogelijke. Als ik in Spanje ben, ga ik elke dag met Lluis kreeft eten in de beste restaurants.”

Wat is de beste raad die iemand u ooit gegeven heeft?

“Begin jaren zeventig raakte ik bevriend met Jef Geeraerts. Ik was een jonge journalist, ging hem interviewen en het klikte tussen ons. Hij woonde toen samen met een hoertje in Antwerpen. Elke zaterdagmiddag bakte hij voor ons biefstuk met frietjes, met een trappist erbij. Soms ging de bel. Dan zei Jefs vriendin: ‘Jefke, kèm ne klànt, ’k moet efkes noar beneje’. Als ze terugkwam zei Jef: ‘Eet-ie u nie zeer gedoan? Alle, goa zitten, kzal nog wa frietjes voor u bakken’. Toen Nora in zijn leven kwam, is onze vriendschap verwaterd.“In die periode heeft Jef me geleerd dat je de waarheid geweld mag aandoen, dat je het verhaal mooier mag maken dan het is, maar dat je nooit mag liegen. Alles wat in Dali & I staat is echt gebeurd, maar wel in een periode van dertig jaar. Dus haal je enkele elementen uit die dertig jaar, die je opblaast zoals je een ballon zou opblazen. Je moet net zover blazen dat je ballon niet ontploft. Dat is de kunst.”

Het oeuvre van Stan Lauryssens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234