Vrijdag 02/12/2022

'Ik ben nu een held en krijg korting bij de slager'

Eenvoudig is het niet om soldaten te interviewen die net zijn teruggekeerd van het Ethiopische-Eritrese front. Om te vermijden dat ze hun mond voorbij praten over het groot aantal gesneuvelden, mogen de meeste soldaten nog niet naar huis. Ook gewonden moeten voorlopig in de kazernes blijven. Enkel onder begeleiding van een officier mogen ze naar het hospitaal. Toch waren enkele militairen bereid om, in een stil hoekje van de ziekenboeg, hun frontervaringen te delen.

Addis Abeba

Van onze correspondent

Koen Vidal

M.J., 19 jaar. "Het was 's nachts en pikdonker. We liepen achter elkaar. Voor mij liepen twee makkers. We wisten dat we door een mijnenveld aan het rennen waren. Maar die kleine plastic mijnen zijn zo moeilijk te detecteren. De enige manier om zo'n mijnenveld te neutraliseren, is er een groepsoldaten doorheen te sturen. Ik was er één van. Op een bepaald moment: een explosie, een flits. Ik zag een soldaat de lucht in vliegen. We liepen door. Tien meter verder trapte de soldaat voor mij ook op een mijn. Ik sprong over zijn lichaam en rende verder. Enkele seconden later vloog ik de lucht in. Onmiddellijk raakte ik buiten bewustzijn.

"Achteraf vertelde mijn beste vriend dat een velddokter mijn been ter plaatse heeft geamputeerd. Pas daarna werd ik naar een veldhospitaal overgebracht. Toen ik wakker werd, was ik totaal van de kaart. Geen rechterbeen meer. Ik kan ook niet meer door mijn rechteroog zien. Door de explosie. Maar ja, aan de andere kant: het is oorlog. Zulke dingen gebeuren. Sommigen hebben geluk, anderen niet. Vrienden van mij zijn dood. Die hadden ongeluk.Ik had een beetje geluk en een beetje ongeluk. Vooral mijn moeder heeft het er moeilijk mee dat ik mijn been kwijt ben, schreef ze in haar laatste brief."

M.J. vocht in de slag om Zala Ambassa, een strategische grensstad die eind mei op de Eritreërs werd heroverd. Zala Ambassa was het keerpunt van de oorlog. "De Eritreërs zaten in hun loopgraven. Ze waren met veel minder en probeerden dat goed te maken door duizenden mijnen te leggen en door ons onophoudelijk met mortieren te bestoken. Toen we het bevel kregen om aan te vallen, stormden we naar hun loopgraven. Met duizenden naast elkaar. De Eritreërs openden het vuur, de kogels vlogen ons om de oren. Links en rechts van mij vielen makkers neer. Maar niemand van ons dacht eraan om zich te verschuilen of terug te trekken. Dat deed je niet. Dat zou verraad geweest zijn. We renden en we renden. Als het aan ons lag, waren we doorgerend tot in de Eritrese hoofdstad Asmara. Als onze leiders geen staakt-het-vuren hadden gesloten, waren we doorgestoten naar Asmara. Dat was onze droom."

"Toen we de loopgraven bereikten, sprongen we erin en begonnen onmiddellijk te vechten. Man tot man. Met de bajonet. Je stak zo veel en zo hard je kon. De Eritreërs die hun wapen weggooiden en hun handen in de lucht staken, spaarden we. Hoewel, we pakten ze wel hardhandig aan. Want je wist nooit of het om een valstrik ging. Sommigen waren erg bedreven in karate. Zij die zich niet overgaven, moesten zo snel mogelijk uitgeschakeld worden. Natuurlijk heb ik vijanden gedood. Tientallen. Hier in het hospitaal word ik behandeld als een held. Ik ben mijn been wel kwijt maar we hebben Zala Ambassa terug. Dat is toch ook belangrijk."

RP, 30 jaar: "Ik ben beroepsmilitair. Tankmonteur. Ik vocht op de vlakte van Barentu. Omdat ik beroepssoldaat ben, mocht ik de afgelopen dagen even terug naar mijn dorp om mijn ouders te bezoeken. Ik werd daar vereerd als een held. Kreeg korting bij de slager. Maar mijn ouders vinden het maar niets dat ik mijn leven waag voor tanks. Ze smeekten me om niet meer terug naar het front te gaan. Maar ik wil zo snel mogelijk terug. Soldaat zijn is mijn leven. Iemand als jij kan dat niet begrijpen. Jij hebt nooit oorlog gekend. Wij zijn ermee opgegroeid. Mijn droom is om ooit generaal te worden. Wat ik zo bijzonder vind aan het frontleven? De kameraadschap. Dat is heel bijzonder. Je vecht zij aan zij. Je laat elkaar nooit in de steek. Als een van je kameraden gedood wordt, is dat enorm pijnlijk. Dat steekt in je hart. Je wordt dan woest en wil zo snel mogelijk wraak nemen."

ZT, 21 jaar: "Ik vocht in Teseny, aan het noordwestelijke front. Meestal vochten we zes uur aan een stuk, waarna we werden vervangen en zes uur mochten rusten. Om te eten, te slapen en af en toe een brief naar huis te schrijven. Op een dag kreeg ik een granaatscherf in mijn been. De granaat ontplofte op een tiental meter van mij. Diegenen die dichter stonden, waren onmiddellijk dood. Oorlog is een kansspel. Eerst belandde ik in een militair hospitaal, daarna verbleef ik zes maanden in een kamp om te recupereren."

"Ik kom uit Zuid-Ethiopië, waar weinig mensen weten waarom Ethiopië en Eritrea precies oorlog voeren. Ik wist het ook niet. Maar op een dag sprak ik met twee dorpsgenoten die zich net hadden laten inlijven in het leger. Ze droegen een mooi uniform en vertelden me dat ze 200 birr (1.000 frank) per maand verdienden. Dat is veel geld, dacht ik. Vooral voor een werkloze als ik. Ik heb me ook aangemeld."

"In het hospitaal lag ik naast een Eritrese krijgsgevangene. Een vrouw. Ja, we vochten ook tegen vrouwen. In het Eritrese leger zitten veel vrouwen. Eigenlijk zijn zij het gevaarlijkst. Omdat ze zeer goed kunnen schieten. Ze weten dat ze lichamelijk minder sterk zijn en proberen een man-tot-mangevecht - of moet ik man-tot-vrouwgevecht zeggen - te vermijden. Aan het front vochten ook zwangere vrouwen. De Eritrese die in het hospitaal naast mij lag, was bang dat ze 's nachts door een Ethiopische verpleger of soldaat gewurgd zou worden. Maar dat is niet gebeurd. We lieten haar met rust.

"Wat ik nu ga doen zonder been? Ik ga ervan uit dat het leger ons een soort pensioen geeft. Dat hoop ik toch. Want in een arm land als Ethiopië is het al moeilijk genoeg om op twee benen te overleven."

Dit is het derde artikel van Koen Vidal uit Ethiopië. De eerste twee verschenen op 24 en 29 juni. Woensdag: De vergeten soldaten van Mengistu.

MJ (19 jaar): 'Toen we de loopgraven bereikten, sprongen we erin en begonnen onmiddellijk te vechten. Man tot man. Met de bajonet. Je stak zo veel en zo hard je kon'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234