Woensdag 13/11/2019

'Ik ben nu echt monomaan geworden'

Wat betekent de dood van je zoon voor een schrijverschap? Je zou vermoeden dat je in een peilloos writer's block belandt, in een lethargie waarbij literatuur voorgoed een futiele bijzaak is.

Bij A.F.Th. van der Heijden - altijd al fabelachtig productief - liep het anders. Nog fanatieker, nog gedrevener verschanste hij zich achter de beruchte stalen bureaus van zijn Amsterdamse werkkamer. Hij verpopte tot een "grimmiger en pretentieuzer schrijver" die het gewone leven volkomen van zich af liet glijden. "Tonio heeft het op zijn geweten dat ik nu echt monomaan ben geworden", zo getuigde Van der Heijden in een aangrijpend tv-interview in College Tour op Nederland 3, zijn eerste publieke optreden sinds drie jaar. Meteen na het fatale ongeval op Eerste Pinksterdag 2010 begon hij al aantekeningen te maken waaruit de zeshonderd pagina's tellende requiemroman Tonio (2011) voortvloeide. "Zijn schrijven over Tonio is boetedoening, plicht, inlossing van schuld, biecht, strohalm, toevlucht, alles tegelijk", zo oordeelde Marja Pruis in De Groene Amsterdammer. Nu overstijgt Van der Heijden het Tonio-drama met De helleveeg, een nieuwe roman waarmee hij voor zichzelf een keerpunt wil markeren. En waar Tonio als fotograaf op een begrafenis (als Thjum) aan het eind een bescheiden cameorolletje krijgt toebedeeld.

Tegen schaamtevraat

Van der Heijden ontdekte onlangs dat hij via zijn monomane schrijven "de verschaming" van zijn leven wil counteren. "De dingen waarvan ik ooit dacht dat ik ze goed gedaan had zijn aan het verkruimelen", aangetast door "schaamtevraat", luidde het. Zijn eigen boeken schenen hem door Tonio's dood plots "overbodig" en "schadelijk" toe: "Alles wat ik ooit ondernam, leidde immers, langs wat voor omwegen ook, tot het grote ongeluk dat ik met al mijn uitsloverij niet heb kunnen tegenhouden", zo getuigde hij vorige week in zijn dankwoord bij de ontvangst van de P.C. Hooftprijs. Maar paradoxaal genoeg bood die verschaming ook een uitweg. Het schuldgevoel betekent de ultieme "remedie tegen gemakzuchtige ijdelheid en voorbarige tevredenheid". Van der Heijden kondigde aan "de lat nog hoger te leggen": "Men probeert, met betere dan alleen maar goede werken, zichzelf te imponeren, en zo de ontbinding door schaamtevraat te boven te komen."

De P.C. Hooftprijs is daarom voor Van der Heijden zowel "oeuvreprijs en aanmoedigingsprijs ineen - wat kan een nederig ambachtsman zich nog meer wensen?" Met De helleveeg maakt hij dan ook voorzichtig ras le bol, om met een nieuwe "aangescherpte poëtica" de wereld al schrijvend te lijf te gaan. Toch is de roman een terugkeer naar het vertrouwde universum van zijn magistrale cyclus De tandeloze tijd (zie inzet), die sinds 1997 op sluimerstand was gezet ten voordele van het al even megalomane Homo Duplex. Wie dacht dat De tandeloze tijd als 'voltooid' kon worden beschouwd, vergist zich dus schromelijk. In feite wilde Van der Heijden voor de P.C. Hooftuitreiking zelfs het lijvige, zesde deel Kwaadschiks afronden. Toen dat niet lukte ging hij op zoek naar een bijpersonage waarrond hij als vijfde deel een 'kleinere' roman kon concipiëren. Zo viel zijn oog op tante Tiny, bijgenaamd Tientje Poets vanwege haar excessieve omgang met zwabber en stofdoek. Zij dook slechts kortstondig op in De gevarendriehoek en verdiende met haar bazige inborst verdere exploratie. In nauwelijks vijf weken stond de roman op papier.

Oorspronkelijk diende de novelle Un coeur simple van Gustave Flaubert Van der Heijden als richtsnoer, over het leven van een eenvoudige huishoudster die uiteindelijk de eenzaamheid verlicht door een papegaai onder dak te nemen. Maar Tante Tiny bleek een veel complexer schepsel en het boek dijde toch weer uit. "Ze is een vrouw die zichzelf vernietigt door mensen om zich heen te vernietigen", dat werd Van der Heijdens baseline.

Zoveel is zeker: hij weet de boosaardige Tientje Poets voorgoed in het geheugen te griffen, net zoals hij dat deed met zijn vader in Asbestemming en met zijn moeder in Uitdorsten. Want in zekere zin is ook dit weer een requiem, aangezien we uiteindelijk aan haar sterfbed belanden. Tiny's balorige gedrag, haar talent om te liegen en familieleden de nagels van onder het bloed te pesten én haar onvermogen om vrijers te houden: het wordt allemaal met veel zwier en kronkelige uitweidingen te berde gebracht. In een wellustige taal bovendien, die zich gewillig voegt naar de directieven van de schrijver. Bij momenten heeft De helleveeg zelfs iets weg van een vaudeville, met Albert Egberts, het centrale personage en Van der Heijdens alter ego, als eersterangsgetuige. Dat Tiny in hetzelfde huis wordt geboren als Albert Egberts, in de benauwende Lynxstraat in Geldrop, is in veel opzichten betekenisvol. Vaak lijkt het alsof ze zijn oudere zus is, een licht incestueus kantje is nooit veraf. Albert kijkt lang de kat uit de boom, tot hij het niet meer kan aanzien hoe de sadistische Tiny tekeergaat, zoals bij "het afranselen, met een natte zakdoek van haar in parkinson gekluisterde zus". Zijn moeder dus. Maar zijn "laffe halfhartigheid" speelt hem parten.

Scheldend middelpunt

Tiny slaagt er nochtans eerst niet in onder het juk van haar strenge ouders te raken, hoezeer ze daar ook werk van maakt. "'Ik wil geen oude vrijster worden', was de voor mij raadselachtige zin die ze keer op keer uitsprak, tegen niemand in het bijzonder." Ze wentelt zich in de "karikatuur van een slaafse huissloof", die in de plaatselijke schoenenfabriek de kost moet verdienen met het plakken van zooltjes onder schoenen. Het rondzingende verhaal dat ze onvruchtbaar is, doet haar amants telkens op de vlucht slaan. Ook Koos Kassenaar, met wie ze uiteindelijk in het huwelijk treedt, komt het ter ore. Nota bene vlak voor de huwelijksnacht. De scène leidt tot de annulatie van hun huwelijksreis, maar Tiny draait de rollen om: ze schuift op haar beurt - en met vals bewijsmateriaal - Koos steriliteit in de schoenen. Van de weeromstuit gaat Koos bewijzen dat hij wel degelijk kinderen kan krijgen: "Zijn vruchtbaarheid moest door alle reten en kieren van de wereld naar buiten lekken, ha!" Het leidt tot hoogst hilarische hoofdstukken.

Door de roman heen reikt Van der Heijden verklaringen aan voor het "door en door" verziekte rotkarakter van Tiny, waarmee ze bij voorkeur keet schopt op familiebijeenkomsten, "drenzend, stampvoetend, jouwend. De wereld één grote jijbak, en Tientje het scheldende middelpunt." Zoetjesaan ontsluiert Van der Heijden de traumatische gebeurtenis die haar gemaakt heeft tot wie ze is, de lezer verbluft achterlatend. De rancuneuze trek rond haar mond heeft Tientje Poets' schoonheid verwoest, tot ze door longkanker het loodje legt.

Cyclusbouwer par excellence

Van der Heijden houdt de vaart erin in De helleveeg, dat ongemerkt bijna vijftig jaar overspant. Ingedeeld in vrij korte hoofdstukken, met dialogen vol gekissebis en stampei, zoekt hij misschien wel naar een minder exuberante toon. Al moet je de jury van de P.C. Hooftprijs gelijk geven wanneer ze Van der Heijdens stijl omschrijft als "ongeremd en retorisch, met weinig beperkingen en soms bijna barstend uit zijn eigen zinsverband".

Het knappe van dit ook perfect zelfstandig te lezen boek is dat het feilloos de draad opneemt van De tandeloze tijd. Je zit zo weer in het Geldrop van Albert Egberts' jeugd, waaruit Van der Heijden fenomenale anekdotes opdelft. Zo blijft A.F.Th. de cyclusbouwer par excellence van de Nederlandse literatuur, wiens inspiratie-ader nooit droog valt, zelfs als een persoonlijk drama zijn leven op losse schroeven zet.

A.F.Th. van der Heijden, De helleveeg, De Bezige Bij, 240 p., 22,50 euro.


WORK IN PROGRESS

De tandeloze tijd

Het is een (on)hebbelijkheid van Van der Heijden dat hij blijft sleutelen aan zijn voorgaande boeken. Hij werkt gestaag aan de immense Homo Duplex-cyclus (waarvan Het schervengericht uit 2007 het kernstuk is) en overweegt ook een vervolg op Tonio. Maar nu krijgt De tandeloze tijd weer voorrang. Met De tandeloze tijd - de beroemdste delen zijnDe gevarendriehoek en Advocaat van de hanen - demonstreerde A.F.Th. destijds lak te hebben aan schraal en zuinig proza. Vanaf de proloog De slag om de blauwbrug (1983) mocht er volop gezwelgd worden in de taal en de anekdotiek, de ideeën én de symboliek, zonder dat het vertelritme er onder leed. De tandeloze tijd zou "een eindeloos uitvouwbaar leporelloboek" worden, waarin hoofdpersonage Albert Egberts met alle zintuigen "het leven in de breedte" beleefde, terwijl gaandeweg een fresco van een roerig tijdvak ontstond. Egberts' parcours - zijn jeugdjaren in Geldrop, dan de faliekante studieperiode in Nijmegen en Amsterdam - dreven hem in de armen van de drugs. Het bouwwerk van De tandeloze tijd dijt almaar uit, met zijsprongen, prologen en intermezzi, goed voor intussen vijf delen verspreid over acht boeken. Het is geen overbodige luxe om er de handleiding van Carel Peeters (Pakhuis De tandeloze tijd, De Harmonie) bij te nemen. Stilaan steekt A.F.Th. de Comédie Humaine-saga van Balzac naar de kroon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234