Donderdag 24/10/2019
Beeld Jenna Arts

column

Ik ben nu bijna vijf maanden grootmoeder, maar van de zevende hemel heb ik nog geen glimp opgevangen

“Je zult zien, je gaat in de zevende hemel zijn.”

Vanaf de dag dat in de kranten ­verscheen dat mijn dochter zwanger was, was het hek van de dam. Honderden keren werd ik aangesproken op straat en kreeg ik het te horen, van die zevende hemel. Tot mijn stomme verbazing leek de wereld ineens voornamelijk te bestaan uit grootouders die op wolken liepen en niets liever deden dan dat uit te jodelen.

Hilde Van Mieghem. Beeld Eric de Mildt

Ik zag ze overal, die zevende-hemel­bewoners. Aan schoolpoorten, op marktpleinen, bij ijsroomkarren, in parken, eendjes voerend bij de vijver met kleine dreumesen aan hun zij.

Niet te tellen waren de keren dat ik wat verstofte, oudere mensen zag opbloeien en licht geven van geluk. Glunderende kinderen werden het die met stralende ogen de oren van je kop kwekten over hoe geweldig het is om grootouder te zijn.

Wanneer ben ik eigenlijk ooit in de zevende hemel geweest, vroeg ik me af. Ik kon me maar drie situaties voorstellen waar dat gevoel min of meer, en steeds heel kortstondig, benaderd werd. Als ik een mooie rol speelde en het een uitzonderlijke, magische voorstelling betrof. Als ik een film regisseerde en voelde dat de scène die net opgenomen werd klopte en de acteurs me kippenvel bezorgden. En ook en vooral bij het vrijen met een man van wie ik zielsveel hield. De kleine dood die me zeven hemels hoog katapulteerde.

Maar verder reikt mijn herinnering niet. Het gewone, kleine geluk woont niet in hoge hemels.

“Je zult zien: jij en dat kleinkind, dat wordt liefde op het eerste gezicht.” Niet dus, niet bij mij. Er is een wonderlijk wezentje geboren dat ik van haar noch pluim ken. Dat heeft even tijd nodig. Maar op mijn dochter werd ik wel weer verliefd, voor de zoveelste keer. Ik had haar nog nooit zo mooi gezien als net na de bevalling. Wat een vrouw.

Haar kind verovert langzaam mijn hart en ik kan mijn ogen er niet van afhouden. Ik ben nog maar twee keer twee uur alleen samen geweest met dat kleintje, dus echt grootmoederen heb ik nog niet veel kunnen doen. En een beetje grootmoeder dringt zich niet op, toch? Het is tenslotte mijn dochter haar kind, niet het mijne.

Ook daar moest ik even aan wennen.

Ik ben nu bijna vijf volle maanden grootmoeder, maar van de zevende hemel heb ik nog geen glimp opgevangen. Integendeel, ik vind het een zeer aardse aangelegenheid, dat grootmoederschap. En het gooit de boel behoorlijk door elkaar.

Samen met de tijd schuift de rangorde op. Eerst was ik voor mijn dochter nummer één, toen werd ik twee en de man één. Nu is het kind één, de man twee en ik ben drie.

Dat besefte ik op de dag dat mijn dochter met extreme vliegangst naar een warm eiland vertrok met man en kind – nooit eerder is zij in een vliegtuig gestapt zonder me te sms’en: berichtjes in onze codetaal met hartjes en kusjes eromheen. En nooit eerder is zij geland zonder ­meteen te sturen: yes geland! – maar nu kwam er, noch voor, noch na de vlucht, een berichtje.

Voor de tijd dat dat hartveroverende baby’tje geboren werd, heb ik vaak gedacht: als mijn kind kinderen heeft, mag ik sterven. Dan kan het niet meer zoveel kwaad. Dan kan zij makkelijker verder met het verdriet dat ze dan zal hebben. Nu denk ik: voorlopig is ze nog niet van me af. Want al ben ik dan wel niet in de zevende hemel en pieker ik vaak over wat mijn leven nu is, de tijd die ik krijg om grootmoeder te zijn is van een aardse schoonheid.

Huiselijk in de gloria.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234