Woensdag 16/10/2019

Ik ben nog jong, ik heb nog tijd

Geboren worden in het jaar van Nirvana’s Nevermind, opgroeien in de backstage van de Belgische concertzalen en tussen een muziekcollectie van hier tot in Los Angeles, dat doet wat met een jongen. Het beste bewijs? Lenny Crabbe, frontman van Freaky Age en zoon van Luc en Nathalie, zanger en toetseniste van Betty Goes Green. Op zijn veertiende stond Lenny in de finale van Humo’s Rock Rally, twee jaar later speelde hij op Pukkelpop en dit jaar dropte de Romelu Lukaku van de Belgische muziekscene een tweede en uitstekende langspeler. ‘Ik hoop dat Freaky Age ooit succesvol wordt in Amerika.’

Vandaag: Lenny Crabbe (19) droomt van een Amerikaanse doorbraak met zijn rockgroep Freaky Age

Lenny Crabbe komt het Brusselse café De Monk binnen. Strakke jeans, geruit hemd met daarboven bretellen, leren jas en hoed. Boven zijn snor staat een zonnebril die het hele interview niet van zijn neus gaat. Als je niet beter wist, zou je denken dat hij zo komt overgewaaid uit Brick Lane, om de hoek van Spitalfields Market, al een paar jaar de hipste buurt van Londen. In Brussel, en zeker in zijn geboorteplaats Ternat, is Lenny pretty fly for a white guy, maar in Brick Lane, waar hij samen met zijn vriendin boven een van de vele typische curry houses woont, zal niemand opkijken van de jongen die er niet anders bij loopt dan pakweg Luke Pritchard van The Kooks, Alex Turner van Arctic Monkeys of Julian Casablancas van The Strokes, een van zijn grootste muzikale helden.

“Ik was tien toen Is This It? uitkwam, de eerste plaat van The Strokes”, vertelt de negentienjarige frontman van Freaky Age. “Is This It? was een trigger. Ik dacht: ‘Zoiets wil ik ook doen’. Op dat album staat geen enkel slecht nummer.”

Hoe voelt het om in de coolste wijk van Londen te wonen?

“De max. Om de paar dagen is het daar changement de décor. Er gaan nieuwe kunstgalerijen open, nieuwe vintage shops, nieuwe platenwinkels. De beroemde muziekclub 93 Feet East is op kruipafstand van waar ik woon. Soms geven bekende artiesten een surprise gig in de buurt. Onlangs zag ik Carl Barat en Gary Powell van The Libertines samen jammen in een café. In Brussel of Antwerpen zal dat niet snel gebeuren. Ik wil niet zeggen dat het gras groener is aan de overkant, maar ik ben een stadsmens. In Londen krijg ik elke dag nieuwe impulsen. Je hoofd staat daar nooit stil. Dat werkt inspirerend.”

Ben je naar daar verhuisd voor je vriendin?

“Ja, maar ik wilde al langer naar daar. Zij had zeven jaar in Londen gewoond en wilde terugkeren. Toen heb ik gezegd: ‘Oké, da’s goed, we gaan een appartement zoeken’. Een beetje impulsief misschien, maar daar komen vaak de beste beslissingen uit voort. Ik volg altijd mijn gevoel.”

Hoe oud was je toen Betty Goes Green succes had?

“Dat was de volledige jaren negentig. Ik ben geboren in 1991. Ik heb foto’s gezien van mijn moeder (Nathalie Duyver, keyboard en backing vocals bij Betty Goes Green, BDC), die zwanger van mij op het podium stond. Ik heb gehoord dat mijn ouders mij naar elk optreden meenamen. Dan zat ik in een buggy in de backstage terwijl zij aan het optreden waren. Toen ik drie was mocht ik mee naar New York toen ze daar een cd opnamen met Mike Rathke, de gitarist van Lou Reed. Jammer genoeg herinner ik me daar niets meer van. Ik weet wel nog dat ik daardoor al naar de Velvet Underground luisterde toen ik nog geen tien was.”

Vonden je vrienden op school dat niet vreemd?

“Misschien, maar ik dacht daar niet bij na. Het is niet anders dan wanneer je opgroeit in een beenhouwerij. Voor mij was muziek de normaalste zaak van de wereld. Nu besef ik ook wel dat het niet vanzelfsprekend was.”

Hoe zag de platencollectie ten huize Crabbe eruit?

“Mijn pa is een muziekverzamelaar. Nog altijd koopt hij massa’s cd. Ik ben ook zeer vroeg cd’s gaan kopen. De eerste keer dat ik alleen naar Brussel kwam, was om cd’s op te halen in een bibliotheek waar je er tien mocht lenen. Elke week ging ik om tien nieuwe. Als ik een album goed vond, kocht ik het.”

Wat wilde je worden toen je zeven was?

“Archeoloog. Van mijn vijfde tot mijn twaalfde heb ik stenen verzameld. Als ik ervoor gekozen had om te gaan studeren, zou het wellicht archeologie geworden zijn.”

Wanneer begon je muziek te maken?

“Toen ik elf was leerde ik samen met mijn beste vriend (Mathi Declercq, gitarist van Freaky Age, BDC) gitaar spelen. We hebben alles aan elkaar geleerd. Ik kan geen noot muziek lezen. Mijn vader heeft me een paar akkoorden geleerd, maar hij heeft me nooit laten zien hoe je een nummer schrijft. Hij zei: ‘Je kan dat niet leren’. Mathi en ik zijn met een drummer beginnen samenspelen en we schreven meteen zelf nummers. We hebben een tape opgenomen en opgestuurd naar de Rock Rally. We waren geselecteerd en van toen af ging de bal aan het rollen.”

Op je zeventiende stopte je met school. Waren je ouders niet boos?

“Nee, maar ze hoorden wat we maakten en ze weten ook hoe moeilijk én makkelijk het bij momenten in de muziekindustrie kan zijn. Het ene moment sta je op alle covers en het volgende moment is er niemand die je plaat nog koopt. Bij ons is het sneller gegaan dan bij veel andere bands. Voor we het beseften stonden we in de finale van de Rock Rally. Dat betekent niet dat we er niet voor hebben moeten knokken. Het is niet makkelijk geweest, maar we hebben ook wat geluk gehad. Met ‘Where Do We Go Now’ hadden we misschien het juiste nummer op het juiste moment om het gaatje in de playlist te vullen. Studio Brussel draaide ons grijs, je kon niet naast ons kijken. We hebben toen een mooie kans gekregen en die hebben we met twee handen gegrepen, want misschien kregen we die nooit meer. Terwijl ik wel nog kan gaan studeren als ik dat over een paar jaar zou willen. Toen ik stopte met school was ik geen kind dat een naïeve beslissing nam. Ik heb daar goed over nagedacht. En ik had het niet gedaan als het met Freaky Age niet zo snel was gegaan.”

Had je het gevoel dat je niet serieus genomen werd toen je al op je zestiende succes had?

“Ja. Er waren mensen die zeiden: ‘Kijk eens aan, de zoon van de papa gaat stoppen met school en muziek maken’. Dat zijn mensen die iets lezen en dat verkeerd interpreteren. De meeste mensen vormen snel een beeld over iemand die ze niet kennen. Je leest dat soort dingen op YouTube-comments of andere, kleine, onnozele fora waar je jezelf eigenlijk niet mee mag bezighouden, maar soms kom je er toevallig op.”

What’s next?

“Vanaf oktober komt er een Europese tournee. We gaan naar Italië, Spanje, Duitsland en hopelijk ook een paar Scandinavische landen. We zullen zien wat ervan komt. We hebben mogen optreden op het South by Southwest-festival in Austin, Texas. Misschien volgt daardoor een tournee door Amerika. Als die er komt, zullen we na elk optreden snel moeten verdwijnen, want in de meeste van die clubs mag je niet binnen als je jonger bent dan 21. Op South by Southwest kregen we een groot kruis met inkt op onze handen, zodat ze konden zien dat we niet mochten drinken. We waren daar op een festival waar we nergens een pint konden bestellen. Je zag daar ook niemand met bier op straat. Echt vreemd. (lacht) Maar we hebben uiteindelijk wel onze manier gevonden om aan pintjes te geraken.”

Hoop je door te breken in de Verenigde Staten?

“Als je daar echt iets wil bereiken heb je ofwel veel geld nodig, ofwel moet je heel veel optreden voor je singles worden opgepikt. Als we daar kunnen spelen, dan moeten we dat doen. Is dat voor een bak bier en twee sandwiches, dan is dat maar zo. Ik hoop dat Freaky Age daar ooit succesvol wordt, maar weet niet of dat kan. Als onze tweede plaat nu een complete flop was geweest, dan had dat voor ons niets veranderd. Ik zou nog altijd muziek blijven maken en aan een derde plaat werken. Mijn passie voor muziek is zo groot dat ik die niet overboord kan gooien, ook al vinden mensen ons niet goed. Het is tot nu toe al snel gegaan, dus misschien lukt dat ook nog wel. We zijn nog jong. We hebben nog tijd. En ik zou niet graag een one hit wonder zijn die met één nummer de hele wereld verovert maar daarna een plaat uitbrengt waarin geen kat geïnteresseerd is. Ik maak liever vijf platen waarvan telkens 10.000 exemplaren verkocht worden.”

Lukt het om een vaste relatie te hebben als op de eerste rij tientallen meisjes staan te gillen?

“Mijn vriendin vindt dat niet erg. Ze is wat ouder dan ik en kan daar goed mee overweg. Ik ben ook niet het type jongen die op al die aandacht ingaat. Als ze me vragen om een foto met mij te nemen, dan doe ik dat. En als er mensen zijn die mee naar de kleedkamer willen, dan doen we dat ook. We geven die mensen wat te drinken en praten een beetje. (lacht) En soms bouwen we een feestje.”

Morgen: An-Sophie Mestach, Belgiës grootste tennisbelofte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234