Donderdag 25/02/2021

'Ik ben niet langer bang van schoonheid'

Choreografe Anne Teresa De Keersmaeker over twintig jaar Rosas

Een dansrecensente van 'The New York Times' noemde haar 'een choreografe die je doet denken en voelen op hetzelfde moment'. Anne Teresa De Keersmaeker - ze wordt dit jaar 41 - slaagt er met haar oeuvre voor Rosas inderdaad in hersenen en hart van de toeschouwer tegelijk aan te spreken. Dat deed ze in 1982 al met Fase, de voorstelling waarmee het allemaal begon, en dat doet ze anno 2001 nog steeds met Small Hands, een duet voor haarzelf en danseres Cynthia Loemij. Een gesprek.

Steven Heene

Foto Stephan Vanfleteren

Twintig jaar Rosas: de verjaardag valt eigenlijk in 2002, want dan is het twee decennia geleden dat de 22-jarige Anne Teresa De Keersmaeker een eerste eclatant succes had met Fase, een dansvoorstelling in vier delen geïnspireerd door en op muziek van Steve Reich. Fase staat in de Vlaamse dramaturgie genoteerd als het begin van de 'nieuwe dansgolf' in de jaren tachtig, een beweging waarvan ook Wim Vandekeybus deel zou uitmaken. Naar aanleiding van haar twintigste verjaardag maakt Rosas van deze productie nu een filmversie, een document waarop de indertijd baanbrekende stijl van De Keersmaeker - uitgepuurd, beredeneerd, herhalend - als het ijkpunt voor een hele generatie wordt vastgelegd.

Maar er staat de komende maanden nog meer op stapel om Rosas te vieren: het gezelschap voert een aantal producties opnieuw op zoals Just before, I Said I, Quartett, In Real Time, Drumming en Rain en tegen het voorjaar worden zowel een overzichtstentoonstelling als een jubileumboek samengesteld, een vervolg op het Rosas Album (1993) van fotograaf Herman Sorgeloos. Om evenwel niet in nostalgie te blijven hangen, is er eveneens de creatie van een voorstelling - première in april in de Munt.

Het gevaar dat De Keersmaeker zou dwepen met haar professionele verleden lijkt trouwens allicht ondenkbaar voor wie Small Hands heeft gezien, de recente productie van Rosas. In dit duet met 'ouwe getrouwe' Cynthia Loemij, opgevoerd in een ovaalvormige piste, bewijst De Keersmaeker als choreografe nog niets aan durf, vitaliteit of inventiviteit te hebben ingeboet: samen met de immer elegante Loemij trotseert De Keersmaeker de lege ruimte en de stilte op een manier die alleen maar bewondering kan afdwingen, zo overtuigend is Small Hands als hedendaagse dans.

De voorstelling - behalve lange stiltes hoor je soms ook hoofse muziek van Henry Purcell - toont twee vrouwen die blootvoets komen aandraven, met hun armen de talrijke rokken optillend van hun barokke japonnen. Ze doen denken aan kasteeldames die op de vlucht zijn, tot ze hun bollende rokken ergens achterlaten en verder dansen in doorzichtige onderjurken, die ze na verloop van tijd ruilen voor moderne kledij: een minirokje voor De Keersmaeker en een jeans met T-shirt voor Loemij. We moeten daar geen feministische boodschap achter zoeken.

De Keersmaeker: "Small Hands is zeker een vrouwenvoorstelling, maar dan omdat het door twee vrouwen gedanst wordt. Het is niet mijn bedoeling om een statement te maken over whatsoever. Het gaat over die twee lichamen en die twee harten en die twee buiken. En over helderheid, transparantie. Vandaar onze bijna naaktheid. Dat we op het einde gewone kleren aantrekken, is vooral bedoeld voor het contrast."

De choreografe voegt er meteen aan toe "heel gelukkig" te zijn om weer zelf op het podium te staan: "Dat was toch al een tijdje geleden. Ik heb wel in In Real Time meegedanst, maar daarvoor is het van mijn solo in Toccata (1993) geleden, de dans in Tippeke (een film te zien tijdens de voorstelling Woud, SH) niet meegerekend."

Een duet verzinnen zal ook wel intiemer zijn dan een choreografie voor een groep?

"Met een groep werken is in ieder geval complexer. De energie gaat meestal alle kanten uit en dan is het vaak moeilijk om een eenheid te krijgen. Enfin, met twee kan dat ook moeilijk zijn, maar Cynthia is al zó lang bij het gezelschap... We werken intussen erg goed samen. Ze heeft een grote uitdrukkingskracht en helpt me dingen te formuleren, terwijl ze ook beschikbaar kan zijn. Daarenboven heeft ze heel wat technische knowhow. Ze heeft me kortom ontzettend geholpen om dit te doen."

Soms leek het alsof er in de voorstelling geïmproviseerd werd...

Ze lacht. "Nee hoor. Alles ligt vast. Maar zoals het hoort voor een vertolker, is het juist de kunst om het publiek te doen denken dat iets niet van te voren vastligt."

Af en toe hoorde je hen elkaar ook iets toefluisteren, prevelen.

"Mja, ik babbel graag als ik dans. Dansen heeft sowieso met spreken te maken, en ik kan het niet laten. Ik zie eigenlijk ook niet in waarom ik mij zou moeten inhouden."

Zijn het technische hints die ze uitwisselen?

"Soms zeg ik dat het goed was, of vraag ik Cynthia om iets trager te dansen. Meestal geef ik commentaar op wat we juist gedaan hebben. Ik praat eigenlijk vrij veel tijdens een voorstelling. Raar, hé? Ik voel me daar zeer vrij in. Dat heb ik altijd al gehad."

Wordt ze nog steeds over Fase aangesproken, vraag ik. Ze aarzelt even.

"Wat bedoel je? Door organisatoren? Of door het publiek? (cynisch) Bedoel je het op de manier zoals ze spraken over Stravinsky: dat hij na Sacre du Printemps nooit meer zoiets goeds gemaakt heeft? Bedoel je dat?"

Dat bedoel ik niet. Maar de voorstelling sloeg in als een bom en, ik citeer even Marianne Van Kerkhoven en Rudi Laermans in hun Kritisch Theaterlexicon (VTI, 1997) over De Keersmaeker, "wordt nog steeds beschouwd als het beginpunt van de hedendaagse dansontwikkeling die zich in Vlaanderen tijdens de jaren tachtig ontwikkelde". Hoe bekijkt ze die voorstelling zelf in retrospectief, wou ik graag weten.

'Aha. Technisch gesproken heb ik enkele opmerkingen bij Fase, maar ik heb die productie op een bepaald ogenblik (na een herhaling in 1992, SH) met rust gelaten. Het is zoals een kind: het wordt geboren en dan ga je ook niet meer aan de genen beginnen te morrelen. Fase is gewoon de realiteit van een bepaalde periode geweest, al heeft de voorstelling inderdaad een lang leven geleid. Dat leven wordt eigenlijk nu pas afgerond met de verfilming. Die is bijna klaar - drie van de vier delen zijn opgenomen. We hebben Clapping gefilmd in het Pakhuis in Antwerpen, Come Out in de Coca-Cola-building hier in Brussel en Violent Phase in een bos. Piano Phase zal hier in P.A.R.T.S. (De Keersmaekers dansschool in Brussel, SH) gefilmd worden. Het is al een mooie ervaring geweest."

Is het niet raar om de captatie in schuifjes te organiseren?

"Nee, want het zijn delen die op zich kunnen staan. De opnamen van Violin Phase in het bos van Tervuren waren echt fantastisch. Het gebeurde op een plek waar twaalf wegen bij elkaar komen, twaalf van die grote dreven. Het was een spirituele ervaring. Met fantastisch licht. Op een zomerdag, van zes uur 's ochtends tot 's avonds laat."

Vindt ze zichzelf nostalgisch van aard?

"Nee, maar er zijn dingen die belangrijk waren en dat nog altijd zijn. Het is zeker moeilijk om producties los te laten als je merkt dat er nu een generatie P.A.R.T.S.-studenten is die nog nooit Fase of Rosas danst Rosas gezien heeft. Dat is raar. Ze leren wel dingen over de voorstelling aan maar ze hebben de voorstelling zelf nooit gezien... Daar stel ik me toch vragen bij. Maar of ik daarom nostalgisch ben? Mmm.

"Ik heb in ieder geval een sterk gevoel van eenheid bij de voorstellingen van de laatste vijf jaar: Just Before, Drumming, I Said I, Rain... In Real Time ook, al is dat een beetje een buitenbeentje. Ze zijn voor mij allemaal met elkaar verbonden. Ik heb het gevoel dat ik met die reeks een stuk dichter ben gekomen bij een nieuwe vorm van onderzoek, van taal en van communicatie. Ik sta er nog steeds volledig achter."

Waarin onderscheiden die voorstellingen zich dan?

"Het heeft met een aantal elementen te maken. Om te beginnen zijn het allemaal voorstellingen die met dezelfde groep dansers werden gemaakt. Het was de groep met het mooiste evenwicht tot dusver tussen mannen en vrouwen, tussen techniciteit en persoonlijkheden... Met die mensen heb ik zowel pure dansvoorstellingen als meer theatrale producties gemaakt. Dat resulteerde uiteindelijk in een gelaagdheid die we anders wellicht niet hadden bereikt. Ten tweede was er het vocabularium, waarbij ik telkens het startmateriaal voor mijn rekening nam. Ook heb ik heel veel gehad aan de samenwerking met Jolente (haar zus, actrice bij STAN en coregisseur van Quartett en In Real Time, SH). Zij heeft voor mij deuren geopend, niet het minst wat het werken met tekst betreft. Het heeft tot een warmte in de voorstellingen geleid.

"Daarnaast was er in die reeks voorstellingen ook een compositorisch evenwicht. Ik moest in die periode vaak denken aan yin en yang, aan spiraalstructuren... Naar mijn gevoel hebben we op die manier echt essentiële dingen aangeraakt."

Kan ze dat laatste iets nader toelichten?

"Wel, die voorstellingen hebben allemaal dingen gemeen in de organisatie van tijd en ruimte. Ik ben toen beginnen werken met vloerpatronen die gebaseerd zijn op spiralen, maar ook op mathematische series: één, twee, drie, vijf, acht, dertien, eenentwintig... Al die voorstellingen hebben onderliggende frames die elkaar min of meer overlappen. Just Before en Drumming bijvoorbeeld hebben hetzelfde basispatroon. En het patroon van Quartett is hetzelfde als dat van I said I. In Real Time is een superpositie van al die schema's op elkaar... Zal ik het even tonen?"

Ze loopt naar een binnenraam dat uitkijkt op een grote repetitiezaal en wijst op het kluwen van lijnen op de vloer. Een 'kurkdroge' compositie die evengoed intrigeert.

"Daar staat het. Al het werk, zou je kunnen zeggen. Rechte en gekromde lijnen, binaire en ternaire, lijnen die zich openen en die zich sluiten... Het zijn allemaal dingen die samen een stroom hebben gevormd, met zowel barokke interpretaties als meer uitgepuurde. Maar het is in feite altijd hetzelfde zoeken en vinden gebleven.

"In al die laatste voorstellingen hebben we ook het spanningsveld tussen individu en groep proberen te onderzoeken. De noodzaak, de kracht en het plezier van een groep tegenover de noodzaak, de kracht en het plezier van een individu. Dat is in wezen een politiek gegeven. Het is belangrijk om eigen standpunten in te nemen, maar soms is een compromis noodzakelijk. En soms is een compromis absurd. Daar ging I said I over."

Was het een bewuste zoektocht naar eenheid?

"Het is een kettingreactie geweest. Met Just Before is de samenwerking met Jolente begonnen, omdat zij toen lesgaf in P.A.R.T.S. We zijn toen beginnen nadenken over de verschillen tussen acteurs en dansers, en dat heeft eerst tot Quartett en dan tot In Real Time geleid, waarbij acteurs en dansers samen op het podium staan. Intussen hadden we in I said I onderzocht wat het zou geven als ik de dansers met een tekst zou confronteren (Zelbstbezichtigung van Peter Handke, SH). In zekere zin was de samenhang dus wel gepland, ja.

"In ieder geval heb ik nu het gevoel dat ik in een nieuwe fase ben beland. Waarom? Het basismateriaal van Small Hands is echt nieuw. Er zijn veel minder vormelijke connecties met de vorige producties."

Muzikaal verliep het parcours van de voorbije jaren heel wat grilliger.

"O ja. Er is stilte geweest, maar ook het Ictus Ensemble, en Aka Moon. Veel montages ook. Just Before bijvoorbeeld gaat van Cage, Reich en Xenakis naar Bartholomée en Magnus Lindberg en ten slotte naar Debussy. I said I was nog extremer en bevatte muziek van Aka Moon én van Berio én van dj Grazzhoppa én van Brahms... Daar was de spanningsboog tussen verleden en heden nog groter."

Over het verleden gesproken. Hoe denkt ze terug aan Asch, haar vrijwel onopgemerkt debuut als choreografe in 1980? De productie heette voluit Asch, de gedoofde verwondering van een klein eigenzinnig meisje en een grote gekwetste piloot, een theaterproject waarin het spel van een danser en een acteur elkaar kruisen en werd uitsluitend getoond in de Markten in Brussel. De voorstelling bevatte volgens ooggetuigen al de typische "elektrische, alerte bewegingen" van de vroege De Keersmaeker: slaande vuisten, stampende voeten, het hoofd dat in de nek wordt geworpen... Ziet ze zelf veel gelijkenissen met haar schriftuur van vandaag?

"Asch was een theatrale voorstelling die zeker aanknopingspunten voor later werk bevatte. Het was een locatieproject en ik herinner me een heel repetitieve dans en een trage openingssequentie... Ik denk dat vooral de theatraliteit van die productie later is teruggekomen. Pas in Fase ging ik op zoek naar een vocabulaire in dans en muziek. Vergeleken met Fase was Asch 'modern en immatuur', zoals Jan Decorte zei."

Vreemd eigenlijk dat ze eerst een theatraal en dan een dansant debuut maakte. Toch als je weet dat de jonge De Keersmaeker opgroeide met klassiek ballet en vanaf 1978 studeerde aan het Mudra, de school van de befaamde choreograaf Maurice Béjart.

"Ja, maar als ik toen niet was aangenomen in het Mudra, had ik zeker geprobeerd een theateropleiding te volgen. Ik wou ook theater regisseren, ja. Dat hadden ze mij trouwens aangeraden toen ik een paar jaar daarvoor toelatingsexamen deed in de balletschool van Antwerpen. Toen kreeg ik te horen dat ik een schoon snoetje had maar dat ik niet echt deugde als danseres. 'Ga het in Studio Herman Teirlinck eens proberen', zeiden ze (lacht). Nu ja, ik wás ook helemaal niet zo goed als danseres. Gelukkig had ik op de muziekschool in Wemmel een bijzondere lerares, Lieve Curias. Zij kwam van de balletschool in Antwerpen en leerde ons zowel modern als klassiek ballet. Ze had ook aandacht voor improvisatie en dat deed ik heel, héél graag."

Het was dus niet haar moeder die beslist had dat ballet een stichtend tijdverdrijf was?

"Dat is echt mijn beslissing geweest. Want op de muziekschool was ik niet briljant. Ik leerde als meisje dwarsfluit spelen - het was de tijd van Jethro Tull en Thijs Van Leer - maar in vergelijking daarmee was dans toch wel een wereld die openging. Het waren de gloriejaren van Béjart, en ik vond zijn voorstellingen zó fascinerend... Ik wou per se in zijn dansschool, in het Mudra geraken. Dat kon alleen via strenge audities en daarvoor heb ik keihard moeten werken. Want ik heb wel een bepaald talent als danseres, maar dans is nooit geweest wat ik het beste kon. Eigenlijk kon ik andere dingen beter, maar op een of andere manier heeft mij dat nooit gestoord. Ik heb als meisje nog wel eens gedroomd van een carrière als soliste, liefst bij Béjart, maar het werd snel duidelijk dat ik daar niet echt de capaciteiten voor had."

En dan toch aanvaard worden in het Mudra. Een overwinning?

"Jaaa. De eerste keer lukte het niet. Ik zat toen nog in de vijfde humaniora en had het in mijn kop gestoken dat ik een toelatingsexamen voor het Mudra wou doen. Een jaar later slaagde ik wel. Waaruit de proef bestond? Klassieke dans. Modern ballet. Improvisaties. Als ik me goed herinner moesten we onder andere een dier nabootsen dat zich tussen twee rotsen bevond. Rotsen die dichterbij kwamen. (giechelt)"

Herinnert ze zich ook de eerste ontmoeting met de maestro?

"Niet echt. Béjart was op dat moment al niet zo intens meer bezig met het Mudra als in de beginjaren. Maar zijn schaduw hing nog wel over de hele opleiding uiteraard."

Hij was een held? Haar held?

"Meer nog: hij was Napoleon. L'Empéreur. Le Grand Maître. Béjart las Nietzsche en onmiddellijk begonnen alle danseressen Nietzsche te lezen. Zo was het in die tijd. Maar veel persoonlijk contact met de meester was er niet. Natuurlijk ben ik hem nadien nog tegengekomen, maar toen leefden hij en ik al in totaal verschillende werelden... (zacht) Ik weet niet of je zijn laatste voorstellingen hebt gezien, maar ik vond die nogal euh... bedenkelijk. Maar goed, hij heeft veel grootse dingen gedaan."

Toen zij in 1993 P.A.R.T.S. oprichtte, stond het Mudra haar dan voor ogen?

"Niet voor de concrete invulling. Kijk, ik heb P.A.R.T.S. opgericht vanuit mijn eigen artistieke ervaring, vanuit die persoonlijke energie. Je denkt natuurlijk wel in termen van educatie, maar uiteindelijk kun je zo'n dansschool alleen maar oprichten als choreografe en danseres. P.A.R.T.S. is met andere woorden geankerd in een artistieke praktijk en komt voort uit de residentie van Rosas in de Munt. Daar wilden we repertoire maken, maar intussen was Het Ballet van de Twintigste Eeuw verhuisd naar Lausanne en was de situatie van de Belgische dans compleet veranderd. Er was behoefte aan een nieuwe, hedendaagse dansopleiding en dat werd P.A.R.T.S."

Na het Mudra en na Asch is ze zelf nog voor een jaar naar New York getrokken, waar ze dans en theater studeerde aan The Tisch School of the Arts.

"Het was in de tijd dat er in Europa heel wat Amerikaanse avant-garde te zien was op festivals: Lucinda Childs, Bob Wilson, Trisha Brown, Steve Paxton... Ik wou die mensen vaker aan het werk zien en schreef me in aan de universiteit van New York. Ik heb er heel veel geleerd, over dans maar ook over experimenteel theater. En er was de stad natuurlijk, op zich al een onvergetelijke ervaring."

Nadien kwamen Fase en Rosas danst Rosas, de producties waarvoor ze in New York een prestigieuze Bessie Award ontving, de hoogste dansonderscheiding in Amerika.

'Het is hard gegaan, ja. Heel hard. Maar zo goed als Rosas danst Rosas onthaald werd, zo controversieel was de productie die daarna kwam, Elena's Aria. Omdat die voorstelling zo compleet anders was. Het ging dus niet altijd van een leien dakje."

Had ze soms het gevoel aan te hoge verwachtingen te moeten beantwoorden?

"Ik heb wat dat betreft in ieder geval geen compromissen gesloten. In de studio heb ik altijd gedaan wat ik dacht en voelde dat ik moest doen. Het moeilijkste in de loop der jaren was misschien het komen en gaan van dansers, omdat je telkens opnieuw moet starten en telkens een nieuw evenwicht in de groep moet vinden. Ik ben ook moeder geworden en blijven doorwerken. Dát zijn de echte uitdagingen geweest.

"Ik heb de voorbije jaren ook al enkele keren mogen lezen of horen dat ik tot het establishment behoor, en dat ik zelfs vastgeroest ben, en af en toe heeft zo'n opmerking al in mijn vlees gebeten, maar... Het is gewoon zever, punt. Natuurlijk ben ik niet meer zoals twintig jaar geleden, en wellicht is er een portie rust en kalmte bijgekomen. Ik ben niet meer zo kwaad als toen, en da's nogal logisch. Iemand van veertig bekijkt de dingen anders dan iemand van twintig - gelukkig maar. Misschien komt er wel een soort wijsheid, wie weet, in de plaats van de angst en de onrust. Ik heb voor mezelf het gevoel dat ik meer en meer tot de essentie kom. Deze school, het gezelschap, heel die structuur: het helpt me juist om die essentie te benaderen."

Waar kwam die woede in haar jeugdjaren vandaan?

"Dat had te maken met verschillende dingen. Met hoe ik mijn vrouw- of meisje-zijn op dat moment aanvoelde. Er is altijd veel verlangen in mij geweest, én ik heb ook altijd vragen gesteld bij de gang van zaken. Het hoorde ook bij de tijdgeest. Maar in vergelijking met vroeger ben ik niet langer bang van schoonheid. Zoals ik ook allang niet meer geloof dat je kwaad moet zijn om iets over essentiële dingen te kunnen zeggen."

Zijn dat gedachten die ze meegeeft aan haar leerlingen? Hoeveel uren geeft ze eigenlijk zelf les?

"Niet zo veel. Ik volg de school en de studenten wel - ik ken ze nagenoeg allemaal - maar het maken van en het toeren met Rosas-producties is sowieso bijzonder intensief. Zoiets vergt dagelijkse aandacht, en veel afspraken. Daarom geef ik maar af en toe les. Dat vind ik wel jammer, maar ik moet mezelf ook nog een beetje in conditie kunnen houden. En last but not least: ik ben moeder van twee kinderen."

De een is bijna acht, de jongste bijna vijf. Zijn het dansers in spe?

"We zullen wel zien. Ze komen kijken naar de voorstellingen, maar mijn zoon vindt het soms wat langdradig. Hij skateboardt liever (lacht). Maar als ik ze 's avonds na een voorstelling nog eens ga toestoppen in bed, vragen ze meestal heel lief hoe het die avond geweest is. 'Heeft er niemand boe geroepen?' Eén keer heeft iemand 'boe' geroepen en sindsdien vragen ze dat altijd. Je hoort het: het zijn echte schatten."

Meer info over P.A.R.T.S. en Rosas op tel. 02/344.55.98 of via www.rosas.be

'Ik kreeg te horen dat ik een schoon snoetje had maar dat ik niet echt deugde als danseres. 'Ga het in Studio Herman Teirlinck eens proberen', zeiden ze'

'Ik heb het gevoel dat ik meer en meer tot de essentie kom'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234