Zaterdag 20/07/2019

‘Ik ben niet klaar om kopman te zijn’

Tom Meeusen beseft intussen wat het is om tot de toppers te behoren. Daar waar hij tot voor kort na de ploegtraining en massage op zijn gemak naar huis kon, was hij woensdag degene die het licht van de Residentie in Lichtaart uitknipte. “Twee interviews. Dat is toch even een aanpassing. (lachend) Zeker als je weet dat ik soms gedurende drie dagen mijn gsm niet bekijk en niet bereikbaar ben.”

Maar toen kwam Kalmthout.

Tom Meeusen: “Vooral de manier waarop spreekt velen blijkbaar aan. Al heb ik een beetje geluk gehad. Ik kom nog power en inhoud tekort maar op zulke gladde omlopen kunnen de toppers maar 80 procent van hun kracht gebruiken. Dankzij mijn goede techniek kan ik dan net aansluiten. Als ik dan nog een goede dag heb, kan ik me vooraan handhaven waardoor er al eens iets in mijn mandje valt.”

Bondscoach Rudy De Bie gaf aan dat hij je pas over twee jaar op dit niveau verwacht had.

“Ik werk er al een tijd keihard voor en heb intussen ook de perfecte omkadering. Ik heb een goede relatie met mijn coach, Jos Henderieckx, met mijn team: Hans van Kasteren, Danny De Bie en mijn ploegmaats. Ik heb een kinesist waar ik steeds op kan terugvallen en mijn vriendin Nina staat al 2,5 jaar klaar voor mij. Ik heb een groepje rond mij gecreëerd dat vertrouwen in mij heeft en dat ik vertrouwen durf geven. Dankzij die mentale rust kan ik optimaal presteren.”

En dat voor iemand die lange tijd dacht dat hij alles alleen kon beredderen.

“Bij de nieuwelingen en juniores hadden al veel renners een eigen trainer. Ik zag dat niet zitten. Ik ging trainen voor de leut, een beetje fietsen en spelen in het bos. Maar soms trainde ik keihard terwijl ik eigenlijk moest rusten of omgekeerd. Uiteindelijk begin je aan alles te twijfelen. Sinds ik mijn trainer heb, kan ik perfect inschatten wat de gevolgen zijn van een intensieve trainings- dan wel een rustperiode. Ik wéét nu dat ik goed bezig ben.”

Vanwaar die plotse klik?

“Op school waren de helft van mijn klasgenoten van maandag tot vrijdag over uitgaan bezig. Ik crosste enorm graag, deed er veel voor maar werd tegelijkertijd geconfronteerd met de ‘andere’ wereld. Mijn vrienden waren me constant aan het pushen om mee te gaan stappen. Tot zij plots elke dag van acht tot vijf op het werk moesten zijn en het uitgaan al minder plezant bleek. Ik wilde niet gaan werken. Ik wilde koersen en besefte dat ik van mijn hobby mijn beroep kon maken. Sindsdien is het snel gegaan.

“Ik ben blij dat die vrienden er waren. Dankzij hen besef ik wat er naast de sport is, weet ik wat uitgaan is en weet ik vooral dat ik dat niet nodig heb. Sommige ouders houden hun sportende zoon bewust zo ver van het uitgaan weg dat de honger op hun 21ste of 22ste zo groot is dat ze van het goede pad afdwalen.”

Het was opnieuw Rudy De Bie die jou dat pad getoond heeft.

“Als tweedejaarsjunior mocht ik naar het WK mountainbike in Nieuw-Zeeland. Ik heb gedurende drie weken met hem op de mooiste plaatsjes getraind. Hij heeft mij doen inzien hoe mooi sport kan zijn.”

Hij was het ook die eerder deze week letterlijk zei: ‘Wat Tom kan, kan Sven niet.’

“Tja, dat verhaal dateert van tijdens een stage in Spa toen Nys had beslist om op de Spelen in Peking te mikken. Als tweedejaarsjunior reed ik hem eraf in een technische afdaling en sindsdien leeft het verhaal dat mijn techniek beter is. (lachend) Iedereen vergeet wel dat Nys die dag voor het eerst op een mountainbike zat. Maar goed, technisch ben ik bij de beteren. Ik heb vroeger met mijn BMX en mountainbike zo vaak mijn grenzen opgezocht dat ik nu perfect weet tot waar ik kan gaan om niet te vallen.”

Omschrijf je eens als crosser?

“Technisch en tactisch sta ik er en ik durf alles of niets spelen. Ik heb lef. Omdat ik zo graag wil tonen wat ik kan. Druk? Daar kan ik wel mee om, zo lang iedereen realistisch blijft en nu plots niet verwacht dat ik er elke week zal staan. Ik ben nog maar 22.”

Van Kasteren noemde jou meteen de ‘nieuwe Bart Wellens’.

“Wellicht had hij het over Barts uitstraling. Ik durf net als hij zeggen waar het op staat. Maar ik heb nog lang geen twee wereldtitels op mijn palmares. Nys is al meer dan tien jaar absolute top en heeft één regenboogtrui. Vandaag beweren dat ik op een dag twee wereldtitels behaal, is grootspraak.”

Zonder Stybar en Pauwels volgend seizoen word je nog meer in die rol geduwd.

“Als ook Stybar weggaat, is dat voor mij ramp. Ik ben niet klaar voor het kopmanschap. Het team is nu verzekerd van vijftien of twintig overwinningen waarvan tien dankzij Styby. Zonder hem wordt de druk te groot voor mij. Tenzij Hans en de sponsors beseffen dat ze het enkele jaren met minder moeten doen. Of een andere topper aantrekken.”

Er is niemand beschikbaar.

“Dan moeten Bart en ik dringend met Hans en de sponsors praten. Van mij moeten ze geen vijftien zeges per seizoen verwachten.”

Vandaag zit je aan drie, waarvan twee topcrossen. Jouw seizoen kan niet meer stuk...

“Tenzij ik straks het WK op televisie moet volgen. Dat zou ik echt verschrikkelijk vinden. Ik besef dat de weelde in de Belgische cross groot is maar Sankt-Wendel missen, zou een immense klap zijn.”

Terwijl ook Tabor al zo’n domper was (Meeusen werd vierde na de broers Szczepaniak die later positief testten, KB).

“Ik wist dat het mijn laatste kans was als belofte om die mooie trui te winnen. Zogoed als alle topcrossers waren ooit beloftenwereldkampioen. Uiteindelijk is het op een grote ontgoocheling uitgedraaid. Ik heb het er moeilijk mee gehad maar misschien had ik de voorbije weken het geluk dat ik toen gemist heb. Kalmthout was een mooie compensatie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden