Maandag 01/06/2020

InterviewJan Decorte

‘Ik ben niet bang voor de dood, maar wel om Covid te krijgen’

Beeld Stephan Vanfleteren

Vandaag wordt theateracteur en -regisseur Jan Decorte 70 jaar, maar hij verkeert in bloedvorm: het tegenwoordig slanke lijf gehuld in een Dries Van Noten-pak, de haren kort en sexy als nooit tevoren. Vorig jaar won hij samen met zijn gezellin Sigrid Vinks de Ultima Algemene Culturele Verdienste voor hun uitzonderlijke werk en het inspireren van vele generaties kunstenaars. Vandaag krijgen ze, wonderlijk genoeg, geen geld meer om iets nieuws te maken. ‘We hebben geen vooruitzichten meer’, zegt Decorte, ‘behalve dan 70 worden.’

Hij heeft zijn leven voor de gelegenheid drastisch omgegooid. Jan Decorte, de man die er een erezaak van maakte nooit een letter te lezen, verdiept zich nu dagelijks tot een stuk in de nacht in de Griekse en Romeinse klassieken en in de dichters uit de Italiaanse renaissance.

Sigrid Vinks: “Hij heeft net tot de laatste minuut met zijn neus in Vergilius gezeten omdat het zo spannend was.”

Jan Decorte: “Ja. Ik heb Sigrid ook gevraagd of ze het erg vindt om niet meer naar Thuis te kijken. Ik keek twee keer per dag: ’s middags naar het historische Thuis, de oude afleveringen, ’s avonds naar de nieuwe. Naast nog een resem andere programma's.”

Vinks: “Meestal pulp. Tot zes uur per dag. Dat was onze routine.”

Decorte: “Tot ik er ineens moe van werd en dacht: moet ik hier mijn tijd wel aan besteden? Maar toen maakte ik mij de bedenking: ik héb tijd, er is tijd te over, en ik heb niks omhanden. Ik kreeg de drang om iets onverwachts te doen en dus heb ik Sigrid gevraagd Gerusalemme liberata (Jeruzalem verlost) van Torquato Tasso te bestellen. Eén van mijn vele plannen is namelijk om met dirigent Philippe Herreweghe het Achtste Madrigaalboek van Monteverdi op te voeren (dat put uit ‘Gerusalemme liberata’, red.). Tasso is Herreweghes lievelingsschrijver. Ik ben ook Orlando furioso ('De razende Roeland', red.) van Ludovico Ariosto aan het lezen, en Homerus.

“Je staat er niet altijd bij stil, maar al die schrijvers leefden in een wereld die in constante staat van oorlog verkeerde: de christenen streden tegen de moslims, steden bevochten elkaar, net als keizers, hertogen en pausen. Wij zijn ook weer verwikkeld in een oorlog: wij vechten tegen het virus, politici vechten met wetenschappers en met elkaar. Heb je Bart De Wevers wanhopige poging gezien om in het nieuws te komen door te zeggen: ‘In Antwerpen mag je wél op een bank zitten’? Alstublieft!”

“Gerusalemme liberata bevat ook een hoofdstuk dat niet te pruimen is omdat Tasso er het hele nageslacht van zijn geldschieter Alfonso II d'Este in lauwert, en de hele tijd aan de muzen vraagt: ‘Beloon ik hen wel genoeg voor wat ze voor mij doen?’ Er is wat dat betreft niet veel veranderd, zoals je nu met die subsidiekwestie weer ziet (Decortes theatergroep Bloet krijgt geen subsidies meer van de Vlaamse overheid, red.). We hangen nog altijd af van het geld van - laten we het met een mooi woord zeggen - mecenassen. Van de staat. Vroeger werden kunstenaars volledig onderhouden door de machthebbers en ze schreven dan ook wat die wilden.”

Dat is totaal niet aan jou besteed, hè?

Decorte: “(lacht) Neen. Om de machthebbers van nu te plezieren, moet je mainstream zijn. Dat stond letterlijk in de brief over onze subsidiestop: we waren er ‘niet in geslaagd mainstream te worden’. Ivo van Hove is mainstream, Anne Teresa De Keersmaeker is mainstream. Zo ver heb ik het nooit gebracht. Ik heb wel ooit op het punt gestaan internationaal door te breken: met mijn versie van De Hamletmachine was ik in 1981 uitgenodigd op het Festival van Avignon. De directeur van dat festival was komen kijken op aanraden van Hugo De Greef, nog steeds the main man van de Europese festivals. Die directeur was dolenthousiast over De Hamletmachine en ik ben naar Avignon mogen gaan, maar daar heb ik direct ruzie gekregen met de technisch directeur.”

En daarom ben je internationaal niet doorgebroken?

Decorte: “Inderdaad. Tussen de vijf delen van de voorstelling moest het brandscherm elke keer met veel geraas naar beneden donderen, maar in het theatertje waar wij geprogrammeerd stonden, was er geen scherm. Ik wilde een geschikt alternatief, maar die technisch directeur wilde daar niet in meegaan. Toen heb ik gezegd: ‘Weet je wat? Laat maar, we komen gewoon níét.’”

“Als ik in Avignon had kunnen regisseren, was ik iemand anders geworden. Of liever: dan was ik gebleven wie ik was. Na dat voorval wilde ik weg van de voortdurende onmin waarmee mijn werk werd bejegend. Mijn aanpak als regisseur was tot dan toe heel tiranniek. ‘Die Decorte is een tiran, een fascist,’ werd gezegd, en dat was ook zo. Ik speelde toen ook nog niet zelf mee. Had ik dat wel gedaan, dan had ik sneller ingezien wat ik verkeerd deed. Ik zou gevoeld hebben hoe de acteurs afzagen en zij zouden mij hebben zien afzien. Zo zouden we vanzelf dichter bij elkaar zijn gekomen. Dat is daarna het uitgangspunt geworden: nader tot elkaar komen, werken in volle liefde.”

Vinks: “Pas nadat Jan is gaan meespelen, ben ik ook beginnen mee te doen, omdat er toen geen enkele vorm van hiërarchie meer was.”

Decorte: “Maar wat ik wilde zeggen: als mijn voorstelling in Avignon in 1981 wel was doorgegaan, was ik waarschijnlijk hetzelfde soort theater blijven maken, en zou ik nu wereldberoemd zijn, en dikbetaald.”

Maar mainstream.

Decorte: “Avant-garde maar mainstream, ja. Maar nu zou ik dat helemaal niet meer willen, hè.”

“Na De Hamletmachine heb ik op dezelfde manier nog Oom Wanja gemaakt. Dat stuk vond iedereen tijdens de generale repetitie fantastisch, maar ik besliste de première niet te laten doorgaan. Dat ik toen iets helemaal anders ben gaan maken, is door het publiek niet goed onthaald. Ze waren kwaad, noemden het publieksbedrog, ze vonden dat het niet was waarvoor ze gekomen waren. ‘Scènes / sprookjes’ was niet echt een voorstelling, maar een keten van performances waarin de acteurs met veel liefde toonden wat zij wilden. Er zijn toen veel mensen weggelopen om nooit meer terug te keren. Ik blijf mensen boos maken. Ik doe dat niet met opzet. Elke keer als ik iets maak, denk ik dat ik op handen gedragen zal worden, net zoals ik ervan overtuigd blijf dat ik de Nobelprijs voor Toneel & Literatuur ga winnen. Maar steeds blijkt dat maar een vijftiental mensen zegt: ‘Dit was een ongelooflijke ervaring, we vinden het echt prachtig.’ En dikwijls zijn dat nog dezelfde vijftien ook (lacht).”

“Telkens als blijkt dat de wereld weer niet aan mijn voeten ligt, ben ik teleurgesteld als een kleine jongen. Ik begrijp het niet. Ik heb net een boek gelezen van een Nobelprijswinnaar. Ik ben zijn naam alweer vergeten, het ging over een olifant (‘De tocht van de olifant’ van José Saramago, red.). Daarna dacht ik: enfin, verdient dít een Nobelprijs, en ik niet?”

“Hier in België heb ik wel alle onderscheidingen mogen ontvangen: de Oskar de Gruyterprijs, de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste, de Vlaams-Nederlandse Toneelschrijfprijs, de persprijs op het Festival van de Belgische Film in 1977. Maar ja. Ik ben nog niet klaar, maar stel dat ik nu zou sterven, dan schiet er van mij als toneelschrijver niet veel over. Misschien alleen mijn liefde met Sigrid. Die zal wellicht aangehaald worden. Meer blijft er van mijn naam en faam niet over. Van mijn teksten zijn er alleen wat gedrukte pagina's, en die zijn bijna niet meer te krijgen.”

Alles is toch pas opgenomen in de archieven van het Letterenhuis, waar ook al het werk van Paul van Ostaijen en Hugo Claus is gearchiveerd?

Vinks: “Ja. Dat is een grote eer.”

Decorte: “Mijn films hadden 23 fans, allemaal festivaldirecteurs die mij beter vonden dan Fassbinder, maar het publiek liep tijdens de begingeneriek al naar buiten. Ach, Chantal Akerman is ook nooit mainstream geworden, maar ze is nu wel historisch. Haar films worden overal vertoond.”

Jouw film Hedda Gabler wordt weer met regelmaat geprogrammeerd.

Vinks: “Ja. De vertoning in het KASK in Gent hebben we bijgewoond. We waren echt verbaasd hoe enthousiast de jonge mensen achteraf over de film waren.”

'Ik heb al verlatingsangst als Sigrid een uur wegblijft. Ik ben heel gefixeerd op haar, en zij, hopelijk, ook op mij. We hebben een manier gevonden om daarmee te leven.' Beeld Stephan Vanfleteren

LEVEN IS CREËREN

Jullie speelden vorig jaar ook op een door jonge kunstenaars georganiseerd alternatief festival dat onderdeel was van Pukkelpop. Jullie zijn punk gebleven en punk is back!

Vinks: “We voelen steeds vaker dat jonge makers gefascineerd zijn door ons werk. Ze vertellen ons hoe ze zich ergeren aan het politiek correcte één-op-ééntheater dat zo in zwang is, maar niets aan de verbeelding overlaat. Ze willen weer echte kunst maken. Wist je dat Lisah Adeaga, met wie we de stukken Hamlet 0.2 en body a.k.a. gemaakt hebben, op school gewoon botweg te horen krijgt ‘dat ze niet met een blanke, mannelijke regisseur zou moeten werken’? En dat ze iets moet maken over ‘haar Afrikaanse afkomst en haar positie als gekleurde vrouw in het theater’. Zij steigert daarvan: ze wil van haar afkomst helemaal geen issue maken.”

Decorte: “Punk gaat over het onderbewuste - op z’n Freuds, bedoel ik. Het onderbewuste zit ergens achter in je hoofd en is het belangrijkste werktuig dat een mens heeft, het is de sturm-und-drang die je ertoe drijft een punt te willen maken en dat punt met anderen te willen delen.”

Ik heb soms het gevoel dat de huidige generatie zo bezig is met geliket te worden dat hun sturm-und-drang geen ruimte krijgt.

Vinks: “En ze zichzelf constant censureert.”

Daardoor mist wat ze maakt vaak kracht en staan er maar geen nieuwe Decortes of Panamarenko's op.

Vinks: “Dat gevoel heb ik ook. Maar ik ken er ook die zich daar echt van aan het bevrijden zijn.”

Jullie zijn niet klein te krijgen en hebben al de ene comeback na de andere achter de rug.

Decorte: “Ja, maar nu zal het heel moeilijk zijn. Er zijn steeds minder plekken waar ze ‘pro’ ons zijn. En wie wil nu op zijn 70ste nog een hap claimen uit een budget waar al grote happen uit genomen zijn? Die moeten naar jonge mensen gaan. Sigrid heeft nu een dossiertje ingestuurd met de vraag: ‘Wat moeten wij nu doen? Bij de pakken blijven zitten?’”

Is met pensioen gaan geen optie?

Decorte: “Ik bén al met pensioen, maar ik kan toch niet stoppen met leven? En als ik leef, creëer ik, dat is een gegeven. Nu, dat teert wel op interesse. Ik wil nuttig zijn, ik wil mensen graag zien en ik wil dat mensen mij graag zien en dat ze enthousiast zijn over mijn werk. Ik wil het gevoel hebben gewild te zijn, en dat is nu niet erg het geval. Maar als er straks gebeld wordt en Sigrid zegt: ‘Er is weer geld’, dan heb ik meteen een plan.”

Je laatste voorstelling body a.k.a is een bewerking van Bloetwollefduivel, jouw versie van Macbeth. Waarom wilde je dat stuk nog eens aanpakken nadat het je vorige keer in een diepe depressie had gestort?

Decorte: “Om het lot te tarten. Om te zien of de strijd van Macbeth die aan zijn noodlot probeert te ontsnappen - wat destijds ook míjn gevecht om aan mezelf te ontsnappen heeft aangewakkerd - kon worden omgebogen naar een dans van lichtheid en verbinding. Dat is met body a.k.a gelukt. We hebben de duivel aangeroepen en afgezworen, terwijl mensen ernaar konden kijken.”

Het stuk eindigde inderdaad niet met het bekende shakespeareaanse bloedbad, maar met een samenzang. Op jullie aandringen zingt de hele zaal mee met Bachs Herz und Mund und Tat und Leben, en bij Herz sloegen we net als jullie op het hart. Het resultaat was een zaal vol kippenvel.

Decorte: “Dat was het hoogtepunt waar ik sinds De Hamletmachine naar ben gaan streven: heel veel liefde.”

“Je weet: wij bereiden voorstellingen alleen voor, maar repeteren niet. De enige zin die ik ooit gerepeteerd heb, omdat ik die absoluut niet wilde missen, was de eerste zin waarmee ik mijn acteurs toesprak toen ik na een lange depressie voor het Toneelhuis ‘Marieslijk’ ging maken. Die zin luidde: ‘Vraag geen uitleg over de tekst, wij zijn hier alleen om elkaar te beminnen.’ Dát is wat ik wil doen: beminnen. En ‘ontminnen’, want het gaat niet altijd. Mensen worden niet noodzakelijk graag gezien. Ze zijn vaak bang van de liefde. En van commitment en overgave. Dat is het verhaal van ons leven: voor mensen spelen die ons alles willen geven maar dát - die overgave - niet. We willen graag mensen bevrijden en zelf bevrijd worden, veranderen en veranderd worden. Als je niet vrij en open kijkt, kun je onze werken niet begrijpen.”

“Nu, ik kan wel begrijpen dat je 15-jarige dochter Jeanne de voorstelling Stand Down niet helemaal aankon.”

‘Dit is te veel seks, mama,’ zei ze halverwege, ‘dit wil ik niet.’ En ze vertrok.

Decorte: “Een duidelijk geval van 'te jong'. Mensen van die leeftijd zitten met hun eigen problemen en hoe die op te lossen. Daar kunnen wij niet bij helpen. Het is niet zo dat zij zich niet willen openstellen, ze beschikken gewoon nog niet over de ontspanning om dat te kunnen. Zoiets rijpt. Het is wel zo dat we van ons publiek een vorm van volwassenheid vragen, van ernst en lef.”

Je moet jullie werk durven te ondergaan.

Decorte: “En het geduld opbrengen om achteraf op te staan en je af te vragen: hoe voel ik mij nu? En niet meteen naar mij toe komen om te vragen: wat wil die pollepel in de voorstelling zeggen?”

Waar die pollepel in body a.k.a vandaan kwam, heb ik ook niet helemaal begrepen.

Decorte: “Ik had daarover gedroomd toen ik met galproblemen in het ziekenhuis lag.”

Vinks: “Hij had toen veel koortsdromen. Ik sliep op een plooibedje naast hem, en toen hij wakker werd, zei hij...”

Decorte: “‘In de volgende voorstelling gaat een pollepel het hoofdpersonage zijn. Zoek er één!’ Waarop Sigrid zei: ‘Ja? Oké!’ Het was een ingeving van de goden, want daarna kwam Sigrid met een boek over de Russische avant-gardisten. En daarin stond een foto met Kazimir Malevich, die als teken van verzet tegen de gevestigde kunst een pollepel op zijn jas droeg en daarbij zei: ‘Met deze lepel moet goed geroerd worden, zodat al wat onderligt bovenkomt.’ Daarna droegen alle avant-gardisten bij premières pollepels op hun revers.”

“Na mijn tweede zelfmoordpoging vroeg de psychiater: 'Waaraan dacht je toen je die pillen pakte?' 'Aan niks,' zei ik, 'ik heb het gewoon gedaan.' Het beest moest weg.”Beeld Stephan Vanfleteren

PATER IN DE BROEK

Jullie subsidies zijn stopgezet vlak nadat jullie een Ultima hadden gekregen en geprezen werden voor jullie oeuvre en jullie belang voor de kunsten in het algemeen. Op z'n minst een vreemde volgorde van gebeurtenissen.

Decorte: “Ons leven is een mooi vervolgverhaal, maar er komt dus kennelijk geen mooi einde aan.”

“Na Stand Down heb ik ook even gedacht: nu is het gedaan. Maar daarna heb ik toch nog ‘Hamlet 0.2' en ‘body a.k.a’ gemaakt.”

In Stand Down kijk je terug op je jeugd: het seksuele misbruik door de paters op je college, je tirannieke vader die gecollaboreerd had. Het was een voorstelling waarvan de mensen zich afvroegen: is dit therapie of theater?

Decorte: “Het was therapie én theater. Met muziek van The Black, euh... Hoe heten ze nu ook alweer?”

Black Box Revelation.

Decorte: “Ja, die. Je ziet, het wordt echt erg met mij. Schrijf dat maar op. (Dicteert) ‘Het is er erg mee gesteld.’ Met het geheugenverlies, bedoel ik. Nu, ik zit daar helemaal niet mee. Integendeel. Als je oud wordt, win je evenveel als je verliest. Je wint inzicht, kalmte en rust en geheugenverlies. Er verdwijnen heel veel nutteloze feiten uit je hoofd. Ik ken mensen, zoals Arno, die zich daaraan storen, maar dan zeg ik elke keer: ‘Wees blij! Dat zijn allemaal dingen waar je niet meer over hoeft na te denken en die de mallemolen in je hoofd draaglijker maken.’ Ik ben al heel veel kwijt. Ik kan bijvoorbeeld niet meer goed jodelen, of een wolf nadoen. Dat kon ik vroeger zeer goed.”

Je zei net: ‘Ik wil bevrijden en bevrijd worden.’ Hoe vrij ben je?

Decorte: “Minder vrij dan Sigrid, maar ik ben heel veel van mijn kinderdiseases en social diseases kwijt, denk ik. Liefdevol met mensen omgaan, daarin heb ik vooruitgang geboekt. Ik heb er ook echt mijn best voor gedaan. Ik was daar niet goed in. Je mag niet vergeten dat ik ben opgegroeid met oorlog, verraad en haat. Ik heb geleefd in een door mijn oude nazivader bestuurd landje vol willekeur, waarvan mijn moeder de koningin was, ik zijn favorietje en de andere kinderen de dupe. Mijn boers en zussen zijn mij altijd blijven haten. En dan heb ik het nog niet over pater Van Hecke, die op het college in de jongens hun broek zat, maar mij met rust liet omdat ik net iets te mondig was.”

Niets zo erg voor kinderen als overgeleverd zijn aan de willekeur van diegenen die voor hen zorgen.

Decorte: “Precies. Die willekeur van mijn vader, die ook een dronkaard was, was het ergst. Niet weten wat je nu wel of niet mocht of moest. De ene keer móést je naar de mis, een week later maakte je je klaar en was het opeens verboden.”

Jij gaat normaal elke dag op hetzelfde uur naar het café en ook stipt weer naar huis. Nu snap ik waarom je zo houdt van controle en structuur.

Decorte: “Ik heb de neiging om controle uit te oefenen, maar zodra ik dat van mezelf merk, verander ik dat. Ik kan me goed aanpassen aan omstandigheden, zoals dit interview bewijst: sleur mij naar buiten in volle coronacrisis, stel mij vragen, en ik geef antwoorden.”

“Als kind was ik wel onmogelijk. Ik had het tot gids geschopt in de KSA, en mijn groep was de enige die in marstempo naar het ontbijt kwam: links, rechts, links, rechts... Ik vertel dat maar om de invloed van mijn nazivader te illustreren. Ik kom van heel ver, werkelijk héél ver. Ik heb eens een jongen die in zijn slaapzak had gescheten een nacht buiten doen slapen. Toen ben ik ontgidst. Net zoals mijn vader uit de Vlaamse SS is gezet. Hij had gezien dat Duitse officieren persoonlijke spullen van opgepakte Joden in hun zak staken en was dat aan de Kommandantur gaan vertellen. Faut le faire!”

Ben je je hang naar dominantie helemaal kwijt?

Decorte: “Neen. Daar werk ik volop aan verder.”

Sigrid mag nog steeds niet van je zijde wijken.

Decorte: “Nee, ik heb al verlatingsangst als ze een uur wegblijft. Ik ben heel gefixeerd op haar en zij, hopelijk, ook op mij. Wij hebben een manier gevonden om daarmee te leven. Maar als onze Lisah (Adeaga, red.) een week niet belt, denk ik meteen: ze ziet ons niet meer graag. Of: ze wil niks meer met ons te maken hebben. Ik heb vandaag een sms te veel naar haar gestuurd. Ik heb een bericht teruggekregen waarin ze me dat duidelijk maakt. Maar ik heb haar gehoord, dus ben ik nu gerust.”

“Verder heb ik niet veel angsten. Ik ben totaal niet bang voor de dood. Ik ben wel bang om Covid te krijgen, want bij ons is het zo dat, als ik in het ziekenhuis lig, Sigrid naast mij slaapt op een plooibed. Als ik Covid krijg, gaat dat niet. Dan moet ik alleen liggen. Dat is een verschrikkelijk vooruitzicht.”

HUMO Je bent gezonder dan ooit, je bent al een tijd gestopt met roken en drinken.

Decorte: “Vijf jaar geleden heb ik met mezelf een serieus gesprek gehad - dat twee minuten heeft geduurd. Ik had de kantine van de Münchner Kammerspiele ondergekotst en was jolig voort aan het drinken en roken. Terwijl een jonge gast me de rommel hielp op te ruimen, dacht ik ineens: dit wil ik niet meer. Ik wil gezond leven. En als ik iets wil, ga ik ervoor.”

“Vlak daarna speelden we op de Ruhrtriennale en verbleven we in een hotel met een zwembad. (Tegen Sigrid) Hoe heette dat hotel ook weer? We hebben er nog kapstokken van meegenomen omdat die zo mooi waren.”

Vinks: “Het Marriott.”

Decorte: “Precies. We zijn daar beginnen te zwemmen en toen heb ik tegen Sigrid gezegd: ‘Dit wil ik in Brussel ook.’ We zwemmen nu twee keer per week.”

“(Mijmert) Sigrid had het net over hoe Mick Jagger, die in zijn leven zoveel drugs heeft gebruikt, zes weken na zijn hartoperatie alweer als een gek stond te dansen. Ik hoop zo erg dat Arno (die aan het genezen is van pancreaskanker, red.) straks ook weer op het podium staat te triomferen. Hij zou dat zelf ook erg appreciëren. Het gaat goed met ’m. Hij zegt dat hij in september al zou willen optreden. Door die pandemie mist hij eigenlijk niets. De hele muziekindustrie ligt plat en ziet samen met Arno af. Dat is voor hem een wonderlijk geluk bij een ongeluk.”

Mis je het niet om jezelf af en toe in de drank te verliezen?

Decorte: “Om mijn slechte zelf te worden, bedoel je? Ik heb in mijn leven alles gedaan om mezelf te verliezen, maar daar ben ik nooit in geslaagd.”

Waarom wilde je van jezelf af?

Vinks: “Jan heeft aanvallen van enorme zelfhaat.”

Waarom?

Decorte: “Omdat ik zo'n zeikerd ben.”

Omdat je je vader in jezelf herkent.

Decorte: “Dat zegt mijn zus, de enige die ik soms nog spreek, ook. Na mijn tweede zelfmoordpoging vroeg de psychiater: ‘Waaraan dacht je toen je die pillen pakte?’ ‘Aan niks,’ zei ik, ‘ik heb het gewoon gedaan.’ Het beest moest weg. In mij zit een beest.”

“Ik was altijd in paniek omdat ik maar dezelfde bleef, omdat ik de tools niet vond om vrij te worden en met mensen te kunnen omgaan. Ik wil met hen omgaan, maar ze zijn bang voor mij en lopen weg. Ik kan het nog altijd niet, mezelf zijn en mensen toch niet wegjagen. Vandaar ook die blijvende verlatingsangst.”

Je ziet er geweldig uit.

Decorte: “Daar wordt aan gewerkt. Ik moet straks nog fietsen op mijn hometrainer.”

Je pakken kies je duidelijk met zorg.

Decorte: “Ja. In volle crisis ga ik, in plaats van op café te zitten, elke dag wandelen in het Ter Kamerenbos, uitgedost als mannequin.”

Vinks: “Tussen de Decathlon-joggers.”

Decorte: “Ja. Ik heb er veel bekijks. Ik ben een prinsje, hè. Altijd geweest: een ventje van een prentje.”

Misschien omdat je vroeger thuis troonopvolger en prins was.

Decorte: “Dat kan. Ja, ja, goeie opmerking.”

“Als er nu maar één iemand zou zeggen: ‘Hier is geld, maak iets, want we houden zo van u.’ Maar we hebben geen vooruitzichten. Behalve 70 worden. En daarna gewoon weer doorgaan.”

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234