Zaterdag 16/10/2021

Ik ben liever een druppel dan helemaal niets

Eén stom ongeval en niets is ooit nog hetzelfde. Chantal De Maeyer verloor haar man, haar beste vriend, haar lief, de vader van haar kinderen, de kostwinner van het gezin. Het verdriet was immens, de woede ook. Maar in plaats van te blijven roepen en tieren, ging ze ander onrecht bevechten. Met haar vzw Sprinkle helpt ze weeskinderen in Zuid-Afrika. ‘Ik strooi onze rijkdom daar rond, als chocolaatjes op een crème glace.’

Het ene moment zit je nog samen te eten, het andere moment staat er een rijkswachter voor de deur. Het was 29 februari 2000. Een schrikkeldag. ‘Het is niet waar’, zeg je. Zoals in de film. En je denkt dat de man die daar staat zich over een paar minuten zal doodschaen wanneer blijkt dat hij zich vergist heeft. Maar Marc was verongelukt. Hij werkte als geluidstechnicus en was op weg naar een opnamestudio. Hij knalde tegen een boom en was op slag dood. Hij was 47.“Een paar maanden later raakte mijn dochter betrokken bij een zwaar ongeval. De auto van haar vriendin werd aangereden door een vrachtwagen en is meegesleurd langs een vangrail. De auto zag er erger uit dan die van mijn man, maar als bij wonder is ze er levend uitgekomen. Ze heeft altijd gedacht dat iemand die vrachtwagen heeft tegengehouden. Dat haar papa haar geholpen heeft. Zelf ben ik niet zo spiritueel aangelegd, maar ik heb haar wel altijd gesteund in die gedachte.“Na dat ongeval ben ik gecrasht. Tot dan had ik me sterk weten te houden. Ik praatte wel heel open over Marc, maar ik stopte altijd bij mijn eigen verdriet. Ik vond dat ik mijn zoon en mijn dochter daar niet mee kon belasten. Ze hadden het zo al moeilijk genoeg. Alleen kun je verdriet niet opdelen of opzij schuiven. Het is een hele diepe put waar je op allerlei manieren rond probeert te geraken, maar dat gaat niet. Je moet er door. Pas dan kun je verder. Het duurt alleen even voor je dat beseft.“Ik kende mijn man al van toen we twaalf jaar waren. We hebben wel allebei andere liefjes versleten, maar rond ons twintigste ontdekten we dat we meer waren dan goede maten. Hij is altijd mijn beste vriend gebleven. Hij was ook mijn lief, de vader mijn kinderen, de kostwinner. Ineens was ik alles kwijt. De grond zakt weg onder je voeten. Zeker zo midden in je leven. Ik was heel kwaad. Ook op hem. Ik heb staan roepen en tieren op het kerkhof. Maar ook dat hielp niet.”

Alleen op reis

“Gedurende een paar maanden heb ik de triestige zitten uithangen. Ik had in niets interesse meer. Ik ging ook nergens meer heen. Dat is makkelijk. Je kunt je verbergen in je coconnetje. Er is altijd wel iemand die de boodschappen doet als je dat vraagt, want ze hebben medelijden. Je wentelt je daar heel gemakkelijk in. Maar dan moet je kiezen natuurlijk, want je hebt twee kinderen. Ik kon daar op die manier voor de rest van mijn leven blijven zitten, maar dan hadden mijn kinderen zelfs geen mama meer. Ik heb toen besloten om op reis te gaan. Helemaal alleen. Ik ben naar Marokko, Kenia, Portugal en uiteindelijk Zuid-Afrika getrokken. Ik vond het heel aangenaam om alleen onderweg te zijn. Ik hoefde tegen niemand uit te leggen wie ik was of wat er gebeurd was, maar ik kon het wel als ik het wou. Daar ben ik sterker door geworden. “Als je iets ingrijpends hebt meegemaakt, word je veel gevoeliger voor situaties. Je gesprekken worden intenser, ook met mensen die je niet kent. Op een Portugees terras heb ik met een oude vrouw over de dood zitten praten. Dat zou ik vijf jaar eerder nooit gedaan hebben, want ik had alles en moest over zulke dingen niet nadenken. “Ook in Zuid-Afrika was ik gevoeliger voor wat ik zag. Het drama van al die kinderen die hun ouders verloren hebben aan aids, dat pakt iedereen. Ze worden vervolgens naar hun familie gestuurd, vaak op honderden kilometers van hun thuis. Naar een verre tante of een oma die ze nooit eerder zagen. Veelal kunnen die uiteindelijk ook niet voor hen zorgen en worden ze opnieuw naar ergens anders gesleurd. Ik voelde heel intens dat hen dat zomaar overkomt. Hun hele leven wordt overhoop gegooid, zonder dat zij daar schuld aan hebben. Ik werd daar niet verdrietig van, maar wel kwaad. Er moest dan ook meteen iets gebeuren, vond ik. In eerste instantie zocht ik een organisatie om te steunen, maar ik ben nogal eigenwijs en wou het uiteindelijk liever op mijn manier aanpakken. Zo is Sprinkle ontstaan.“Ik ontdekte dat projecten die van onderuit beginnen, gestuurd door kleine gemeenschappen, het succesvolst zijn. Ik heb met veel mensen gepraat die wel ideeën hebben, maar er niet verder mee raken. Als je hulp wilt van bijvoorbeeld Unicef, moet je rapporten opstellen en dat kunnen zij niet. Zulke grote organisaties hebben hun nut, maar omdat hun oplossingen van bovenaf gestuurd worden, zien zij veel dingen niet. Ik wel. Ik heb vragen gesteld en geluisterd. Als je iets kon doen, wat zou het dan zijn? Kunnen we het samen doen? Die aanpak vergt meer tijd in het begin, maar het werkt wel. Het is niet eenvoudig, maar je mag niet opzij zien en niet achterom. Ik stort mij altijd overal in en dat werkt. Naar moeilijkheden kijk ik niet meer.“De naam Sprinkle werd gekozen en petit comité. Ik verdeel de rijkdom van hier over kleine initiatieven daar. Zoals je chocolaatjes sprinkelt op je crème glace. Het klinkt ook vrolijk. Ik heb een hekel aan het beeld van Afrika met arme kindjes op blote voetjes. Wat je daar het meest treft, is net de vreugde die leeft ondanks al die armoede. De onvoorstelbare en onvoorwaardelijke vriendschap die ik krijg van de mensen daar is met geen pen te beschrijven. Ik put daar kracht uit. Uit het idee dat je iets kunt betekenen. En ook al zal ik het niet hardop zeggen, soms denk ik wel: ik heb het toch maar gedaan.”

Samenvloeiing

“Was mijn leven anders gelopen, dan zou ik nooit de moed gehad hebben om met Sprinkle te beginnen. Er zijn eigenlijk veel van die dingen die op een eigenaardige manier samenvallen. Toen ik de eerste keer terug kwam uit Zuid-Afrika en met het idee speelde om iets op te richten, begon ik een relatie met mijn huidige man. Hij is een oud-collega van mijn eerste man. Ze hadden zeven jaar samengewerkt en na het ongeval kwam hij af en toe eens langs. Uiteindelijk bleken we meer te voelen dan louter vriendschap. Hij heet ook Marc. Ook een geluidstechnicus. Hij werkte in die tijd voor Stef Bos, met wie hij in Zuid-Afrika op tournee was geweest. Hij had net als ik de liefde voor het land te pakken, dus zelfs dat vloeide mooi in elkaar.“In 2003 hebben we in Zuid-Afrika samen allerlei projecten bezocht. We steunen nu een aantal bestaande initiatieven en sinds kort hebben we ons eigen weeshuis waar we nu twaalf en binnenkort vierentwintig kinderen opvangen. Ik heb een stuk grond gekregen van een Zulu-chief in KwaZulu Natal, de regio die het zwaarst getroffen is door de aidsepidemie en die ook het landelijkst is. Het is alsof de tijd daar is blijven stilstaan. In 2007 zijn we met tien vrijwilligers een huis gaan bouwen. Ik kan intussen metselen en ramen steken. In augustus bouwen we een tweede weeshuis. We hebben ook een systeem van financiële adoptie waarbij meters en peters van hier 30 euro per maand betalen om een kindje op te voeden.“De eerste kindjes zitten er nu drie maanden en beginnen stilaan te geloven dat ze mogen blijven. In het begin vroegen ze elke dag: moet ik morgen weer weg? Toen ik na drie maanden bij hen terug naar België vertrok, hingen ze alle twaalf aan mijn armen. Bang dat ze me nooit meer terug zouden zien, net zoals al die andere volwassenen die in hun leven kwamen en weer weggingen.“Ik heb me wel afgevraagd: waarom bouw ik een weeshuis in dit dorp en niet in dat dorp? Waarom help ik dat kind en niet dat? Dat heeft me een tijd bij mijn strot gepakt, zodanig zelfs dat ik daar misselijk van werd. Maar ik moet positief denken. Als je dit kind kunt helpen, dan is dit kind toch al geholpen. Daar moet je op focussen. En niet op de dingen waaraan je niet kunt verhelpen, want dat is een straatje zonder einde. Mensen zeggen altijd: dat soort initiatieven zijn een druppel op een hete plaat. Maar ik ben liever een druppel dan helemaal niets. Vertel dat eens aan de kinderen die ik een thuis geef, die eten hebben en die nu wel kunnen studeren. Vertel hen maar eens dat het allemaal geen zin heeft.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234