Maandag 24/01/2022

'Ik ben lang genoeg bescheiden geweest'

Na zes platen met The White Stripes, twee met The Raconteurs en nog eens twee met The Dead Weather gaat Jack White solo. Toen vorige zomer een geplande opnamesessie met rapper RZA op het laatste nippertje geannuleerd werd, besloot White zijn tijd nuttig te besteden. Op het eind van de dag had hij drie nummers klaar. En maand later waren het er al vijfentwintig.

Jack White is doodop. Eergisteren zat hij in Londen, gisteren in Parijs, en deze ochtend is hij op een onmenselijk uur met de trein in Berlijn aangekomen. Mooie steden allemaal, maar het enige wat hij er tot nog toe van te zien heeft gekregen zijn stations, taxi's, hotelkamers en journalisten. Vannacht vliegt White via Los Angeles alweer terug naar Nashville, maar eerst moet er nog één interview worden afgewerkt. Hij wrijft in zijn handen, neemt een slok water en doet teken dat de eerste vraag mag komen.

White is niet het type dat lang stil kan zitten. Op zijn zesendertigste wordt Blunderbuss, want zo heet de nieuwe plaat, zijn solodebuut. "Ik besef dat het raar is om mezelf een debutant te noemen, maar het voelt wél als een wedergeboorte aan", zegt hij zelf. Het is alleszins de meest veelzijdige plaat die White tot nog toe gemaakt heeft, en de verwachtingen zijn, niet het minst bij de platenfirma, hooggespannen. Dit is de plaat die de leemte na The White Stripes, met tien miljoen cd's en een handvol Grammy Awards een van de meest succesvolle alternatieve bands sinds de millenniumwissel, moet opvullen. En dan te bedenken dat de plaat er haast per ongeluk is gekomen. "Ik heb een project waarbij ik voor mijn eigen label regelmatig singles met speciale gasten opneem. Ik had een sessie met RZA van de Wu-Tang Clan geboekt, maar die liet op het laatste moment verstek gaan. De muzikanten waren er toch, dus toen zijn we beginnen werken aan een nummer waar ik al een tijdje mee bezig was. Het eerste plan was om er een paar singles van te maken. Ik heb kinderen nu, dus het was niet de bedoeling om de volgende jaren veel van huis te zijn. Maar nu The White Stripes officieel niet meer bestaat, is de situatie veranderd."

Ik wist niet wat Blunderbuss betekende, maar na wat opzoekwerk blijkt het zowaar een oud Nederlands woord voor een geweer waarmee op olifanten werd gejaagd. Met zo'n titel kan het niet anders of je wil met deze plaat een statement maken.

"Mja. Ik vond het gewoon een erg mooi woord, en 't is goed dat er 'blunder' in verwerkt zit. Daarmee ben ik ingedekt. (lacht) Maar wat je zegt klopt: ik wil effectief dat deze dertien songs je omver blazen. Kijk: ik had deze nummers net zo goed onder de naam The White Stripes kunnen uitbrengen. Of met een andere drumster de groep hebben voortgezet. Maar dat zag ik niet zitten. Omdat ik loyaal wil zijn aan mijn band, en muziek wil maken die niet door mijn ego gedicteerd wordt. En ik vertik het om mijn plaat te verkopen als iets dat het niet is. Evenmin wil ik de indruk wekken dat The Raconteurs en The Dead Weather nevenprojecten zijn. Ik beschouw het als volwaardige bands, die in de toekomst zeker nog platen zullen opnemen."

Zelfs voor The White Stripes spong je al van de ene band naar de andere. Raak je snel verveeld, of ben je bang dat je in één vakje zal worden gestopt?

"Het is alleszins zo dat ik makkelijker geïnspireerd raak als ik regelmatig met nieuwe mensen samenwerk. Het vuurt mijn creativiteit aan. Als je in je eentje aan iets werkt, lijkt het haast of je je eigen naam in zo groot mogelijke letters aan het popfirmament wil zien blinken. Maar dat heb ik nooit gewild. Het kwetst me wanneer mensen zeggen dat ik louter muziek maak om mijn ego te bevredigen. Ik ben verdorie de drummer bij The Dead Weather. Je kan dus moeilijk zeggen dat ik de aandacht naar me toetrek. Anderzijds: ik ben de voorbije jaren lang genoeg loyaal en bescheiden geweest, dus het lijkt me wel te verantwoorden dat ik nu eens een plaat heb gemaakt waar ik zélf centraal sta."

Je bent je eigen platenbaas, je hebt een platenwinkel, bent actief als producer, schrijft songs en hebt naast je solocarrière nog twee andere bands. Mag ik je een workaholic noemen?

"Nee. Echt niet. (lacht) Want dat zou betekenen dat ik werk omdat ik anders niet weet wat ik met mezelf aanmoet. Als er geen gitaar in de buurt is, begin ik niet als een gek de vloer te schrobben of zo. Maar ik heb wél een lijst projecten in mijn hoofd die ik wil afwerken. Eigenlijk ben ik altijd in de weer met dingen die ik drie weken geleden al had willen doen. Vannacht vertrek ik naar huis, en vanaf morgen begin ik de twaalf songs af te werken die de plaat nu niet gehaald hebben.

"De voorbije weken heb ik gerepeteerd voor de livetournee die eraan zit te komen. Het plan is om met twee bands op tournee te gaan. Eén met alleen mannen, één met uitsluitend vrouwen. Ze spelen dezelfde songs, maar wel in heel andere versies. En welke band waar opduikt, wordt door het toeval bepaald. Dat zijn dubbele kosten, maar het houdt me wel scherp. En voor het zover is wil ik die tweede plaat nog afwerken. (denkt na) Als ik productiever ben dan andere artiesten, dan heeft dat niet met roem of geld te maken. Voor mij is het vooral belangrijk dat die muziek bestaat. Daar mogen dan tien mensen naar luisteren, of tien miljoen. Dat maakt me al bij al niet zoveel uit."

Was het moeilijk om The White Stripes te ontbinden?

"Echt wel. Omdat er elfenstof over die band hangt. Het blijft een wonder dat we er met die band in geslaagd zijn om een brug te slaan naar een groot publiek. Dat was nooit onze ambitie, en als je ziet welke muziek we maakten kan je niet anders dan concluderen dat het tegen alle gangbare logica indruist. Dus ja: het was niet evident om die knoop door te hakken en luidop te zeggen dat ons verhaal verteld was.

"Maar tegelijkertijd vind ik het ook een heel romantisch idee. Het bewijst dat we de band genoeg respecteren om er een duidelijke streep onder te rekken. We hadden de mensen ook in het ongewisse kunnen laten, of ik had het nu pas kunnen aankondigen zodat het nieuws meteen ook mijn nieuwe plaat zou promoten. Maar dat zou ik zelf niet ethisch hebben gevonden. Zowel Meg als ik voelen ons té emotioneel verbonden met de groep. We zijn jarenlang elke avond samen het podium opgestapt om de muziek weg te geven. Wat zo zie ik het: die songs zijn niet meer van ons. Ze behoren iederéén toe."

Waren de mogelijkheden van The White Stripes uitgeput? Zat de groep na zes platen tegen de grenzen van haar eigen mogelijkheden aan?

"Op sommige vlakken was dat na de eerste plaat al zo. (lacht) We waren maar met z'n tweeën, dus dan zijn de mogelijkheden sowieso niet eindeloos. En na elke nieuwe plaat las ik overal hetzelfde: nu hebben ze écht alles gehad. Maar we zijn twaalf jaar doorgegaan, en ik sta nog steeds achter elk nummer. Alleen: 'The White Stripes go classic' is nooit een optie geweest. Of tenmiste: het had gekund als het Londense Royal Ballet ons al niet voor was geweest. Kijk: ik voelde gewoon dat tijd was om te stoppen, dus ik heb Meg gezegd dat ik iets anders wilde doen. Ik ben blij dat we nooit een plaat hebben gemaakt waar we niet trots op konden zijn. Ik ben fiér op het feit dat we nooit voor het geld hebben getoerd. Op het gevaar af dat ik nu een beetje klef klink: het was ons puur om de liefde voor de muziek te doen. En om het plezier om samen te spelen."

Ik kan me anders inbeelden dat dat plezier op de helling komt te staan vanaf het moment dat een band zo groot wordt als jullie geweest zijn. Eens je tien miljoen platen verkoopt en in uitverkochte arena's staat, beginnen er ook zakelijke belangen mee te spelen.

"Dat is een reëel gevaar, inderdaad, en we zijn er altijd voor op onze hoede gebleven. Het komt erop aan om de dingen die je onderneemt voor de juiste redenen te doen. Wij zijn altijd onze eigen weg gegaan, ook al waren daar op financieel vlak vaak dramatische consequenties aan verbonden. De tournee voor Get Behind Me Satan hebben we bijvoorbeeld aangevat in Mexico en Zuid-Amerika. Dat zijn plekken waar niemand platen koopt, dus daar hebben we echt geld aan toegestoken. Als je slim bent, toer je eerst in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië, zodat je in het Engelssprekende deel van de wereld alvast een hoge chartpositie kan afdwingen. In plaats daarvan gingen we in elke provincie van Canada spelen, iets wat kant noch wal raakt. Ook daar hebben we uiteindelijk verlies gedraaid, maar het was wel iets dat we alletwee écht wilden doen. En in Londen, Parijs of New York kom je vroeg of laat altijd wel terecht. Wij vonden het plezierig om op plekken te spelen waar we nooit eerder waren geweest, en met The White Stripes konden we het ons veroorloven om daar desnoods voor in het rood te gaan.

"In Canada stonden we in piepkleine stadjes, en hebben we een band gesmeed met mensen die voordien in vele gevallen niet eens van ons bestaan afwisten. Ik sprak gisteren toevallig een Canadese journalist die me zei dat er vandaag nog over die concerten gesproken wordt. En inmiddels zijn we vijf jaar verder. Het feit dat we in die godvergeten uithoeken van de wereld mensen geraakt hebben met onze muziek, maakt het voor mij de juiste beslissing."

Wat vind je zelf de grootste artistieke verwezenlijking van The White Stripes?

"Als er één ding is waar ik trots op ben, dan is het dat we de blues weer hip hebben gemaakt. Door een hedendaagse twist te geven aan muziek die in sommige gevallen al honderd jaar oud was, konden we de interesse wekken van heel nieuwe generatie. Ik ben er trots op dat we Son House hebben gecoverd tijdens de Grammy Awards, zodat tieners die muziek opnieuw konden ontdekken. The White Stripes hebben Glastonbury, een van de grootste rockfestivals ter wereld, afgesloten met de blues. En de mensen gingen daar in mee. Kijk: het is makkelijk om thuis te zitten en jezelf een artiest te noemen. Maar wanneer er ook nog een publiek is dat je een warm hart toedraagt, is dat iets om zeer, zéér nederig mee om te gaan. Ik ben er me van bewust dat we enorm veel geluk hebben gehad."

Ken je Retromania? In dat boek verdedigt auteur Simon Reynolds de stelling dat popmuziek zichzelf de das omdoet door haar eigen verleden ad infinitum te blijven recycleren. Hoe zie jij dat?

"Om te beginnen vind ik 'retro' een vies woord. Alles waar 're' voor staat is per definitie verdacht, omdat het impliceert dat er iets herbeleefd of nagebootst wordt. Ik vind het tijdverlies om iets opnieuw tot leven te wekken dat eigenlijk al voorbij is. 't Wordt pas interessant als je dat gevoel van toen oppikt en probeert om er iets nieuws mee te doen. Ik krijg wat van al die nieuwe bands die zich in 2012 nog steeds een eightiessound aanmeten. Waar slaat dat in godsnaam op? De jaren tachtig zijn voorbij, dus laat ons alsjeblieft ophouden met te doen alsof het nog steeds 1985 is."

Je hebt met twee vrouwen samengewerkt die in hun tijd een stempel op de popmuziek hebben gedrukt: Wanda Jackson en Loretta Lynn. Heeft dat meegespeeld in je beslissing om met hen samen te werken?

"Ik was in beide gevallen al langer fan, dus toen me gevraagd werd om hun platen te producen moest ik daar niet over nadenken. 't Was ook een uitdaging om hen een muzikale richting uit te sturen die ze niet gewend waren, want dan wandel je als vanzelf op vruchtbare grond.

"Bij Loretta Lynn was het twaalf jaar geleden dat ze nog een plaat had gemaakt. Sindsdien zijn we acht jaar verder en heeft ze geen noot meer opgenomen. Ik vind dat ik het aan de geschiedenis verplicht ben om mijn respect te betonen aan zangeressen van dat kaliber. Mijn ego is niet zo groot dat ik denk dat ik in een vacuüm leef. We maken allemaal deel uit van eenzelfde muzikale traditie, en als ik zelf tachtig ben hoop ik dat er ook een jonge punk zal zijn die mij uit de vergetelheid zal takelen. Ik geloof heel erg in karma. Je moet eerst zélf geven, dan krijg je daar achteraf vanzelf iets moois voor terug. Loretta heeft dankzij die plaat een heel nieuw publiek gevonden. Zelfs nu zijn er nog steeds jongeren die me daarover aanspreken."

Je runt je eigen platenlabel Third Man Records en specialiseert je in vinyl, een geluidsdrager die de laatste jaren weer enorm aan populariteit heeft gewonnen. Wat maakt dat format zo magisch, denk je?

"'t Is het verschil tussen naar een bioscoop gaan en op je smartphone naar een film kijken. Ik heb ook een platenwinkel in Nashville, en de zaak wordt elke dag overspoeld door tieners en twintigers die pas nu ontdekken dat het veel cooler is om op vinyl naar muziek te luisteren dan via een onnozel mp3tje. Het klinkt ook gewoon veel warmer.

"Third Man Records is zo'n beetje mijn speeltuin. We hebben 13 inch-platen uitgebracht, elpees zonder gat in het midden, singles die licht geven in het donker... Je kan het zo gek niet verzinnen of we doen het. Via de website kunnen mensen zich abonneren op ons label, en die krijgen met de post om de zoveel tijd een verrassingspakket in de bus. We laten maar net zoveel platen persen als er leden zijn, waardoor het risico dat die dingen achteraf voor veel geld worden doorverkocht miniem is. De laatste drie jaar alleen al heb ik honderdveertig platen uitgebracht. Dat is véél muziek die er voordien niet was. Het is geen label dat als doel heeft geld te verdienen of nieuwe acts te hypen. We doen gewoon onze zin, en gelukkig zijn er regelmatig artiesten die vragen of ze bij ons iets mogen uitbrengen. Tom Jones heeft zelf bij ons aangeklopt. We proberen ook om mensen te bereiken die anders nooit een platenwinkel zouden binnenstappen. Volgende week gaan we in ons hoofdkwartier duizend met helium gevulde ballonnen oplaten waaraan een flexidisc van mijn nieuwe single is bevestigd. Een knettergek idee, en dus een goeie reden om het te doen."

In de documentairefilm It Might Get Loud worden drie gitaristen gevolgd: jij, Jimmy Page van Led Zeppelin en The Edge van U2. Twee muzikanten die elk op hun manier een enorme invloed op de rockgeschiedenis hebben gehad. Voelde je je geïntimideerd door hun aanwezigheid?

"Ik was in eerste instantie alleszins niet op mijn gemak toen bleek dat we met z'n drieën gitaar zouden spelen terwijl alles meteen gefilmd werd. Want je weet nooit hoe zoiets uitdraait. 't Had echt een ramp kunnen zijn. Of iemand had een genante uitschuiver kunnen maken. Maar het bleken heel inspirerende, respectvolle mensen. En ik heb ontzettend veel geleerd door met hen over muziek te praten. En door gewoon te kijken hoe ze spelen. Je ziet hoe verschillende muzikanten uit verschillende generaties op een heel andere manier met hun job bezig zijn. Al blijft de passie altijd dezelfde. Op een gegeven moment zie je Page in zijn platenkast rommelen en een elpee opleggen. Het enthousiasme waarmee hij dat deed vond ik bijzonder ontroerend. Omdat het me ervan overtuigd heeft dat je ook op je zestigste nog steeds compleet bezeten kan zijn door iets wat je eigenlijk al heel je leven doet."

Ben je tevreden met wat je, los van de financiële waardering die daar het gevolg van is, tot nog toe verwezenlijkt hebt als muzikant?

"(denkt na) Dat vind ik een erg moeilijke vraag. Vroeger was ik ervan overtuigd dat ik nooit een plaat zou maken. Ik ben opgegroeid in Detroit, en dat leek me onbereikbaar. Ik kénde ook niemand wie het wel was gelukt. Je betrekt wat je doet toch altijd in de eerste plaats op jezelf. Dus het feit dat ik nu wél platen maak, vind ik eigenlijk belangrijker dan het publiek dat ik ermee bereik. Zolang het maar puur aanvoelt. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dankbaar voor elk radiostation dat mijn muziek oppikt. Maar zelfs als niemand me steunt zal me dat niet weerhouden om een podium op te stappen.

"Weet je wat ik wél fijn vind? Dat mijn songs nu ook gecoverd worden. Want dat wil zeggen dat ik nu deel uitmaak van de grote folkfamilie. Mijn muziek wordt opgepikt door anderen, die daar op hun beurt iets van zichzelf van maken. Als songschrijver is dat het ultieme compliment. Al heb ik er moeite mee om te zeggen of die covers beter of slechter zijn mijn origineel. Ik moet een tijdje met die versies geleefd hebben voor ik dat kan beoordelen."

Geldt dat ook voor je eigen werk? Duurt het even voor je daar de waarde van kan inschatten?

"Als ik een plaat uitbreng, zit ik daar in eerste instantie veel te dicht op om daar een goed beeld van te hebben. Op dat moment zijn het gewoon mijn nieuwe nummers die ik samen op een cd heb geperst. Nu ook weer: mijn vrienden zijn enthousiaster over Blunderbuss dan over sommige van de platen die ik in het verleden heb gemaakt. Maar de voorbije dagen heb ik de nummers in Londen en Parijs ook voor wat mediamensen gespeeld, en daar volgde achteraf een flauw beleefdheidsapplausje op. Ik weet dus niet wat ik er van moet denken. Het zou een heel belangrijke plaat kunnen zijn, of het strontvervelende solodebuut van Jack White. 't Kan echt alle kanten op. Toen we destijds Elephant af hadden, was er ook niemand die 'Seven Nation Army' als single wilde uitbrengen. Kan je je dat voorstellen? Als je daar nu op terugkijkt is dat te gek om los te lopen. 't Is verdorie de song die ons op de kaart heeft gezet. Stap eender waar ter wereld een voetbalstadion in, en dat is het nummer dat gezongen wordt. Maar zelfs Meg hoorde er niks in. En eerlijk gezegd: toen we het opnamen, leek het mij ook niets bijzonders. Terwijl: zonder dat nummer had ik hier vandaag wellicht niet eens gezeten. Soms moet je de tijd zijn werk laten doen. En het toeval speelt uiteraard ook een rol. De nieuwe plaat kan over zes maand een klassieker zijn. Of een flop. Het niét weten is een van de dingen die popmuziek zo aantrekkelijk maakt."

Ik heb nog één vraag, die niets met het voorgaande te maken heeft. Dit jaar komen er Amerikaanse presidentsverkiezingen aan, maar je hebt al laten doorschemeren dat je zelf niet gaat stemmen. Waarom niet?

"Omdat je stem in de Verenigde Staten van geen tel is. Het Amerikaanse systeem lijkt helemaal nergens op omdat je niet rechtstreeks op een presidentskandidaat kan stemmen. Je duidt kiesmannen aan, da's alles. Dat slaat helemaal nergens op, dus ik steek er mijn tijd niet in. Het ergste van al is dat er op die manier soms een president aan de macht komt die niemand wil hebben. Je denkt toch niet dat George Bush écht verkozen is? De mensen wilden Al Gore, en die had ook het meeste mensen achter zijn naam. Bush heeft zijn overwinning gestolen door een belachelijke show op te voeren die je onmogelijk au serieux kon nemen.

"Kijk: mochten we in deze kamer op een president stemmen, dan zou iedereen zijn formuliertje in een doos stoppen. Achteraf zouden de stemmen geteld worden, en bleven we met een duidelijk resultaat over. En zo moet het met elke verkozen official gaan. Dit gezegd zijnde: ik hoop dat Obama zijn termijn zal kunnen verlengen. Het lijkt me sowieso onmogelijk om hem te kloppen. Hij heeft de laatste tijd flink wat kritiek gekregen, maar dat is een fase waar iedereen die in het Witte Huis de plak zwaait doorheen moet. Ik ben er alleszins van overtuigd dat hij de geschiedenis in zal gaan als een groot president. Alleen heeft Bush zoveel schade aangericht, dat dat niet op één-twee-drie kan worden rechtgezet."

Blunderbuss van Jack White verschijnt op 24 april bij XL Recordings. Jack White staat op vrijdag 29 juni op het hoofdpodium van Rock Werchter.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234