Zondag 25/07/2021

'Ik ben in de eerste plaats een dichter, geen prozaïst'

Wanneer was u voor het eerst in Oostende?

"Als kind kwam ik in Oostende en later in mijn wilde jaren dook ik vaak in het uitgaansleven. Maar het is pas sinds 2008 dat ik me in Oostende heb verdiept. Ik leerde toen via de zeefotograaf en -kunstenaar Jo Clauwaert Het Vrije Vissersblad kennen. Ik verbroederde met de visser-dichter Marnix Verleene en publiceer sindsdien gedichten in dit schuimende maandblad. In mijn jongste bundelAntwerpen/Oostende combineerde ik stadsgedichten en een stadsessay met zeegedichten en zeeproza."

Welke indruk heeft u van Oostende?

"Er heerst in Oostende een levenslust die net boven de moraal zweeft. Een zekere ruwheid ook. Toen ik nog uitging in Oostende, liepen de zwalpende Engelsmannen daar nog rond. De term 'overlast' bestond toen nog niet, denk ik. Van die sfeer is nu niet veel meer over, al blijft Oostende een beetje een Asterix-stadje dat koppig zijn spirit blijft behouden, ondanks de oprukkende Vlaamse beton-uniformiteit en een gulzige immosector."

Als u vrienden zou moeten rondleiden in Oostende, wat zou u hen dan zeker tonen?

"Een koffiefilter drinken in de brasserie van Hotel du Parc, een bezoekje aan het MuZee en het Ensorhuis. Langs de Venetiaanse Gaanderijen kuieren waar de orgelman nog steeds mijn stadsgedicht 'Torenlied' speelt. Dan zou ik met hen naar de Visserskaai gaan waar een een regel uit mijn 'Aangespoeld in Oostende'-gedicht tegen de kade is aangebracht. De veerboot nemen naar de Oosteroever, maar ik zou hen niet meenemen naar het laatste visserscafé aan de overkant. Ik blijf toch een 'aangespoelde' en sommige schuiloorden moeten schuilplekken blijven."

Bent u een reiziger of verlaat u zelden uw thuisstad?

"Ik ben graag thuis maar ik heb fysiek last van vervuiling. Ik woon vooralsnog in Antwerpen en soms moet ik er weg. Dan ga ik met mijn vrouw vaak naar Ierse vrienden of naar eilanden, of naar Estland."

Welke boeken neemt u mee op uw volgende bestemming?

"Ik heb netDe Finklerkwestie van Howard Jacobson gelezen. Dat gaat over hoe het is om jood te zijn in al zijn facetten. Met een onnavolgbaar fijnzinnige humor geschreven. En Mendelssohn op het dak van Jiri Weil ligt ook klaar. Voorts verdiep ik mij in oude verhalen uit Ierland en Estland. Of die van meesterverteller Don Fabulist."

Waar bent u nu op professioneel vlak mee bezig?

"Ik werk aan een novelle, maar dat project - Zoutkrabber Expeditie - waaiert al vier jaar uit. Ik ben toch in de eerste plaats een dichter.

"Ik heb ooit een 'antiroman' geschreven maar wil nu het tegenovergestelde doen: een mooi liefdesverhaal afwerken, Finbar en Louise. Als ik korte verhalen schreef, neigden ze toch vaak naar prozagedichten. Dankzij de wijze raad van mijn muze en redactrice Noëlla Elpers ben ik er bijna.

"Ik ben nu vooral bezig met een nieuwe 'poëziereis': Liedboek voor de grote reus, kortere en meer ingetogen gedichten die vaak ook gezongen kunnen worden. Heel anders in toon en opzet dan mijn Reis naar Inframundo."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234