Dinsdag 29/11/2022

'Ik ben in ballingschap geweest'

Als vijfjarig knaapje schudt Emilio Estevez de hand van de Amerikaanse presidentskandidaat Robert Kennedy. Een jaar later, in 1968, wordt Kennedy neergeschoten. Veertig jaar na de feiten presenteert Estevez zijn kroniek over die tragische dag. 'Je kunt Bobby als een emotionele rampenfilm bekijken.'

door Jan Temmerman

DEAUVILLE l Emotioneel in de ontroerende zin van het woord is Bobby zeker. En een ramp was het inderdaad, die aanslag op senator Robert F. Kennedy, waarmee na de moord op president John F. Kennedy en dominee Martin Luther King een definitief einde kwam aan de hoopvolle jaren zestig.

Hoopvol was ook de start van de jonge Emilio Estevez (°1962) in de jaren tachtig, toen hij samen met Rob Lowe, Demi Moore, Andrew McCarthy, Ally Sheedy, Judd Nelson en Molly Ringwald deel uitmaakte van de zogenaamde Brat Packgeneratie en furore maakte in films als The Breakfast Club en St. Elmo's Fire. In de vroege jaren negentig keerde het tij. "Wellicht heb ik toen iets te vaak meegespeeld in films met een cijfer in de titel", grinnikt Estevez. Hij is naar het Festival du Cinéma Américain in Deauville afgezakt om zijn nieuwe film Bobby te presenteren.

Hij ziet er vermoeid, maar opgelucht uit. Vermoeid omdat de film een werk van lange adem is geweest en opgelucht omdat hij tijdens de Europese première van Bobby in Venetië een minutenlange staande ovatie kreeg. Emilio Estevez was de nieuwe comebackkid. De roemruchte producer Harvey Weinstein drukte hem tegen de borst en zei: "Emilio, you're back in the game." De glunderende filmmaker liet zich omringen door zijn imposante cast: Anthony Hopkins, Demi Moore, William H. Macy, Sharon Stone, Lindsay Lohan, Laurence Fishburne, Ashton Kutcher, Helen Hunt en last but not least zijn vader Martin Sheen.

Estevez: "Ik begon het scenario te schrijven in 2000 en een jaar later was het klaar, maar toen werd alles ondersteboven gehaald door 9/11. Bovendien bleek niemand geïnteresseerd om zo'n drama met zoveel personages te financieren. Maar bovenal had niemand vertrouwen in mij als regisseur. Niemand geloofde dat ik zo'n uitgebreide cast bij elkaar kon sprokkelen en dat ik zo'n onderneming tot een goed einde zou brengen. Zowel voor de grote studio's als voor de anderen was ikzelf de grote struikelblok." Estevez zwijgt even en zucht: "De laatste tien jaren heb ik het erg moeilijk gehad."

Maar hij herpakt zich: "Het is lang geleden dat ik nog zo vaak gevraagd werd voor interviews. Geloof me, dat was niet mijn eigen keuze. Ik ben zo'n beetje in ballingschap geweest. De filmbusiness kannibaliseert zichzelf. Het is een industrie die zich met haar eigen jongen voedt. In 1996 heb ik The War at Home (over de thuiskomst van een getraumatiseerde Vietnamveteraan, JT) geregisseerd. Ik had daarvoor een deal gesloten met Disney. Ik zou voor niets meespelen in het derde deel van The Mighty Ducks en in ruil zou de studio mij helpen bij de financiering van The War at Home, of dat was toch de afspraak. Uiteindelijk werd The Mighty Ducks uitgebracht op meer dan tweeduizend kopieën, terwijl The War at Home op amper vier schermen te zien was. Die film heeft me een klein fortuin gekost. Hij werd uitgebracht in vier bioscopen en verdween. Ik voelde me compleet in de steek gelaten en heb zelfs even overwogen om de hele business vaarwel te zeggen."

Bobby is een eerbetoon aan een democratische presidentskandidaat. Misschien raakte het project moeilijk van de grond omdat republikeins Amerika er geen nood aan had?

Estevez: "Ik geloof niet dat Amerika echt zo republikeins is als dat ze de wereld willen laten geloven. Die zogenaamde opsplitsing in rode en blauwe staten is gewoon bedrog. Dat is hun uitvinding. Zij hebben Amerika met die kleurcode opgezadeld. Ik denk dat wij nu grotere centristen zijn dan ooit tevoren. Er zijn meer zaken waarover we het eens zijn dan waarover we van mening verschillen.

"Dat we deze regering toegelaten hebben ons te verdelen, is onze eigen fout. En dat is dan weer het gevolg van niet betrokken te zijn, van een gebrek aan feitenkennis. We hebben opnieuw behoefte aan een leider zoals Bobby Kennedy. Het maakt niet uit van welke partij hij is, gewoon iemand die jong, sexy en charismatisch is. Iemand die de mensen kan raken, inspireren en motiveren, zodat ze zich weer betrokken voelen. Iemand die zich door de mensen ook laat aanraken. Heb je die archiefbeelden van Bobby gezien? Verbijsterend gewoon."

Bij een mozaïekfilm met een grote ensemblecast duikt automatisch de naam van Robert Altman op.

"Ja, Altman heeft mij natuurlijk heel erg beïnvloed, net als Paul Thomas Anderson (bekend van 'Boogie Nights' en 'Magnolia', JT). Dat zijn regisseurs die op het ritme van hun eigen trommels marcheren. Je kunt ervan houden of niet, maar zij maken de films die ze willen maken. They don't take any shit."

Was het makkelijk om zo'n sterrencast bij elkaar te brengen?

"Het had voor een stuk met geluk en timing te maken. De film is nu actueler en relevanter dan toen ik het scenario schreef. Daarin was sprake van het feit dat Amerika in die jaren een eerbare uitweg zocht uit het Vietnammoeras. En kijk waar we vandaag staan. Ik beschouw mezelf niet als een profeet en heb geen glazen bol, maar het heeft volgens mij zeker geholpen om acteurs te overtuigen.

"Iedereen heeft voor het minimumloon gewerkt. Ze vonden de boodschap belangrijk genoeg. Wat we misten aan geld zouden we vervangen door creativiteit. Ik vond het vooral belangrijk dat Harry Belafonte zou meedoen. Hij is een van de overlevenden van de Civil Rights Movement. Hij was close met Martin Luther King en bevriend met Bobby Kennedy. Zijn aanwezigheid zou een soort geloofwaardigheid aan de film geven, vond ik."

Hoe was het om uw vader, Martin Sheen, te regisseren?

"Ik had dat al gedaan, in The War at Home. Ik vind hem een zeer getalenteerd, instinctief acteur. Het enige probleem was dat hij al zijn dialogen wilde veranderen. 'Het zal beter klinken', zei hij en dan moest ik zeggen: 'Wacht even, hier zit je instinct toch fout'. (lacht) Ik wil hier niet mijn eigen dialogen bewieroken, maar iemand als Laurence Fishburne kwam op de set en die zei precies wat er op de pagina stond. Ik was veertien toen ik Fishburne, die amper een jaar ouder was, leerde kennen. Ik vergezelde mijn vader toen op de set van Apocalypse Now. Zo waren er wel meer acteurs met wie ik een persoonlijke band had. Ik ben verloofd geweest met Demi Moore en met Anthony Hopkins heb ik jaren geleden in Freejack gespeeld, een vreselijke sf-film waarin Mick Jagger de slechterik speelde. Ik weet nog dat ik Jagger van alles over zijn muziek wilde vragen, maar het is er nooit van gekomen, omdat ik te verlegen was. (lacht) Met Christian Slater heb ik Young Guns 2 gedaan.

"Toch heb ik nooit gebruik willen maken van die persoonlijke contacten. Ik wilde niet het soort man worden voor wie men op de loop gaat omdat hij weer iets komt vragen. Ook voor deze film is alles via de geëigende kanalen gegaan. Op een zondag ben ik bij Tony Hopkins gaan lunchen. We hebben die dag samen doorgebracht, maar ik heb toen met geen woord van het Bobby-project gerept. De dag daarop heeft Tony via zijn agent mijn aanbod voor die film gekregen. Hij belde me meteen: 'Wat is dat nu? Je was gisteren de hele dag bij me thuis en je hebt niets gezegd.' Ik heb toen geantwoord dat ik niet voor een ongemakkelijke situatie wilde zorgen. 'Wil je de film doen? Great. Wil je niet? Even goede vrienden'. 'Maar natuurlijk doe ik de film', zei hij."

Heeft je vader al gereageerd op de afgewerkte film?

"Dit is wat hij me zei: 'Nu de film er is, moet je iedereen die het jou de afgelopen jaren moeilijk heeft gemaakt de hand schudden. Zij hebben je geleerd vol te houden. Zij hebben je sterker gemaakt en daarvoor moet je hen bedanken. Het was lastig en er zijn problemen geweest, maar je moet je daarboven stellen.' Ik word haast emotioneel nu ik zijn woorden herhaal. Het is niet gemakkelijk wat hij me vraagt."

Wat brengt de toekomst: meer

acteren of regisseren?

"Ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik heb nu zo'n beetje het gevoel dat ik mezelf opnieuw heb uitgevonden en dat ik klaar ben om weer voor de camera's te staan. Anderzijds zijn er ook nog verhalen die ik graag wil brengen. Het probleem is wel dat regisseren zo uitputtend is. Al die moeite vooraf om de film gemaakt te krijgen, dan het maken zelf en daarna de postproductie. Danny DeVito heeft het ooit mooi verwoord: 'Regisseren is dood door duizend vragen.' Ik denk dat hij gelijk heeft."

De filmbusiness kannibaliseert zichzelf. Het is een industrie die zich met haar eigen jongen voedt

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234