Woensdag 16/10/2019

'Ik ben Hollywood zeer dankbaar. Maar enkel voor het geld'

Misdaadschrijver James Ellroy, van 'L.A. Confidential', schreef mee aan nieuwe politiethriller 'Street Kings'

Aan het scenario van de nieuwe politiethriller 'Street Kings' werd meegewerkt door de beroemde misdaadschrijver James Ellroy. Over het resultaat zul je hem geen kwaad woord horen zeggen. Maar evenmin een goed woord. De verhouding tussen Hollywood en Ellroy, van wie eerder onder meer 'L.A. Confidential' en 'The Black Dahlia' werden verfilmd, is er een van aantrekken en afstoten. Net twee honden die elkaar besnuffelen. Zullen ze neuken? Of elkaar de strot afbijten?

door Jan Temmerman

Het beeld van die snuffelende honden is niet toevallig gekozen. James Ellroy (°1948) houdt van honden. Hij vindt het daarom ook niet erg dat hij wel eens de 'Demon Dog of American Crime Fiction' wordt genoemd. Dat is trouwens de titel van een van de documentaires die over hem gedraaid werden. In die docu van Reinhard Jud uit 1993 wordt onder meer de beruchte Black Dahlia-locatie bezocht, de plaats waar de politie van Los Angeles (LAPD) in 1947 het doorgesneden lijk van een jonge vrouw ontdekte. De moordzaak werd nooit opgehelderd. Er wordt ook een andere crime scene bezocht, namelijk de plaats waar in 1958 - de kleine James was toen amper tien jaar - het lijk van zijn moeder werd gevonden. Ook die moord raakte nooit opgelost.

In de credits van de documentaire James Ellroy: Demon Dog of American Crime Fiction staat ook Barko genoteerd, de pitbull van de schrijver. En de Arroyo Varsity Cheerleaders worden vermeld, want behalve van honden houdt Ellroy ook van vrouwen. Zelfs en misschien vooral als ze het slachtoffer worden van gruwelijke, onopgeloste misdaden. Zoals het geval was met Elizabeth Short, de jonge vrouw die als 'The Black Dahlia' een van de meest emblematische figuren uit de misdaadgeschiedenis van L.A. werd. En zoals ook het geval was met Jean/Geneva Ellroy, zijn moeder, die in 1958 gewurgd werd en van wie het lijk zomaar ergens gedumpt werd. Waarschijnlijk door een of andere man die ze ergens had opgepikt, want na haar scheiding van James' vader had de verpleegster een reputatie verworven van sleeping around. Later zou de volwassen James zelf pogingen ondernemen om de moord op zijn moeder op te helderen. Tevergeefs, maar zijn onderzoek leverde wél de basis voor zijn autobiografische non-fictieboek My Dark Places uit 1996.

Op dat moment had James Ellroy al naam gemaakt met een aantal misdaadromans, maar vooraleer hij aan die carrière was kunnen beginnen, had hij zelf een hele tijd in de onderbuik van de samenleving doorgebracht. Nadat James van school was weggestuurd, had hij dienst genomen in het leger, maar dat bleek niet de beste beslissing. Hij overtuigde de psychiater dat hij ab-so-luut niet geschikt was voor gelijk welke gevechtstaak. Resultaat: oneervol ontslag. Hij was toen amper achttien jaar en keerde terug naar Los Angeles, net op tijd om zijn vader te zien sterven. Hij werd dakloos, begon zwaar te drinken en te experimenteren met drugs, pleegde inbraken, pikte lingerie en leek voorbestemd om als anonieme junkie/whino een vroegtijdige dood te sterven. In de periodes dat hij toch min of meer nuchter was, verslond hij honderden misdaadverhalen. Een van zijn lievelingsboeken was The Badge (over de geschiedenis van de LAPD) van Jack Webb, die hij nog van zijn vader cadeau had gekregen. Het was trouwens in dat boek dat hij voor het eerst in contact kwam met het lugubere, mysterie van The Black Dahlia. Dat zou later ook de titel worden van een van de vier misdaadromans, die bekend werden onder de noemer L.A. Quartet. De andere waren The Big Nowhere, L.A. Confidential en White Jazz.

Die en andere boeken had James Ellroy nooit kunnen schrijven als hij niet tijdig gestopt was met zijn zelfdestructieve geflirt met alcohol en drugs. Hij slaagde erin af te kicken, werkte overdag als caddie op een golfterrein en begon 's avonds obsessief te schrijven. Pagina's vol. En hij zou dat blijven doen. Van Ellroy is geweten dat een synopsis voor een nieuwe roman op zichzelf al honderden pagina's kan bedragen. Zelf noemt hij zijn boeken "stupefyingly complex".

Ellroy houdt van vrouwen, vooral als ze slachtoffer worden van onopgeloste misdaden

Zijn eerste gepubliceerde roman werd Brown's Requiem uit 1981, die later ook verfilmd zou worden. En floppen! Zijn eerste contacten met Hollywood dateren uit het midden van de jaren tachtig, toen zijn roman Blood on the Moon verfilmd werd tot Cop, met James Woods in de hoofdrol. Niet meteen een succes, maar wel het begin van de wijdverspreide mening dat de misdaadromans van James Ellroy onverfilmbaar waren. Vanwege hun intriges, die met hun talrijke personages en elkaar overlappende subplots vaak 'labyrinthine' werden genoemd, maar ook vanwege de uitgebreide historische context, de gewelddadige en sadistische ingrediënten, de obsessie met corruptie en seksuele perversie, en, last but not least, de karakteristieke dialogen vol scheldwoorden en obsceniteiten, boeventaal en cop patois, die van de schrijver een soort barokke stilering meekregen. Dat typische, vaak metaforische taalgebruik van Ellroy lezen op papier is één zaak, maar om het op een geloofwaardige manier uit te spreken en liefst niet belachelijk over te komen, moet men als acteur van goede huize zijn.

De verhouding tussen Hollywood en James Ellroy wordt misschien het best samengevat in de volgende anekdote. In het midden van de jaren negentig bracht de schrijver in New York een bezoekje aan zijn uitgever Otto Penzler van Mysterious Press. Hij komt hem vertellen dat hij net de filmrechten van L.A. Confidential verkocht heeft. Beide mannen beginnen te lachen. En blijven lachen. Want ze waren het er roerend over eens: Hollywood had de rechten gekocht van een roman die onverfilmbaar was!

Ze vergisten zich, want de verfilming van L.A. Confidential door regisseur Curtis Hanson, met Russell Crowe, Kevin Spacey, Kim Basinger en Guy Pearce in de cast, werd in 1997 een succes en een van de beste misdaadthrillers sinds de hoogdagen van het filmnoirgenre in de jaren veertig en vijftig.

Het zou mooi geweest zijn om nu te kunnen schrijven dat Hollywood sindsdien dé manier had gevonden om James Ellroy te verfilmen. Niet dus. Een jaar later flopte de adaptatie van Brown's Requiem en ook de verfilming van Dark Blue in 2002, met Kurt Russell in de hoofdrol, slaagde er niet in om pers en publiek te enthousiasmeren.

Over de verfilming in 2006 door regisseur Brian De Palma van The Black Dahlia lopen de meningen uiteen. In de filmografie van de grootmeester is dit zeker geen uitschieter, maar het is toch ook geen schandelijke mislukking.

De nieuwe film Street Kings (pagina 4) is niet gebaseerd op een roman van James Ellroy, maar hij schreef wel de originele 'story' en kreeg een credit als scenarist, samen met Kurt Wimmer en Jamie Moss. Voor de toekomst blijft het uitkijken of de verfilming van White Jazz, het laatste deel van het L.A. Quartet, er effectief komt nu George Clooney zich uit het project teruggetrokken heeft.

En hoe voelt James Ellroy zich na al die verschillende pogingen van Hollywood om zijn werk te verfilmen? Dankbaar, zeer dankbaar. Maar hij legt ook meteen uit waarom: "Because of the money. I've got some expensive tastes." En als schrijver heeft hij intussen voldoende kunnen merken dat een verfilming geen meesterwerk hoeft te zijn om toch een groter (lezers)publiek te bereiken, want: "Even an imperfect movie will attract readers."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234