Zaterdag 06/06/2020

Ik ben geobsedeerd door het verglijden van de tijd'

Wat binnen de uitgeknipte werkelijkheid gebeurt, is haar soms liever dan het echte leven. En zo bepaalt het oog van Kat Steppe (39) hoe wij 'Goed volk' van Jeroen Meus zien. De lof van de kok stuurt de regisseuse terug. 'Als een cowboy in Texas zijn hart opent, dan is dat Jeroens verdienste.'

Ze houdt van het Engels van Stephen Fry, het Frans van Serge Gainsbourg en het Nederlands van Frank Vander linden.

Laat dit verhaal dan maar een soundtrack krijgen, beginnend met een solonummer van de zanger van De Mens. Hij is ook haar man, dat helpt.

'Alles wat ze doet, doet ze beter dan de besten. Alles wat ze doet, wil ik heel m'n leven testen.'

Over dat lied vertelt Kat Steppe deze anekdote, gevraagd naar hoe zij misschien ooit invloed had op een stukje van De Mens: "Er is één zin die hij schreef, waarvan ik zei: 'Allee, dat is toch Frank Vander linden niet. Dat is Stef Bos.' Hij las ze opnieuw en zei: 'Straf dat het onderwerp van een liedje zich bemoeit met de tekst. Maar je hebt gelijk.'"

Hij heeft de deur van hun woning in Asse geopend, met in zijn linkerarm hun vijf weken oude dochter Polly en tussen haar mond en zijn wang een papflesje gekneld. Zoon John verwonderde zich vandaag, vertelt hij. "Plots zei hij: 'Sommige mensen heten Jürgen.'" Waarmee een kind van drie zomaar een prachtige titel voor een nieuw lied van De Mens aanlevert. Verder laten we de vader vaderen, pas morgen mag hij verder aan de nieuwe cd werken die eind januari zal verschijnen. Dan zal híj weer geïnterviewd worden. Nu zij.

Wie Goed volk al zag, zag beelden die bleven kleven, en daar zorgde Kat Steppe voor. Zoals wie ooit Bedankt & merci zag, de film die ze maakte over vijf volkscafés in de Westhoek. En Ik vergeet u nooit, een stilmakende en warme documentaire over het kerkhof in Menen.

Is er veel verschil tussen zo'n serie en die twee films? "Als ik eerlijk ben niet", zegt ze. "Alleen dat er naar die films in de cinema twee mensen kwamen kijken, van wie dan nog één omdat het buiten te koud was. Dankzij Jeroen wordt er massaal naar Goed volk gekeken. En dan is het wel tof dat je eigen manier van vertellen zo kan binnenkomen."

Die onderscheidende manier heeft met nauwgezetheid te maken en met focus en met altijd opnieuw dit streven: "Ik probeer de waardigheid van levens te reflecteren en het mooie in de mens naar boven te brengen. Dat betekent niet dat je van kwaadaardige duvelsiets moois moet maken, maar ik ben er bij mensen wel naar op zoek."

Niet van slapen

De mens menswaardig laten zijn, is de opdracht en soms een hele moeilijke. "Bij Bedankt & merci filmden we in een café waar een man elke ochtend vier Stella's kwam drinken. We zagen dat al een paar dagen en dat was natuurlijk een deel van het verhaal. Er is een probleem van alcoholisme in die volkscafés. Stilaan zijn we hem gaan filmen. Eerst in een heel ruim shot, dan dichter, met toch het idee: als hij het niet wil, zal hij het wel zeggen. Tot op de dag dat we aan zijn tafel zaten. Die man drinkt zoals gewoonlijk zijn vier Stella's, maar geeft dan plots over. Dat is een scène van vijf minuten die je nooit meer vergeet. Maar moesten we dat tonen? Je weet genoeg als je ziet hoe hij zijn eerste pint vastpakt. Niet lang daarna is hij gestorven. Hij zou het nooit geweten hebben, maar ik had er niet van kunnen slapen als die scène in de film was gekomen."

Zo komen we toch weer bij Goed volk en hoe, in de aflevering over de cowboys in Texas, chef Tom Moorehouse maar één vraag had: je filmt niet als ik rook. "Dat wou hij niet omdat hij niet wilde dat kinderen in België zouden beginnen te roken als ze hem bezig zagen. Het probleem was: hij rookte voortdurend. Maar hij was serieus. 'Als er één shot in zit waarin ik aan het paffen ben, then I will come to Belgium and kill all five of you. (lacht). We waren met z'n zessen. Ik vraag me af wie hij van plan was te laten leven. (lacht) Maar ook of ik hem de versie stuur die op tv kwam of dat ik er nog in knip. Ik heb mijn uiterste best gedaan, maar er is toch één beeld van hem binnengeslopen waarop hij rookt. Het is zo'n iconisch beeld, een rokende cowboy. En ik heb ook een verhaal te vertellen, natuurlijk. Het blijft afwegen."

Ze is bijna 40 en afkomstig uit Menen en de Westhoek. Veel mooiere roots kun je in dit land niet dromen, al zijn er die zeggen: afgelegen. Wat aparte streek. Mensen gekneed door die afstand. Heeft Kat Steppe op de plekken die ze met Meus bezocht mensen gevonden in wie ze datzelfde terugzag? Of met wie ze een band opbouwde?

"Eigenlijk vraag je of ik gelijkgestemden vond."

Ze aarzelt. "Het is een moeilijke vraag, maar bijna overal kom ik die wel tegen. Of mensen van wie ik het gevoel heb dat ik van ze kan leren. In het rusthuis in Berchem was Maria dat zeker. Maar ook bij de cowboys. Die hebben een beleefdheid die wij niet meer kennen. Kees van Kooten zei bij Friedl' Lesage dat mensen niet meer op een deftige manier met elkaar omgaan, en gaf een voorbeeld: als er ergens een fiets op de grond ligt, dan raapt hij die op. 'Maar dan zie je mensen uit het raam kijken en denken: kijk die ouwe loser die fiets nu toch oprapen.' Van Kooten heeft gelijk." Toen ik dit aan cowboy Tom vertelde, zei hij: 'Het is wel erg gesteld bij jullie.'

"Neem nu Tamara en Oleg uit het Siberische Ojmjakon (te zien in de 'Goed volk'-reportage in het koudste dorp ter wereld, red.). Dat zijn toonbeelden van mensen die content zijn met wat ze hebben. Ik weet dat dat een makkelijke frase is, maar het is wel zo. Als je in Ojmjakon geboren wordt, heb je geen keuze tussen zeventig venten, maar ik had geen momént de indruk dat Tamara met de man getrouwd was met wie ze niet getrouwd wilde zijn."

Ergens onderweg - een liedje van De Mens, opnieuw - zijn we in het Westen die tevredenheid en het kleine geluk verloren, en niemand weet waar. "Ik hou er niet van om te zeggen dat het door opvoeding komt", zegt zij. "Ik stel alleen vast. Zelf heb ik altijd de neiging naar oude mensen op straat te glimlachen. Als zij teruglachen, dan zijn de vijf minuten die daarop volgen toch iets zonniger dan anders. Maar tegelijk, toen ik je dit ging vertellen, wilde ik eerst bijna zeggen: 'Het kan melig klinken.' Alsof dat erbij moet. Blijkbaar hebben we schroom om lief te zijn. Lief zijn is niet cool."

"Misschien heeft het te maken met het feit dat we niet meer buiten zitten, op het trottoir, en dus niet meer weten wie onze buren zijn. En dan zeggen we niks meer. John is bij uitstek een kind dat het niet zo begrepen heeft op mensen die hij niet kent, maar ik blijf er wel op hameren dat hij vriendelijk is. Niet om er een getrainde poedel van te maken, maar als zoiets automatisch komt, dan ga je toch iets betekenen voor anderen."

Dat we ons zo terugtrekken, heeft dan weer met angst te maken, denkt ze. "Alls ik de krantenkoppen bekijk, ben ik vandaag wel blij dat John nog niet kan lezen. De samenleving is gigantisch veranderd, er zijn allerlei culturen bij gekomen en mensen zijn toch bang dat daar niks goeds van komt. Tegelijk heeft het te maken met 'niet willen delen'. De meeste mensen willen het wel, maar dan liefst strikt binnen de eigen familie. Niet met die mens op de stoep naast je."

Familieziekte

Waar ze nu woont, zijn we in Asse maar we gaan toch even naar de Westhoek. Die kant dus van het land die aan uitgewekenen blijft trekken. Ooit noemde ze nostalgie 'een familieziekte' en zo typeerde Jeroen Meus haar: "Kat heeft het moeilijk om afscheid te nemen. Ze wil alles bewaren."

"Vanmorgen stond ik in de badkamer, een plek waar ik wel vaker nadenk, en toen stelde ik me die vraag zelf: wat is dat met de Westhoek? Soms heb ik toch het gevoel dat het met 'den oorlog' te maken heeft. In gesprekken bij ons thuis was het altijd zeer tastbaar. Een van mijn grootvaders zat in het verzet, de andere was een 'zwarte'. Zo heb ik wel het gevoel voor context ontwikkeld."

"Ik heb een enorme hang naar de tijd waarin mijn grootouders jong waren, mijn ouders nog kind en ik er nog niet was. Dat is het eigenlijk: ver van het verdriet van dreigend verlies. Als ik nu in de Tuinwijk in Menen kom, waar mijn grootouders woonden, vind ik het verschrikkelijk dat het niet meer is zoals het was. Waar je je goed voelde, dat wil je vasthouden."

In een flits zitten we in New York. Het is 2005 en met Frank maakt ze er ruzie. "Omdat ik altijd naar Central Park wilde gaan en naar de oude huizen eromheen. Als ik door mijn wimpers keek, bijna niks zag dat 2005 was. Maar Frank heeft een voorkeur voor plaatsen waar oude Spanjaarden met vuile verbanden rond hun hoofd op het trottoir zitten. Dat is het verschil. Hij wil in het leven nu staan en ik zit voortdurend achteruit te loeren.

"Op 1 augustus ben ik al een beetje triestig omdat ik weet dat de zomer voorbijgaat. Dan zie ik het afscheid binnensluipen. Of eind augustus, als de maïs hoog staat en ik de rijpheid voel die stukgaat. Met ouder worden heb ik me daar wat meer bij neergelegd. Ik heb geleerd meer stil te staan. Toen John een baby was, was ik bang dat ik hem een been zou uitvijzen. Nu denk ik bij Polly: dat is tof, zo'n platte baby. Dus ik leer wel bij."

Toch blijft ze bewaren, tegen het afscheid moeten nemen. Voor dat gevoel komt Kat Steppe altijd terug bij het huis van haar grootmoeder in Menen uit. Enkele jaren terug filmde ze er De laatste benen. Een filmpje voor zichzelf als een doosje met herinneringen. Oma met haar minderbegaafde zoon aan de keukentafel. Hij die vertelt over zijn discobar. Er tikt een klok en crèmemarchand Lionelrijdt door de straat. We zijn in de Lindenlaan 48.

"Veel van wat in het huis van mijn grootmoeder gebeurd is, blijft tot vandaag bij me. Als je niet wilde dat je de klok hoorde tikken, moest je een appel eten. Dat herinner ik me en misschien komt mijn obsessie voor het verglijden van de tijd wel van daar. Ik dacht toen al: ik zie mijn grootouders zo graag, maar die gaan niet blijven leven. Als we later, toen ik al met Frank was, op bezoek waren en naar huis reden, zat ik in de auto te bleiten omdat ze 'er op een dag niet meer zouden zijn'. Dan zei hij: 'Maar allee, geniet nu van het feit dat ze er wel nog zijn.'

"Tot vandaag moet ik denken aan de Pétrole Hahn-lotion van mijn grootvader. Wat ik nu zelf doe, is dingen opzijzetten voor later. Mijn trouwparfum heb ik sinds de dag van de bruiloft niet meer gebruikt, die staat in een kastje om er later aan te kunnen ruiken. Daar staat ook het serum dat ik mee had naar Texas om op mijn haar te smeren. Dat zal voor altijd de geur van april 2013 bij de cowboys zijn. Ook de verf die mijn vader gebruikt, bewaar ik er. Als ik ooit op een tentoonstellling van Luc Tuymans in huilen uitbarst, zal het wellicht niet door zijn schilderij zijn. Wel omwille van de geur van de verf. Sorry Luc."

Al de hele tijd houdt een familie op doek, bij een kerstboom, dit gesprek in de gaten. Het is een groot doek, ze heeft het samen met haar vader geschilderd. "Mijn vader is opgetrokken uit verf", glimlacht ze. "Heel perfectionistisch. Ik heb daar minder last van."

Erfde ze van hem het oog? Ze noemt Dirk Lauwaert, nu betreurd, een legendarische leraar die met zijn taal en zijn gedrevenheid ("hij liet ons een heel jaar naar North by Northwest kijken") de weg toonde. "Mijn nauwgezetheid komt absoluut van hem." Ze zegt dat ook fotografen invloed hadden. "Ik kan genieten van de manier waarop de werkelijkheid is uitgeknipt. Aan fotograaf William Eggleston werd ooit gevraagd waarom hij fotografeerde. Hij citeerde een andere fotograaf: 'Die zei ooit dat hij het deed omdat hij wilde zien hoe de werkelijkheid er gefotografeerd uitzag. And I have never been able to top that quote.' Dat herken ik. Je herleest de werkelijkheid op het stukje dat je eruit gehaald hebt."

"Mijn vader had vroeger een hele bibliotheek vol met dingen die hij uitscheurde en die geklasseerd waren. 'Paardenkoppen'. Of 'Beelden'. Die collectie heeft me zeker gevormd. Ooit zat daar een foto in van koning Albert I op zijn paard, maar die is verloren gegaan. Waarschijnlijk had ik die gebruikt om in een huiswerk te plakken. We hebben ons er zot naar gezocht toen we samen een schilderij wilden maken van mijn grootmoeder op een paard. Uiteindelijk hebben we het puur uit de herinnering geschilderd."

"Schilderen is een wilsdaad", zegt ze op de vraag hoe je dat samen doet. Want het kan niet zomaar uit inspiratie komen als ze samenwerken: zij moet ervoor met de auto van Asse naar Menen rijden. "Talent is volgens mij voor 90 procent daadkracht. Als je niks doet, kan er niks komen. Je moet in gang schieten en niet de hele tijd denken dat het toch op geen kloten zal trekken. Dat mag je pas denken als het af is. Je moet zorgen dat er opvolging is. Frank zegt altijd: 'Het zevende werk is het belangrijkste.' En dat heb ik geleerd."

Is dat een wetmatigheid? Ja, dat denkt ze wel. Het vergt een aantal doeken om tot een heel goed doek te komen. Zoals het een aantal boeken vergt voor een goed boek. Of een aantal documentaires voor je een goede maakt. Goed volk telt zes afleveringen, nu maandag is het de laatste.

Ze lacht. "Als we een tweede reeks zouden maken, moet het iets toevoegen aan wat we nu deden. We moeten zorgen dat de wetmatigheid klopt. Het gevaar van gewoon doorgaan is immers dat je gaat formatteren en dan is er te weinig ruimte voor de uitzondering."

Geen macho

"Ik heb heel veel aan Frank", zegt ze dan. "En hij hopelijk ook aan mij. In het begin dat we getrouwd waren, hadden we vaak ruzie. Ik dacht dat hij absolute eerlijkheid van mij verwachtte en soms was ik erg kritisch. Toen zei hij: 'Ik verwacht niet dat je als een kind voor mij applaudisseert, maar een klein applausje is soms wel tof.' Ik heb dat geleerd. Omgekeerd is het dus zeer belangrijk wat hij vindt. Als ik het overzicht verlies, dan heeft hij het altijd nog wel. Het is een groot geluk iemand te hebben die je genoeg vertrouwt. Als je iets maakt en het stinkt, zal hij het zeggen. Als hij zegt dat iets goed is, ben ik gerustgesteld.

"Natuurlijk had ik een beeld van Frank Vander linden, door zijn teksten en door de interviews die ik las. Maar na drie weken viel hij door de mand. Niet dat hij niet was wie hij pretendeert te zijn, maar omdat hij niet was zoals hij overkwam. Dat was ten tijde van 'Sex verandert alles'. Ik dacht dat hij een macho was en dat was hij niet. Sommigen doen er een jaar over om dat te ontdekken, bij mij was dat dus na drie weken geregeld. En een geluk: ik kreeg meer dan ik besteld had."

In een interview in De Morgen zei hij ooit dat onzekerheid de motor van zijn creativiteit was. Het is de twijfel die al wie creatief is tart. "Toen ik op de academie leerde schilderen, ben ik soms letterlijk weggelopen van mijn doek. Nu weet ik dat je moet voortdoen. Hoe iets lukt, weet ik niet, maar wel dat dat zevende doek pas goed is dankzij die zes lelijkaards die ik daarvoor maakte. Maar de vrees blijft: misschien was het allemaal maar chance en heb ik dat geluk de volgende keer niet meer."

"Ik heb ook helemaal geen boodschap. Ik denk dat je wilt weten waarom je leeft en dat het dat is waar je naar op zoek bent: wie ben ik? Daar heb ik altijd mee geworsteld, hoor. Op de academie had ik blond haar, op het RITS had ik een Playmobil-achtig zwart kapsel à la Uma Thurman. Waardoor ik ineens een sociaal moeilijk benaderbaar persoon werd."

'Al heel m'n leven, ben ik op zoek naar het geheim. Van een leeg en rustig leven, ver van lust en zonder pijn.'

Het is het laatste deuntje van dit verhaal, 'Zonder verlangen' is de titel van dit liedje van De Mens dat ze "mineur verpakt in een noodzakelijkheid van ritme" noemt. Het leven lacht vaak, Polly en John doen dat, Frank. En zij, absoluut. Maar als het dan eens tegenzit? "Picon zuipen, dat is altijd een goedje", glimlacht ze. "En verder is gedeeld verdriet de beste troost. Toen mijn grootvader stierf, kwamen we van overal terug naar het huis in Menen. Hij lag nog in de zetel. We hebben liters Picon gedronken en gebleit en dat was heel nuttig. Toen hij uiteindeljk door de begrafenisondernemer werd weggebracht, hebben we nog eens het glas geheven. Huilen met mensen die hetzelfde verdriet hebben, een betere troost bestaat niet."

Goed volk, maandag om 20u40 op Eén (slotaflevering)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234