Maandag 01/03/2021

‘Ik ben gelukkig, maar wat me geweldig raakt, is het verdriet van anderen’

Glimlach van oor tot oor, fonkelende blik. Sportjournalist Filip Joos (37) sloot in juli kleine Jude in de armen, waarna geluk een extra vertaling kreeg. Een extra, want, zegt Joos ‘eerlijk waar, ik ben zelden zonder geluk geweest’. Hij is rustiger geworden, de tv-commentator, tenzij in het werk. ‘Ik blijf razen. En zaken blijven me ook ergeren. De domheid in de stadions bijvoorbeeld. Mensen die anderen beschimpen. Ik verfoei dat gebrek aan mededogen.’

Door Marijke Libert/ Foto Jonas Lampens

eze week zat hij weer voor de microfoon voetbal te verslaan. Na zes weken vaderschapsverlof, adoptieverlof om precies te zijn. De allergelukkigste vader van het universum is hij en dat valt in het drie uur durende gesprek niet te verbergen. Hij wil het niet over de adoptie zelf hebben, dat is privé, maar ach, dat heerlijk nieuwe wondere wezen, die naam ook die de hele tijd van tussen pa Joos’ lippen glipt. Een mens zou er bijna bij vergeten dat er nog zoiets belangrijks als voetbal bestaat.

Filip Joos: “En toch, eens terug aan het werk, was ik meteen vertrokken, voelde ik weer de kracht van het voetbal, en van de sport in het algemeen. Zodra er wordt afgetrapt, vergeet je even alles rondom jou. Heel af en toe lees ik op een dood moment wel een sms’je, berichtjes zoals ‘hij slaapt al’. Maar ik zal er geen goal door missen.

“We hebben Jude opgehaald vlak nadat ik vijf weken in Zuid-Afrika had gezeten voor het WK. Mijn vrouw Sarah was alleen vanuit België naar Ethiopië vertrokken, we zouden elkaar daar terugzien de dag voor we Jude kregen. Een heel straf moment was dat trouwens, die laatste avond alleen zonder kind. Heel apocalyptisch ook, zo midden in het regenseizoen met z’n genadeloze plens- en hagelbuien. Mijn vrouw had tevoren zware tegenslag gehad. De grote koffer met alle babyspullen en speeltjes erin was - wie had dat gedacht van dat gründliche Lufthansa- in Frankfurt achtergebleven. Sarah meldde me het kofferverlies twee uur voor ik de halve finale Spanje-Duitsland moest verslaan. Ik had enorm met haar te doen. Nu moest ze putje Afrika spulletjes bijeen zoeken om toch iets voor ons kindje te hebben. En daar zat ik dan met zo’n dubbel gevoel. Er was die halve finale van het WK in Durban, die qua match toch een hoogtepunt betekent voor de carrière van een voetbalcommentator, maar ettelijke kilometers verderop was er een vrouw, alleen in Ethiopië, zonder koffertje vol dierbare spullen voor ons kind. Heel even was er zonsverduistering.”

Jude is intussen ruim twee maanden bij jullie. Je hebt in jouw sportcolumn in deze krant gezegd dat je er na zijn komst het zwijgen toe zou doen, toch wat Judes privéverhaal betreft.

“Over hem wil ik inderdaad niets kwijt, noch over zijn geschiedenis, daar doet hij later maar mee wat hij nodig acht. Ik wil ook niet de adoptiepapa van Vlaanderen zijn. Er zijn veel mensen die adopteren, wat voegt mijn zogenaamd bekende kop daar aan toe? Conclusie, we houden ons kind nog een tijdje uit de schijnwerpers weg.”

Een Lukaku’tje doen zoals dat heet, afschermen voor de buitenwereld.

“(lacht) Inderdaad. Al is het van een ander kaliber. En bij Lukaku is dat soms bevreemdend. Enerzijds heb ik er begrip voor dat Lukaku afgeschermd wordt, anderzijds is Lukaku volgens mij een heel toffe gast van intussen zeventien die én behoorlijk presteert én gehoord mag worden. Het is soms wat vreemd vind ik: de vrt betaalt voor de voetbalrechten en je krijgt de spelers niet in je studio. Vooral als het slecht gaat met een ploeg zie je hoe moeilijk het is om spelers aan het woord te laten. Maar Lukaku krijg je zelfs niet als het heel goed gaat. In het voetbalcontract staat nochtans dat er een programma moet zijn waar het voetbal extra in de verf wordt gezet. Allemaal goed en wel, maar dan moet iedereen ook meewillen. Dat het een circus is, weet iedereen, maar je kunt er niet alleen in meedraaien als het je even uitkomt.”

Uitgerekend jij kunt toch niet tegen de bescherming van een minderjarige zijn?

“Bij Romelu Lukaku is het soms extreem. Hij is ook een extreem geval, een primeur wat leeftijd betreft. Voor hem was Enzo Scifo de jongste profvoetballer ooit, geloof ik. Hij was zeventien toen hij zich in de kijker werkte. En hij mocht wél praten, maar de media van toen kun je niet met die van nu vergelijken.”

Jullie zijn sneller, zitten meer op de huid, zijn nog emotioneler? Al hoor je bij het voetbal minder a’s, o’s en gekreun dan bij het wielrennen.

“Dat heeft met de heroïek van het wielrennen te maken, blijkbaar roept dat een soort emotie op, ook bij de verslaggever. Het voetbal is traditioneel anders, en bovendien worden in dit landje nu niet echt de beste resultaten behaald. Maar zelfs indien de Rode Duivels de halve finale van een WK zouden spelen, ik denk niet dat ik à la Tommeke en Kimmeke ineens Romeluke zou zeggen. Ik ben natuurlijk ook een totaal ander persoon.”

Waar word jij emotioneel van?

“Van mijn kind, uiteraard. Maar ik kan ook negatief emotioneel worden. Als ik Yassine El Ghanassy, die Marokkaanse jongen van AAGent - hoor zeggen ‘dat ze makak tegen mij roepen, dat ben ik gewoon, maar ze moeten niet met bier naar me gooien’. Dan ben ik even beduusd over die grote domheid van een massa in een stadion. Zoiets raakt me geweldig, niet omdat ik een geadopteerd kind heb met een iets donkerder huid. Nee, ik dub me te pletter want ik begrijp zulke reacties niet. Die collectieve dwaasheid zie je niet alleen in de sport, ze zit overal. Volgens mij gaat dat om een geheel gebrek aan mededogen, aan empathie bij de mensen. Bij voetbal heb je bovenop die trigger dat er een soort strijd gaande is. En ik ken dat strijdje wel, ik heb zelf lang gevoetbald en ik ben ook weleens op iemands tenen gaan staan, heb ook weleens verbaal uitgehaald, maar vuil spelen of zulke taal verkopen, nee. Nee vandaag is het mededogen wat zoek. Je merkt het ook in het discours van De Wever. Dat gaat nooit over mensen die met elkaar kunnen leven op een fijne, tolerante manier. Nee, het gaat over economische, ontmenselijkte transfers, over ontbinden in plaats van verbinden. Vreselijk.”

Waarin wortelen jouw empathie en gedrevenheid?

“Dat hebben mijn ouders me met de paplepel ingegeven. Mama gaf les, Nederlands en Engels. Papa had een zaak, een houthandel. Niets was geforceerd, het was leven en leren zonder te veel dwang. Mijn zus Ruth en ik lezen graag, maar ook die liefde voor het woord is er niet in gepompt, het is er gewoon in geslopen. In Hamme hadden we een redelijk verpauperde buurt waar nogal wat Turken woonden. Turken zijn ook je vriend, werd thuis gezegd, dus op een middag had ik Bayram, een maat uit mijn klas uitgenodigd om te komen spelen. Een paar uur later stonden er veertien Turkjes voor de deur. Bayram had zijn vriendjes meegenomen. Dat was nu ook niet de bedoeling, zei ons moeder (lacht luid). Later, toen ik voetbalde zat er in elke ploeg waarin ik speelde wel een moslim, die uiteraard in onderbroek onder de douche stond. Meestal waren er goede babbels na de wedstrijd, discussies. Het voedde bij collega-voetballers die iets minder breed dachten zowel hun kennis als hun respect.”

Wist jij al op jonge leeftijd wat je wou doen?

“Welnee, ik had ook een grote handicap: ik was extreem verlegen. Bij mijn eerste voetbaltraining hebben mijn ouders me de kleedkamer binnen moeten duwen. Ik durfde niet.”

En nadien ook met onderbroek aan onder de douche?

“Nu je het zegt, ik denk dat het zo was. Sport heeft me wel geholpen om van die extreme verlegenheid af te geraken. Maar sommige dingen bleven de hel voor mij. Zo heb ik nooit mijn nieuwjaarsbrief voorgelezen. Die ogen die op je werden gericht, dat podium dat kortstondig onder jou werd geschoven, ik vond het verschrikkelijk.”

En nu met zo’n naturel voor de camera’s staan, hoe knoop je dat aaneen?

“Groot voordeel van de tv-journalist: je ziet de kijkers niet. Bij schrijven is dat nog makkelijker, er zijn zelfs geen camera’s. Schrijven deed ik van jongs af aan heel graag. Ik hield een schriftje bij met zelfgeschreven stukjes over sport. Ik heb na mijn studies van vertaler-tolk ook eerst bij alle kranten gesolliciteerd. Alleen Gazet van Antwerpen heeft me toen ontvangen met de boodschap dat het wel oké zat met dat schrijven maar dat ze toch geen geld hadden om me aan te werven. Ik ben er dan op de vrt wat ingerold, maakte eerst kortere sportstukken voor het journaal.”

Wat is de functie van een sportjournalist?

“Je bent journalist en je moet voor een deel ook entertainen. De eerste matchen van het WK zijn doorgaans niet te best, dus dan móét je die tijd wel volpraten met allerlei informatie. Als er echt niets te zien is, mag je volgens mij ook zeggen dat die bepaalde speler een Hummer heeft met roze wieldoppen.

“Wat me in het voetbal blijft intrigeren en bevreemden zijn die stammentwisten. Je kunt als journalist ook nooit goed doen voor iedereen. In het begin schrik je van de haatmails die je soms krijgt. Als je zegt ‘die had die penalty niet moeten krijgen’, vindt de ene supporter je een genius, de andere vindt je een debiel. Dat kom je niet echt tegen als je moet melden dat er op de E314 in volle avondspits een zwaar ongeluk gebeurde.”

Wat heeft je veranderd de voorbije jaren?

“Het vaderschap doet iets met je. Het is cliché, maar het klopt dat de scherpere kanten er dan wat vanaf gaan. Mijn vrouw stelt vast, en het klopt ook, dat ik rustiger ben geworden. Toch blijf ik razen, kom ik gedreven voor mijn ideeën uit, zonder ruzie te maken. Tegelijk, en dat heeft mijn baas op de vrt ook al vastgesteld: ik ben niet sociaal vaardig. Ik ken van tien tv-zenders de nummers van de telenetpagina’s van buiten maar vraag me niet om met mensen van het werk iets te gaan drinken. Terwijl ik echt wel goed overeenkom met mijn collega’s, maar samen weggaan doe ik dus niet.”

Je drinkt niet.

“Het is geen restrictie die ik me opleg, ik doe dat gewoon écht niet graag.”

Je bent ook nooit uitgegaan tijdens je studententijd?

“Van mijn twaalfde tot mijn achttiende ben ik naar geen enkele fuif geweest, erna eigenlijk ook niet. Ik heb niets met muziek en dansen. Ik heb nog nooit in mijn leven één danspas gezet. Ik vind dansen, voor mezelf dan, een redelijk belachelijke bezigheid.”

Enfin zeg, wat dan met drive, ritme, passie...

“Pas op ik ben geen onpassionele mens, maar liever geen tango of iets dergelijks aan mijn lijf. Maar ik kan wel begrijpen, zeker als ik Francesca Vanthielen over haar danspassie bezig hoor, wat zoiets in mensen los kan maken. Zij praat over de tango in bewoordingen waarin ik het over voetbal kan hebben.”

Ook geen eerste dans gedaan op je eigen trouwfeest?

“Nope. Maar ik ben wel getrouwd, hoewel ik sinds mijn veertiende gezworen had dat nooit te zullen doen. Het gebeurde toch, omdat het noodzakelijk was voor die adoptie. Ons huwelijk was dus ‘van moeten’. We huwden op 21 juni 2008 en dat weet ik nog zeer goed want het was die dag Nederland-Rusland.”

Nee echt, dat vind ik er nu over!

“(lacht) Het was halve finale van het EK. ’s Avonds was er bij ons thuis een heel tof feestje maar het was ook één constant heen en weer geloop naar boven om op de eerste verdieping naar tv te kijken, naar die match dus. Het was allemaal nogal casual die dag. Ik ben in jeans getrouwd, en reed twee uur voor de plechtigheid op ’t schoon verdiep nog in korte broek naar de Delhaize om zakken sla. Op de terugweg kwam ik een koets tegen, getrokken door vier paarden en met zo’n écht trouwkoppel erin, compleet met wit kleed en chic kostuum. Ik kwam thuis, over mijn toeren, en riep: Sarah, Sarah, ‘ik heb iets gezien, een huwelijk in een koets, dat was redelijk grappig, maar zo moet het blijkbaar’.”

Wat dat niet drinken betreft, heeft het met de ascese van de gedreven sportman te maken?

“Bah nee, het ontstond wel ergens vanuit de gedachte dat je beter niet drinkt als je op een redelijk niveau wil sporten. Wat niet klopt, natuurlijk, want bijna iedereen die aan de top presteert, durft nogal wat alcohol te verzetten. Het is wel redelijk extreem bij mij. Ik eet geen konijn of stoofvlees met bier én ik eet alcoholvrije tiramisu, wat trouwens geweldig lekker is. Echt waar, gene zever. Mocht hier straks iemand binnenkomen die me honderdduizend euro biedt om één pint te drinken, ik zou het zeker niet doen. Ik weet niet waarom. Ik vind het gewoon vies.”

Wat ik ook niet begrijp in je hele carrièreloop, je bent ooit bij Jambers begonnen.

“Tja, meer misplaatst kon wellicht niet. Ik was binnengeraakt door een ‘truc’. Jambers had via een advertentie om sollicitanten gevraagd, in zijn typische stijl. ‘Overtuig me in maximum honderd woorden van het feit dat jij de man bent’ klonk het. Ik had die brief dus geschreven en besloten met ‘ik durf ver te gaan, tel er ter illustratie deze woorden op na’. Het aantal woorden was precies 101. Bon, die ‘vondst’ had hem blijkbaar overtuigd, want ik mocht beginnen. Maar ach, dat klopte dus niet, ik bij Jambers. Toch heb ik er zaken bijgeleerd zoals doorbijten, durven, ook durven telefoneren, mensen leren overtuigen. Mijn allereerste vergadering bij Jambers was wel een legendarische ramp. We kregen als thema ‘eeuwig jong’ toebedeeld en ik was in mijn research iets te cerebraal bezig geweest. Ik had een man van zeventig gevonden die op zijn zolder een enorm treintjesparcours aangelegd had en daar ook mee speelde. Maar dat was dus niet wat Jambers bedoeld had. Wat hij wou was (imiteert Jambers’ stem) ‘vrouwen die er vanachter twintig uit zien en van voren zestig’. (lacht) De researcher naast mij begon met ‘ik ben naar de parenclub geweest, Paul’, waarna ik kwam met mijn treintjes. Belachelijk natuurlijk. Ik ben vijf maanden betaald en daarna was het over en gedaan. Jambers heeft er wel mee voor gezorgd dat ik de tv-wereld binnen sukkelde.”

Ben je een twijfelaar of weet je het wel meteen?

“Ik ben niet echt een twijfelaar. Ik ken vrij snel mijn lijn. In het werk en ook in privékeuzes.”

Je amuseert je momenteel geweldig, straalt van geluk, geniet van je werk, schrijft dolgraag je columns. Geen doelen meer?

“Dit leven mag nog dertig jaar status-quo blijven. Het loopt echt goed, ik koester ook geen dromen à la een huis hebben op de top van een Toscaanse heuvel. Zolang mijn ouders er nog zijn, mijn vrienden, zolang mijn gezin goed draait, is alles perfect. Mar toch, (zucht) dit jaar lopen de rechten af van het Belgisch voetbal en daar stel ik natuurlijk enorm veel vragen bij. In die zin ben ik een wat rare journalist. Rudy Vranckx zal altijd wel een oorlog hebben om te verslaan en ik bedoel dat uiteraard niet denigrerend. Bij ons kan het ineens gedaan zijn. En het ziet er niet goed uit, want de vrt heeft al aangekondigd dat we niet kunnen meedoen in het hele rechtengedoe wegens geen centen. Er zijn natuurlijk andere rechten, we hebben het EK van 2012, maar dat Belgische competitievoetbal, dat is onze jus, dat geeft het leven van de voetbaljournalist toch cadans. Nu, ik laat me er ook niet overstag door gaan. Ik ga niet herdoen wat ik ooit presteerde toen we de champions league kwijt waren. Ik was veel jonger en ben toen even in paniek geschoten. ‘O nee’, zei ik, ‘mijn leven zonder champions league, dat zal er helemaal anders uitzien.’ Belachelijk als ik daar nu op terugkijk want, het leven is natuurlijk iets anders dan dat.

“Weet je, eigenlijk ben ik altijd al gelukkig geweest. Wat me wel geweldig raakt, is het verdriet van anderen. Toch verkoop ik ook niet mijn hele hebben en houden om aan de evenaar mensen te gaan helpen. Ik heb wel enorm veel bewondering voor wie dat wel doet. En dan bedoel ik niet de topsporter die even z’n gezicht leent voor een ontwikkelingsproject, dat lijkt me te veel verweven met marketing. Vertederd ben ik meer van wat dat bedrijfje in Overmere-Donk doet, meubelen De Sutter. Zonder te veel poeha zetten zij consequent al jaren lang mankracht en centen in voor hun project finado, zorgen ze ervoor dat ineens in een Afrikaans land, zes waterkranen functioneren. Wat die mensen voor ‘hun naaste’ doen lijkt me twintig keer straffer dan wat Danneels ooit gepresteerd zal hebben in zijn leven.”

Raakt dat hele gedoe in de kerk je?

“Net zoals velen denk ik, dat er in de vorige generatie nogal wat mensen kapot zijn gemaakt door het misbruik dat ze doormaakten in hun jeugd. Dat een mens, en dan nog een God dienend mens, daartoe in staat bleek te zijn en dat er een systeem bestond, kerk genaamd, dat zich zo’n rigide regelgeving oplegde dat het wel tot excessen moest komen. Oké, je hebt nog priesters die gedreven, eerlijk en oprecht hun werk doen, maar is het wel nodig in dit land priester te zijn? Als je mensen in nood écht wil helpen, ga dan naar Afrika hé. Dat lijkt me zinvoller dan voor de tigste keer een begrafenistekst te staan afroffelen waarin je alleen de naam van de overledene verandert. Ik snap dat gewoon niet. Intussen zie ik de wereld rondom mij verharden, op straat, op internetfora, en naast die verharding zijn er ook gewoon fantastische, tedere dingen bezig. Neem de zomer van Antwerpen, dat was prachtig. Hoe die reuzin in deze stad rondtrok, wat dat voor vertedering en emoties losmaakte. Elke mens, verhard of kwetsbaar, werd erdoor geraakt. Dan geloof je ineens weer in die betere wereld. Ik heb het ook weer op het WK gehad, dat ik ineens in een betere wereld geloofde. Mensen verbroederden daar, ze waren blij, verrukt dat ze er samen waren, en oké elk voor z’n ploeg, maar die bal over de lijn of niet, wat maakte het uit. Dat gedoe over die goal tegen Engeland, denk je dat daarvan in het stadion iets te merken was? Welnee, het was vooral een hetze in de pers. Als hier Brugge tegen Anderlecht speelt roept het ene kamp ‘vuile Joden’ en scandeert het andere ‘al wie dat niet springt...’ Dat gedoe, die haat, vind je niet op het WK. Ik heb Ghana-Uruguay gedaan, spannend en wreed met die penalty’s op het einde, erg ook dat Ghana eruit lag. Nu, onze driver zat naast mij, ik legde mijn hoofdtelefoon af, keek hem aan en zuchtte. Hij zei alleen ‘that’s Africa’ en glimlachte breed. Hij had gelijk hé.”

Waarvoor doe je het, dit werk, dit leven? Waarom moet het?

“Het móét niet. Ik heb nul maatschappelijke relevantie door voetbalverslaggever te zijn. Ik probeer het echter zo goed mogelijk te doen, in een mooie taal, met een mooie inval als het kan en vooral via een gedegen en accuraat verslag. Ik zal wel blijven beseffen dat die elf tegen die andere elf op dat veld, veel belangrijker zijn dan de man die erover babbelt. Want, als die elf tegen elf er niet zijn, is er niets, als ik er niet ben, is er een andere journalist. Dat is de realiteit en de relativiteit.”

Hoe groot is de kans dat er over zo’n dikke tien jaar een nieuw klein voetbaltalent, ‘de zwarte parel van FC Kemzeke’ bij de miniemen meedribbelt?

“Ik zweer het u, het zal er niet in gestampt worden.”

Als hij maar geen danser wordt.

“(komt dichterbij) Geloof het of niet, maar Sarah gaat binnenkort naar de peuterdansschool met onze zoon.”

Foei!

“Ik zal niet mee gaan swingen, maar natuurlijk zal ik gaan kijken. Het is mijn kind hé. (denkt na) Maar eigenlijk is het enige wat hij moet worden: ne toffe mens, en of het nu een toffe buschauffeur, garagist, professor of werkloze is, maakt niet uit. Maar nu eerst en vooral genieten, van elke dag, elk uur, elk moment met hem.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234