Zaterdag 20/07/2019

'Ik ben geen stadsbestuursdichter. Ik heb alle vrijheid'

Je kunt hem 'de Tom Barman van de poëzie' noemen. Maar hij houdt niet zo van vergelijken. Net na zijn eerste stadsgedicht en voor zijn derde bundel (volgende week) spreekt Stijn Vranken over zichzelf, de poëzie en Antwerpen. Vrank en vrij. 'Wij het hoogte-punt van de evolutie? Onzin.'

Waar spreek je af met een man die als poëzieperformer en nachtdichter jarenlang zijn nachten doorbracht in cafés? Juist. In Café Mombasa, hartje Borgerhout, is het echter niet Stijn Vranken maar Stan Ockers die je als eerste in de ogen kijkt. Een foto van de jonggestorven wielrenner (1920-1956) bedekt hier een volledige muur. Zijn vintage koersfiets hangt aan het plafond.

Reed Ockers tegen de tijd, dan doet Vranken dat tegenwoordig ook. Zijn eerste stadsgedicht is deze week publiek gemaakt, zijn derde dichtbundel is gedrukt, en maandag presenteert hij opnieuw De Sprekende Ezels, een evenement waarbij iedereen die ook maar iets van muziek, comedy, poëzie of woord kent het podium op mag.

Een glas drinken met Stijn Vranken is geen opgave. Hartelijk is hij, gul in woorden en gedachten. Een gever, zoals dat hoort voor een performer. Een denker, zoals dat bij een dichter past. Een man die rock-'n-roll uitstraalt, zoals je dat verwacht van iemand die in 't Stad woont.

Als je het lijstje met uw voorgangers bekijkt, springt u daar om een of andere reden toch uit.

Vranken: "Ik krijg die vraag vaak. Ik krijg soms zelfs de opmerking dat ze waarschijnlijk niemand anders meer vonden. Ach, ik was gewoon heel erg vereerd door het aanbod van het stadsdichterschap. Vergelijken met de anderen uit het rijtje kwam niet bij me op. Bij anderen blijkbaar wel. Maar vergelijken is een van de meest neerbuigende dingen die je kunt doen. Elke dichter is anders. En natuurlijk zal ik me nooit vergelijken met iemand als Lanoye."

U hebt deze week uw eerste stads-gedicht gepresenteerd. Vanuit welke gedachte begon u aan die eersteling?

"Een eerste stadsgedicht is ook een vorm van dag zeggen tegen de mensen. Het moet de toon zetten, en je standpunt al een beetje duidelijk maken. Ik moest dus even nadenken over wat mijn band is met de stad, welke positie ik hier inneem.

"Daarnaast was dat eerste gedicht ook een soort van landing. Ik had net mijn derde bundel afgewerkt, waarin ik op een erg afstandelijke manier de mensheid bekijk. Ik had veel zitten lezen over wat het leven is, hoe het universum ontstaan is, hoe ons brein in elkaar zit, enzovoort. Die analytische manier van denken bracht zo'n onthechting met zich mee, dat ik op den duur vooral zinloosheid en apathie ervoer. Maar het is niet omdat het leven zinloos is dat je het niet zinvol kunt maken. Het universum is er tenslotte niet bij gebaat dat je er depressief van wordt, dus kun je je eigen leven maar beter zo interessant mogelijk maken.

"Het stadsdichterschap was voor mij dus een mooie kans om weer meer in de wereld te staan. En wat pragmatischer te gaan denken en handelen."

Wat hebt u dan gelezen dat u er zo neerslachtig van werd?

"Wij denken altijd maar dat wij het hoogtepunt zijn van de evolutie, maar dat is onzin. Neem nu de milieuproblematiek. We kunnen er toch stilaan van uitgaan dat we het redelijk aan het verknoeien zijn wat dat betreft? Zou het dan niet kunnen dat ons brein gewoon niet in staat is om zo'n complex gegeven als het milieu te omvatten?

"Trouwens, als je het biologisch bekijkt, is intelligentie niet de beste strategie om te overleven. Eencelligen hebben die intelligentie niet, en zij zijn een pak efficiënter in overleven dan wij. Hoe complexer de levensvorm ooit geweest is, hoe minder lang die het ooit heeft volgehouden. Als dat klopt, zijn we slecht bezig.

"En dan zijn er nog de ontwikkelingen van artificiële intelligentie. Ik ben ervan overtuigd dat we in minder dan een eeuw te maken krijgen met een systeem dat ons overtreft, zowel in emotie als in intelligentie. En daar zijn we dan zelf de oorzaak van. De mens doet niets liever dan oplossingen bedenken voor problemen. Er is ook niets leukers: ik ben zelf productontwikkelaar van opleiding, dus ik kan ervan meespreken. Maar dat zou er toe kunnen leiden dat we een monster van Frankenstein aan het creëren zijn dat we niet de baas gaan kunnen. We bouwen naarstig aan onze eigen God, maar of die ooit in ons zal geloven, is nog maar de vraag."

Als u bang bent voor die ontwikkelingen, waarom hebt u dan onlangs toch een kind op de wereld gezet?

"Mja, ik heb er dan ook tot mijn veertigste mee gewacht (lacht). Maar au fond ben ik geen doemdenker. Ik kan me heel erg vastwerken in iets, maar ik heb wel een basale levensvreugde. En toen mijn dochter een jaar geleden geboren werd, was mijn derde dichtbundel al voor een groot deel klaar. Ik was al volop aan het loskomen van die gedichten. Maar het blijft een dubbel gevoel, ja."

U grijpt het stadsdichterschap aan als kans om wat meer in de wereld te gaan staan. Bij Bart Moeyaert

heeft het er net voor gezorgd dat hij moe werd van die wereld.

"Het grote verschil is wellicht dat je hem gesproken hebt na zijn stadsdichterschap, en ik er nog aan moet beginnen (lacht). Ik hoor bij sommige van mijn collega's toch dat het geen evidente periode is geweest."

Je zou toch denken: leuk, gedichten schrijven voor en over de stad. Wat is daar zo ontwrichtend aan?

"De trein waarop je belandt. Plots krijg je enorm veel aandacht. Dat is heel leuk natuurlijk, maar ik ervaar nu al dat ik zaken moet leren afzeggen. Het is nog maar amper begonnen en mijn agenda ontploft al. Niet gemakkelijk, nee zeggen, maar je moet dat soms doen om jezelf en je creativiteit te beschermen."

Heeft de politieke machtswissel u doen twijfelen over het aanbod van het stadsdichterschap?

"Nee. Ik ben een stadsdichter, geen stadsbestuursdichter. Ik heb alle vrijheid. Ik hoef niet te overleggen met het bestuur over wat ik schrijf. Ik vind het zelfs boeiender dan als ik onder het vorige sp.a-bestuur dichter geweest zou zijn. Nu is er tenminste polemiek. Herinner je André Gantman (fractieleider N-VA in Antwerpen, SM), die voorstelde om de stadsdichter te gebruiken als leerkracht Nederlands voor anderstaligen. Ik heb het eens opgezocht: de vergoeding die ik nu krijg voor die twee jaar dichten zou overeenkomen met drie maanden lesgeven."

U woont hier al 22 jaar, maar komt uit Leuven. Hebt u wel recht van spreken als het over Antwerpen gaat?

"Ik heb geen enkele vorm van chauvinisme. Niet als het over mijn stad gaat, noch over Vlaanderen of België. Waar je geboren bent, is gewoon toeval, meer kan ik daar echt niet aan verbinden. Begrijp me niet verkeerd: ik woon hier graag, maar ik zou evengoed in Brussel of Gent kunnen wonen. Voor mij is dit niet dé stad der steden. Die haat-liefdeverhouding zit ook duidelijk in mijn eerste gedicht.

"Ik begrijp niet dat mensen bij een groep willen horen. Ik heb er een fysieke weerstand tegen. Bij de scouts ben ik dus nooit graag geweest. Ik ben naar Antwerpen gekomen als een buitenstaander, en blijf er zowat tussen hangen. Mijn Leuvense vrienden vinden dat ik een Antwerps accent heb, en ik vind dat zij serieus Leuvens praten (lacht)."

Zowel in uw stad als in uw dichtbundel bent u iemand die van buitenaf bekijkt wat er zich naast hem afspeelt. Waar komt dat vandaan?

"Misschien omdat ik een nakomer ben. Mijn ouders waren allebei rond de vijftig toen ik geboren werd. Tussen mijn oudste zus en ik zit er zestien jaar. Ik kom uit een katholiek gezin, waar de eerste vier kinderen vrij snel na elkaar gekomen zijn, en pas jaren later kwam ik, als een soort accident d'amour. En zo zag ik boven mij van alles gebeuren. Je kunt niet mee omdat je te jong bent, maar je kunt het wel beschouwen. Je ziet ook altijd alle kanten, want je zit er middenin. Op den duur word je dan bemiddelaar. Die rol heb ik nog altijd een beetje in het gezin.

"Van nature ben ik geen extraverte mens, maar ik heb wel graag mensen rondom mij. Ofwel van heel ver, ofwel van heel dichtbij. De middellange afstand vind ik het moeilijkst (lacht)."

Charles Ducal zei bij zijn aanstelling als Dichter des Vaderlands dat poëzie veel te weinig aandacht krijgt.

"Ik kan moeilijk ontkennen dat ik een voorvechter ben van de poëzie, als je ziet wat ik met De Sprekende Ezels doe. In het begin traden wij op in cafés waar hardrockers in hun stoel hingen en ons argwanend bekeken, drie maanden later stonden die gasten mee op het podium. Dat vind ik geweldig.

"Anderzijds vind ik dat er wat te veel verwacht wordt van poëzie. Het is tenslotte een nichemarkt. En voor zo'n kleine markt gaat er veel aandacht naar poëzie. Er zijn veel plekken waar je als dichter of woordkunstenaar kunt optreden en publiek bereiken. We moeten dus niet te veel klagen, vind ik. Natuurlijk mag het altijd meer zijn, maar je weet waar je aan begint als dichter. Als je écht veel wilt verkopen, dan word je beter popidool.

"Maar poëzie voor een breder publiek brengen, daar geloof ik wel in. Ik ga bijvoorbeeld vaak voorlezen op scholen. Maar dan maak ik van dat uur wel een hele voorstelling. Ik praat met die mannen, zorg voor humor, en ben eerlijk.

"Als je op een podium staat, dan moet je geven, niet vragen. Muzikanten en acteurs zijn het gewoon om te performen en te geven. Dichters vaak niet. Maar dat is wel nodig als je met poëzie op een scène gaat staan. Voor alle duidelijkheid: ik ga niet halfnaakt met slagroomtoeven op mijn lijf de poëzie promoten. Maar ik ben wel een verkondiger van het woord. Als ik 200 jaar geleden was geboren, was ik waarschijnlijk pastoor geweest. Of dat gelukt zou zijn, is een andere vraag."

Op maandag 19 mei brengen De Sprekende Ezels hun laatste editie van het seizoen in café Kiebooms. Op woensdag 21 mei verschijnt de derde bundel van Stijn Vranken, Maak plaats van mij.

---

Stijn Vranken

geboren in 1974, in Leuven

studeerde product-ontwikkeling

maakte naam als Nachtdichter van Antwerpen en Gent

werd uitgeroepen tot Belgisch Poëzieperformer 2004

is een van de bezielers van De Sprekende Ezels

debuteerde in 2008 met de bundel Vlees mij

zijn tweede bundel, Wees gerust, maar niet hier, verscheen in 2011

werd in januari 2014 stadsdichter van Antwerpen

bracht deze week zijn eerste stadsgedicht uit, Spat onder stroom

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden