Maandag 18/10/2021

'Ik ben erop af gevlogen en ben aan haar arm beginnen te trekken'

'Hij zit daar, ik kijk nu naar hem', riep Josiane Beugnier, driftig wijzend naar de man die in de beschuldigdenbox afwerende handgebaren zat te maken. Maar dat een moeder die haar dochter van acht letterlijk uit de klauwen van Marc Dutroux bevrijdde wat opgewonden geraakt als ze met hem oog in oog komt te staan, dat leek de jury best te kunnen begrijpen. Aan het begin van het proces heette het dat het niet te bewijzen valt dat Dutroux Julie en Mélissa ontvoerde. Het kan verkeren. De nachtmerrie van Josiane Beugnier dateert van 24 juni 1995, enkele uren voor de ontvoering in Grâce-Hollogne. Het gebeurde enkele kilometers daarvandaan.

Aarlen

Van onze verslaggever

Douglas De Coninck

Of getuige Pol Rochow zich dan nu even wou omdraaien naar de jury terwijl de robotfoto op het scherm werd geprojecteerd? "Dank u zeer", zei advocaat Xavier Magnée met een triomfantelijke grijns. "Heeft niemand u ooit gezegd dat u een mooie jongen bent", vroeg advocaat Martine Van Praet. "Dat zou wel kunnen", mompelde Rochow. "En dat u sprekend op acteur Vincent Lindon lijkt?" Nee, dat niet, aldus Rochow, met geïrriteerde blik de vernedering trotserend. Rochow is de broer van Pierre Rochow, een van de slachtoffers van de gijzeling door Dutroux en Bernard Weinstein, eind 1995 (zie pagina 1). De advocaten van Dutroux stootten in het dossier op een oude robotfoto, gemaakt kort na de ontvoering van Julie (8) en Mélissa (8) in Grâce-Hollogne op 24 juni 1995. Een buurtbewoner merkte kort daarna een sterk op acteur Vincent Lindon lijkend individu op dat zich verdacht gedroeg. Al wekenlang trachten de advocaten van Dutroux (een van) de broers Rochow te betrekken bij de ontvoering. Juist omdat het vooronderzoek geen enkel bewijs opleverde dat Dutroux ook deze ontvoering pleegde, hopen ze hun voordeel te doen met het zaaien van twijfel. Maar dat lukt niet echt.

Onderzoeksrechter Langlois beoordeelde het als toeval en dat is wellicht de grootste misser die hij op het proces in de ogen van de jury maakte. Die kreeg die bizarre poging tot het ontvoeren van twee meisjes in Ougrée, enkele uren voor de verdwijning van Julie en Mélissa al eerder te horen. Het gebeurde in Ougrée, slechts enkele kilometers verwijderd van Grâce-Hollogne. De meisjes heetten Vanessa Recchia (8) en Dijana Drenovakovic (7). Hun leeftijden zijn ongeveer identiek en de gebruikte wagen, een rode Ford Fiesta of Peugeot 205, doet sterk denken aan het vehikel dat destijds door een tiental getuigen in verband werd gebracht met de ontvoering van Julie en Mélissa.

Een erg opgewonden Josiane Beugnier (58), moeder van Vanessa, kwam gisteren op een drafje haar verhaal vertellen. "Vanessa is niet naar hier gekomen, ze is nog altijd bang", legde ze uit. Het gebeurde rond 14 uur 's namiddags. Haar dochter en haar vriendinnetje speelden op straat en werden aangesproken door een man in een auto. Toevallig kwam Beugnier net kijken hoe het met hen ging. "Dijana was al in die auto gestapt. Ik ben erop af gevlogen en ben aan haar arm beginnen te trekken. Ik heb getierd tegen die man, die alleen in de auto zat en van wie ik zag dat hij kauwgom en een zakdoek in zijn handen hield die vreemd geurde. 'Loop weg, red jezelf!', riep ik naar Vanessa, die op de stoep bleef staan. Uiteindelijk kreeg ik Dijana uit die auto. Het ging allemaal razendsnel. Ik vroeg Vanessa om de nummerplaat te onthouden. Ik trachtte zelf het plaatje van de autogarage te kunnen lezen, maar dat lukte niet. De man reed weg. Het was dezelfde man die al twee keer daarvoor de kinderen had aangesproken."

En wie die man dan wezen mocht? "Hij zit daar, ik kijk nu naar hem", riep de moeder, zich niks aantrekkend van de afwerende handgebaren van Dutroux. Hij bleef ijzig kalm en begon Beugnier zelf wat vragen te stellen: "Is het niet zo dat er nadien op aanwijzing van uw dochter een robotfoto is gemaakt waarop een litteken te zien is onder het oog van de dader?" Een litteken dat Dutroux duidelijk niet heeft. "Mijnheer, mijn dochter was toen acht", snoof Beugnier. "Het kind zag heus het verschil nog niet tussen een rimpel en een litteken."

Dit is de ultieme paradox van het Dutroux-dossier. Procureur Bourlet herinnerde gisteren nogmaals aan zijn vele pogingen om de gebeurtenissen in Ougrée op te helderen en zijn dispuut daarover met Langlois. Bourlet gelooft in het spoor van Ougrée en de rode Ford Fiesta, Langlois in dat van een oude dame die meent Julie en Mélissa in een ander soort auto te hebben zien stappen. Beide hypothesen leiden nochtans naar dezelfde verdachte: Dutroux. Het algemene aanvoelen is wel dat het Ougrée-spoor veelvoudig meer bewijskracht heeft. "Ongelofelijk maar waar", zei Paul Quirynen (familie Marchal). "Een poging tot ontvoering, slechts enkele uren voor die van Julie en Mélissa, eveneens in Luik. Merkwaardig dat de speurders ons hier geen slides van hebben laten zien."

Magnée probeerde nog: "Het lot van Marc Dutroux is voorspelbaar, weet u. Wat zou het voor hem veranderen om hierover te liegen? Wie is die ware ontvoerder van Julie en Mélissa? Misschien zit hij hier wel in de zaal? Of is het die ene onbekende van wie dna is teruggevonden in de kinderkooi in Marcinelle, vermengd met het bloed van Julie Lejeune?"

Het was even schrikken, maar ook deze getuige heeft mogelijk haar nut: Nadine Meneghin, tot enkele jaren geleden uitbaatster van een bakkerij in Marcinelle. Zij had tot in 1996 Marc Dutroux en Michelle Martin als vaste klanten. Opmerkelijk: ook tijdens de detentie van Dutroux tussen 5 december 1995 en 20 maart 1996 bleef Martin dagelijks haar twee boerenbroden afhalen. "Terwijl ik achteraf via de media vernam dat ze die periode doorbracht bij haar moeder in Waterloo", aldus Meneghin.

Het was de periode waarin Martin, naar eigen zeggen, Julie en Mélissa liet verhongeren en de in Marcinelle gestationeerde Duitse herder te eten ging brengen. Vanuit de box riposteerde Martin dat ze in die periode maar "af en toe" bij die bakker ging. Meneghin schudde het hoofd.

Het blijft een net zo moeilijke vraag als die over de ontvoering van Julie en Mélissa: wat was de rol van Martin, die beweert dat ze in die periode als een zombie door het leven ging? En wat was de rol van rijkswachter René Michaux, de man die alle informatie in handen had over Dutroux en tijdens twee huiszoekingen (13 en 19 december 1995) de stemmen van de kinderen hoorde, maar naast het verborgen hok keek. Er zijn ontzettend veel gemiste kansen opgetekend door de commissie-Dutroux. Op het proces in Aarlen komen er om de haverklap nieuwe aan het licht. Patrice Rary is politieman in Charleroi en ontdekte hoe Martin op 7 maart 1996 de kantoren van zijn dienst binnenstapte om een aantal bij de huiszoekingen in Marcinelle in beslag genomen spullen op te halen. "Wat mij trof", aldus Rary, "is dat mijn collega, commissaris De Windt, opmerkte dat Martin er die bewuste dag héél slecht aan toe was. Hij heeft toen meteen René Michaux gebeld. Hij dacht: dit is misschien het uitgelezen moment om haar eens heel grondig te verhoren. Michaux liet weten dat dat niet nodig was. Later merkte ik dat Michaux op 8 maart 1996 een proces-verbaal heeft opgesteld waarin staat dat het 'onmogelijk is om mevrouw Martin te verhoren'. Een beetje gek, vindt u niet?"

Het verhaal van Rary was nog iets complexer dan dat. Hij was maar zijdelings bij die hele zaak-Dutroux betrokken geraakt, maar kreeg naar eigen zeggen af te rekenen met 'tegenkanting' toen hij op vraag van onderzoeksrechter Connerotte een huiszoeking moest verrichten bij de buurvrouw van Dutroux en de begin 1996 bij hem gepleegde diefstallen in kaart trachtte te brengen. Commentaar van advocaat Georges-Henri Beauthier (Laetitia): "Wéér een man van het terrein met gewetensproblemen. Het is nu echt wel duidelijk: men houdt dingen verborgen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234