Zondag 28/02/2021

Tone Brulin

"Ik ben een uitgebloeid man. Ik schep niet meer. Dus ik vlieg niet meer"

Tone Brulin. Beeld Stephan Vanfleteren
Tone Brulin.Beeld Stephan Vanfleteren

Theatermaker Tone Brulin (89) is een van de tien bekende Nederlandstalige toneel- en filmgrootheden die geïnterviewd worden door Margot Vanderstraeten. Fotograaf Stephan Vanfleteren zet de door de wol geverfde zestigplussers voor zijn lens.

Brulin is een generatiegenoot van Julien Schoenaerts, Wies Andersen en Dora van der Groen. Hij heeft, met name in de jaren 60 en z70, grote invloed uitgeoefend op het culturele leven in ons land. Hij vulde zijn leven met toneel. Hij speelde. Schreef teksten. Regisseerde. Hij richtte gezelschappen en tijdschriften op. Hij gaf les en drukte zijn stempel op Jan Decorte, Johan Simons, Alida Neslo en vele anderen. Hij reisde met zijn beroep de wereld rond. Hij maakte televisiedrama's voor de toenmalige BRT.

Brulin trouwde drie keer, de tweede keer met actrice en docente Dora van der Groen; met wie hij twee van zijn vijf zonen kreeg en van wie hij later scheidde. "We maakten over veel ruzie, maar nooit over het theater." De derde keer werd de goede keer. Hij deelt zijn leven nog altijd met Siti Fauziah, een internationaal gewaardeerde Maleisische actrice die in de jaren 70 zijn leerlinge was.

Voor zijn werk werd Brulin meerdere keren bekroond. Zo ontving hij de Arkprijs voor het Vrije Woord, de driejaarlijkse Staatsprijs voor Dramatische Letterkunde en de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten. Hij experimenteerde, zocht en bleef zoeken.

Hij, die in het smalle rijtjeshuis woont waar hij in 1926 werd geboren, doorbrak de enge muren die in Vlaanderen rond de podiumkunsten waren opgetrokken.

"Ik heb mijn hele loopbaan lang geprobeerd om ervandoor te gaan. Maar of ik nu in Zuid-Afrika was, in Maleisië, Moskou of de Verenigde Staten: ik ben er nooit gebleven. Omdat ik blijkbaar altijd moest terugkomen, om financiële redenen en omdat mijn kinderen hier woonden."

Is het oneerbiedig om te stellen dat u uit een ander tijdperk lijkt te komen? U kende Herman Teirlinck (1879-1967), de roman- en toneelschrijver die velen vandaag hooguit met een toneelschool associëren.
"Bestaan die? Mensen die niet weten wie Herman Teirlinck is? O, dat is beschamend. Even beschamend als voormalig minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) die niet wist wie Julien Schoenaerts was. Schoenmakers, zei ze. Zulke culturele analfabeten wil ik niet kennen."

U bent nooit goede vriendjes met de politiek geweest.
"Ik wantrouw elke autoriteit. Dat heeft met mijn vader te maken, hij was een tiran. Wie als kind zijn vader wantrouwt, zal levenslang gevoelig blijven voor elke vorm van macht en machtsmisbruik. Daarom ben ik in mijn leven altijd aan de zijlijn blijven staan. Een vast gezelschap is, voor iemand als ik, ook een vorm van gesettelde macht, van establishment."

"Ik ben dus nooit lang bij een vast gezelschap gebleven. Alleen bij de BRT ben ik een langere tijd - vijftig grote producties lang - in dienst gebleven. Ik moest kunnen bewegen. Kunnen vliegen. Zo vrij mogelijk zijn."

U spreekt in de verleden tijd.
"Ik ben een uitgebloeid man. Ik schep niet meer. Dus ik vlieg niet meer."

Tone Brulin. Beeld Stephan Vanfleteren
Tone Brulin.Beeld Stephan Vanfleteren

Er zijn veel mensen, zeker de jongere generaties, die u niet kennen.
"Dat vind ik niet erg. Ik heb mijn steen in de rivier gelegd. Ik heb mensen geïnspireerd en beïnvloed. En ik heb me laten beïnvloeden en inspireren. Ik ben Herman Teirlinck niet."

"Teirlinck wilde vlak na de oorlog een nationaal theater. Hij vond dat het hoog tijd was dat de steden hun provinciale gehechtheid lieten varen, dat ze het theater optilden tot een hoger niveau. De stadstheaters van Gent, Brussel en Antwerpen moesten volgens hem niet langer de plak zwaaien; één enkel nationaal theater van België, voortspruitend uit de versmolten gezelschappen van deze steden, zou de leiding nemen. Zijn studio, die toen Studio van het Nationaal Toneel van België heette, zou de jonge acteurs van dit gezelschap opleiden."

"Teirlinck, al bijna zestig, wist erg goed wat hij deed. Zijn school was opgezet volgens de leerstellingen van de Britse theaterpedagoog Gordon Craig. Jammer genoeg bleken Teirlincks dromen groter dan Vlaanderen aankon. In een notendop: zijn ideeën werden uitgespuugd, vooral door diegenen die door zijn ingrepen macht verloren."

"Er kwam geen Nationaal Toneel van België. Met als gevolg dat ook de federale subsidies stopten, en dat van de grootse opzet, waarin kwaliteit de drijfveer was, niet veel meer overbleef."

"De Studio van het Nationaal Toneel van België werd op de lange duur omgetoverd tot Studio Herman Teirlinck. Het geld zou voortaan vooral van de stad komen, met alle gevolgen vandien."

"Maar ik ben altijd achter Teirlinck blijven staan. Zijn invloed en betekenis mogen in geen geval gerelativeerd of vergeten worden."

"Ach, dat het politieke establishment van dit land geen waarde hecht aan de culturele bijdrage die mensen zoals ik hebben geleverd, is oude koek. In 1963 ontving ik de driejaarlijkse staatsprijs voor Dramatische Letterkunde. Ook toen heb ik nooit de indruk gehad dat er in Vlaanderen, behalve door de uitreikers, belang werd gehecht aan deze onderscheiding. Je krijgt de prijs. Je wordt een dag in de bloemetjes gezet. Tot daar de impact van je werk en visie."

Dat moet teleurstellend zijn.
"Teleurstelling leidt nergens toe. Maar ik heb mijn dromen en verwachtingen na verloop van tijd wel bijgesteld. Ik ben begonnen met de overtuiging dat theater de wereld kan veranderen. Ik zal sterven met de overtuiging dat theater, of welke kunstvorm dan ook, de wereld helemaal niet kan veranderen."

Wat doet theater dan wel?
"Theater kan een sterke daad zijn. Het kan doordringen tot de diepste waarheden van het leven. Het kan wakker schudden."

U liet zich als tiener inspireren door enkele sterke persoonlijkheden die er, net als u, van overtuigd waren dat theater een kunstvorm was. Wie waren dat?
"Dat is lang geleden. Heel lang. Specifieker kan ik niet zijn. Er is maar één voordeel aan mijn ouder worden. Ik heb geen tijdsbesef meer. Het inzicht om de tijd in jaren in te delen, is compleet weg . Alles is dus vroeger. En voor, tijdens en na de oorlog."

Tone Brulin. Beeld Stephan Vanfleteren
Tone Brulin.Beeld Stephan Vanfleteren

Was Herman Teirlinck de eerste die deze snaar bij u wist te raken?
"Nee, ik las talrijke boeken, ik verdiepte me in talrijke theatertheorieën van over de hele wereld. En ik maakte kennis met twee belangrijke joden. Dat was voor de oorlog."

"De eerste belangrijke jood ontmoette ik in het Antwerpse Empire theater waar mijn vader tijdens de zomermaanden dus regelmatig spektakels regisseerde. De toenmalige KNS, de Koninklijke Nederlandse Schouwburg, werkte in die tijd met acteurscontracten van negen maanden. Tijdens de zomer had het professionele gezelschap vrij. En wilde het al te graag bijverdienen."

"Aan die voorstellingen werkten meestal ook enkele internationale sterren mee. Siegfried Aron, oftewel Sig Arno, was zo'n ster. Hij was een Duitse jood die al tientallen grote films op zijn conto had en op de vlucht was voor het Duitse regime. Arno zag er zo joods uit als je maar kunt voorstellen. Bovendien had hij van zijn enorme neus zijn handelsmerk gemaakt: o wat had die man een schitterend gevoel voor humor."

"Ik herinner me een film waarin hij als renner aan een koers deelneemt, en dankzij de lengte van zijn neus als eerste de eindmeet overschrijdt. Later is Arno naar Amerika gevlucht, hij heeft nog een bijrol gehad in The Great Dictator van Charlie Chaplin, hij is de man die door Chaplin uit het raam gekieperd wordt."

"Voor Arno was acteren een metier en niet een manier om geld en reputatie te verwerven. Ik was tien jaar, en diep onder de indruk van zijn toewijding als acteur. Hij was zo anders dan de acteurs van de KNS, die zenuwachtig van hem werden. Zij vonden hem te nauwgezet, ze hadden geen geduld voor al die tijd en aandacht die hij aan zijn taal en zijn bewegingen schonk. Terwijl ik juist zo rustig van Arno werd."

"De tweede belangrijke jood heette Lon Landau."

"Landau was een in Antwerpen geboren schilder. Ook was hij de eerste decorontwerper van de KNS die artistiek krediet kreeg voor zijn doordachte omgang met de theatrale ruimte."

"Landau volgde les aan de Nationale Hogeschool voor Bouw- en Sierkunsten in Ter Kameren. Henry van de Velde (kunstschilder en architect, MVDS) stond toen aan het hoofd van die Brusselse school, die nog door de socialistische flamingant Camille Huysmans is opgericht. Ja, het was een grote tijd toen. Met grote en sterke figuren."

"Ik kon goed tekenen. En ik vond dat ik, als ik me de kunst van het theater eigen wilde maken, ook de architecturale kant ervan moest bestuderen. Dus volgde ik Landau. En zo kwam ik in contact met Herman Teirlinck, die les gaf in Ter Kameren."

"Jammer genoeg heeft Landau nooit geweten hoe belangrijk hij voor mij en vele anderen is geweest. Hij werd via de kazerne van Mechelen naar het concentratiekamp van Bergen-Belsen geleid en is nooit meer teruggekomen."

"En het Empire Theater werd tijdens de oorlog door een V2 platgebombardeerd."

U zegt dat theater kan doordringen tot de diepste waarheden. Niemand had die diepste gruwelen van de oorlog, en dus van de mens, kunnen aanvoelen. Had theater na de oorlog nog een reden van bestaan?
"Zo kun je alles in vraag stellen. Maar het is waar: over de Holocaust kon je geen gedichten schrijven. En het was ook onmogelijk om er theater over te maken. Een toneelstuk over Anne Frank is voor mij geen theater, het is het spelen van een autobiografisch boek, het doet geen beroep op de verbeelding. Totaaltheater, het raken van de ziel via de inzet van alle mogelijkheden die de maker ter beschikking heeft, is iets heel anders."

"We hebben het theater dus moeten herformuleren, moeten herdenken. Maar dat moet je altijd doen: je blijven vernieuwen, je blijven verwonderen. Makkelijk is dat natuurlijk niet."

"Ik kom uit de tijd zonder televisie. Je moet al een grote verbeelding hebben om je vandaag een wereld zonder televisie te kunnen voorstellen. Maar zo kort na de oorlog vonden de technologische veranderingen traag plaats, er was tijd om aan hun fundamentele impact te wennen."

"Vandaag verloopt alles in een hoge versnelling. Zowel gruwelen als ontdekkingen volgen elkaar in sneltempo op. De aangespoelde lijken van de bootvluchtelingen zijn een fait divers. Niemand kan de technologische ontwikkelingen nog bijhouden. We staan niet langer stil bij wat er om ons heen gebeurt. We hebben/nemen de tijd niet om ons erover te verbazen."

"Terwijl verbazing, verwondering en reflectie juist nodig zijn om creatief te blijven, om te vernieuwen. Dat leidt tot merkwaardige toestanden. De mens kan binnenkort op citytrip naar de maan. Maar is hij in staat om zijn ziel te verkennen? Om door te dringen tot zijn eigen meest verborgen waarheden?"

U was de eerste die het Vlaams theater opentrok naar andere werelden. U werkte met Marokkaanse acteurs nog voor het woord multiculturaliteit was uitgevonden. U trok naar andere continenten, om er te werken, nog voor er van globalisering sprake was. Vond u blank en westers theater ook een vorm van autoriteit waaraan u diende te ontsnappen?
"Ja, natuurlijk. Het westers theater legde zijn normen op. En om de waarden van die normen na te gaan, moest ik het oosters theater leren kennen. Ik heb lang in Maleisië, Indonesië, Zuid-Afrika, Curaçao... gewerkt."

"Mijn interesse in andere werelden en culturen is een interesse in de mens, in het kosmische wezen dat we zijn. Ik heb die aandacht voor een internationale kunst altijd gehad, al als tiener. Het zal je dan ook niet verbazen dat ik blij ben dat Sidi Larbi Cherkaoui aan het hoofd van Opera Ballet Vlaanderen staat. Ook in het theater speelt de niet-blanke medemens nog maar kort, en per uitzondering, een rol die evenwaardig is aan die van de blanke."

"Paul Robeson was de eerste zwarte die, in 1930, op evenwaardige wijze naast een blank gezelschap op het podium stond. Hij speelde Othello in Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van Shakespeare. In Amerika, waar hij vandaan kwam, mocht hij niet tussen de blanken op de bus en wilde men hem niet op het podium. Maar in Engeland, waar hij naartoe verhuisd was, floreerde hij. Pas vele jaren later speelde hij, met groot succes overigens, Othello op Broadway."

"Ik heb in 1961 mijn stuk Potopot geregisseerd en opgevoerd. Ik schreef het stuk in 1958, vol verontwaardiging en tegen de achtergrond van de wereldtentoonstelling, waar in het Congolese paviljoen bananen naar de zwarten werden geworpen. Belgisch Congo had ik eerder al, met een ander stuk, samen met de KVS bezocht; van de koloniale mistoestanden was ik dus getuige geweest."

"De hoofdpersoon, Potopot, is een Afrikaan. De rol werd gespeeld door Clive Farel, uit Sierra Leone. Ik ben dus verantwoordelijk voor de eerste zwarte acteur op Vlaamse podia, voor de eerste zwarte die een volwaardige theaterrol mocht spelen. Hij speelde het in het Engels. Hij deed het schitterend."

"Maar Vlaanderen heeft van mij en mijn theaterexperimenten niets begrepen, want toen ik jaren later uitpakte met mijn anti-apartheidsstuk Les Chiens oftewel De honden werd dat door vele gezelschappen geënsceneerd. Ook in Vlaanderen. De zwarte rollen werden door zwartgeschilderde blanken gespeeld. Julien Schoenaerts was er daar één van. Julien speelde voortreffelijk. Maar de hele enscenering was belachelijk en pijnlijk. Men had van multiculturaliteit niets begrepen. En ik vrees dat de situatie vandaag niet ingrijpend verbeterd is."

Tone Brulin. Beeld Stephan Vanfleteren
Tone Brulin.Beeld Stephan Vanfleteren

En stelt ook dat niet teleur?
"De mens leert niet. Dat is een feit, dus daar hoef ik niet teleurgesteld over te zijn."

In andere landen moest u andere talen spreken. In hoeverre is het woord een essentieel ingrediënt van theater? Hoe kunt u een Maleisisch stuk regisseren als u de taal niet kent?
"Ik werkte meestal met zelfgeschreven stukken, die vertaald werden. Ik kende de tekst dus wel degelijk. Maar ik wilde de muur van het Nederlands ook doorbreken, de taal opentrekken."

"Los daarvan: woorden worden altijd uit gebaren geboren, je kunt niet spreken zonder te bewegen. Voor mij is er geen onderscheid tussen dans, acrobatie en theater, tussen zang en spraak, tussen Frans, Nederlands Engels, Maleisisch... Het gaat om integratie. Het opnemen van elementen en die samen tot nieuw geheel laten komen."

"Dat is volgens mij ook de uitdaging van huidige theatermakers: hoe zullen zij alle disciplines uit de samenleving tot een sterke totaliteit bundelen? Hoe zullen zij architectuur in het theater betrekken? Technologie? Muziek? Klank en pantomime?"

Liggen de mogelijkheden voor vernieuwing altijd buiten de acteur?
"Nee. Een acteur kan alles wat hem begrenst, evengoed uitdagen. Sommigen gaan daar heel ver in. Niet alleen in de mentale zoektocht, ook in de lichamelijke."

"Ik kende acteurs die, in hun poging om de ketens van de menselijke conditie te doorbreken, in het Youri Gagarin Center in Moskou de strijd met de zwaartekracht aangingen. In dat kosmonautencentrum testten zij, in een bassin, de gewichtloze staat uit. In gewichtloosheid zweef je. Vlieg je dus. Stel dat je een theaterstuk in zo'n gewichtloze ruimte brengt..."

Uw ogen schitteren als u dit zegt. Zou u het doen, zo'n stuk maken?
"Mijn leven lang heb ik organisch gedaan wat ik vond dat ik moest doen. Ik ben ook organisch gestopt. Ik ben leeg. Er zit niets creatiefs meer in me. Maar, als ze me morgen vragen om aan een productie mee te werken, zou ik een medewerking zeker overwegen."

Volgende week: Willeke van Ammelrooy

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234